Wie wint bij meer vrijhandel met de Andes?

De federale regering heeft een wetsontwerp klaar voor de ratificatie van het Vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie (EU) enerzijds en Peru en Colombia anderzijds. Dinsdag 20 oktober buigt de Kamercommissie Buitenlandse Zaken zich over de tekst en daarna stemt het parlement. Wies Willems: ‘Dat het akkoord zal bijdragen tot meer economische diversificatie en duurzame ontwikkeling is twijfelachtig.’

  • Alejandro Arango (CC BY-NC 2.0) Een mijnwerker aan de slag in Colombia. Alejandro Arango (CC BY-NC 2.0)

Sinds de start van de onderhandelingen over het vrijhandelsverdrag in 2009, kreeg het al veel kritiek te verduren. Boerenbewegingen, vakbonden en ngo’s in Latijns-Amerika, gesteund door Europese solidariteitsorganisaties, protesteren tegen de steeds grotere greep van (Europese) bedrijfsbelangen op hun economie, milieu en samenleving, in een context van aanhoudende sociale ongelijkheid en mensenrechtenschendingen.

‘Bolivia en Ecuador verlieten al vroeg de onderhandelingen met de EU.’

Bolivia en Ecuador – naast Peru en Colombia de overige twee leden van de Andesgemeenschap – verlieten al vroeg de onderhandelingen met de EU. Gezien de ongelijke machtsverhoudingen zou meer vrijhandel hun soevereiniteit alleen maar verzwakken, klonk het. Al kwam Ecuador uiteindelijk terug op die positie, en zal het land nu toch toetreden tot het vrijhandelsblok.

Ondanks al die tegenstand gaf het Europees Parlement in december 2012 haar zege aan het akkoord en werd het voorlopig van kracht in 2013.

Nu moeten de nationale parlementen van de lidstaten het verdrag nog ratificeren. In ons land legde minister van Buitenlandse Zaken Reynders afgelopen zomer een wetsontwerp voor.

Het vrijhandelsverdrag moet ten eerste een boost geven aan de Europese industrie. Zo voorziet het onder meer in de afschaffing van douanerechten, waardoor verschillende Europese sectoren gemakkelijker kunnen exporteren naar de Andeslanden. In het bijzonder de auto-industrie, de textielsector, de chemische industrie, de farmaceutische en de telecomsector zouden profiteren van de nieuwe maatregelen. Het akkoord bevat verder allerlei bepalingen omtrent eigendomsrechten en creëert een stabiel kader voor wederzijdse investeringen. Ook de handel vanuit de Andeslanden naar Europa moet toenemen.

Expansie van het exportmodel

Vandaag importeert Europa vooral ruwe grondstoffen en agro-industriële producten uit de Andes. En de EU lijkt dat zo te willen houden. Zo onderhoudt de EU een specifieke ‘Grondstoffendiplomatie’ met zowel Peru als Colombia. Via bilateraal politiek overleg met bepaalde strategische partnerlanden wil de EU haar eigen grondstoffenvoorziening veiligstellen. Ook het gros van de buitenlandse investeringen in de Andes gaat naar de grondstoffensector. De ‘Belgische belangen’ situeren zich volgens het wetsontwerp van de regering vooral op het vlak van de invoer van metalen en minerale producten, en landbouwproducten zoals bananen.

Grootschalige grondstoffenontginning en agro-industriële landbouw zijn twee sectoren die in zowel Peru als Colombia gepaard gaan met onder meer gedwongen onteigeningen, moorden en bedreigingen tegen mensenrechtenactivisten, schendingen van het recht op voorafgaande, vrije en geïnformeerde raadpleging van inheemse gemeenschappen. In Colombia vindt maar liefst 80 procent van alle mensenrechtenschendingen plaats in gemeenten met mijnbouw- en energieprojecten.

De economische agenda van de regering, die uitgestrekte delen van het grondgebied in concessie geeft aan mijnbouw- en andere bedrijven, vermoeilijkt een grondige oplossing voor de enorm ongelijke grondverdeling in het land, één van de belangrijkste oorzaken van het gewapend conflict dat Colombia al een halve eeuw teistert. In Peru heeft dan weer bijna 70 procent van de sociale conflicten te maken met grondstoffenwinning.

Een voorafgaande impactstudie over het vrijhandelsverdrag op vlak van duurzame ontwikkeling, nota bene op vraag van de Europese Commissie zelf, waarschuwt in deze context voor significante economische, sociale en ecologische risico’s. Het rapport verwijst specifiek naar “de expansie van arbeidsintensieve landbouw; ontbossing en afname van de biodiversiteit door de agro-industrie en houtkap; toename van industrieel, landbouw- en mijnbouwafval door toenemende productie in deze sectoren; en sociale conflicten als gevolg van mijnbouw, petroleum- en aardgaswinning en houtkap in rurale gebieden”. De Commissie lijkt deze studie liever dood te zwijgen.

Naast de vakbonden (onder meer in de agro-industrie) komt het protest tegen het verdrag in de Andeslanden vooral vanuit de hoek van de boerenbewegingen. Verdere liberalisering van de landbouwsector, en strengere productnormen in combinatie met zadenwetgeving, zullen er onvermijdelijk voor zorgen dat aan beide zijden vooral de grote spelers winnen bij meer vrijhandel. Het is tekenend dat Europees Commissaris voor Landbouw Phil Hogan in 2016 een “promotiebezoek” plant aan Colombia met als doel er de Europese melk aan de man te brengen. Terwijl de Colombiaanse agro-export boomt (onder meer van bloemen en palmolie), voert het land ironisch genoeg zelf steeds meer voedingsmiddelen in, ten koste van de familiale landbouw.

Onze politici dragen verantwoordelijkheid

De EU is de tweede handelspartner van de Andesgemeenschap, en naast China de belangrijkste buitenlandse investeerder. De EU draagt dan ook een grote verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat handels- en investeringsrelaties gepaard gaan met respect voor internationale mensenrechten- en milieunormen. Daartoe zijn op papier enkele hefbomen voorzien in dit vrijhandelsverdrag.

‘Mensenrechten- en milieuclausules hebben veel weg van een doekje voor het bloeden.’

In het eerste artikel vermeldt het akkoord dat de samenwerking met de Andesgemeenschap moet steunen op respect voor fundamentele mensenrechten. Daarnaast bevat het ook een hoofdstuk rond handel en duurzame ontwikkeling. Verder is volgens het wetsontwerp van de regering ‘elke verdragspartij expliciet gemachtigd om onverwijld maatregelen te nemen in het geval van eventuele schendingen van democratische principes en fundamentele mensenrechten’ (p.5). De organisaties uit het middenveld zullen ‘systematisch betrokken worden’ bij de opvolging van het akkoord.

Hoe dwingend deze engagementen in de praktijk zullen zijn, is nog maar de vraag. In de context van de economische belangen die de essentie vormen van dit verdrag, en de gevoelige sectoren waarin die belangen zich situeren, hebben mensenrechten- en milieuclausules veel weg van een doekje voor het bloeden.

De Belgische ratificatie van het vrijhandelsverdrag is een doelstelling die deel uitmaakt van het regeringsakkoord. Tegenstemmen in het parlement kunnen hoe dan ook een belangrijk signaal geven. Op zijn minst moeten de verschillende partijen (de EU, Europese lidstaten, de regeringen van Peru en Colombia) de inspraak van het middenveld in de monitoring van het akkoord ernstig nemen, transparant communiceren over de implementatie en wanneer nodig sancties nemen voor opschorting. Maar ook een debat over hoe de EU, lidstaten en de bedrijfswereld kunnen bijdragen aan echt duurzame economische alternatieven in de Andes, zou op zijn plaats zijn.

Wies Willems is beleidsmedewerker natuurlijke rijkdommen bij Broederlijk Delen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift