Waarom netto nul niet echt nul is

‘Het opnemen van het begrip “netto” in de klimaatbeloftes bevestigt dat de emissies niet daadwerkelijk tot nul zullen dalen’

CC0

‘Deze schijnbaar ambitieuze doelstellingen komen neer op de zoveelste ronde van ʻgreenwashingʼ omdat netto nul niet echt nul is.’

De mooie beloftes over netto-nul-uitstoot die overheden en grote bedrijven in het kader van de klimaattop maken, dienen slechts als afleidingsmanoeuvre, schrijven Maureen Santos en Linda Schneider van de Heinrich-Böll-Stiftung. ‘Deze schijnbaar ambitieuze doelstellingen komen neer op de zoveelste ronde van “greenwashing omdat netto nul niet echt nul is.’

Het lijkt erop dat de wereld de klimaatcrisis eindelijk serieus neemt, te oordelen naar het aantal toezeggingen om tot een ʻnetto-nul-uitstootʼ te komen. Van de grote vervuilers beloofden zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie dit doel tegen 2050 te zullen verwezenlijken, terwijl China van plan is vóór 2060 koolstofneutraal te worden. Zelfs de oliegiganten Shell en BP zijn van plan om halverwege deze eeuw een netto-nul-uitstoot te bereiken.

De grote technologiebedrijven lijken nog ambitieuzer. Amazon heeft toegezegd in 2040 geen kooldioxide meer te zullen uitstoten. Microsoft heeft zich ertoe verbonden om tegen 2030 ʻkoolstofnegatiefʼ te zijn, en tegen 2050 wil het bedrijf alle CO2 die het sinds zijn oprichting in 1975 heeft uitgestoten, uit de lucht hebben gehaald. Google beweert al sinds 2007 koolstofneutraal te zijn, en streeft ernaar in 2030 ʻkoolstofvrijʼ te zijn.

In feite kwamen er toezeggingen om een netto-nul-uitstoot te bereiken uit alle delen van de economie, waaronder de vlees- en zuivelindustrie, de luchtvaart, de mijnbouw, de financiële sector en de detailhandel.

Deze schijnbaar ambitieuze doelstellingen komen neer op de zoveelste ronde van ʻgreenwashingʼ omdat netto nul niet echt nul is.

Maar deze schijnbaar ambitieuze doelstellingen komen in feite neer op de zoveelste ronde van ʻgreenwashingʼ en gevaarlijke afleidingsmanoeuvres die de goedkeuring van echte klimaatoplossingen zullen vertragen en voorkomen. Dat komt omdat netto nul niet echt nul is.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Compensatie

Om te beginnen is 2050 nog bijna drie decennia weg. Door beloften voor de lange termijn te doen, kunnen regeringen en bedrijven drastische emissiereducties nu vermijden. Vooral vanuit het oogpunt van klimaatrechtvaardigheid is halverwege deze eeuw véél te laat. Rijke, geïndustrialiseerde landen in het Mondiale Noorden hebben vanwege hun historische emissies en hun huidige welvaartsniveau een verantwoordelijkheid om veel sneller koolstofarm te worden.

Het probleem wordt nog verergerd doordat veel plannen voor een netto-nul-uitstoot niet worden ondersteund door overeenkomstige kortetermijn- en tussentijdse emissiereductiedoelstellingen, zoals vóór 2025. In plaats daarvan zijn de meeste nationale toezeggingen van landen in het kader van het klimaatverdrag van Parijs van 2015, die onlangs zijn geactualiseerd of herzien, gebaseerd op een tijdsbestek van 2030. Daarmee wordt voorbijgegaan aan de vijfjarige herzieningscyclus die de kern vormt van het verdrag van Parijs.

Erger nog, het opnemen van het begrip ʻnettoʼ in de klimaatbeloftes bevestigt dat de emissies niet daadwerkelijk tot nul zullen dalen. In plaats daarvan zullen ze zogenaamd worden gecompenseerd – in onduidelijke en betwistbare mate – door de verwijdering van CO2 uit de atmosfeer.

Speculatie

Veel van dergelijke ʻnetto-nulʼ-plannen vertrouwen in buitensporige mate op natuurlijke ecosystemen om CO2 uit de atmosfeer te verwijderen en op te slaan. Dit heeft de huidige hype rond zogenaamde op de natuur gebaseerde oplossingen aangewakkerd.

Hoewel het zorgvuldig herstellen van natuurlijke ecosystemen van cruciaal belang is voor het aanpakken van zowel de klimaatcrisis als de biodiversiteitscrisis, mag dit niet dienen om de levensduur van vervuilende industrieën te verlengen. Maar onder de op de natuur gebaseerde oplossingen vallen ook voorstellen die de landbouw zouden moeten omvormen tot een mogelijkheid om op grote schaal emissies te beperken, gekoppeld aan de markt voor bodemkoolstof.

Netto-nul-plannen berusten vaak ook op speculatieve technologische oplossingen om CO2 uit de atmosfeer te halen. Geo-engineeringtechnologieën zoals bio-energie met koolstofafvang en -opslag (BECCS) of directe luchtafvang (DAC) zijn zeer riskant en onbewezen – met name op klimaatrelevante schaal – en kunnen potentieel verwoestende gevolgen hebben voor mensen en ecosystemen. Hoe dan ook, ʻoplossingenʼ zoals BECCS en DAC dreigen de productie en verbranding van fossiele brandstoffen nog tientallen jaren in stand te houden.

Historische onrechtvaardigheid

In plaats daarvan moet het gesprek weer gaan over de echte klimaatoplossingen die momenteel niet aan bod komen op intergouvernementele conferenties op hoog niveau. Het debat moet zich toespitsen op een alomvattende en broodnodige transformatie van onze uitbuitende en destructieve economische systemen. Om de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd tot nul terug te brengen, moet iets worden gedaan aan de vele onrechtvaardigheden op mondiaal en historisch niveau die de klimaatcrisis hebben veroorzaakt en nog steeds veroorzaken.

De rechten, levens en bestaansmiddelen van inheemse volkeren en lokale gemeenschappen moeten centraal staan in iedere klimaatoplossing.

Met name de rechten, levens en bestaansmiddelen van inheemse volkeren en lokale gemeenschappen moeten centraal staan in iedere klimaatoplossing. Dit betekent dat naar deze groepen moet worden geluisterd, en dat hun praktijken en voorstellen serieus moeten worden genomen. Het versterken en veiligstellen van hun landrechten is een van de meest effectieve manieren om ecosystemen, biodiversiteit en het klimaat te beschermen.

Bovendien moeten we fossiele brandstoffen met onmiddellijke ingang in de grond laten zitten. Er mag geen verdere ontwikkeling van deze hulpbronnen plaatsvinden, en de bestaande infrastructuur voor fossiele brandstoffen moet zo snel mogelijk worden afgebouwd, op basis van een rechtvaardige transitie voor werknemers en gemeenschappen die ervan afhankelijk zijn.

Afstappen van industriële landbouw is een andere hoge prioriteit. De veel te intensieve, destructieve voedselproductie heeft de bodem en de ecosystemen van de aarde uitgeput en veroorzaakt enorme hoeveelheden broeikasgasemissies, terwijl slechts een fractie van de wereldbevolking van voedsel wordt voorzien. Het is een belangrijke aanjager van ontbossing, en de daaruit voortvloeiende vernietiging van ecologische barrières en buffers heeft waarschijnlijk bijgedragen tot de uitbraak van de COVID-19 pandemie.

Welzijn en zorg centraal

Agro-ecologie daarentegen biedt nieuwe mogelijkheden voor socio-ecologische transformatie en kan bijdragen aan het op een veilige manier aanpakken van de klimaatverandering. Deze aanpak kan ook helpen om voedsel- en voedingszekerheid en -soevereiniteit te garanderen, en de biodiversiteit in stand te houden.

De overconsumptie van het Mondiale Noorden en de op winst gerichte exploitatie van de hulpbronnen van de wereld moeten stoppen. In plaats daarvan moeten we onze economische activiteiten afstemmen op de doelstellingen van wereldwijde sociale en klimaatrechtvaardigheid, en daarbij welzijn en zorg centraal stellen bij onze inspanningen om ons gedeelde milieu te beschermen.

De recente toezeggingen voor een netto-nul-uitstoot mogen ambitieus lijken, maar zij bevorderen slechts een nieuwe reeks schijnoplossingen onder het mom van vijftig tinten groen. Overheden en bedrijven moeten hun greenwashing-strategieën voor eens en voor altijd laten varen. Op dit cruciale moment hebben we echte politieke wil nodig om echte verandering teweeg te brengen.

Vertaling: Menno Grootveld

Maureen Santos, coördinator van de National Advisory Group van de Federation of Organizations for Social and Educational Assistance (FASE), is hoogleraar aan de Pontifical Catholic University van Rio de Janeiro en een voormalige programmacoördinator in het kantoor in Rio de Janeiro van de Heinrich Böll Stiftung.

Linda Schneider is Senior Program Officer for International Climate Policy in het kantoor in Berlijn van de Heinrich Böll Stiftung.

Dit stuk verscheen oorspronkelijk in het Engels bij Project Syndicate.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift