Waarom we tegenwoordig bijna allemaal populisten zijn

Populisme is een wat warrig concept, waar je moeilijk greep op krijgt. Erg uiteenlopende politieke fenomenen lijken eronder te vallen, zowel aan linker- als aan rechterzijde. De Tea Party, Pim Fortuyn, Trots op Nederland, Geert Wilders, Thillo Sarazin, JM Dedecker, … maar bijvoorbeeld ook een Steve Stevaert of Hugo Chavez. Over andere politici is het oordeel minder eenduidig. Om ‘m maar bij zijn naam te noemen: waarom is Bart De Wever voor de één een populist pur sang, terwijl hij voor de ander het prototype is van een rationeel politicus? Wie het weet, mag zijn hand opsteken.

Maar laten we toch eens proberen om een aantal kenmerken van populisme aan te geven waar we het met zijn allen min of meer over eens zijn. Wat verstaan we eigenlijk onder populistische politici en hun aanhang?

Populisme

Een populistisch politicus heeft voeling met de realiteit, of wekt althans die indruk, staat “dicht bij de mensen”, maar is toch niet te beroerd om goed bekkende metaforen te gebruiken om die realiteit treffend te beschrijven en desnoods naar zijn hand te zetten. Hij (het is bijna altijd een hij) deinst er niet voor terug om kwistig sofismen rond te strooien. Hij is per definitie ook erg goed in het bespelen van de massamedia, en heeft weinig moeite om media-formats te exploiteren in zijn voordeel. Populistische politici beklemtonen doorgaans ook dat er een acute en veralgemeende crisis is. Provoceren is hun tweede natuur, bij hun manier van politiek bedrijven komt dus nogal wat theater kijken. Ook zijn ze overal tegen, maar bijna nergens echt voor. En als ze dan toch een oplossing voorstellen voor complexe problemen, is die bijna per definitie verbazingwekkend simpel. Veel populisten hebben de neiging om hun aanhang als homogeen en zuiver voor te stellen – diversiteit en pluralisme zijn niet echt hun ding. Zie bijvoorbeeld “Henk en Ingrid” die symbool staan voor de modale Nederlander in het land van Wilders.  En je bent voor of tegen hen, in die zin was George W. Bush misschien wel de ultieme populist. Ook de tegenstrever is dus “zuiver”, in de zin dat de opponent veelal lekker demonische proporties aanneemt.

De populistische aanhang zijn doorgaans – althans in de perceptie — veelal gewone mensen die zich tegenover een technocratische en “well-connected” elite geplaatst zien. Zij voelen zich in zekere zin machteloos of toch minstens genegeerd en niet au sérieux genomen. In veel populistische bewegingen zit ook een anti-intellectuele tendens, en bijgevolg een bloedhekel aan complex en technocratisch jargon. Er wordt weliswaar vaak op de rede een beroep gedaan, maar dan toch vooral op “gezond” verstand; en gezond verstand wordt steevast vergezeld door een stevige portie emotie. Niet voor niks appelleren populistische politici vaak aan de onderbuik van de burgers. Populistische aanhangers hebben het hardnekkige gevoel te leven in een schijndemocratie. De elite bedisselt het allemaal onder zichzelf. Velen hunkeren naar een charismatische leider, die recht door zee gaat, en de “zwijnenstal eens goed gaat uitmesten”.

Populisme heeft per definitie een negatieve connotatie, je wordt altijd als populist omschreven door je politieke tegenstrever. Het is een label waarmee je bij wijze van spreken iemand kunt doodkloppen, vandaar dat het ook dergelijke controverse oproept. Tenslotte is de populistische achterban bijna altijd kwaad of, erger nog, razend. Om tal van redenen, die niet altijd duidelijk zijn, ook niet voor henzelf trouwens.

Ambiguïteit

Maar dan wordt het moeilijker. Vormt populisme een frontale aanval op de verlichtingswaarden, zoals Bas Heijne vorige week in zijn kerstessay in De Standaard beweerde? Of zijn mensen vooral woest omdat de discrepantie tussen die waarden en de realiteit zo groot blijkt in het “humanistische” Europa of in de VS, het land van de “American dream & freedom of opportunity”? Of nog, is de kloof tussen waarden en realiteit vooral een kwestie van perceptie?

Gaat het om een mentaliteit of om een coherente ideologie? Nogal wat van die populistische politici lijken immers afwisselend linkse en rechtse posities in te nemen, al naargelang de wind waait of al naargelang het hen uitkomt. Geert Wilders beheerst die kunst als geen andere. Maarten Van Rossem is een van diegenen die vindt dat populisme vooral een mentaliteit weergeeft, eerder dan een ideologie.

Er zit een populist in elk van ons

Ik denk dat de crisis waarin westerse democratieën zich bevinden inhoudt dat bijna elk van ons minstens tot op zekere hoogte populistisch denkt, anno 2010. Politieke tegenstrevers verslijten voor populisten is dan ook arbitrair en contraproductief geworden. Het wordt tijd om die waarheid onder ogen te zien: “we are all in this together.” Laat ik een en ander effen proberen toe te lichten.

Volgens mij denken we bijna allemaal populistisch met betrekking tot een politiek niveau maar niet noodzakelijk ook ten aanzien van een ander of andere politieke niveaus. Om een voorbeeld te geven: zelf ben ik voorstander van een structurele staatshervorming in België, al was het maar om van het communautaire gezeur af te zijn. Daarmee sta ik tot nader order aan de kant van de technocratische rationele elite in dit land, en ben ik dus zeker geen populist. De Belgische constructie is weliswaar niet bijster rationeel, maar de comparatieve voordelen halen het zeker voorlopig nog op de nadelen. Een N-VAer die de lijn De Wever aanhangt, namelijk dat België geleidelijk aan zal verdampen in Europa, en bereid is desnoods het land op te blazen, was tot een paar jaar geleden een populist, want dat was toch een al te simpele remedie voor dit complexe land. Nu is dat echter een stuk minder duidelijk geworden, want de strekking de Wever is opgeschoven naar het centrum, sommigen ervaren het tegenwoordig zelfs als de grondstroom in Vlaanderen.

Maar om terug te komen op mijn redenering: dat ik niet populistisch denk met betrekking tot België hoeft niet te betekenen dat ik geen populist zou kunnen zijn met betrekking tot het Europese en/of globale niveau. Ik vind bijvoorbeeld dat de EU in de huidige omstandigheden nog het best als een neoliberaal vehikel kan omschreven worden, ook al zegt Bart Staes dan dat het Europees parlement tegenwoordig in 80 % van de beleidsmaatregelen het laatste woord heeft. Met dat standpunt ben ik ongetwijfeld een populist voor de neutrale waarnemer. Ik vertoon immers de neiging om multinationals, bankiers, en andere CEOs over één kam te scheren, overigens niet gehinderd door enige insider-kennis van die milieus. Europa heeft zijn historische verdiensten, zeker, en het alternatief voor een EU die uiteenvalt is ongetwijfeld nog erger, maar per saldo denk ik dat ik op dit moment tegen de EU in zijn huidige vorm zou stemmen, als mij gevraagd werd of ik het EU project nog steun.  Toch op basis van de informatie waarover ik beschik. Teveel staat in het teken van privatisering, concurrentiekracht en competitiviteit, en economische groei (ook al heet die tegenwoordig duurzaam te zijn).

De meesten onder ons voelen zich machteloos ten opzichte van de manier waarop globalisering zich voltrekt in de wereld en de wijze waarop globale technocratische elites een en ander (verzuimen te?) beredderen.

Met betrekking tot het globale (planetaire) niveau, zou ik ongetwijfeld ook als (links-)populistisch omschreven worden. Cancun was een aanzet, maar leverde veel te weinig op. Ik heb weinig vertrouwen in de richting die de globale technocratische elite ons uitdrijft, speculerend op het indijken en beperken van klimaatverandering via technologische verandering en innovatie, zonder veel aandacht te besteden aan de waardenverandering richting soberder leven die even noodzakelijk is, en internationale structurele solidariteit. Ideologisch zit ik op de lijn Wallerstein die in het nieuwe Foreign Policy issue aangeeft dat de doodsstrijd van het kapitalisme ingezet is. Maar met dat standpunt ben je anno 2010 een naïeve andersglobalist, of erger nog, een doemdenker. Beide zijn andere termen voor populisten, die voor de verandering niet alleen door politieke tegenstrevers gebruikt worden, maar ook door mainstream-media  (die het bijvoorbeeld consequent over een “praatbarak” hebben als het Wereld Sociaal Forum ter sprake komt).

Velen onder ons denken dus minstens met betrekking tot één politiek niveau populistisch – al was het maar omdat je onmogelijk alle informatie kunt behappen die op je afkomt, globaal of in de EU bijvoorbeeld, en de meesten onder ons zich machteloos voelen ten opzichte van de manier waarop globalisering zich voltrekt in de wereld en de wijze waarop globale technocratische elites een en ander (verzuimen te?) beredderen. Overigens kun je ook populistisch denken ten aanzien van een bepaald beleid, en niet op andere beleidsdomeinen. Zo heten CD&Vers bijvoorbeeld “energiepopulisten” voor jong Groen!  Nu denk ikzelf niet meteen aan Wouter Beke als ik me een über-populist probeer voor de geest te halen, maar je begrijpt het plaatje.

Oorzaken

Ik blijf ervan overtuigd dat een van de hoofdoorzaken van populisme niet ligt in de desillusie met het multiculturele verhaal, al speelt die factor ongetwijfeld een rol. Anderen, zoals Raffaele Simone, zoeken de oorzaak in de ik-gerichtheid en het narcisme van de burger, het huidige hedonisme dus – iets wat Heijne in een vroeger stuk nogal eenvoudig vond als verklaring, al was het maar omdat dat dit hedonisme bij populisten overduidelijk ook een politieke uitlaatklep zoekt.

Volgens mij is de verregaande vermarkting en economisering van relaties en ons leven (zoals Herman de Dijn in de DS zaterdagkrant aangaf in zijn reactie op Bas Heijne) de kernoorzaak van het wijdverspreide ongenoegen, in combinatie met de professionalisering, verplichte competitiviteit, complexificatie en technocratisering. (ik geef graag toe dat ik nu niet bijster populistisch bezig ben, maar eerder als een volbloed socioloog) Mensen beseffen maar al te goed dat hun leven, ook al zijn velen er materieel op vooruitgegaan, schraler geworden is, nu ze nog enkel als ‘homo economicus’, ‘consument’, ‘cliënt’, ‘consultant’, ‘professional’… worden benaderd, en ze het gevoel krijgen vanuit hoge ivoren torens (Brussel, de EU instellingen, WTO, IMF, of de tegenwoordig wel erg zichtbare markten) bestuurd of beter gezegd opgejut te worden. Dag in dag uit competitief moeten zijn en je ‘toegevoegde waarde’ moeten bewijzen, dat gaat vreten aan een mens.

Je kunt geen maatschappij of politieke entiteit bouwen op homo economici, die louter de willoze speelbal blijken van markten, dat bestaat niet. Mensen willen – terecht – meer dan economische nuchterheid. Ze willen geloven in iets dat hen overstijgt, daar heeft Susan Neiman bijvoorbeeld gelijk in. Sommigen vinden dat ‘méér’ in kunstmatige enkelvoudige identiteiten – Vlaming, moslima – anderen zoeken het in spiritualiteit, ecologisch denken, of nieuwe vormen van idealisme. Overigens denk ik dat veel van het ongenoegen van Jan Modaal met de islam te maken heeft met het feit dat nogal wat moslims niet in dezelfde mate in de ban lijken te zijn van dit allesoverheersende economische denken. Om De Gucht te citeren: daar kunnen we met ons beperkte verstand niet bij.  Maar toegegeven, ik zie ook nogal wat hoofddoekjes op de Meir in deze soldenperiode.

Ook de Westerse angst voor het Chinese groeimirakel wijst in dezelfde richting: in de Chinese drang naar groei en consumentisme zien we als het ware onszelf weerspiegeld, maar dan in een nog beklemmender vorm. Chinezen zijn de ultieme kapitalisten, toch in het beeld dat velen van hen hebben, “onbetrouwbaar”-  nu citeer ik mijn xenofobe oom uit West-Vlaanderen, en zoekend naar profijt op de korte termijn, zoals de eerste de beste Wall Street-bankier dus. Zij bedreigen onze welvaart, aangezien ze het kapitalistische spelletje nog wat rauwer spelen dan wij. Je vraagt je af waarom wij het zo moeilijk hebben met hun materialisme en consumentisme, de pot verwijt hier toch duidelijk de ketel. We weten ergens wel dat niet iedereen een Westerse levensstandaard kan hebben, maar wijzelf boeten toch niet graag in aan comfort. Het zijn de anderen die hun levensstijl eerst moeten aanpassen, niet wij. De zogenaamd ‘populistische’ volkswoede zal zich in de nabije toekomst dus meer en meer op China gaat richten, want jezelf in de spiegel zien is voor de meesten geen aangename oefening, toch vanaf een zekere leeftijd.

Media

Combineer die toenemende ontnuchtering van mensen, die tot de vaststelling komen dat alles economisch is geworden, met de hemeltergende verhalen die ze elke dag in de krant, op tv of op websites kunnen lezen en bekijken over excessieve bonussen van bankiers of CEOs, over aanvallers die duizelingwekkende bedragen verdienen omdat ze toevallig goed tegen een balletje kunnen trappen, over een bepaalde financiële elite en multinationals die blijkbaar immuun lijken voor het betalen van gewone belastingen (via tax havens, of fiscale spitstechnologie), en je begrijpt dat de ‘social fabric’ van de maatschappij zelf in gevaar is. Dit kun je echt niet meer maken. Wat nu in het Westen gebeurt, verschilt overigens in weinig van wat op dit ogenblik in China gebeurt. Ook daar is de discrepantie tussen de slogans (de Partij komt op voor het algemeen belang en het volk) en de realiteit (te?) groot geworden. Gevolg: terechte woede, eerst en vooral bij zij die uit de boot dreigen te vallen. Iets wat helaas kan ontaarden in een nog ergere situatie dan de huidige. Ook in het eerste decennium van de 20ste eeuw en in de jaren ’30 waren toenmalige elites (bijvoorbeeld in Amerika) bevreesd voor het opkomende populisme. Terecht, zo bleek, respectievelijk met de (al snel ontaardende) revolutie in de Sovjetunie en WO II. Populisme kan altijd gemanipuleerd worden. Wij allemaal kunnen dus gemanipuleerd worden ‘voor de goede zaak’.

Om JF Kennedy te parafraseren: we zijn dus allemaal populisten tegenwoordig, met uitzondering misschien van de De Guchts en Geert Noelsen onder ons. Populisme is niet langer louter de “griep” van de democratie (Maarten van Rossem). Democratieën zijn misschien nog niet terminaal maar toch minstens chronisch ziek. Tezelfdertijd zijn we het echter verplicht aan onszelf om de lessen van de geschiedenis niet te vergeten. En die zijn: dat de remedie erger kan zijn dan de kwaal.

Kristof Decoster is politiek socioloog

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift