Weerwoord

‘Wie een probleem blootlegt wordt zelf het probleem’

© Emmy Elleboog / KU Leuven

Luc Sels, rector van de KU Leuven.

Van mensen met sleutelposities in de maatschappij horen we telkens een bepaald narratief waarmee ze erin slagen van slachtoffers daders te maken. Dat schrijft Nozizwe Dube, masterstudente Rechten.

De Palestijnse schrijver Mourid Barghouti schreef:

‘If you want to dispossess a people, the simplest way to do it is to tell their story and to start with “secondly”. Start your story with “Secondly,” and the world will be turned upside-down. Start your story with “Secondly,” and the arrows of the Native Americans are the original criminals and the guns of the white men are entirely the victims. It is enough to start with “Secondly,” for the anger of the black man against the white to be barbarous.’

‘Als je een volk wilt onteigenen, is de eenvoudigste manier om dat te doen hun verhaal te vertellen en te beginnen met ‘ten tweede’. Begin je verhaal met ‘Ten tweede’ en de wereld staat op zijn kop. Begin je verhaal met ‘Ten tweede’ en de pijlen van de Native Americans zijn de oorspronkelijke criminelen en de wapens van de witte mannen zijn volledig de slachtoffers. Het is voldoende om met ‘Ten tweede’ te beginnen, want de woede van de zwarte man tegen de witte is barbaars.’

Dekolonisering aan de universiteit

Bij het begin van het academiejaar gaf de rector van KU Leuven, Luc Sels, een openingstoespraak over academische vrijheid. In zijn toespraak hekelde hij ‘woke’ studenten en mensen in het algemeen, die volgens hem ‘te radicaal en militant’ worden, waardoor ze ook een bedreiging vormen voor de vrije meningsuiting.

Men kan ook beginnen met de vaststelling dat studenten uit etnisch-culturele minderheden al decennialang tegen uitsluitingsmechanismen aanlopen binnen de universiteit en gevestigde studentenverenigingen.

Luc Sels koos ervoor om te benadrukken dat studenten die voor de dekolonisering van hun curricula pleiten aan censuur doen of zelfs een bedreiging voor de academische vrijheid vormen. Maar hij had ook kunnen beginnen met de vaststelling dat academische instellingen plekken zijn waar theorieën die kolonialisme mogelijk maakten, zijn gelegitimeerd of hun oorsprong hebben gevonden.

Met dekolonisering willen studenten wijzen op de kritiekloze doorleving van die theorieën in onze curricula vandaag, en daarbij niet-westerse kennissystemen (die op het bestaan van die koloniale ideeën hebben gewezen), hun volwaardige plek geven als vertrekpunt van kennis binnen academische instellingen. Dan hebben we ineens een heel ander verhaal.

Men kan beginnen met de stelling dat studenten uit etnisch-culturele minderheden die hun eigen studentenverenigingen op universiteiten en hogescholen uit de grond stampen aan segregatie of apartheid doen. Maar men kan ook kiezen om te beginnen met de vaststelling dat studenten uit etnisch-culturele minderheden al decennialang tegen uitsluitingsmechanismen aanlopen binnen de universiteit en gevestigde studentenverenigingen, waardoor ze de nood voelen om hun eigen plekken te creëren waar hun ervaringen centraal staan, waar ze elkaar met open armen ontvangen. Dan hebben we ineens een heel ander verhaal.

Slachtoffer wordt dader

Afhankelijk van het gekozen vertrekpunt, krijgen we een heel ander verhaal waarin de studenten geen daders zijn, zoals de indruk die men krijgt van de initiële stellingen. En toch, van mensen met sleutelposities in de maatschappij horen we telkens een bepaalde versie waar ze erin slagen om van slachtoffers daders te maken. Van politici, directeurs tot rectoren: ze zijn misnoegd door ‘cancel culture’ en ‘woke’ mensen, die ‘onprofessioneel’, ‘te radicaal’ en een ‘agressieve, militante toon’ hebben.

De mensen die wijzen op het structureel en institutioneel probleem, dat hun leven en dat van degenen die op hen lijken negatief beïnvloedt, zijn plots zelf het probleem. Het slachtoffer wordt de dader. De pijlen worden gericht op hun toon: ze zouden op een liever en zachter manier moeten vragen dat de zaken veranderen.

Maar wanneer in de geschiedenis is grootschalige verandering ooit op een ‘zachte’ manier aan degenen die op hun structurele onderdrukking wezen gegeven? Ook hun professionaliteit wordt in vraag gesteld: zijn hun eisen wel gestoeld op gevestigde wetenschappelijke theorieën (nota bene dezelfde wetenschappelijke theorieën waarvan men juist de tekortkomingen aan het licht wil brengen)?

Zodoende moeten de instellingen en bedrijven zelf niets veranderen. De status quo wordt in stand gehouden. Hun negatieve, en vooral foutieve framing, wordt meegenomen en kritiekloos vermenigvuldigd in de media. De ironie ervan is dat die mensen aan de hoofden van instellingen en bedrijven die zeggen te lijden onder cancel culture, zelf aan cancellen gaan meedoen door hun werknemers die hen op de problemen wijzen te ontslaan of projecten die aan dekolonisering moesten werken geen fondsen meer te geven.

Eindelijk weerwoord

Er is geen censuur gericht aan politici, directeurs en academici die hun pijlen op ‘woke’ mensen gericht hebben. Diegenen die telkens de boutade ‘We mogen niets meer zeggen’ aanvoeren, doen dat doorgaans regelmatig in radio en televisiestudio’s, in wekelijkse columns of regelmatige interviews in regionale kranten. Ze zeggen dit zonder in een politiecel te belanden noch vervolgd te worden.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Wat wel veranderd is, is dat ze weerwoord krijgen. Weerwoord van gemeenschappen waar ze het over hebben zonder hen zelf aan het woord te laten. Weerwoord van gemeenschappen die ze lang hebben kunnen uitsluiten zonder dat er een haan naar kraaide.

Wat wel veranderd is, is dat westerse kennissystemen die de basis vormen van wat vandaag als neutrale en universele kennis wordt voorgesteld in academische instellingen worden gewezen op hun tekortkomingen en de negatieve gevolgen ervan op minderheden.

En dan voelt het wellicht alsof de grond onder de voeten van de politici, directeurs en academici die een probleem met ‘woke’ mensen hebben wegzakt. Ze voelen de hete adem van structurele gelijkheid in hun nek en zien hun comfortabele positie aan diggelen vallen. Ze schieten vervolgens in de kramp en demoniseren iedereen wie op het probleem wees, bestempelen hen als een bedreiging voor vrije meningsuiting en academische vrijheid.

‘Ten tweede’

Maar hun verhalen beginnend met ‘ten tweede’ kunnen niet lang standhouden want ze zijn onvolledig. Het is belangrijk dat men telkens wijst op de weggegomde narratieven die op opportunistische wijze weggelaten worden om vooral niet aan de structurele noden van minderheden tegemoet te komen.

Het is belangrijk dat men zelf telkens terugkeert naar het begin van het verhaal om de eisen van gemeenschappen die uit posities van structurele achterstelling komen hun waardige plek te geven in de maatschappij.

De mogelijkheid van een wereld met gelijkheid hangt ervan af.

Deze tekst verscheen eerder bij politiek maandblad SamPol.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift