Waar de G8 niet aan heeft gedacht

Het zou mooi zijn als de G8-leiders even stil zouden staan bij de geschiedenis van hun gastland, wanneer ze in juni neerstrijken in het Noord-Ierse Lough Erne voor hun jaarlijkse top.

  • GF Jo Dalemans van Broederlijk Delen. GF

Tijdens de grote Ierse hongersnood (1845-1852) stierven meer dan 1 miljoen Ieren en migreerden nog eens zoveel Ieren naar het buitenland. De aardappelziekte die huishield in heel Europa, eiste vooral in Ierland een dramatisch hoge menselijke tol. De reeds arme Ierse boeren hadden niet genoeg te eten en konden ook hun pacht aan de protestantse Engelse adel niet betalen. Doordat de oogst ook in andere delen van Europa mislukte, stegen de voedselprijzen. De Engelse landeigenaren bleven Ierse boter en vlees naar Engeland exporteren.

Dit drama blijkt 160 jaar later heel herkenbaar en actueel. Een voedselproductie die extreem afhankelijk is van één gewas. Arme en afhankelijke boeren zonder koopkracht, terwijl het beste land gebruikt wordt om te produceren voor de export, met als resultaat massa’s arme boeren die via gammele boten hun geluk overzee zoeken. Het zou mooi zijn als de G8-leiders even stil zouden staan bij de geschiedenis van hun gastland, wanneer ze in juni neerstrijken in het Noord-Ierse Lough Erne voor hun jaarlijkse top.

Grote aankondigingen

G8-toppen worden gekenmerkt door grote aankondigingen die in een waas van altruïsme de wereld pogen te verbeteren. Op de Aquilatop in april 2009 had men, in de nasleep van de voedselprijscrisis, speciale aandacht voor landbouw en zou men  miljarden mobiliseren om de honger uit te roeien. De ‘New Alliance for Food Security and Nutrition in Africa’, waarmee 50 miljoen mensen uit de armoede moeten worden geholpen door groei in de landbouwsector, is hieruit voortgevloeid.

De ‘New Alliance’ brengt de acht rijkste landen, de Afrikaanse Unie, overheden van zes Afrikaanse landen én 45 bedrijven (voornamelijk multinationals uit de agribusiness) samen rond de tafel. Nochtans ondertekenden de G8-landen eerder al verschillende multilaterale engagementen en initiatieven rond voedselzekerheid, zoals de ‘Vrijwillige Richtlijnen voor het beheer van land’ en de ‘VN-principes voor bedrijfswereld en mensenrechten’, overeenkomsten die na moeizame processen tot stand kwamen, maar die wel compromissen vormden tussen alle stakeholders. De EU (het 9e lid van de G8) speelt hier een zeer vreemde rol. In haar beleidskader inzake voedselzekerheid uit 2010, stelt ze dat het Comité voor Voedselzekerheid (CFS) een scharnierrol speelt bij de coördinatie van globale initiatieven rond voedselzekerheid. Het recente EU-implementatieplan [1] stelt prioriteiten voorop die expliciet aandacht hebben voor kleinschalige landbouwers, de civiele maatschappij, sociale bescherming en een lokaal en regionaal beleid inzake voedselzekerheid. Liever dan die verbintenissen te honoreren, lanceert de G8 nieuwe initiatieven die volledig losstaan van het Comité voor Voedselzekerheid en die de overeengekomen multilaterale afspraken negeren of zelfs ondermijnen.

Groei?

Iedereen is het eens over de nood aan investeringen in de landbouw in het Zuiden. Die eensgezindheid is er niet als het gaat over welke investeringen er nodig zijn. De stelling dat groei in de landbouwsector automatisch de armoede terugdringt wordt als een soort orakel opgevoerd, om de discussie over het soort investeringen af te voeren. De Wereldbank [2] (een instelling die niet verdacht kan worden van het promoten van ngo-visies) maakte in 2008 een cruciale nuance bij deze stelling: “Armoedereductie volgt niet vanzelf uit investeringen en groei in de landbouwsector. In Bolivië en Brazilië, waar die groei geconcentreerd bleef in exportgerichte sectoren en in grote kapitaalintensieve bedrijven, leidde die groei niet tot meer werkgelegenheid en nauwelijks tot het terugdringen van de armoede”. Nog volgens de Wereldbank hangt versnelde groei in de landbouw vooral af van een sterke productiviteitstoename bij kleinschalige boeren, gecombineerd met meer steun aan de miljoenen armen die in afgelegen gebieden aan overlevingslandbouw doen.

De kracht van de privésector loslaten op de landbouw in het Zuiden, betekent dat die privésector daar zal investeren waar de return-on-investment het hoogst is.
De kracht van de privésector loslaten op de landbouw in het Zuiden (zoals de Britse eerste minister David Cameron voorstelt), betekent dat die privésector daar zal investeren waar de return-on-investment het hoogst is. En dat zal dus niet in een landbouwmodel zijn dat én werkgelegenheid creëert én voedsel voor de lokale markten produceert. Wanneer agribusinessgiganten als Cargill, Yara of ADM mee de pen vasthouden, zetten zij hun eigen belangen niet even aan de kant. Een heel groot deel van Afrika is onontgonnen gebied voor deze bedrijven. Een meer meegaande wetgeving, belastingvoordelen en toegang tot vruchtbaar land en water moeten hier voor hen verandering in brengen. Deze maatregelen zijn de andere kant van de medaille van de zogenaamd genereuze actieplannen en nieuwe visies.

Bedenkingen

Veel actoren uiten dan ook gefundeerde bedenkingen op de New Alliance-plannen van de G8. Olivier De Schutter (VN) stelt in een brief [3] aan David Cameron dat investeringen in de landbouw slechts kunnen leiden tot duurzame vooruitgang in de strijd tegen honger en ondervoeding, als ze gecombineerd worden met steun aan lokale voedselzekerheid en rurale ontwikkeling en als ze eveneens resulteren in hogere inkomens voor de armsten, meer bepaald de kleinschalige landbouwers in het Zuiden. De Alliantie voor voedselzekerheid in Afrika (AFSA) die de brede civiele maatschappij omvat,  vraag de G8 om investeringen te baseren op agro-ecologische principes zoals die naar voor kwamen in het IAASTD rapport [4]. CIDSE (een internationale alliantie van katholieke ontwikkelingsorganisaties) vreest dat de New Alliance-aanpak eerder hinderpalen opwerpt dan oplossingen aanreikt om de honger aan te pakken [5]. CONCORD, (de Europese ngo-koepel) roept de G8-landen op om in het bijzonder naar het investeringsgedrag van de eigen bedrijven te kijken, bijvoorbeeld als het gaat over grootschalige landtransacties.

Decennia geleden werd al aangetoond dat honger geen productieprobleem is, maar dat het over armoede en achterstelling gaat. Sinds de voedselprijscrisis in 2008 groeit het besef dat kleinschalige boeren en hun organisaties een cruciale rol spelen in het bestrijden van honger en het terugdringen van armoede. Vijf jaar later is dit voor sommigen wat te veel van het goede. Bepaalde beleidsmensen zeggen vandaag dat “het nu wel genoeg is met al die aandacht voor kleinschalige boeren”. Muziek in de oren van de agromultinationals die bij Cameron & Co een gewillig oor vinden.

Jo Dalemans, Beleidsmedewerker Rurale Ontwikkeling bij Broederlijk Delen

Voetnoten

[1] Boosting food and nutrition security through EU action: implementing our commitments, Brussels, 27.3.2013 SWD(2013) 104 final

[2] World Development Report 2008, Agriculture for Development

[3] O. De Schutter, 21 mei 2013, Food(2000-6)2013/ODS/YK

[4] Déclaration de la société civile en Afrique, A qui profite la modernisation de l’agriculture africaine?

[5] CIDSE, Who’s alliance, the G8 and the emergence of a global corporate regime for agriculture

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift