Waar voor je geld?

Nadia Molenaers

28 september 2011
Opinie

De paradox van goede ontwikkelingshulp

Waar voor je geld?

Waar voor je geld?
Waar voor je geld?

Resultaatsgerichtheid. Het is dezer dagen wellicht het meest controversiële woord in de ontwikkelingsbusiness. De ene blog na de andere heeft het erover. Elke normale mens zou denken dat al die ontwikkelingsmensen hun verstand aan het verliezen zijn. Hoe kan je nou zo lang en moeilijk bezig zijn over resultaatsgerichtheid. ’t Is toch simpel? Als je ergens geld in steekt verwacht je toch dat daar een resultaat uitrolt?

De controverse rond resultaatsgerichtheid gaat niet over het belang ervan, maar wel over het wat en hoe. Wat is een goed ontwikkelingsresultaat? Is een resultaat vooral waardevol als je het kan meten of zien? Op welke termijn bekijk je de dingen: is een zicht- en tastbaar resultaat op korte termijn genoeg? Of moeten we streven naar duurzame, diepgaandere lange termijn structurele veranderingen? Wat doe je als dingen fout gaan? Investeren in leren, bijsturen, experimenteren? Of laat je die moeilijke, risicovolle interventies vallen? En wat zijn aanvaardbare kostenplaatjes voor dit alles?

Value for money

De meest radicale vorm van resultaatsgerichtheid waarover vandaag met veel furie gediscussieerd wordt heet Value for Money (VfM) oftewel ‘waar voor je geld’. VfM legt een zeer sterke focus op meetbare resultaten in combinatie met kost-efficiëntie. Dit betekent dat resultaten gekwantificeerd én gemonetariseerd worden. Het uiteindelijke doel is het aanleveren van resultaten tegen een zo laag mogelijke kostprijs.

VfM is intussen in werking gesteld door de minister van ontwikkelingssamenwerking in het Verenigd Koninkrijk en het zorgt hier en daar voor hilarische (om niet te zeggen absurde toestanden). Zo moesten de bureaucraten in het ministerie een VfM berekening maken van het bezoek van de minister aan de VN-top over de Millenniumdoelstellingen. Maar hoe bereken je zoiets in godsnaam? Ze hebben dat dan creatief opgelost door de ‘media-coverage’ van de top te berekenen op basis van de lengte en breedte van persberichten en dat vergeleken met wat de kost zou zijn geweest als advertenties erover betalend zou zijn geweest. Wat een tour de force!

Meten is weten

Opgepast, ik ben een zware voorstander van meten. Waar enigszins mogelijk moet je meten, want meten is weten. En waar relevant kan monetarisering nieuw licht werpen op bepaalde interventies. Maar om daar nu de standaardaanpak van te maken voor alles… Nee, dat lijkt me zeer onverstandig.

Hoe zou je bijvoorbeeld de versterking van middenveldorganisaties om corruptie beter te bestrijden kunnen monetariseren? Of de versterking van het Ministerie van Financiën in Congo. Bovendien is het maar de vraag of alles kost-efficiënt kan en moet zijn. Soms kan je maar effectief zijn als je het efficiëntie-principe aan de kant zet. Indien niet, dan betekent dit in bepaalde gevallen dat de donor helemaal zelf het heft in handen neemt. Maar daar zijn we net van teruggekomen omdat donorgestuurde en –uitgevoerde interventies niet duurzaam zijn.

De vraag is ook wat het effect van deze aanpak gaat zijn op de allerarmste landen zoals fragiele staten en post-conflict landen. De hulpparadox zegt: waar de hulp het meeste nodig is, werkt ze het minst. Eén euro gespendeerd in Congo levert dus veel minder op dan, zeg maar, Zuid-Afrika. En dit zou dus kunnen betekenen dat de Congo’s van deze wereld veel minder hulp gaan krijgen als het VfM principe ook gebruikt wordt om ontvangende landen te selecteren. Terwijl daar de hulp het meest nodig is. Want er moet een staat heropgebouwd worden, en dat is niet niks. Niet in het minst omdat we eigenlijk niet weten hoe we dat moeten doen. In die contexten moet er ruimte zijn om te experimenteren, te falen en te leren. Ontwikkelingsprocessen begrijpen en beïnvloeden is nou eenmaal geen exacte wetenschap.

Gezond boerenverstand

Maar complexe verhalen verkopen slecht. Zowel in de media als in de politiek. En dat is nou net de kracht van VfM. Het bekt lekker, het is simpel en het appelleert aan gewoon gezond boerenverstand: waar voor je geld. Wie zou daar nu tegen kunnen zijn? Niemand. Alleen geeft VfM het perfecte excuus om wat echt nodig is in ontwikkeling, namelijk met vallen en opstaan werken aan duurzame, lange termijn, institutionele veranderingen in zwakke staten, niet te doen. In de plaats daarvan stellen we ons tevreden met “quick wins”: makkelijk aantoonbare en goedkope resultaten die mooi ogen, maar niet noodzakelijk de kern van de ontwikkelingsuitdaging raken.

Nadia Molenaers is verbonden aan het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid en -beheer, Universiteit Antwerpen