Worden de Grieken geofferd in het belang van de euro?

Het is al zo vaak gezegd dat u het waarschijnlijk niet meer kan horen. Maar de komende weken zijn cruciaal voor de toekomst van de euro. Echt, écht waar. Ten eerste omdat de crisis ondertussen overduidelijk Spanje heeft bereikt, een land dat in vergelijking met Griekenland, Ierland en Portugal een grote en belangrijke Europese economie is. Als Spanje begint in te zakken, kan het eurohuis niet recht worden gehouden met nog wat spuug- en plakwerk. Ten tweede door de nieuwe verkiezingen in Griekenland op 17 juni, de ‘herkansing’ voor het Griekse electoraat. Maar ik verdenk sommigen ervan een kans te zien in deze dubbelsprong. Min maal min kan plus worden, lijken zij te denken.

De kwestie in Spanje is dat, in tegenstelling tot in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, het probleem van de banken er nog steeds niet is aangepakt. Die zitten met een hoop waardeloos geworden hypotheken en dus enorme verliezen. Omdat het Spaanse bankensysteem niet zou instorten is een massale kapitaalsinjectie nodig. Maar de Spaanse overheid is niet in staat om daarvoor te zorgen. De Spaanse staat zit zelf met grote tekorten die het maar niet dichtgereden krijgt, onder andere door een alsmaar krimpende economie. Bovendien valt er met de regelmaat van de klok een nieuw lijk uit de kast, in de vorm van failliete regio’s.

Als de Spaanse overheid kapitaal in haar banken zou pompen, zou het zelf met een nog grotere schuld komen te zitten, waarna de nu al wurgende rentes op haar obligaties verder zouden stijgen, en de kans op een schuldherschikking vergroot. Dat vormt dan opnieuw een probleem voor de Spaanse banken die veel Spaanse obligaties bezitten. Een groeiend aantal Spaanse spaarders die op de hoogte zijn van deze situatie halen hun geld van Spaanse banken. Deze vicieuze cirkel sleurt het land met toenemende snelheid naar de afgrond.

Drie maatregelen

Daar is iedereen zich van bewust en de oplossing lijkt vrij eenvoudig. Om bond and bank runs (in Spanje maar ook elders) te doen stoppen en de wurgende navelstreng tussen banken en nationale overheden door te knippen zijn drie maatregelen nodig.

  • Er moet een vorm van collectivisering van schuld komen, wat vaak eurobonds wordt genoemd maar dat ook onder een minder controversiële naam als schuldaflossingfonds kan worden ingevoerd. Dat zal het opdrijven van de rente op publieke schuld door het dumpen van obligaties stoppen.
  • Er moet een Europese depositogarantie komen zodat spaarders omwille van de angst van het failliet gaan van banken of de exit uit de euro hun geld niet weghalen en zo een zelfvervullend mechanisme in gang zetten.
  • En er moet een systeem komen om rechtstreeks vanuit een Europees fonds banken te herkapitaliseren om te vermijden dat banken en nationale overheden elkaar doodknuffelen, zoals bijvoorbeeld in Ierland is gebeurd.

Deze maatregelen op de korte termijn stoppen de mechanismen die nu onvermijdelijk en steeds sneller de eurozone aan het desintegreren zijn.

Exitscenario

Enter Griekenland. De hierboven beschreven oplossing is de minimale versie van een fiscale unie, het minimum minimorum van wat nodig is om de euro op korte termijn te laten overleven. Maar deze voorstellen stoten totnogtoe één voor één op een Duits ‘nein’. Merkel wil niet betalen voor de ‘fouten’ van andere landen. Dat ligt vooral moeilijk in het geval van Griekenland, nadat dat land zo is gestigmatiseerd in de Duitse pers, met goedkeuring van Merkel zelf.

Een scenario waarmee sommigen daarom spelen is het volgende. De Grieken stemmen op 17 juni opnieuw ‘verkeerd’, de partijen die zich willen houden aan de afspraken met de eurozone en het IMF halen geen meerderheid. De geldkraan naar Griekenland gaat dicht, en Griekenland moet de eurozone verlaten. Dit zorgt voor chaos in Griekenland en voor (hoopt men) beheersbare verliezen in wat overblijft van de eurozone.

Deze schok vormt een katalysator die de vlucht vooruit naar een minimale fiscale unie mogelijk maakt. De Zuid-Europese landen worden in het gareel gebracht door het Griekse voorbeeld van de chaos die volgt op een exit uit de euro. De Duitsers wordt getoond dat de exit van een klein land als Griekenland ook hen op kosten jaagt. Nu kan geargumenteerd worden dat men dit niet kan laten gebeuren met een groot land als Spanje. En dat het snel moet gaan: omdat de Grexit heeft getoond dat eurolidmaatschap wel omkeerbaar is, en dit voor een versnelling van bank and bond runs zorgt, moeten dringend maatregelen genomen worden die deze mechanismen verhinderen. Min maal min en hocus pocus we zitten in een (beperkte) fiscale unie.

Beroerd

Griekenland offeren om door te stoten naar een minimale fiscale unie? Ik vind het een verschrikkelijke gedachte, maar ik merk dat sommigen er echt aan denken. En er soms zelfs open over spreken, zoals Karel De Gucht in een bijlage van de Standaard over de eurocrisis. Als je het scenario doordenkt ziet het er echt beroerd uit voor de Grieken.

Sommige voorstanders van een Grexit zeggen dat dit niet per se tot verpaupering en politieke chaos moet leiden. Het land zou kunnen blijven rekenen op Europese steun tot het op eigen benen kan lopen. Maar niet als het de bedoeling is om het land als disciplinerend voorbeeld te stellen. Dan heeft de rest van de eurozone er belang bij om Griekenland te laten mislukken zodat het niet tot inspiratie voor andere landen zou leiden. 

Het hoeft niet per se op deze manier te lopen. Ik hoor ook dat hoe meer specialisten binnen de Europese instellingen de kosten van een Grexit inschatten, hoe minder men geneigd is het zover te laten komen. Maar als een plan B klaar ligt dat rekening houdt met politieke dynamieken, dan vermoed ik dat het dicht in de buurt komt van wat ik hierboven heb geschetst.

Epiloog

Nog een kort nawoord bij dit stuk dat in de eerste plaats bedoeld is om een scenario onder de aandacht te brengen van wat de komende weken zou kunnen gebeuren door de combinatie van de Griekse verkiezingen en de verdere escalatie van de Spaanse toestand.

Als progressief persoon vind ik dit scenario waarbij een lidstaat in naam van de euro wordt opgeofferd als disciplinerend signaal naar andere bevolkingen zoals geschreven ‘verschrikkelijk’. Maar ook het voortzetten van de zijn doel voorbijstrevende strategie van besparingen en neoliberale hervormingen moet worden bestreden. Omdat ik ook van mening ben dat in de geglobaliseerde wereld een rechtvaardige samenleving slechts op Europees niveau kan worden bewerkstelligd, moeten we mijns inziens blijven streven naar een ‘progressief Europa’.

Eerder dan technische aanpassingen aan de werking van de euro betekent dit voor mij een democratisering van de Europese Economische en Monetaire Unie. Het linkse verhaal moet zijn dat de euro, de economie en het financieel systeem ten dienste moeten staan van politieke keuzes en niet omgekeerd. Daaruit moeten concrete standpunten worden afgeleid, zoals dat een herkapitalisatie van de banken enkel kan mits zeer strikte voorwaarden over wat met dat geld wordt gedaan, of zelfs in ruil voor direct controle over de banken.

Evenzeer is vrij verkeer van kapitaal en goederen zonder relatief geharmoniseerde belastingen en sociale bescherming een ondermijning van democratische soevereiniteit. Zulke hervormingen zouden de echte oorzaken van de eurocrisis aanpakken, en door extra inkomsten te genereren, ervoor te zorgen dat spaargeld naar de reële economie vloeit en oneerlijke concurrentie te beperken groei kunnen genereren zonder de bevolking verder te belasten. De crisis zou moeten volstaan om hier volop voor te gaan, er is geen extra offer meer nodig.

Dit artikel verscheen eerder op poliargus.be.

Ferdi De Ville studeerde politieke wetenschappen en werkt als wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor EU-Studies aan de Universiteit Gent.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Docent Europese Studies UGent

    Ferdi De Ville is docent Europese Studies aan de Universiteit Gent. Hij is gespecialiseerd in vraagstukken omtrent Europees handelsbeleid, Sociaal Europa en de euro.