Verbranden van fossiele brandstoffen is belangrijkste oorzaak huidige klimaatcrisis

Waarom we een non-proliferatieverdrag voor fossiele brandstoffen nodig hebben

David Mark / Pixabay

 

Het leeuwendeel van de reserves aan steenkool, olie en gas moet in de grond blijven als we de klimaatverandering willen afwenden. De internationale aanpak van kernwapens biedt een mogelijke aanpak daarvoor, schrijven hoogleraar Internationale Betrekkingen Peter Newell en zijn collega Andrew Simms van de Universiteit van Sussex.

Het verbranden van fossiele brandstoffen is de belangrijkste oorzaak voor de huidige klimaatcrisis. En toch wordt er in het klimaatakkoord van Parijs, dat de klimaatverandering onder de 1,5 graden moet houden, met geen woord over gerept.

We hebben een nieuwe aanpak nodig die ondubbelzinnig de noodzaak centraal stelt om de fossiele reserves in de grond te houden. 

De wetenschap kan niet duidelijker zijn. In een speciaal rapport vorig jaar stelde het VN-klimaatpanel (IPCC) dat de CO2-uitstoot met 45 procent moet dalen tegen 2030 om de klimaatverandering onder de 1,5 graden Celsius te houden. 

Maar op het moment dat we dit schrijven, stijgt zowel de vraag naar steenkool, olie en gas wereldwijd, en zijn fossiele brandstoffen goed voor 81 procent van de energievraag. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) voorspelt dat de totale vraag naar fossiele brandstoffen nog decennia zal stijgen. 

Dat staat in sterk contrast met de analyse van denktank Carbon Tracker, die berekende dat 80 procent van de huidige wereldwijde reserves niet verbrand mag worden als we de klimaatverandering onder de 2 graden willen houden. Wat te doen dan? 

Voorbeeld

In een artikel in het vakblad Climate Policy breken we een lans voor een fossiel non-proliferatieverdrag (NPT). Dat spiegelt zich aan het voorbeeld van het non-proliferatieverdrag voor nucleaire wapens, dat in 1968 na drie jaar onderhandelen werd bereikt. 

Net zoals dat verdrag zou een fossiele brandstofversie steunen op drie pijlers: non-proliferatie (het akkoord om geen nieuwe reserves te exploiteren), ontwapening (de gecontroleerde afbouw van bestaande fossiele brandstofinfrastructuur) en vreedzaam gebruik (de financiering van een klimaatvriendelijke alternatieven via een globaal transitiefonds). 

Het proces om zo’n akkoord te bereiken kan beginnen met een inschatting van de bestaande reserves en een overeenkomst om de productie te verminderen in alle landen en brandstoftypes, met het doel om het brandstofverbruik in lijn te brengen met de doelstellingen in het Klimaatakkoord van Parijs. 

Bij het bepalen van de beloftes om fossiele brandstoffen uit te faseren in de vorm van nationale doelstellingen en tijdslijnen kan rekening gehouden worden met de huidige uitstoot van landen, hun historische bijdragen en hun mogelijkheden om over te schakelen op alternatieve energiebronnen. 

Technologie bestaat

We beschikken nu al over de middelen om de wereldwijde reserves aan fossiele brandstoffen in kaart te brengen die, als ze verbrand worden, ons over de drempel van 1,5 graden Celsius zullen brengen. En we hebben ook de technologie om te controleren en te verifiëren of ze in de grond gehouden worden. Een wereldwijde inventaris van de acties aan de aanbodzijde kan opgezet worden terwijl de onderhandelingen doorgaan om het momentum te bouwen. 

Een nieuw wereldwijd non-proliferatieverdrag voor fossiele brandstoffen zou een transparant en eerlijk middel kunnen zijn om de ineenstorting van ons klimaat te stoppen. 

Dit zijn acties die nationale regeringen kunnen aangeven als klimaatinspanning in het kader van het Klimaatakkoord van Parijs om het ambitieniveau te verhogen. 

De basis van politieke steun voor zo’n verdrag ligt bij landen die kwetsbaar zijn voor de gevolgen van de klimaatverandering, maar ook bij de landen die nu al inspanningen doen en die een meer multilaterale dimensie willen geven om te vermijden dat anderen daarvan mee profiteren zonder zelf inspanningen te doen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Een verdrag zou ook steun krijgen van een brede waaier aan bedrijven, steden, middenveldorganisaties en andere spelers die zich hebben voorgenomen om te desinvesteren uit fossiele brandstoffen en die zich verzetten tegen nieuwe investeringen in de sector. 

Steun

Verschillende grote ngo’s, mensen uit het middenveld en politieke leiders zoals voormalig Brits minister van Energie Ed Davey hebben hun steun al uitgesproken voor het idee. 

Het politieke momentum neemt toe rond het idee van een klimaatbeleid aan de aanbodzijde. Op nationaal niveau zijn er moedige stappen genomen door regeringen om fossiele brandstoffen in de grond te houden, waaronder recente moratoria op nieuwe verkenningsboringen in landen als Nieuw-Zeeland, Frankrijk en Belize. Ook Costa Rica heeft een moratorium op nieuwe boringen verlengd tot 2021. 

Een nieuw wereldwijd non-proliferatieverdrag voor fossiele brandstoffen zou een transparant en eerlijk middel kunnen zijn om de ineenstorting van ons klimaat te stoppen. 

Peter Newell is hoogleraar Internationale Betrekkingen en Andrew Simms is onderzoeker, beiden aan de University of Sussex. 

Bron: Climate Home News

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift