Een pleidooi voor een transnationaal beheerssysteem voor regenwouden

‘Waar blijft de Wereldwoudorganisatie?’

CC0

Het Indonesische regenwoud. De palmolie-industrie vormt er één van de grootste oorzaken van ontbossing.

Elke keer de Brazilianen naar het stemhokje trekken, wordt mee bepaald hoe het Amazonewoud de volgende vier jaar beheerd zal worden. Maar, zo schrijft Louis Cattrysse, de impact van die beslissing wordt wereldwijd gevoeld. ‘Vandaar de vraag: zou het niet beter zijn het Amazonewoud op een meer mondiale en duurzame manier te beheren, in plaats van het te laten afhangen van kortetermijnbelangen gelinkt aan verkiezingen?’

Het Amazonewoud is een publiek goed. Publieke goederen zijn goederen die door iedereen op hetzelfde moment vrij kunnen worden gebruikt. Zo is een stabiel internationaal ondernemingsklimaat een publiek goed dat door de mens voorzien wordt, terwijl biodiversiteit en de voorziening van natuurlijke grondstoffen publieke goederen zijn die door de natuur voorzien worden.

Maar het vrij gebruik van publieke goederen zorgt voor problemen. De mens zal een publiek goed, in zijn drang naar winstmaximalisatie, overmatig gebruiken en dat zal onvermijdelijk leiden tot de degradatie van dat publieke goed.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Tot die vaststelling kwam de Amerikaanse ecoloog Garrett Hardin al in de jaren ‘60 die het had over “de tragedie van de gemene goederen”. Waarom zou een landbouwer of agro-reus het Amazonewoud bijvoorbeeld ongeschonden laten als op diezelfde vruchtbare grond winstgevende soja kan worden aangeplant of runderen kunnen grazen?

De tragedie van gemene goederen kan voorkomen worden door een beheerssysteem dat dit goed op een duurzame manier beheert. Net zoals de Wereldhandelsorganisatie een stabiel internationaal ondernemingsklimaat tracht te voorzien. Of zoals de Internationale Zeebodemautoriteit de bodem onder de internationale wateren beheert.

Het is hoog tijd dat “de tragedie van het Amazonewoud” door een mondiaal beheerssysteem een halt wordt toegeroepen.

Waar blijft dan die Wereldwoudorganisatie?

Het Amazonewoud verloor al een vijfde van haar omvang. Vanaf een ontbossingsgraad van 20% tot 25% is er al risico op verwoestijning van het gebied door een verstoring van de waterkringloop. Daarom is het hoog tijd dat “de tragedie van het Amazonewoud” door een mondiaal beheerssysteem een halt wordt toegeroepen, tenminste, als we een Amazonewoud verkiezen boven een Amazonesavanne.

Meer dan een hypothese

Het idee van een Wereldwoudorganisatie kan nog wat vreemd klinken, maar de bouwstenen bestaan in feite al. Zo is er bijvoorbeeld het Yasuni-ITT-project (YIP) in Ecuador. De president richtte daarvoor een fonds op waar vrijwillig geld kan worden gestort om het aanboren van oliereserves onder het Yasuni Nationaal Park te compenseren.

Ook is er de bilaterale overeenkomst tussen Noorwegen en Indonesië. Noorwegen voorziet daarbij één miljard dollar in een fonds voor Indonesië zodat een deel van het Indonesische regenwoud ongeschonden zou blijven.

Of er is het beheer van het Virungapark in de Democratische Republiek Congo. Dat ligt in handen van een transnationale coalitie.

Als die drie initiatieven gebundeld zouden worden, ontstaat een systeem van internationale financiële transacties, gericht op de bescherming en het beheer van regenwouden door transnationale samenwerking. Zo’n voorstel is uitdagend en complex. Staatssoevereiniteit, lage internationale solidariteit en het gebrek aan beleidsprioriteiten tegen ontbossing zorgen voor struikelblokken.

Maar, als het mogelijk is om een mondiaal beheerssysteem op poten te zetten voor iets zoals internationale handel, waarom zou dat dan niet kunnen voor iets primordiaal zoals de bescherming van en de leefbaarheid van onze planeet?

Als een mondiaal beheerssysteem op poten gezet kan worden voor internationale handel, waarom dan niet voor de leefbaarheid van onze planeet?

Enkele zaken die nodig zijn om zo’n hypothetische Wereldwoudorganisatie op te richten, bestaan al en functioneren goed. Denk maar aan de verplichte internationale financiële transacties binnen het kader van de Verenigde Naties. Elk lid van de VN moet namelijk, op basis van een internationale verdeelsleutel, een bijdrage leveren om de werking van de organisatie te financieren.

Ook financiële solidariteit mag niet onderschat worden. ‘Ons huis staat in brand. Letterlijk’, zei Macron toen het Amazonewoud in brand stond. ‘Dit zijn de longen van onze planeet, die 20% van onze zuurstof produceren. Dit is een internationale crisis.’ Daarmee nam de Franse president het voortouw om met de G7-landen een bedrag van 100 miljoen dollar te investeren in de bescherming van het Amazonewoud na de bosbranden van 2019. Helaas werd dat initiatief geweigerd door Bolsonaro, omwille van de Braziliaanse staatssoevereiniteit.

Het “geheime wapen” tegen ontbossing

Maar zelfs al wordt de Wereldwoudorganisatie door de VN opgericht, is er voldoende financiering voorzien op basis van een eerlijke verdeelsleutel en staat Brazilië toe dat het regenwoud door een transnationale organisatie beheerd wordt, dan nog is dat geen garantie op duurzaam beheer. Een extra belangrijke voorwaarde is dat er genoeg aandacht geschonken wordt aan de gevaren van neokolonialisme en doorgedreven neoliberalisme.

Het Westen vernietigde zelf het grootste deel van haar wouden en kan daarom het Globale Zuiden moreel gezien niet aanzetten om hun wouden ongeschonden te laten. Als het Westen de wouden van het Globale Zuiden wil beschermen, zal het moeten meebetalen. De voordelen van deze publieke goederen zijn tenslotte van belang voor elke wereldburger.

Helaas wordt het Globale Zuiden vandaag nog te vaak herleid tot een wingewest. Regenwouden dienen dan als koolstofspons of dierenpark waar af en toe eens op safari kan gegaan worden. Geldstromen van het Westen naar het Globale Zuiden, zoals binnen het REDD+mechanisme van de VN, verdrijven de lokale bevolking van het land waarop ze leven. Wie de legale eigendomsrechten van het land in handen heeft, wordt dan door het Westen betaald om er plaats te ruimen voor koolstofabsorptie.

Samenwerking binnen een Wereldwoudorganisatie daarentegen moet op gelijke voet gebeuren, met oog op rechtvaardigheid en sociale duurzaamheid. Het moet om een samenwerking gaan tussen overheden van het Westen en het Globale Zuiden, met bijzondere functie voor de lokale en inheemse bevolking.

Eigendomsrechten en middelen toekennen aan de lokale en inheemse bevolking heeft een positieve impact op wouden.

Want sociale duurzaamheid is niet alleen een doel, maar ook een middel. Er is een academische consensus dat eigendomsrechten en middelen toekennen aan de lokale en inheemse bevolking een positieve impact heeft op wouden. ‘Het geheime wapen in de strijd tegen de klimaatverandering en ontbossing’, zo noemt Peter Vleit, directeur van het World Resource Institute de lokale en inheemse gemeenschappen. Zonder lokale regeringen en de inheemse bevolking rechtvaardig te betrekken, maakt de Wereldwoudorganisatie geen kans. Toch worden ze vandaag nog te vaak miskend.

Bovendien zorgt zo’n duidelijke samenwerking tussen overheden en inheemse gemeenschappen voor een dam tegen een doorgedreven neoliberalisme, waarbij wouden gereduceerd worden tot handelswaren, in functie van winstmaximalisatie. Wat dat in de praktijk kan betekenen toonden de voorwaarden die het IMF in 1997 aan Indonesië voorstelde: om alle formele en informele barrières tegen de palmolie-industrie te verwijderen. Het is net die industrie die vandaag een van de belangrijkste oorzaken voor ontbossing in die regio is en mee verantwoordelijk is voor de bedreigde status van de orang-oetans.

Bij het duurzaam beheren van wouden moet de neoliberale marktlogica vermeden worden, want het is net die logica die mee de oorzaak vormt van het ecologisch en sociaal drama dat zich in de mondiale wouden afspeelt. Toch wordt die marktlogica nog te vaak als oplossing naar voren geschoven, bijvoorbeeld in de vorm van de certificatenmarkt waarop het YIP in Ecuador en het REDD+mechanisme van de VN rusten, of onder de vorm van de ‘groene economie’, waarbinnen de voornoemde voorwaarden van het IMF gekaderd kunnen worden. De oorzaak en oplossing van een probleem kunnen niet hetzelfde zijn.

Een ander aandachtspunt is de rechtstreeks samenwerking met bedrijven en ngo’s. Die zou uitgesloten worden in een Wereldwoudorganisatie. Het beheer van het Virungapark illustreert goed hoe dat kan zorgen voor de privatisering van staatssoevereiniteit. Gebieden worden dan door niet-gouvernementele actoren beheerd als een land binnen een land.

Maar zo’n vorm van bestuur is op zijn minst ondemocratisch te noemen en zorgt voor frustraties bij de lokale overheden en bevolking. Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat Congolese staatsfunctionarissen zouden omgekocht zijn door een ngo, om een deel van de Congolese soevereiniteit over het nationaal park af te staan aan de ngo.

Dat leidt op zijn beurt tot conflicten met de lokale bevolking, en een vorm van groene militarisering, waarbij militaire technieken gebruikt worden om de natuur te “beschermen” tegen de lokale bevolking. Het is een praktijk die zijn wortels kent in het koloniale discours over de dichotomie tussen mens en natuur.

Een goede samenwerking, zonder inmenging van bedrijven of ngo’s, en met aandacht voor lokale en inheemse gemeenschappen, kan ervoor zorgen dat zo’n Wereldwoudorganisatie ook de relaties tussen het Globale Zuiden en het Westen bevordert door op een gelijke voet rechtvaardigheid na te streven. Dat is een samenwerkingsvorm die vandaag waardevol, maar niet vanzelfsprekend is.

Louis Cattrysse voerde binnen het Egmont Instituut onderzoek naar transnationaal woudbeheer en is actief op het vlak van Energie- en Klimaatbeleid.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3260   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift