Vakbonden en vrouwenbewegingen wereldwijd leggen de vinger op de wonde

‘Wereldwijd worden vrouwen harder getroffen door de coronacrisis’

© WSM

Een opleiding van zogenaamde trabajadoras domesticas in de Dominicaanse Republiek.

Ingrid Mulamba uit Congo, Alexandra Arguedas uit Costa Rica en Lut Cromphout uit België strijden alledrie voor gendergelijkheid. En dat de COVID-19-pandemie bestaande ongelijkheden versterkt, is helaas geen nieuws. De Belgische ngo WSM laat deze drie vrouwen aan het woord over hun zorgen en voorstellen, op deze Internationale Vrouwendag én daarbuiten.

Het recente Oxfam-rapport The Inequality Virus drukt ons met de neus op de feiten: de pandemie, en al haar (economische) gevolgen, versterkt bestaande ongelijkheden. We merken een stijging in tienerzwangerschappen en moedersterfte, overal ter wereld zien we het geweld op vrouwen toenemen en vrouwen nemen buitenproportioneel meer onbetaalde zorg arbeid op zich.

Sectoren waar hoofdzakelijk vrouwen — vaak migranten — werken, komen vaker in moeilijkheden door de genomen maatregelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor alle informele jobs, voor de kledingsector en voor de toeristische sector. Veel van de vooruitgang die de voorbije decennia geboekt is op het vlak van gendergelijkheid gaat in een razend tempo weer verloren door deze gezondheidscrisis. We moeten dringend in actie schieten.

Minder gezondheidszorg

Tijdens de crisis wordt de niet dringende gezondheidszorg in vele landen opgeschort. Vrouwen en meisjes hebben zo minder toegang tot anticonceptie, wat leidt tot meer ongewenste (tiener)zwangerschappen.

Vrouwen en meisjes worden disproportioneel vaker slachtoffer van allerlei vormen van online geweld.

COVID-19 veroorzaakt een onderbezetting bij de kraamzorg, angst om te bevallen in een ziekenhuis of de onmogelijkheid om daar te raken, met meer moedersterfte tot gevolg.

We zien ook wereldwijd een zeer onrustwekkende stijging van geweld op vrouwen. UN Women spreekt over een schaduwpandemie.

De toenemende financiële, veiligheids- en gezondheidszorgen in gezinnen leiden tot spanningen die sneller escaleren door quarantaineperiodes. Ook worden vrouwen en meisjes disproportioneel vaker slachtoffer van allerlei vormen van online geweld, zoals stalking, pesterijen en seksuele intimidatie, dat toeneemt tijdens deze periode van thuiswerken of -studeren.

Vakbonden en vrouwenbewegingen kijken niet lijdzaam toe. ‘Wij bestrijden alle praktijken van geweld en intimidatie die fysieke, psychologische, seksuele en economische schade toebrengen aan het leven van vrouwen’, verklaart het netwerk van de vrouwelijke arbeiders en vakbondsleden van Bolivia (RMTSB). Zij riepen werknemers uit verschillende formele en informele arbeidssectoren op om zich bij deze grote alliantie aan te sluiten en niet onverschillig te blijven tegenover geweld en pesterijen op het werk.

‘Op 8 maart zullen we virtueel actievoeren met de eis voor onze regering om conventie 190 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) te ratificeren. In deze conventie worden concrete maatregelen voorgesteld, waardoor overheden en werkgevers gendergerelateerd geweld op het werk kunnen tegengaan’, vertelt Alexandra Arquedas, die voor WSM werkt in Costa Rica.

Recht op sociale bescherming

Wereldwijd werken, volgens cijfers van de IAO, 740 miljoen vrouwen in de informele economie: o.a. als straatverkoper of huishoudhulp. Zij hebben geen toegang tot sociale bescherming. De COVID-19-maatregelen duwen hen in de armoede, want geen werk betekent geen inkomen.

De indijkingsmaatregelen discrimineren vooral arme mensen.

Dr. Ingrid Mulamba, professor sociologie aan de universiteit van Kinshasa (Congo), en onderzoeker bij Chaire Dynamique Sociale, illustreert dit aan de hand van de malewistes: vrouwen die straatrestaurants uitbaten en de informele volkscatering van Kinshasa verzorgen. Ze hebben geen toegang tot sociale bescherming en organiseren daarom een eigen solidair systeem.

Iedere malewiste draagt bij in een soort spaarpot waarmee ze elkaar helpen in tijden van nood. Door die onderlinge solidariteit slaagden ze erin hun kinderen voldoende te voeden en school te laten lopen. Vrouwen die werkten op plaatsen die nu gesloten zijn door lockdownmaatregelen, bijvoorbeeld scholen of overheidsgebouwen, verliezen hun inkomen.

© WSM

Ingrid Mulamba

Dat heeft een ingrijpende financiële impact. Hun informele systeem van sociale zekerheid staat zwaar onder druk. In Congo maakt de ziekte vooral slachtoffers onder expats en personen die vaak in Europa zijn, mensen uit de hogere klassen dus. De indijkingsmaatregelen discrimineren vooral arme mensen.

Meer ontslagen

Daarnaast werken vrouwen ook vaker in precaire arbeidssituaties en in sectoren waar de crisis hard heeft toegeslagen. In Costa Rica viel de eerste golf van ontslagen vooral in de toeristische sector, bijvoorbeeld in hotels, waar vrouwen de meerderheid van het personeel uitmaken. Maar ook de kledingarbeiders in Cambodja verloren van de ene dag op de andere hun werk en hun inkomen.

Keo Samouen, kledingarbeider en lid van de vakbond C.CAWDU, werd geschorst door COVID-19, waardoor ze het plots moest doen met veel minder loon. Ondertussen werden de kledingfabrieken weer opgestart, maar zij krijgen nog steeds minder bestellingen binnen. ‘Onze inkomens zijn gekrompen. Dat brengt problemen met zich mee voor mijn gezin. Ik heb evenveel kosten als voorheen, maar ik verdien minder.’

Zonder vervangingsinkomen belanden veel gezinnen van vandaag op morgen in de armoede. Alleen een structureel systeem van sociale bescherming, met leefbare vervangingsinkomens en oog voor genderongelijkheden, kan soelaas bieden.

Zorgarbeid herwaarderen…

70 procent van de zorgverleners wereldwijd zijn vrouwen. Zij stonden en staan dus in de frontlinie. Al jaren gaat de gezondheidssector gebukt onder een tekort aan investeringen, met een tekort aan personeel en slechte werkomstandigheden tot gevolg.

De zorgsector verdient meer dan een dagelijks applaus.

‘We geven een applaus uit solidariteit en we prijzen vanuit onze ramen en balkons hun geweldige daden’, vertelt Sharon Burrow, topvrouw van het Internationaal Vakverbond ons, ‘maar we moeten vaststellen dat de wereld hun een eerlijk loon verschuldigd is’. De behoefte aan zorgarbeid zal toenemen – denk maar aan de vergrijzing.

De impact van de pandemie op de zorgsector is bijzonder groot, vertelt Lut Cromphout. Zij is verpleegkundige in de mobiele ploeg van het Jan Portaelsziekenhuis in Vilvoorde, vakbondsafgevaardigde en voorzitter van ACV Puls. ‘Al een jaar lang wordt een grote flexibiliteit van ons gevraagd.’

© Daniël Rys

Lut Cromphout

Dat geldt zowel voor de medewerkers op de COVID-19-afdeling als voor die andere afdelingen, maar ook voor de ondersteunende diensten die weinig in beeld komen, zoals de poets- en technische dienst waar ook voornamelijk vrouwen werken. Zij voelen de effecten van deze crisis ook.

Overheden en de publieke opinie zijn zich “plots” bewust van het belang van goed uitgebouwde zorgvoorzieningen. Vakbonden en sociale bewegingen grijpen dit momentum aan om te pleiten voor structurele investeringen in een sterke openbare zorgsector. De zorgsector verdient meer dan een dagelijks applaus.

‘De actiebereidheid was zeer groot’, vertelt Lut Cromphout. ‘In mijn ziekenhuis voerde bijna iedereen mee actie. We konden echt een historisch sociaal akkoord afsluiten met daarin zowel een loonsverhoging als bijkomende aanwervingen. Daarmee is niet alles opgelost, maar het is een stevige stap in de goede richting.’

… en onbetaalde zorgarbeid herverdelen

Volgens het Oxfam-rapport Time to care (2019), nog opgesteld voor de pandemie, besteden meisjes en vrouwen elke dag 12,5 miljard uren aan onbetaald zorgwerk. Op die manier leveren ze jaarlijks een onzichtbare bijdrage van 10,8 biljoen dollar aan de wereldeconomie. Tijdens de pandemie nam de druk van die onbetaalde zorgarbeid op de schouders van vrouwen nog toe.

‘Het geweld op de werkvloer is toegenomen, maar vanop een afstand.’

‘Ja, er is zeker een specifieke impact voor vrouwen en dat heeft alles te maken met de hardnekkige overheersende stereotiepe rollenpatronen. Het is nog steeds zo dat moeders de grootste zorg voor de kinderen opnemen. Een grote flexibiliteit aan de dag leggen in het ziekenhuis combineren met thuis is geen sinecure’, vertelt Lut Cromphout ons.

‘De “gelukkigen” kunnen thuiswerken, maar nemen dan het grootste deel van de huishoudelijke taken op zich’, zegt Alexandra Arquedas uit Costa Rica, tot voor kort aan de slag bij de Latijns-Amerikaanse vakbondskoepel CSA.

‘Een grote meerderheid van de vrouwen die telewerken, moet aantonen dat ze goede werknemers zijn, terwijl de vrouwen tegelijkertijd voor het huis en hun kinderen moeten zorgen. Het geweld op de werkvloer is toegenomen, maar vanop een afstand. Werkgevers eisen meer van vrouwen. Met als argument dat zij in het voordeel zijn, omdat ze thuis zijn bij hun geliefden.’

‘Vrouwen worden gedwongen om ‘s avonds op te blijven om aan de werkeisen te kunnen voldoen en moeten vroeg opstaan om te laten zien dat ze beschikbaar zijn op het werk. Tegelijkertijd worden vooral zij belast met de vele huishoudelijke taken, zoals het schoonmaken van het huis, de zorg voor de kinderen, hun schoolwerk, koken etc. Deze uitputtende combinatie versterkt de ongelijkheid binnen de gezinnen.’

Investeren in sterke publieke diensten (in de kinderopvang, de bejaarden- en gehandicaptenzorg enz.) kan zeker de druk verminderen. En een evenwichtigere verdeling van de taken binnen gezinnen is essentieel.

Gendergevoelige maatregelen

Veel internationale rapporten, van IAO, UN Women, Oxfam etc. leggen de vinger op de wond: COVID-19 en de bijbehorende maatregelen zijn niet gendergevoelig. Het vereist uitgesproken politieke keuzes om SDG 5, de duurzame ontwikkelingsdoelstelling 5 ‘gendergelijkheid’, te realiseren tegen 2030. Op korte termijn door in alle indijkings- en herstelmaatregelen van de gezondheidscrisis gendergelijkheid en intersectionaliteit centraal te stellen. Vakbonden en vrouwenbewegingen laten daarom overal ter wereld op 8 maart hun stem horen.

Op de vraag welke maatregel zij eerst zouden nemen, moesten onze gesprekspartners niet lang nadenken. De Congolese Ingrid kiest resoluut voor gratis hoger en universitair onderwijs voor meisjes en vrouwen. Onze Costa Ricaanse collega Alexandra stelt dat de overheid in eerste instantie moet (h)erkennen dat de impact van COVID-19 verschillend is voor vrouwen en mannen en daar haar beleid op moet afstemmen. En Lut houdt een vurig pleidooi voor de invoer van een algemene arbeidsduurverkorting, zodat vrouwen en mannen meer evenwicht vinden in de combinatie van arbeid en zorg voor het gezin.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift