9m³ solidariteit volstaat niet

Bedenkingen bij de vluchtelingencrisis

De uitstapjes naar Calais verdienen alle lof, maar ze roepen ook heel wat vragen op. Die onstuitbare drang van Vlamingen om ‘te helpen’, ‘solidariteit te tonen’, de ‘burgers zelf te organiseren’!

© Toon Lambrechts
© Toon Lambrechts

Het begon een paar weken geleden. Een mevrouw uit het Brusselse had toeristenvisa verkregen voor twee Syrische families met kinderen. Ze kwam uitgebreid op televisie, samen met de glunderende Syriërs.

Wat kan je daarvan zeggen? Proficiat wensen, uiteraard. En hopen dat de twee families hier de nodige gezondheidszorg vinden voor hun kinderen en dat ze een plaats in onze samenleving verwerven. In Brussel kan dat niet zo moeilijk zijn.

Wat we wel weten is dat deze acht mensen ontzettend veel geluk hadden, veel meer dan de 250.000 mensen die al het leven lieten in deze vuile oorlog

En natuurlijk vraag je je af hoe die twee families geselecteerd werden? Islam of christen? Middenklasse of lagere klasse? We weten het niet. Wat we wel weten is dat deze acht mensen ontzettend veel geluk hadden, veel meer dan de 250.000 mensen die al het leven lieten in deze vuile oorlog en veel meer dan de miljoenen vluchtelingen in Libanon, Turkije of ergens onderweg naar Europa.

Voorlopig zijn de grote problemen van deze mensen opgelost. Het probleem van de oorlog in Syrië en het probleem van de miljoenen vluchtelingen is dat echter niet.

Toen verdronken er honderden mensen tegelijk in de Middellandse Zee. Slik. Met z’n allen tegelijk, het doet altijd meer dan één voor één. Sinds 2010 zijn er 31.000 mensen omgekomen in hun tocht naar Europa of zeg maar evenveel als zouden zo’n 65 (vijfenzestig) grote vliegtuigen neerstorten. 

Daarna zagen we de beelden van Calais en zijn ‘jungle’. Hier niet enkel vluchtelingen uit Syrië, maar ook vluchtelingen én migranten uit Afghanistan, Irak, Bangladesh, Eritrea en vele andere Afrikaanse landen. Ze proberen elke nacht wanhopig in de tunnel naar het Verenigd Koninkrijk te geraken en leven verder in subhumane omstandigheden in de buurt, in open lucht. Vluchtelingenorganisaties en vrijwilligers doen wat ze kunnen om te helpen.

Toen zagen we de beelden in Griekenland, waar de situatie al jarenlang schrijnend is, want Griekenland heeft geen middelen voor het degelijk inrichten van vluchtelingenkampen en de Lidstaten van de Europese Unie vertikken het om te helpen. 

Toen kwamen de beelden van de gevechten, de huilende vaders en kinderen aan de grens tussen Macedonië en Servië. Hongarije bouwde intussen een muur om zijn grens met Servië af te sluiten. Spanje heeft al jaren geleden een hoge muur gebouwd rond de enclaves Ceuta en Melilla in Noord-Afrika. De Muur gevallen? Kom nou.

In Brussel staan elke ochtend lange rijen wachtenden aan de dienst Vreemdelingenzaken. En een paar NVA-politici slagen er alweer in om te stellen dat de achterdeur dicht moet. Waar zou de voordeur dan wel zijn, zo vroeg ik me af.

Tot slot, de stinkende vrachtwagen met aan elkaar klevende lijken van meer dan 70 mensen.

Solidariteit is een mooie deugd. Maar het is moeilijk om door de bomen het bos nog te zien.

Zoveel onheil kan de Vlaming niet aan. Voor zij die (nog) geen neefje of dochter hebben in Mali, Burkina Faso of Honduras en er al een schooltje of een waterput bouwden, is de kans gekomen. Wij doen iets! Wij zijn solidair! Wij doen het zélf!

’s Ochtends staan er mensen met koffie, soep en boterkoeken bij de dienst Vreemdelingenzaken. Er worden spullen ingezameld voor een trip naar Calais. Grote hulporganisaties laten weten dat heus niet alles nodig is (geen kleren of schoenen, wel dekens, tenten en hulpmateriaal). En uiteindelijk laten ze weten dat mensen best niet zelf naar Calais gaan, maar kunnen samenwerken met de bestaande hulporganisaties die wel van wanten weten.

Dat was er te veel aan! De professionals houden de gewone mensen tegen! Burgers willen zelf iets doen en hebben geen behoefte aan jaloerse ngo’s! Waarom verdragen ze niet dat wij, de gewone mensen, ons organiseren? Ik wacht nog op iemand die dit “commons” gaat noemen.  

De machteloosheid van de burger

Solidariteit is een mooie deugd. Maar het is moeilijk om door de bomen het bos nog te zien. Hoe moeten we die doe-het-zelf-acties met vluchtelingen beoordelen? Om fair te zijn moeten we daarvoor een onderscheid maken tussen de gevers en de begunstigden, tussen individuen en groepen, tussen hier en ginder, vandaag en morgen. En moeten we stilstaan bij wat er achter al die vrijgevigheid schuil gaat.

De mevrouw die een paar families naar hier brengt, de mensen die met koffie en soep naar de wachtenden aan vreemdelingenzaken gaan, we kunnen er enkel respect en bewondering voor hebben. Zij doen uitstekend werk, brengen wat warmte bij mensen die in de hel geleefd hebben, tonen dat er in elke samenleving solidariteit bestaat en moet bestaan. Dat is onze menselijkheid. Tegelijk weten zij ook zeer goed dat er geen enkel structureel probleem mee opgelost wordt. Maar zij doen wat mensen horen te doen, zorgen voor elkaar. Wij Vlamingen zijn daar gelukkig erg goed in. 

Is er een reden om vanuit het buitenland, met vrachtwagens of bestelwagens nota bene, een kleine verhuizing te organiseren?

Voor de mensen in Calais geldt hetzelfde, hoewel het al iets ingewikkelder is om er naar toe te gaan en nuttig gerief mee te nemen. Koffie en soep kunnen best ter plaatse worden gemaakt. Aan kleren is er doorgaans geen gebrek. Ook in Calais is er voldoende solidariteit om de mensen te bezorgen wat ze in hun dagelijkse strijd nodig hebben. Er zijn nog voldoende steden rondom die eveneens kunnen bijdragen.

Is er een reden om vanuit het buitenland, met vrachtwagens of bestelwagens nota bene, een kleine verhuizing te organiseren? Eigenlijk denk ik van niet. Ook de mensen die eventueel toch naar Calais gaan, weten dat ze het probleem van de vluchtelingenstroom zelf niet kunnen oplossen. Waarom dan zoveel heisa? Zijn Brussel of Oostende niet ietwat dichterbij?

Maar zowel in Calais als bij het Noordstation krijgen de gevers een goed gevoel. Zij voelen zich voldaan, beseffen dat ze iets doen wat niet iedereen wil doen, en laten die zelfvoldaanheid vaak overheersen. Zij zijn tevreden over zichzelf en eisen van de anderen dat hun daden worden erkend en geprezen. En dat die anderen nu maar voor een echte oplossing zorgen.

De mensen die krijgen, zijn wellicht zeer tevreden, ook al vragen ze zich af wat ze met die zoveelste knuffel nog moeten doen. En voor hoeveel ze die schoenen zouden kunnen verkopen. En of er niet ergens een regenjak bij zit. Een dak boven het hoofd, een eigen woning, dagelijks eten, werk, het zijn zorgen voor morgen. En dan zal het ieder voor zich zijn.

Straks nemen de Vlaamse gezinnen een migrant in huis op voorwaarde dat hij tuinman of zij werkster wordt.

Vluchtelingen worden bijna een statussymbool. Straks nemen de Vlaamse gezinnen een migrant in huis op voorwaarde dat hij tuinman of zij werkster wordt. Heb je de mijne al gezien? Gemarteld in Syrië! Ja, maar de mijne ontsnapte aan IS! Ach weet je wel hoe vaak mijn vluchtelinge werd verkracht? Maar ze kuist erg goed!

Het is zoals met de ontwikkelingshulp. Een professionele aanpak? Hoeft toch niet, we weten toch hoe een schooltje functioneert! We doen het zelf, want we weten dat het goed is en het geeft ons toch zo’n goed gevoel. We willen het zelf doen, ook al weten we perfect hoe machteloos we zijn. De actie telt meer dan het resultaat. We doén iets! Wat dan ook. En verdringen daarmee alle vragen over wat een efficiënte actie wel zou kunnen zijn.

Er zijn veel vragen. Ten eerste is een professionele aanpak, praktisch en psychologisch, zeker gewenst. Professionele organisaties kennen min of meer de logica van mensen in noodsituaties, ze weten dat het niet volstaat om te geven, en ze weten precies hoe ze best met hulpgoederen kunnen omgaan.

Ten tweede is het van levensgroot belang dat er ook voor hulp ná de eerste stap in de asielprocedure wordt gezorgd. Daar zijn professionele organisaties mee bezig, maar ze zullen het wellicht zonder de liefdadigheid van de ‘doeners’ moeten doen. Dat is jammer. Want terwijl de vluchtelingen sterven wordt in Brussel geprotesteerd tegen … zomerterrasjes op het gezelligste plein van de stad.

Tenslotte is er een opdracht voor de regeringen en voor de stadsbesturen. Nooit werd duidelijker dan nu in deze crisis hoe machteloos de individuele en georganiseerde burger is. Waarom kunnen burgers niet samen met hun stadsbestuur voor opvang zorgen? Als de regeringen in de Europese Unie niet tot degelijke en solidaire oplossingen kunnen komen, waar staan we dan? Als de regeringen in de Navo niet tot een vredesbeleid kunnen komen, wat doen we dan?

Als de regeringen bij de Verenigde Naties niet tot afspraken kunnen komen om belastingontwijking tegen te gaan en om iets meer te doen dan de extreme armoede te bestrijden – de ongelijkheid drastisch aanpakken, b.v. – hoe lang zijn we dan nog bezig? Daarom ben ik zo boos op al diegenen die beweren dat de wereld er vandaag zoveel beter aan toe is dan twintig jaar geleden. Daarom ben ik zo verontwaardigd over nieuwe loze beloften in een ongewijzigd soberheidsbeleid. Daarom voel ik me zo ongelukkig met burgers die denken dat ze zelf alles beter kunnen doen.

Ik denk maar, als al die energie om vaak nutteloze goederen in te zamelen eens zou gebruikt worden om ons echt te organiseren, om echt te protesteren, …

Ik denk maar, als al die energie om vaak nutteloze goederen in te zamelen – negen kubiek meneer! – eens zou gebruikt worden om ons echt te organiseren, om echt te protesteren, om beslissingen af te dwingen van onze regeringen? Zou het een stap dichter bij een oplossing zijn?

Natuurlijk, als mensen zich organiseren om met de bestelwagen naar Calais te gaan, dan overtuigen ze elkaar misschien dat er inderdaad meer moet gebeuren. Maar kunnen, zullen ze dat zelf nog doen? Ik twijfel er aan.

Tenslotte: die ‘negen kubiek’! Met hoeveel nutteloze spullen vullen we onze huizen, kleerkasten en zolders? Kopen we ook nieuwe spullen voor de vluchtelingen, of geven we enkel onze afdankertjes? We geven wat we zelf niet nodig hebben, ja toch? De dag dat er iemand naar de winkel gaat om een nieuwe slaapzak te kopen voor daklozen, of dat iemand gewoon geld geeft, samen met die koffie en die soep, is misschien de eerste dag dat solidariteit echt concreet wordt.

En wie weet er nog dat Filip en Mathilde vorig jaar een Syrisch vluchtelingendorp bezochten … in Davos …?

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift