Pleidooi voor een gedegen en rechtvaardige transitie

‘Vlaamse industrie stevent af op de ijsberg, maar bijsturen kan nog’

August Brill (CC BY 2.0)

De Oekraïnecrisis en de alarmberichten over de klimaatverandering drukken ons met de neus op de feiten: ook de Vlaamse industrie moet zijn afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afbouwen en overschakelen op hernieuwbare energie, vindt Jeroen Fonteyn van Bond Beter Leefmilieu.

De fors gestegen prijzen voor grondstoffen en energie hebben vandaag al een zware impact op de industrie: zo hebben grote industriële spelers in Vlaanderen als Arlanxeo, BASF, ArcelorMittal en Nyrstar hun productie verlaagd. De energiecrisis zorgt voor heel wat onrust bij de werknemers, zeker in bedrijven die geen geloofwaardige toekomstplannen of klimaatstrategie kunnen voorleggen.

De Vlaamse industrie heeft dringend nood aan perspectief en een toekomstplan. Anders dreigt ze verder achterop te geraken, want nu al zien we in onze buurlanden méér investeringen in de industrieën van de toekomst dan bij ons. Het gaat om investeringen die er mee rekening houden dat de industrie binnen enkele jaren veel minder CO2 zal kunnen uitstoten door de trapsgewijze verlaging van het ETS-plafond (Emissions Trading System, het emissiehandelssysteem, red.).

Missen we de boot?

Ook al blijft ons land aantrekkelijk voor buitenlandse investeringen, toch zien we dat Vlaanderen er xdoor een gebrek aan structureel beleid niet altijd in slaagt om de juiste investeringen in cruciale, innovatieve waardeketens aan te trekken. Dat moet dringend veranderen. Zo besloten bv. Volvo, Eastman en Umicore om ons land links te laten liggen voor hun recente grote projecten. Een proefproject voor circulaire waterstof (op basis van reststromen) ging naar de chemische cluster in Chemelot, net over de Nederlandse grens.

Er zijn nog andere voorbeelden te vinden van investeringen die net zo goed bij ons hadden kunnen gebeuren, zoals de plastic recycling fabrieken van QCP Polymers in Geleen, van Neste in Vlissingen en van Xycle in Rotterdam. Bedrijven halen zeer verschillende redenen aan waarom ze ervoor kiezen om niet in ons land te investeren: een gebrek aan beschikbaarheid van hernieuwbare energie en aan geschoolde werkkrachten, maar bovenal een gebrek aan visie in het beleid over de industrie van de toekomst.

Overleg met het middenveld op beleidsniveau is noodzakelijk om het draagvlak voor de transitie te versterken.

Gebeurt er dan niets? Toch wel. Vlaams minister Jo Brouns – en tot voor kort minister Hilde Crevits – werkt aan een kader voor een vernieuwd industriebeleid, de zogeheten “Vlaamse Klimaatsprong Industrie”. Dat is veelbelovend, maar het beheer van dit overleg kan veel beter.

Hoe? Met een quadruple-helix-model bijvoorbeeld, waarbij het middenveld – met ook vakbonden en milieubeweging – een volwaardige plek aan de tafel krijgt, naast academici en industriële spelers. Overleg met het middenveld op beleidsniveau is noodzakelijk om het draagvlak voor de transitie te versterken, met minder risico op procedures of sociale onrust achteraf. Het moet ook een gezond evenwicht garanderen tussen de belangen van alle maatschappelijke betrokkenen.

De industriële transitie gaat per slot van rekening over veel meer dan het toepassen van klimaatneutrale technologieën alleen. Als we de industriële waardeketens niet drastisch ombouwen, gaan we jobs en economische meerwaarde verliezen. De transitie riskeert bovendien duurder en pijnlijker te worden als de Vlaamse overheid de beslissingen uitstelt, of erger nog, geld verspilt aan het in stand te houden van fossiele waardeketens.

Tijd om bij te sturen dringt

Om onze afhankelijkheid van schaarser wordende grondstoffen te verlagen én om onze CO2-uitstoot te verminderen, is een evolutie naar een circulair gebruik van grondstoffen in de industrie eveneens cruciaal. Daarvoor moeten we inzetten op een versterking van onze Vlaamse maakindustrie (door middel van reshoring, doorverkoop, red). Dat zal onze regio minder kwetsbaar maken voor verstoringen in aanvoerketens voor cruciale producten zoals mondmaskers, zonnepanelen en chips voor elektronica.

De evolutie naar een circulair gebruik van grondstoffen in de industrie eveneens cruciaal.

De uitdagingen die op ons afkomen, zijn net zo omvangrijk als een ijsberg. Toch is er nog tijd om de Vlaamse industriële strategie bij te sturen en te kiezen voor de juiste industrieën. Dat wil zeggen: industrieën die duurzame jobs opleveren op lange termijn, onze regio als pionier op de kaart kunnen zetten en een goede CAO kunnen bieden voor onze industriële werknemers.

Zoals studiewerk over North Sea Port aangeeft, liggen er vooral opportuniteiten voor nieuwe jobs in circulaire waardeketens in het verschiet. Voor de Vlaamse regering is het zaak om niet als een blinde fanfare te blijven doorspelen op een zinkende boot, maar de nieuwe realiteit onder ogen te zien en de steven te wenden richting toekomst.

Jeroen Fonteyn werkt bij de Bond Beter Leefmilieu.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift