MO*lezing: 100 minuten voor mensenrechten in 2018

Wat zou de wereld zijn zonder mensenrechten?

(c) Brecht Goris

 

Ik zou u willen vragen mij te verontschuldigen want het Nederlands is niet mijn moedertaal. Ik bedank MO* van harte voor deze uitnodiging en ik ben blij om op deze heel speciale dag in uw midden te mogen zijn.

Zeventig jaar geleden nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. Hoewel niet alle landen die verklaring hebben goedgekeurd, zorgde ze wel voor onmisbaar juridisch kader dat de basis zou vormen voor álle fundamentele rechtsteksten die zouden volgen.

De verklaring kwam tot stand in een bijzondere context die tegenwoordig misschien onvoldoende in aanmerking wordt genomen. In 1945 was de Tweede Wereldoorlog net beëindigd. De mensheid was getraumatiseerd na de ontdekking van de uitroeiingskampen. Op enkele maanden tijd werden de Verenigde Naties opgericht en werden speciaal voor het Tribunaal van Neurenberg concepten uitgewerkt die het mogelijk maakten om een nieuw soort misdrijven te vervolgen: oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid.

De kern van acht redacteurs, onder leiding van de Franse diplomaat René Cassin en van Eleanor Roosevelt, heeft hard moeten vechten om uiteindelijk dertig artikelen op papier te zetten. Dertig artikelen die vandaag nog niets aan duidelijkheid hebben ingeboet. Vooral René Cassin heeft onvermoeibaar gestreden om over een universele verklaring van de rechten van de mens te spreken en niet over een internationale verklaring. Dat verschil is fundamenteel: de rechten van de mens hebben betrekking op individuen en zijn niet afhankelijk van een verdrag tussen staten.

De redacteurs wisten dat ze slechts over een krap momentum beschikten: de verklaring werd opgemaakt en goedgekeurd tussen 1945 en 1948, tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de Koude Oorlog, met andere woorden in een soort periode van afwachting. Ze waren er zich van bewust dat ze snel moesten voortmaken en dat de geopolitieke verhoudingen opnieuw de bovenhand zouden krijgen als ze te lang zouden talmen, waardoor de verklaring misschien zelfs helemaal niet meer zou worden aangenomen.

Zou de Universele Verklaring vandaag de dag nog kunnen worden aangenomen? Ongetwijfeld niet in een dezelfde vorm.

Velen vragen zich tegenwoordig dan ook af: zou de Universele Verklaring vandaag de dag nog kunnen worden aangenomen? Ongetwijfeld niet in een dezelfde vorm.

De rechten van de mens zijn een ideologie. Er moet met andere woorden worden aanvaard dat het om een constructie gaat, dus om iets dat broos en mogelijk ook van voorbijgaande aard is.

Om u daarvan bewust te worden, stel ik u de volgende denkoefening voor.

Zoals ik heb gezegd is onze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens historisch gezien een rechtstreeks gevolg van het einde van de Tweede Wereldoorlog en van de gruwelen die zich in die periode hebben afgespeeld. Het kan echter interessant zijn om te bedenken hoe de geschiedenis er zou hebben kunnen uitzien indien de oorlog anders was afgelopen. Dat is het idee waarvan de schrijver Philip K. Dick uitgaat in zijn roman The man in the high castle, waarin hij zich voorstelt dat de nazi’s de oorlog hebben gewonnen en de Verenigde Staten bezet gebied zijn onder bestuur van Duitsland en Japan.

Wat interessant is in dit boek, waarvan nog niet zo lang geleden een succesvolle televisieserie werd gemaakt, is dat niet alleen de geopolitieke verhoudingen verschillend zijn, maar ook het dagelijks leven van de mensen en zelfs hun waarden en hun manier van denken. Dat brengt me ertoe om een ietwat verontrustende en verwarrende vraag te stellen: wat als de nazi’s de oorlog hadden gewonnen? Zouden we dan vandaag de dag dezelfde waarden hebben? Er zou geen proces van Neurenberg hebben plaatsgevonden. Misschien zouden de concentratiekampen zelfs nooit ontdekt zijn en indien wel, dan zouden ze nooit veroordeeld zijn geweest. De noties “misdaden tegen de menselijkheid” en “genocide” zouden nooit rechtsnormen zijn geworden. De Verenigde Naties zouden nooit zijn opgericht en de Verklaring van de Rechten van de Mens zou nooit geschreven zijn. En wij zouden hier niet zijn vanavond.

Mensenrechten zijn fragiel. Ze kunnen afsterven. Ze kunnen verdwijnen.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Dit is uiteraard een verontrustende gedachte, omdat ze eraan herinnert hoezeer de rechten van de mens, hoe waardevol en noodzakelijk ze ook mogen zijn, constructies zijn. Juridische, filosofische, morele constructies, maar niettemin constructies. Ze zijn dus fragiel. Ze kunnen afsterven. Ze kunnen verdwijnen. Ze zijn niet gewoonweg kwetsbaar omdat ze niet worden nageleefd, geen enkele dag. Ze zijn kwetsbaar omdat we er ons rekenschap van geven dat het beginsel ervan steeds opnieuw ter discussie wordt gesteld. Ze worden opnieuw ter discussie gesteld omdat ze als moraliserend, vaag of ideologisch worden beschouwd en omdat er steeds meer krachten de kop opsteken die niet houden van wat ingewikkeld, onderhandeld, geconstrueerd is. Krachten die de voorkeur geven aan wat voorgekauwd is, aan wat vanzelfsprekend is, aan wat eenvoudig is.

Het tijdperk waarin we nu leven, zou in dat opzicht beangstigend kunnen lijken. Het nationalisme is in de mode, de roep om ons op onszelf terug te trekken klinkt luid. De burgers zijn angstig en ze geven toe aan het verlangen om zich te laten besturen door mensen die simpele, geruststellende oplossingen aanbieden, oplossingen die uit muren en grenzen bestaan. Vaak worden vergelijkingen gemaakt met het nazisme, met de jaren dertig. Dat komt in de eerste plaats omdat dat belangrijke referenties zijn als het om waarden gaat die tot op de dag van vandaag nog altijd onze politieke cultuur mee vormen. Het nazisme en het fascisme zijn in zekere zin ons laatste kompas van het kwaad, op een moment dat er geen kompas beschikbaar is voor wat goed of rechtvaardig is. Wanneer we zoveel aandacht schenken aan de mensenrechten, dan is dat ongetwijfeld omdat dit het laatste beschikbare kompas van gerechtigheid is in een wereld waarin alle ideologieën in diskrediet lijken te zijn gebracht. 

Vanuit dat oogpunt is het migratievraagstuk een geduchte test. Toegegeven: het is een van de moeilijkst te beheren politieke domeinen. Toch zal de manier waarop we vandaag handelen veel duidelijk maken over onze opvatting over de mensenrechten van morgen.

Elke keer moeten we opnieuw kunnen zeggen: ook al is het moeilijk, ook al is het ingewikkeld, de absolute prioriteit moet altijd gaan naar de eerbiediging van de mensenrechten.

Migratie heeft in de afgelopen jaren de publieke opinie altijd sterk verdeeld. Tussen de talrijke burgers die transmigranten spontaan onderdak bieden en een zwijgende massa die in opiniepeilingen de vastberaden houding van de overheid steunt, wordt het nieuws regelmatig beheerst door schokkende en polemische dossiers. Denken we maar aan de huiszoekingen, aan het terugsturen van Soedanezen naar Soedan ondanks het risico van foltering, aan de strijd tegen de frauduleuze erkenning van kinderen, die het hoger belang van het kind in het gedrang brengt of aan de opening van gesloten centra voor gezinnen met kinderen sinds afgelopen zomer, terwijl ons land erin geslaagd was om af te zien van de opsluiting van kinderen. 

Elke keer is hetzelfde debat aan de orde: een bepaalde visie van efficiëntie die botst met de naleving van fundamentele waarden. Elke keer moeten we opnieuw kunnen zeggen: ook al is het moeilijk, ook al is het ingewikkeld, de absolute prioriteit moet altijd gaan naar de eerbiediging van de mensenrechten. Die bekommernis moet voorrang krijgen op wat men “efficiëntie” noemt. Want zodra men de rechten opgeeft, bestaat het echte probleem erin dat een definitie van efficiëntie zelfs geen zin meer heeft, omdat we afstand zullen hebben gedaan van wat in de allereerste plaats onze identiteit uitmaakt: namelijk niet onze huidskleur, ons geslacht, onze godsdienst of zelfs onze taal, maar wel onze waarden.

Ik dank u.

François De Smet is directeur van Myria, het Federaal Migratiecentrum. Hij bracht deze speech op de MO*lezing: 100 minuten voor mensenrechten in 2018 op 10 december in De Roma.

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift