N-VA wil vrijheid van meningsuiting willekeurig aan banden leggen

N-VA-kopstuk Peter De Roover wil de vrijheid van meningsuiting aan banden leggen om radicalisering in de kiem te smoren. Hij lijkt zonder problemen te kunnen definiëren wat problematische meningen zijn. Nochtans is dat allesbehalve vanzelfsprekend – zelfs niet voor de term ‘terreur’.

  • © N-VA Peter De Roover © N-VA

Gisteren mocht N-VA-kopstuk Peter De Roover in De Standaard opnieuw uit de doeken doen waarom hij de vrijheid van meningsuiting aan banden wil leggen: om mogelijke radicalisering in de kiem te smoren. Net als vele anderen die bijzonder problematische voorstellen naar voor schuiven als ‘aanpak van radicalisering’ lijkt hij zonder problemen te kunnen definiëren wat problematische meningen zijn en wat niet, wat radicaal is en wat niet, wat terreur is en wat niet. Nochtans is dat voor geen enkele van die termen vanzelfsprekend – zelfs niet voor de term ‘terreur’.

In 2004 liet Kofi Annan als secretaris-generaal van de VN een panel van experten enkele globale dreigingen onderzoeken en er beleidsaanbevelingen rond formuleren. Dat panel drong er op aan een definitie van terrorisme te hanteren waarbij een gewelddaad als terroristisch wordt omschreven wanneer die daad ‘de intentie heeft om burgers en niet-combattanten te doden of ernstig lichamelijk te kwetsen, met als doel om de bevolking te intimideren of een overheid of internationale organisatie te verplichten een bepaalde daad te stellen of achterwege te laten.’

Zo’n definitie klinkt de meeste mensen spontaan als begrijpelijk in de oren. Niettemin stelt ze ons onmiddellijk voor problemen, want in conflictgebieden als Irak, Syrië, Afghanistan, Jemen en Pakistan, wie zijn daar dan “soldaten” en wie zijn “terroristen”?

Miljoenen mensen worden geterroriseerd, maar zeker niet enkel door fanatieke moslims. Meer nog, wanneer we het op wereldschaal bekijken, dan is de grootste terreurcampagne van dit moment waarschijnlijk het gebruik van drones door de Amerikaanse overheid.

De terreur van drones

Drones worden dagelijks ingezet in landen als Afghanistan, Pakistan, Jemen en Somalië. Er zijn ondertussen goed onderzochte voorvallen bekend waarbij deze onbemande militaire vliegtuigjes busstations, scholen, begrafenisplechtigheden en huwelijksbijeenkomsten beschoten.

Er zijn zelfs gedocumenteerde getuigenissen van ‘secondary strikes’, d.w.z. het afknallen van mensen die de slachtoffers van een drone-aanval te hulp snelden.

Grondige onderzoeksjournalistiek wijst uit dat er alleen al in een land als Pakistan tussen 2004 en 2015 meer dan 2500 burgers gedood werden.

Alle mannen van een strijdbare leeftijd worden per definitie als terroristen beschouwd wanneer ze zich toevallig in een regio bevinden waar zich ook gewapende groeperingen schuil houden.

De Amerikaanse overheid beweert dat het om veel kleinere aantallen gaat – jaarlijks minder dan tien. Wat deze overheidsinstanties er niet aan toevoegen is het feit dat dit cijfer gebaseerd is op een wel heel brede definitie van het begrip ‘terrorist’ of ‘militant’. Want alle mannen van een strijdbare leeftijd worden per definitie als terroristen beschouwd wanneer ze zich toevallig in een regio bevinden waar zich ook gewapende groeperingen schuil houden.

De gekende basispremisse van de rechtsleer – dat iemand onschuldig is tot men het tegendeel bewijst – wordt dus via een uiterst radicale redenering omgedraaid om burgerslachtoffers te vergoelijken.

Het gaat daarenboven niet louter om dodelijke slachtoffers.

Zo schreef een diepgaand rapport van de Stanford University en de NYU Law Schools: ‘Drones vliegen 24 uur per dag boven de hoofden van gemeenschappen in Noord-West Pakistan, beschieten huizen, voertuigen en publieke plaatsen zonder enige waarschuwing. Hun aanwezigheid terroriseert mannen, vrouwen en kinderen, wat angst opwekt en voor psychologische trauma’s zorgt onder de burgergemeenschappen. Diegenen die onder de drones leven, moeten omgaan met de constante vrees dat op elk moment een dodelijk salvo op hen kan afgevuurd worden en de wetenschap dat zij machteloos zijn om zichzelf daartegen te beschermen.’

Helderheid en willekeur

Hoe denkt De Roover met dit soort kwesties om te gaan? Is iemand die steun uitspreekt voor het Amerikaanse leger iemand die terreur steunt? Indien Belgische militairen zouden pleiten om eveneens drones in te zetten, vertonen zij dan tekenen van problematische radicalisering?

Negationisme, aanzetten tot racisme en oproepen tot geweld zijn strafbaar. Maar waarom die begrenzingen niet zouden volstaan, maakt De Roover niet duidelijk.

Gesteld dat de kersverse president van de VS tijdens één of ander bezoek in België nog maar eens bevestigt dat hij waterboarding en andere folterpraktijken legitiem vindt, is hij dan strafbaar?

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De vrijheid van meningsuiting is natuurlijk niet absoluut. Zoals in het interview met De Roover duidelijk werd, zijn negationisme, aanzetten tot racisme en oproepen tot geweld strafbaar. Maar waarom die begrenzingen niet zouden volstaan, werd doorheen het interview niet duidelijk. Elk concreet voorbeeld dat hij aanhaalt, zou op dit moment reeds strafbaar zijn.

Hoewel het dus gekaderd wordt in een poging om ‘helderheid’ te brengen, is dat niet wat het voorstel van De Roover brengt. Wat het wel doet is eenzijdig focussen op slechts één vorm van terreur en dat gebruiken als een opstapje voor wetgeving die een vrijgeleide biedt om op zeer willekeurige wijze vrijheid van meningsuiting te ontnemen.

Jonas Slaats is theoloog, auteur en stafmedewerker bij Kif Kif. In maart 2017 verschijnt zijn nieuwe boek ‘Fast Food Fatwa’s. Over islam, moderniteit en geweld’.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift