Was de dalai lama altijd even heilig?

Zondag brengt de dalai lama een bezoek aan de Brusselse Heizel. Dat is de aanleiding voor Jan Jonckheere om vragen te stellen bij het Tibetaanse verzet tegen de Chinese annexatie en de rol die zowel de dalai lama als de Amerikaanse CIA daarin speelden. Is het vreedzame, boeddhistische verzet een mythe?

  • Yancho Sabev (CC BY-SA 3.0) De 14de dalai lama tijdens een bezoek aan Antwerpen in 2006 Yancho Sabev (CC BY-SA 3.0)
  • John Hill (CC BY-SA 3.0) Uithangbord boven de ingang van een klein café in Tibet John Hill (CC BY-SA 3.0)
  • Antoine Taveneaux (CC BY-SA 3.0) Het Potalapaleis, de officiële residentie van de dalai lama in Tibet. De dalai lama verliet Lhasa in maart 1959 nadat een orakel hem dat opdroeg Antoine Taveneaux (CC BY-SA 3.0)

Verduidelijking

De door Tibetanen bewoonde regio bestaat uit drie delen. Centraal-Tibet heet nu de Autonome Regio Tibet. Daarnaast is er ook Amdo in het noorden en Kham in het oosten. Die waren ooit, meer dan duizend jaar geleden, verenigd in een Tibetaans koninkrijk.
Maar sedert de Qing dynastie (18de eeuw) valt Amdo onder de provincie Qinghai en Kham onder de provincie Sichuan. Tibetanen leven er samen met andere minderheden en met de Han. Het Tibetaans verzet tegen de Chinese Volksrepubliek kwam vooral uit Kham.
Deze Tibetanen betuigden weliswaar hun religieuze aanhankelijkheid aan Lhasa, maar de sociologische samenstelling in Kham was anders dan in Centraal-Tibet: terwijl in Centraal Tibet grootgrondbezit van adel en kloosters overheersten, was dit niet het geval in Kham waar lokale clanleiders de dienst uitmaakten naast vijf rijke families die in wol handelden.

De Chinese regeringen van de Guomindang (tot 1949) en van de communisten (na 1949) waren het altijd op een punt eens: Tibet is een deel van China, ook had de Tibetaanse elite na de val van het Chinese keizerrijk in 1912 de keizerlijke ambtenaren uit Lhasa weggejaagd.

De Amerikanen poogden voor het ontstaan van de Volksrepubliek de kool en de geit te sparen. Een Tibetaanse delegatie die in 1947 Washington bezocht, werd low profile ontvangen om de Guomindang niet voor het hoofd te stoten. Toen enkele maanden later echter duidelijk werd dat de Guomindang in de burgeroorlog het onderspit zou delven, suggereerde de VS-ambassadeur in India het “State Department” voorbereidselen te treffen om de onafhankelijkheid van Tibet te erkennen. Op 1 oktober 1949 riep Mao Zedong de Volksrepubliek uit en hij beloofde op 1 januari 1950 dat Tibet terug onder het centrale gezag zou komen.

Een eerste oproep van het lokaal Tibetaans ‘Bestuur voor Buitenlandse zaken’ om hulp aan de VS en VK kwam er al op 19 november 1949. Van Britse zijde werd de Tibetanen geadviseerd om het aantal Tibetaanse legertroepen duidelijk boven 10.000 te doen uitstijgen. Britten en Amerikanen stemden hun Tibetaanse violen op elkaar af en beiden waren het eens dat zonder een duidelijke Indische steun voor militaire hulp aan Tibet, hun wensen dromen zouden blijven.

De politiek van India was dubbelzinnig

De Tibetanen mochten echter niet te veel militaire hulp verwachten gezien de gereserveerde houding van de Indische premier Nehru die Mao en de Chinezen te vriend wilde houden. De politiek van India was echter dubbelzinnig: enerzijds bezorgde het land Tibet lichte wapens, maar anderzijds wilde het land niet dat de zaak uit de hand liep zodat het bondgenootschap met het China van Mao op de klippen zou lopen.

In juli 1950 begon generaal Liu Bocheng een campagne om Tibet terug onder het gezag van Beijing te brengen. Hij beloofde de Tibetanen zelfbestuur en bescherming van de kloosters. Het Volksbevrijdingsleger versloeg het Tibetaanse leger in Qamdo in twee weken. Bevelhebber Ngabo Ngawang Jigme werd gearresteerd, maar zou zich later aan de Chinese kant scharen en zelfs vicepresident van China worden. In Lhasa werd de 15-jarige dalai lama drie jaar eerder dan gewoonlijk op de troon geplaatst. De broer van de dalai lama, Thubten Norbu, keerde uit Kham naar Lhasa terug en hing gruwelverhalen op over hoe het er in Kham aan toe ging. Daarop ontvluchtten beide broers met hun moeder, nog een broer en een gevolg van 200 man Lhasa en vestigden ze zich in Yatung, op 22 km van de grens met India.

De Tibetaanse elite was verdeeld over hoe te reageren op de Chinezen.

De Tibetaanse elite was verdeeld over hoe te reageren op de Chinezen. Vele oudere lama’s zagen zelfbestuur wel zitten in ruil voor het afstaan van defensie en buitenlandse zaken aan de Chinezen. Maar de dalai lama vroeg onder invloed van zijn kabinetschef of de VS hem en zijn gevolg asiel wilde schenken en of de VS militaire steun wilde verlenen voor een anti-Chinese weerstandsbeweging. Hij verduidelijkte dat hij Chinese controle wou toestaan over het gebied ten oosten van de Jangtse, Kham dus, maar niet over Centraal-Tibet.

Nog voor de VS kon antwoorden, kwam het bericht dat de delegatie die de dalai lama naar Beijing had gestuurd, op 23 mei het zeventien punten akkoord had getekend, waarbij autonomie wordt toegekend in interne Tibetaanse zaken in ruil voor Chinese zeggenschap over buitenlandse zaken en defensie. Er zou geen afschaffing van de feodaliteit in Tibet komen zonder akkoord van de Tibetaanse elite. Zowel de Chinezen als de VS stuurden spoorslags een missie naar Yatung. De Chinezen om de dalai lama te feliciteren met de ondertekening van het akkoord; de Amerikanen om steun te verlenen voor een autonoom Tibet; hun steun zou evenredig zijn aan de afwijzing van het 17-puntenakkoord door de dalai lama. De dalai lama zat tussen twee vuren.

Terug in Lhasa

In Lhasa waren in 1951 de eerste Chinese troepen aangekomen en ze betaalden royaal voor het vastgoed dat ze kochten van rijke families . Ze openden een dispensarium met gratis zorgen, een bank en een ziekenhuis; ze verschaften gratis filmvoorstellingen eerst voor troepen en politie, later voor het brede publiek. De dalai lama werd gevraagd en aanvaardde aan het hoofd te staan van het lokale bestuur. Voormalig Tibetaans defensieminister Ragashar en Ngabo Ngawang Jigme werden de adjuncten van de bevelhebber over Tibet, generaal Zhang Guohua. Amerikaanse intelligence schatte de Chinese troepen op 10.000 tot 15.000 waarvan 5.000 in Lhasa.

Gyalo Thondup vluchtte naar Calcutta waar hij de VS voorstelde om binnen Tibet een geheime verzetsorganisatie op te richten

Op dit moment kwam een andere broer van de dalai lama, Gyalo Thondup terug van een verblijf in Taiwan. Na overleg met de dalai lama en de rest van de familie werd besloten dat hij in het buitenland hulp zou zoeken voor de Tibetaanse zaak. Gyalo vluchtte via Darjeeling naar Calcutta waar hij de VS voorstelde om binnen Tibet een geheime verzetsorganisatie op te richten en ook te starten met een militaire opleiding van Tibetanen in het buitenland. Hij verzamelde Tibetanen in de grensstreek en deze informele organisatie begon in verschillende steden bijeenkomsten te houden van 20 tot 30 personen. Op de geboortedag van de dalai lama kwamen 2.000 personen samen…

De dalai lama aanvaardde de Chinese uitnodiging om samen met de panchen lama (de hoogste spirituele leider van Tibet na de dalai lama, nvdr) Beijing te bezoeken; de reis zou zeven maanden duren. Hij ontmoette er niet enkel Zhou Enlai, Zhu De en Mao maar ook Kroestsjov en Nehru.

Omdat de provincies Qinghai en Sichuan niet onder het 17-punten programma vielen en de belofte om de feodaliteit te behouden daar niet gold, werd in Amdo en Kham een landhervorming doorgevoerd. Kloosters en grootgrondbezitters verloren hun grond, en begonnen verzet te organiseren.

CIA in actie na ‘57

Gyalo trok dus naar het VS-consulaat in Calcutta om hulp. De CIA was het eens om 6 Khampa’s een guerrilla-opleiding te geven. Nadien zouden die geparachuteerd worden in Tibet en op basis van hun rapporten zouden de VS beslissen over verdere stappen. Na de spoedopleiding van de 6 Khampa’s werden ze in twee teams gedropt; beide teams kregen elk 114 kilo aan materiaal gaande van wapens tot radio’s mee en moesten “de ogen en oren” worden van de CIA in Tibet.

De 51 jarige handelaar Gompo Tashi Andrutsang uit Litang probeerde intussen vanuit Kham een verzetsbeweging te organiseren. Hij hield de kabinetschef Phala van de dalai lama en ook de CIA op de hoogte van de vorming van het rebellenleger. Gompo Tashi trok zich rond het Drigu Tso-meer in Centraal-Tibet terug en noemde zijn legertje de “Volunteer Freedom Fighters for Religious and Politican Resistance”.

De eerste VS-dropping van wapens vond plaats in juli 1958 het was de eerste in een reeks van 30 gedurende de volgende drie jaar.

De eerste VS-dropping van wapens vond plaats in juli 1958 het was de eerste in een reeks van 30 gedurende de volgende drie jaar. Geen van hen werd door de Chinezen ontdekt. Gompo’s ‘Volunteer Freedom Fighters’ kregen echter niet de verhoopte ondersteuning van de bevolking. Doordat de Khampa’s traditioneel samen met honderden te paard rondtrokken, wisten de Chinezen hen te lokaliseren in de kale bergen van Centraal Tibet. Gompo trok zich terug naar het meer vertrouwde terrein in Kham.

Gompo Tashi had in zijn geboortestreek de lokale clanhoofden bewerkt en met hun steun plande hij aanvallen op de door de Chinezen nieuw gebouwde weg van Sichuan naar Lhasa. 7.000 rekruten boden zich aan en het lokale Chinese wapenarsenaal werd buit gemaakt. Enkel door het inzetten van de Chinese luchtmacht konden de Tibetaanse aanvallen afgeslagen worden. Gompo besliste het centrum van zijn rebellie opnieuw te verplaatsen naar Centraal-Tibet, naar de Yarlung.

Vlucht naar India

Toen de dalai lama in 1959 na een paar jaren theologische vervolmaking in kloosters naar Lhasa terugkeerde, werd hij enthousiast onthaald door duizenden Tibetanen. De Chinezen nodigden hem uit om een theatervoorstelling van het Chinese leger bij te wonen. Onder de massa werd echter het gerucht verspreid men hem wilde kidnappen. De menigte nabij Norbulingka groeide aan tot 30.000. De stad Lhasa telde toen door het hoge aantal vluchtelingen uit Kham drie maal meer inwoners dan normaal.

Twee mortiergranaten ontploften nabij Norbulingka. De spanning steeg ten top. De dalai lama legde zijn lot in handen van een orakel dat hem op 17 maart opdroeg “Lhasa vannacht te verlaten”. Die nacht verliet hij de stad, vermomd als een boer te paard. Met moeder, broer, zuster en nog een gevolg. Noch het Chinese leger, noch de protesteerders wisten van de vlucht. Er braken in Lhasa rellen uit, gesteund door het officiële Tibetaans leger.

Antoine Taveneaux (CC BY-SA 3.0)

Het Potalapaleis, de officiële residentie van de dalai lama in Tibet. De dalai lama verliet Lhasa in maart 1959 nadat een orakel hem dat opdroeg

Op 25 maart kwam de dalai lama in Chongye aan en hoorde hij dat hij zou vergezeld worden door radio operatoren die dagelijks de CIA op de hoogte moesten houden. Op 27 maart bereikte hij een rebellenbasis nabij Lhuntse Dzong . Naar verluidt wou hij daar de gebeurtenissen afwachten. Toen hij echter op de “Voice of America” hoorde dat Beijing als gevolg van de opstand de Tibetaanse regering ontbonden had, vergaderde hij met zijn gevolg en verwierp hij het zeventien punten akkoord. Voor 1.000 soldaten van het rebellenleger kondigde hij de vorming van de “echte Tibetaanse regering” aan . Broer Gyalo Thondup had ondertussen via Nehru zijn asiel geregeld en hij vluchtte naar India.

De dalai lama zou publieke verklaringen op Indische bodem zoveel mogelijk mijden terwijl hij de geheime politieke actie aan zijn broer Gyalo overliet. Hij vroeg de VS wel expliciet om het verzet van zijn volk te steunen en zijn regering te erkennen als een regering in ballingschap. Eisenhower had op 1 april 1959 zijn steun verleend aan permanente paramilitaire acties door de Tibetanen.

Het verzetsgebied stond echter op het punt te vallen en wat overbleef van het legertje trok zich samen met een paar CIA agenten terug in India. Halfweg april hadden de Chinezen de rebellenbasis te Tsona nabij de Indische grens veroverd. Op 20 april riep CIA voorzitter Allen Dulles de stafchefs bijeen om het slechte nieuws over Tibet te vertellen: het verzet was verslagen. 3 dagen later briefte hij het voltallige Veiligheidscomité dat Gompo Tashi’s Freedom Fighters zowel in Kham als in Centraal Tibet uiteengevallen waren.

Droppings

Daarop besliste de CIA voorlopig geen Khampa’s meer te laten infiltreren in Tibet, maar de broer van de dalai lama, Gyalo mocht wel een nieuwe reeks van 18 agenten selecteren voor opleiding. Zij moesten normaal dienen om het Tibetaans rebellenleger te ondersteunen, maar de vraag was wat er van dit legertje overbleef en waar het zich bevond.

Gyalo Thondup besliste vanuit Darjeeling te infiltreren om zich te vergewissen van de precieze positie van de overblijvende rebellen, maar deze missie duurde niet lang: twee van de drie agenten werden vrij snel gedood. De derde kon vluchten, maar het duurde maanden vooraleer hij terug in Darjeeling geraakte.

Daarmee had de CIA nog steeds geen ogen noch oren in Tibet. Uit geruchten van vluchtelingen bleek dat er zich nog een restant van het rebellenleger bevond nabij het Nam Tso meer. Na een dropping van agenten nabij dit meer leerden ze dat het lokale restant van de “Freedom Fighters” zes maanden voordien ontbonden was. Ze zagen weinig andere mogelijkheden dan in een boog om het Volksbevrijdingsleger heen te lopen en via West-Tibet naar de grens met Nepal uit te wijken. Nadien keerden ze naar Darjeeling terug.

CIA-officier McCarthy ontmoette er Gompo Tashi en de rebellenleider suggereerde bij hun brainstorming om Pembar, in Centraal-Tibet maar vlak bij Kham, als volgend doelwit te nemen gezien het sterk anti-Chinees karakter van de lokale bevolking. De gedropte agenten vroegen om meer wapens. Vier maal volgden geheime wapen droppings in Pembar. De VS-“Tibetan Task Force” vond dat ze de wind in de zeilen had en plande al een volgende dropping voor februari 1960.

De twaalf geïnfiltreerde agenten sloegen op de vlucht en na confrontaties met het Chinees leger bereikten maar vijf overlevende agenten India.

De infanterie van het Volksbevrijdingsleger kreeg echter lucht van de zaak en waarschuwde de rebellen via pamfletten het contact met buitenlandse krachten te verbreken. Nadien begonnen vijf Chinese vliegtuigen de guerrilla -die op enkele duizenden personen geraamd werd- te bombarderen. Dit eiste veel slachtoffers. De 12 geïnfiltreerde agenten sloegen op de vlucht en na confrontaties met het Chinees leger bereikten maar vijf overlevende agenten India.

De verliezen waren zelfs nog groter bij het team dat afgesplitst was en naar Amdo gestuurd. Geen van het tiental agenten uit Amdo bereikte ooit weer India. Op het ogenblik dat beslist werd om hen ter hulp te komen, werd een Amerikaans U-2 spionagevliegtuig door de Sovjet-Unie neergehaald. Daarop schrapte Washington alle geheime operaties over communistisch grondgebied, dus ook de Tibetaanse droppings.

In februari 1960 maakte CIA-directeur Dulles een balans op van de Tibet-operaties en vroeg president Eisenhower de voortzetting ervan. Omdat het State Department een gunstig advies gaf, zette Eisenhower het licht op groen en ook de nieuwe president Kennedy wilde de Tibetaanse operatie verder zetten. Op 31 maart werden opnieuw een 12 tal in de VS opgeleide Tibetanen gedropt en nu werd Markam , in de buurt van Pemba, als doelwit gekozen; het was de geboorteplaats van teamleider Tim (Yeshi Wangyal ) wiens vader aan het hoofd stond van het verzet.

De strijdlustige Khampa’s waren het vechten tegen de Chinezen na jaren echter beu . Na 24 dagen zonden de Markam- agenten de “Tibet Task Force” het bericht dat de rebellen de heuvels rond Markam aan het verlaten waren. Een van de gedropte agenten werd gevangen genomen en biechtte alles op. Voor de CIA was het duidelijk dat een nieuwe strategie moest worden gevolgd

Mustang

Rebellenleider Gompo Tashi en Gyalo’s luitenant Lhamo Tsering broedden te Darjeeling op een heroprichting van de uit elkaar geslagen ‘Freedom Fighters’. India verzette zich echter tegen een regelmatige bevoorrading van de rebellen via zijn grondgebied. Ook Bhutan en Sikkim dat onder Indisch bestuur viel, waren uitgesloten. Enkel Nepal bleef over in de regio.

De twaalf Mustang grensdorpen rond de belangrijkste stad Lo Monthang hadden hun autonomie mogen behouden evenals hun eigen koning. Dus leek dit terrein wel ideaal voor uitval operaties naar Tibet over de grens, te meer daar er zich geen hoge bergpassen bevonden die ’s winters door sneeuw geblokkeerd werden. Er was voldoende ruimte voor camouflage van een guerrillakamp en er kwam nauwelijks een vreemde toerist voorbij was hun redenering.

Nu moesten nog de Amerikanen overtuigd worden en de twee vertrokken in 1961 naar Calcutta om bij de CIA te lobbyen voor hun plan. De CIA was het eens om wapens te leveren en in de VS commandanten op te leiden voor een totaal van 2.100 personen, maar wel op voorwaarde dat de zaak niet openbaar bekend gemaakt werd. In een eerste fase mochten er 300 man komen en pas als deze in Tibet vaste voet aan de grond kregen zou een tweede lichting volgen, zo werd overeengekomen.

Na de affaire met de U2 -een door de Sovjet-Unie neergehaald VS spionagevliegtuig- mocht de CIA geen droppings meer verrichten

Het nieuws verspreidde zich snel onder de Tibetaanse vluchtelingen en op 1 augustus rapporteerden Indische media in Calcutta een mysterieuze exodus van Tibetanen uit Sikkim. Tegen de herfst waren de 400 goedgekeurde kandidaten vergezeld door 200 anderen, terwijl nog honderden onderweg bleken. De prins van Sikkim protesteerde bij Gyalo dat zovele wegenbouwers het op een lopen zetten en Gompo stuurde een gezant om de irrealistische verwachtingen van de Tibetanen in Sikkim te temperen.

Van de CIA kreeg Gyalo boze berichten dat de intocht in Mustang afgeremd moest worden en daarbij werd gedreigd met het stopzetten van de bevoorrading. In plaats van de afgesproken 300 personen in Mustang waren er al drie maal zo veel. Na de affaire met de U2 -een door de Sovjet-Unie neergehaald VS spionagevliegtuig- mocht de CIA geen droppings meer verrichten en de nieuw aangekomen VS-ambassadeur in India, Galbraith, vond dat de Mustang operatie de relatie met India kon vertroebelen. De koning van Mustang verkoos de aanwezigheid van de Tibetanen te negeren.

Niettegenstaande het verzet van zijn vriend Galbraith keurde president Kennedy toch een eerste Mustang dropping goed in maart 1961. Deze was succesvol doordat hij totaal onopgemerkt bleef. Pas zes maanden na de dropping werd een aanval verricht op het Volksbevrijdingsleger, maar zonder foto’s noch bewijsmateriaal. Daarna plande Baba Yeshi een raid op de weg die Lhasa en Xinjiang verbindt. Ze doodden er Chinezen die per jeep aankwamen en maakten een leren tas met documenten buit die aan Calcutta werd overgemaakt als trofee.

Bij opening bleek de tas 16.000 pagina’s vertrouwelijke documenten te bevatten, waaruit de CIA later honderd rapporten zou distilleren. Voor de “Tibet Task Force” was dit het bewijs van het nut van de operaties. Eind december werd niettegenstaande Galbraiths scepsis toch toestemming verleend voor verdere droppings in Mustang. Een eerste vliegtuig uit Takhli dropte hun wapentuig op de afgesproken plaats waar 400 man de honderden wapens ophaalden zodat de helft van de Mustang rebellen gewapend waren. Een andere wapen dropping vond plaats in december 1961.

De CIA verzocht Mustang om spoedige acties, maar leider Baba Yeshi temporiseerde deze acties en vroeg nog meer wapens. Kennedy had echter om in te gaan op het verzoek van Galbraith, enkel zijn toestemming voor bijkomende wapens verleend indien de Indische regering er mee instemde. De CIA wist dat dit de facto een stopzetten betekende want de Indische defensieminister volgde een vrij linkse koers. Tegenover deze militaire stilstand stond echter dat de CIA begon met de dalai lama en zijn omgeving te financieren en zou dat doen tot Nixon naar Beijing reisde.

India krijgt VS-hulp

Op 20 oktober 1962 begon de Chinees-Indische oorlog met de verovering van een grenspost door China. Kennedy stuurde assistent Secretary of State Averell Harriman met nog 10 toplui -zowel diplomaten als CIA-ers- naar India waar ze voor 120 miljoen dollar hulp beloofden. Fitzgerald, CIA-hoofd voor het Verre Oosten, opperde dat zijn Tibetanen wel eens de gedroomde manschappen zouden zijn die India konden helpen bij het afschrikken van de Chinezen.

Fitzgerald was blij dat de Mustang operatie nu nuttig kon zijn. De Amerikanen beloofden de Indiërs ook aparte logistieke- en opleidingshulp voor een nog nieuw op te richten paramilitaire groep onder Indische leiding. Gyalo Thondup, de broer van de dalai lama, mocht de Tibetaanse vrijwilligers selecteren. Hij beloofde er 5.000 te leveren.

de CIA stuurde acht adviseurs gedurende zes maanden om de groep te trainen in guerrilla en onconventionele oorlogsvoering.

De duizenden vrijwilligers stroomden toe en de CIA stuurde acht adviseurs gedurende zes maanden om de groep te trainen in guerrilla en onconventionele oorlogsvoering. Bij de opleiding hoorde onder meer werken met radio’s en parachute training. Eind 1963 was de lokale opleiding van de Tibetanen afgelopen en werden de 4 teams met in totaal 135 Tibetanen naar de VS gestuurd voor verdere voltooiing. India en VS waren het eens dat een ‘Joint operations center’ in Delhi de agenten zou uitsturen naar Tibet en hun activiteiten zou controleren. Er zouden op de grens communicatieteams achter gelaten worden die hun boodschappen moesten doorseinen naar India.

Waar tussen CIA en het Indiase Intelligence Bureau minder overeenstemming over was, betrof de beoordeling van die andere operatie: Mustang. Beiden wilden de ongewapende helft van de Mustang agenten overhevelen naar de nieuwe eenheid, maar Mustangleider Baba Yeshi was uiteraard niet gelukkig met de halvering van zijn troepen.

Wat hun grensoverschrijdende aanvallen in Tibet betrof, deze vonden enkel plaats tijdens de winter wanneer de Yarlung rivier, in India de Brahmapoetra, bevroren was. In feite vonden in de periode 63-64 geen aanvallen plaats.. Mustang was tot een zijvertoning herleid. Het Joint Centre zou meer en meer het samenwerkingsorgaan worden tussen Indische en VS-spionage en kreeg ook de guerrillaoperatie in Mustang onder zich. Amerikanen leverden materieel en opleiding, de Indiërs het terrein en de Tibetanen de manschappen.

Radioteams

Van de 135 opgeleide agenten waren er 100 bestemd voor spionage in de Chinese grensstreek. Deze agenten de grens over te krijgen, bleek niet zo eenvoudig. 3 teams kwamen er niet aan toe. Wanneer de CIA- leiders in november een balans opmaakten, stelden ze vast dat 4 van de teams minstens iemand in Tibet hadden die sympathisanten gevonden had. Ze planden een tweede ronde van 9 teams tijdens de lente van 1965.

Na de moord op Kennedy weigerde zijn opvolger Johnson echter gedurende een jaar zijn goedkeuring te verlenen aan de voortzetting van het vijfjarenplan voor militaire samenwerking met India. Na het conflict om Kasjmir had de VS alle wapenleveringen aan India en Pakistan verboden, met de geheime basis Charbatia als uitzondering.

Hoofd Mullik van de Indische spionage vond de resultaten van de naar de grens gestuurde radioteams te pover. Enkele teams trokken zich uit Tibet terug, andere werden door het Chinese leger ontdekt en gevangen genomen. Sommigen stierven in een vuurgevecht. De nieuwe teams uit 1965 verging het nauwelijks beter. Ook hiervan werden er gevangen genomen of dropen af richting India.

De toestand in Mustang was evenmin verre van wat gehoopt werd. Op aandringen van Mustang dropte een VS-vliegtuig op 17 mei nogmaals wapens, maar door een technisch falen werd de vracht gedropt en verspreid over meerdere valleien. Teleurstelling op de grond en de Mustang rebellen keerden terug naar hun veilige inactiviteit in de Mustang kampen zoals voorheen.

De balans van de vorige operaties was alles behalve briljant, want de radioteams ondervonden weerstand van de bevolking binnen Tibet, zo moest de CIA zelf toegeven. Slechts twee man van een team bleven in Tibet en die werden eveneens gevangen genomen en naar Lhasa gevoerd.

De Chinezen moeten getipt geweest zijn: ze lagen in een hinderlaag te wachten.

De CIA weigerde nog wapens te droppen in Mustang en leider Baba Yeshi kreeg een laatste kans om uit Mustang te breken. Hij vertrok met 400 man naar de grens met een verkenningsteam van 15 man voorop. De Chinezen moeten getipt geweest zijn: ze lagen in een hinderlaag te wachten. ’s Anderendaags was New Delhi op de hoogte van de mislukking en besloot dat de Tibetanen in hun land voortaan enkel passief inlichtingen zouden vergaren.

Uiteindelijk kreeg de Tibetaanse operatie maar 650.000 dollar van de gevraagde 18 miljoen. India keek met toenemend wantrouwen naar de gezamenlijke paramilitaire operatie en ook de CIA perkte de steun aan het project in.

In de VS werd Nixon als president verkozen die nog meer bezig was met Vietnam dan zijn voorganger. De relatie VS-India zat op een dieptepunt toen Gandhi de Sovjetunie het hof maakte. De samenwerking op het vlak van de inlichtingen was maar een schaduw van wat het eens was.

Opnieuw werd van strategie veranderd: voortaan zouden enkel gewone burgerspionnen het Tibetaans inlichtingenwerk opknappen. De VS besliste de krachten in Mustang met een derde af te slanken. Onderling was de Mustanggroep bovendien verdeeld tussen aanhangers van twee protagonisten die beiden het leiderschap opeisten.

Op dat ogenblik werden nog 2.100 guerrilla’s betaald met de jaarlijkse gezamenlijke som van 500.000 dollar. Fondsen betaalden de reconversie van de Tibetanen opdat ze zich zouden omscholen tot zelfstandigen zoals tapijtwever. Toch bleven er nog 600 gewapende krijgers over die hun wapens niet wilden inleveren.

President Nixon besliste in 1972 om de betrekkingen met de Volksrepubliek China te normaliseren. Ook de nieuwe Nepalese koning zocht toenadering tot Peking. De Nepalese bevolking keerde zich tegen de aanwezigheid van de Tibetaanse strijders en in april deed het Nepalese leger een inval. Ze arresteerden Lhamo Tsering en lanceerden een ultimatum aan de rebellen om tegen 26 juni de wapens in te leveren.

Leider Wangdu wou zich niet schikken, maar de dalai lama deed een oproep om toch de wapens in te leveren. vier van de zes compagnies kwamen uit de bergen te voorschijn, zoals gevraagd. Sommige krijgers pleegden zelfmoord. Het Nepalese leger omsingelde het terrein, maar vond niemand. Ook Wangdu was ontvlucht.

In een treffen met het Nepalees leger gaven de guerrillastrijders zich uiteindelijk toch over. De andere leider Baba Yeshi werd gedood op enkele meter van de Indische grens. Dit zou het roemloos einde betekenen van meer dan 15 jaar CIA geheime interventie voor het Tibetaans verzet tegen de Chinezen. Toen Nixon en Kissinger naar Beijing trokken, was het gewapend verzet op het strijdveld de facto helemaal dood gebloed.

Jan Jonckheere is redacteur bij Chinasquare
​Dit opiniestuk valt uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de auteur. De redactie van MO.be is het niet noodzakelijk eens met deze opinie.
Zoals gezegd speelde in de hele episode Gyalo Thondup, de broer van de dalai lama, een cruciale rol als verbindingsman tussen de CIA en de Tibetaanse verzetsgroepen. Maar Gyalo was meer dan de broer van. Hij was ook de dalais privé-minister van Buitenlandse Zaken en Veiligheid en politiek adviseur. Het is moeilijk te geloven zoals Gyalo beweert dat hij zijn broer niet op de hoogte bracht van de door de CIA gesteunde gewapende operaties tegen de Volksrepubliek. Ook het aanvaarden van persoonlijke financiële steun door de CIA wijst in die richting.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift