Recensies: "The Sum of Us" en "Caste"

Racisme is een schadelijk kastensysteem, zelfs voor wie witte privileges krijgt

© Reuters / Carlo Allegri

Een parkourbeoefenaar in New York. ‘Het Amerikaanse kastensysteem was van in den beginne een bewuste keuze.’

Twee nieuwe bestsellers, “The Sum of Us” en “Caste”, voor in het boekenrek: over racisme in de Verenigde Staten. Ze bieden inzichten die ook Europese activisten kunnen gebruiken, in hun strijd tegen uitsluiting en discriminatie op basis van huidskleur of afkomst. Al was het maar omwille van de verschillen tussen de continenten.

De meeste Europese migranten die toekwamen in de Verenigde Staten van Amerika waren niet wit, ze werden dat pas in het land van belofte. Dat maakte schrijfster en Nobelprijswinnares Toni Morrison me al duidelijk in een interview in 2007:

‘Het feit dat de zwarte inwoners van de VS in slavernij leefden, was het cement dat de enorme diversiteit van de blanke immigratie samenhield. Er waren straatarme Ierse immigranten die hele epistels naar huis stuurden over “die verschrikkelijke zwarten” die in de 19de eeuw hun concurrenten waren op de arbeidsmarkt. Italiaanse of Griekse immigranten spraken nauwelijks Engels, maar voelden zich wel meteen hoog verheven boven de zwarte Amerikanen. Elke nieuwe groep immigranten zette zich af tegen de zwarten en werd daardoor blank, wat in hun ogen hetzelfde was als Amerikaan – een identiteit die aan de zwarte ontzegd werd. Hij bleef de slaaf of de afstammeling van de slaaf.’

Dat laatste is belangrijk, want het systeem overleefde de Burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij. Ook daarna bleven zowel zuidelijke als noordelijke staten, maar ook de federale regering in Washington, nog een eeuw lang wettelijke discriminatie hanteren om wit en zwart gescheiden te houden.

‘Alles wat we doen is uiteindelijk een gevolg van het verhaal over de samenleving waarin we geloven.’

Er bestaat geen twijfel over dat de rijkdom van de VS, en dus ook hun mondiale macht, gebouwd werd op de systematische achterstelling, discriminatie en uitbuiting van miljoenen zwarte mensen. ‘De slavernij creëerde een nieuwe kaste waarboven zelfs de armste blanke uitstak en waar die zichzelf tegenover kon definiëren’, schrijft Heather McGhee, een Afrikaans-Amerikaanse experte in sociaal-economisch beleid, in haar boek The Sum of Us.

Isabel Wilkerson, een Afrikaans-Amerikaanse journaliste met lange staat van dienst bij de New York Times, gebruikt de term ‘kaste’ als titel voor haar boek, omdat racisme volgens haar onvoldoende beschrijft wat er aan ongelijkheid uitgebouwd en opgelegd werd in de Amerikaanse geschiedenis.

Amerikaans racisme voldoet aan de acht kenmerken waaraan een kastensysteem volgens Wilkerson moet voldoen: het werd gefundeerd op goddelijke wil en bestemming, het is erfelijk, het wordt bewaakt door een taboe op gemengde relaties, het draait om zuiverheid versus bezoedeling, het krijgt vorm in beroepen en standen, het ontmenselijkt met een zichtbaar stigma, het heeft behoefte aan (overheids)terreur en wreedheid om overeind te blijven, en de superioriteit van de ene hangt samen met de inferioriteit van de andere.

Wie wordt benadeeld?

Beide auteurs onderlijnen dat het Amerikaanse kastensysteem of het systematische en structurele racisme van in den beginne een bewuste keuze was. Het moest solidariteit onder uitgebuite Afrikanen en straatarme witte immigranten breken of voorkomen. McGhee: ‘Veel van de wetten die arbeiders van kleur onderdrukten, resulteerden in directe voordelen voor arme blanken, waardoor een nulsomrelatie ontstond’, een relatie waarbij het voordeel voor de ene afhankelijk werd van het nadeel voor de andere.

McGhee geeft een heel vroeg voorbeeld uit 1705, toen de staat Virginia de armste blanken eigendomsrechten verleende voor wat ze ook maar bezaten. Tegelijk nam ze alle bezittingen van tot slaaf gemaakte mensen in beslag, om die dan te herverdelen onder “de armen van de parochie”. Die “armen” waren wit, uiteraard. De lijst met historische voorbeelden van hoe de overheid tegelijk een witte middenklasse én een zwarte onderklasse creëerde is lang. Op het eerste gezicht klopt die stelling van de nulsom dus. Toch stelt McGhee keer op keer vast dat het om gezichtsbedrog gaat: het racistische beleid treft weliswaar vooral mensen van kleur, maar vaak is de meerderheid van de benadeelden wit.

Zowel Wilkerson als McGhee dragen in hun boek talloze details, wetten en gebeurtenissen aan waarmee ze zichtbaar maken hoe de erfzonde van de Verenigde Staten overgedragen werd van de ene generatie op de andere. Het is verbijsterend om over al die concrete maatregelen en beleidskeuzes te lezen en te moeten vaststellen waartoe mensen en overheden in staat zijn om bezit, macht of status te vrijwaren.

Een voorbeeld dat ze beiden citeren is het verhaal van de publieke zwembaden in de VS. Kort samengevat: in de Verenigde Staten werden duizenden publieke zwembaden gebouwd in de jaren na de New Deal, het hervormingsprogramma dat de economie weer groot moest maken na de Grote Depressie van de jaren ’30. De zwembaden waren een symbool van weldadig overheidsinitiatief en van de welvaart van de nieuwe middenklasse, die bewust en bedoeld enkel een witte middenklasse was.

Op het moment dat de burgerrechtenbeweging vanaf de jaren ‘50 stap voor stap gelijke toegang tot die zwembaden voor blank en zwart afdwong, kozen honderden stadsbesturen ervoor om het zwembad leeg te laten lopen, of om het vol te storten met beton, liever dan het te moeten delen. Andere besturen verkochten het zwembad voor een symbolische dollar aan een privé-uitbater, zodat ze wettelijk niet langer verplicht konden worden iedereen toe te laten. En dat alles gebeurde onder druk van de blanke burgers die daarvóór zo trots waren op hun zwembad.

Dat mensen bereid zijn hun eigen belang te schaden, is volgens McGhee een typische uiting van de diepgewortelde nulsomovertuiging: ik geef nog liever mijn wekelijkse zwembeurt op dan ze te delen met jou. Het is meteen een voorbeeld van hoe racisme ook de witte bovenkaste schaadt.

Doorheen haar boek toont McGhee aan dat dezelfde dynamiek verklaart waarom de democratie in de VS nooit volwassen werd, waarom financiële instellingen ongestraft vergiftigde kredietproducten kon verkopen aan armen, waarom de vakbonden het zo moeilijk hebben, waarom de strijd voor een beter milieu een grotendeels witte strijd gebleven is. En, stelt Wilkerson: waarom een witte meerderheid van armen, bedreigde arbeiders en steeds kwetsbaardere middenklassers “tegen hun eigenbelang in” stemden voor de witte plutocraat Donald Trump, die de rijken rijker maakte en de armen verfoeide.

© Reuters / James Lawler Duggan

Graffiti als protest tegen racisme in Washington, Verenigde Staten. ‘Er heerst witte angst voor het verlies van het demografische overwicht.’

De woede van de lagere klassen

Trump en andere white supremacists hoeven niet eens letterlijk uit te halen naar zwarte mensen of minderheden van kleur. Elke aanval op het openbaar welzijnsbeleid wordt sowieso begrepen als een verwijzing naar zwart profitariaat. Elke uithaal over drugscriminaliteit verwijst vanzelf naar zwarte daders. Dat is het resultaat van drie eeuwen discours, wetten en overgeërfde ongelijkheden, ook al spreken de feiten over armoede, criminaliteit en zelfs vervuiling de raciale stereotiepen tegen. Een hondenfluitje – een gecodeerde boodschap enkel herkenbaar voor ingewijden – volstaat om de witte angst voor de eigen achteruitgang bij de vooruitgang van de andere te mobiliseren.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Dat feit onderlijnt hoe levendig het rassen-(kasten)systeem nog steeds is. Terwijl progressieve analisten zich blijven afvragen waarom de woede van de witte lagere klassen niet gericht werd tegen de één procent superrijken, verklaren zowel Wilkerson als McGhee het electorale succes van racisme de voorbije jaren deels als witte angst voor het jaar 2042. Dat is het jaar waarin, volgens projecties van het Census Bureau, wit Amerika niet langer de meerderheid zal uitmaken van de bevolking van de VS. De angst, met andere woorden, voor de dag waarop de vanzelfsprekende superioriteit ongedaan gemaakt kan worden. Niet alleen in theorie en wetgeving, maar ook in praktijk en handhaving.

Het verlies van demografisch overwicht is herkenbaar voor de Europese lezer, die al dan niet subtiel gevoed wordt met de angst voor wat hier “omvolking” heet en in de VS the Great Replacement. De zwart-wit-tegenstelling van driehonderd jaar geleden is intussen immers vervangen door een wij-tegen-de-andere-houding binnen de witte bevolking. Niet enkel de historisch zwarte bevolking, maar ook migranten – ooit de trots en sterkte van de VS – worden in toenemende mate gezien als “zwart”, het is te zeggen: niet wit.

Geen van beide boeken gaat in op de koloniale ideologie die het fundament vormde voor zowel de bezetting van het Amerikaanse continent door Europese kolonisten, voor de genocide op de inheemse bevolking én voor de inzet van slavenarbeid — en de daarbij horende ontmenselijking van Afrikaanse gevangenen. Dat is een gemis voor de Europese lezer. Want het is net die verbinding die helpt verklaren waarom racisme ook in Europa zo sterk opduikt zodra de bevolking diverser wordt.

Europa heeft immers niet de geschiedenis van een op zogezegd raciale verschillen gebaseerd kastensysteem op eigen grondgebied, maar het heeft dat systeem wél uitgevonden en uitgebouwd. In Amerika, maar ook in andere gekoloniseerde continenten. Dat Isabel Wilkerson wel verwijst naar het Indische kastensysteem, is evident. Dat ze als tweede historische voorbeeld verwijst naar het nazisme in Duitsland is interessant, vooral omdat ze benadrukt dat de nazi’s voor inspiratie naar de wettelijke segregatie in de VS keken. Maar dat ze Zuid-Afrika slechts één keer vermeldt en de koloniale systemen onbesproken laat, is meer dan jammer.

Hoop

Een Europese lezer kan uit deze twee boeken hoop putten, en niet enkel uit de voorbeelden van individuen die doorheen de diep ingesleten en opgelegde barrières breken – want die kunnen niet echt voor structurele ommekeer zorgen.

De hoop zit op de eerste plaats in het feit dat Europese landen op eigen grondgebied geen lange traditie hebben van wettelijke apartheid. Geen lange moderne geschiedenis van bewust gecreëerde kasten die de vorming van een universele welvaartstaat in de weg stond. We zouden, met andere woorden, nog kunnen voorkomen dat de koloniale oerideologie vandaag in eigen land ingezet wordt om de groeiende superdiversiteit om te zetten in een kastensysteem, waarin mensen van kleur per definitie de ondergeschikte klasse worden. Maar dat vraagt weerwerk, want het verhaal van ‘wij tegen zij’ wint aan politieke en ideologische impact. En, zegt Heather McGhee, alles wat we doen is uiteindelijk een gevolg van het verhaal over de samenleving waarin we geloven.

Als er één les te halen valt uit beide boeken, dan is het deze: het toekomstgerichte verhaal en het weerwerk moeten politiek zijn. Dat doet niets af aan de lovenswaardige inzet van individuen en groepen om zelf te onderzoeken hoe diversiteit in gelijkheid voor iedereen een beter leven oplevert, maar die initiatieven volstaan niet. McGhee’s sterkste voorbeeld komt uit de stad Richmond. Een alliantie van Afrikaans-Amerikanen, migranten en witte milieuactivisten ging er de strijd aan met zwaar vervuilende bedrijven en hun greep op het gemeentebestuur. Ze deden dat door een politieke strategie uit te bouwen, met eigen vertegenwoordigers en een eigen basisnetwerk.

Een Europese lezer kan uit deze twee boeken hoop putten.

In de VS slaagde het racisme erin de arbeidersklasse te verdelen, in Europa kunnen vakbonden nog een cruciale rol spelen om dat scenario af te wenden. Wilkerson citeert ook Albert Einstein, die het nazisme ontvluchtte maar terechtkwam in gesegregeerd Amerika. ‘Ik kan enkel aan het gevoel van medeplichtigheid ontsnappen door mij uit te spreken’, zei hij. Het is een oproep die beide auteurs aan hun witte lezers richten: wees geen omstander, want de ongelijkheid en de onderdrukking gebeurt in jullie naam en voor jullie voordeel.

Heather McGhee voegt daar een belangrijke waarschuwing aan toe: de historische ongelijkheden die racisme gecreëerd heeft, moeten deel uitmaken van de strategie om dat racisme vandaag en die ongelijkheden morgen te bestrijden.

‘We moeten de verleiding weerstaan om universele instrumenten in te zetten om universele doelstellingen te realiseren’, schrijft ze op pagina 271. Vijftig pagina’s eerder waarschuwt ze al voor kleurenblindheid als reactie op het onrecht van racisme, wat ervoor zorgt dat ‘de burgerrechtenbeweging slachtoffer wordt van haar eigen succes’. Want als we voortaan kleurenblind zijn, worden alleen nog de slachtoffers van racisme zelf verantwoordelijk voor het rechttrekken van wat hen aangedaan werd. Met andere woorden: zeker in de VS moet drie eeuwen structureel onrecht goedgemaakt worden. Dat doe je niet door de slachtoffers op dezelfde voet te behandelen als degenen die voordeel haalden uit het systeem. Tegelijk is het cruciaal om het nulsomdenken onderuit te halen.

Heel veel witte burgers zijn uiteindelijk slachtoffer van de ongelijkheid die een racistisch kastensysteem produceert. Wanneer zij racisme bestrijden, is dat dus ook in hun eigen voordeel. Een vakbond die loonsverhoging of betere arbeidsomstandigheden afdwingt, doet dat niet op basis van huidskleur, maar voor alle werkenden. Een school die diversiteit organiseert, biedt ook witte leerlingen meer culturele vaardigheden dan een school die segregeert op basis van afkomst, huidskleur of klasse. Een staat die alle burgers gelijkwaardig behandelt, creëert een stevigere basis voor democratie en gedeelde welvaart.

De voorwaarde is, schrijven Wilkerson en McGhee, dat burgers elkaar zien zoals ze zichzelf zien. Als we weerstand bieden tegen het verhaal van wij versus zij, het verhaal van ‘mijn status daalt als die van de andere stijgt’, het verhaal van superioriteit en inferioriteit… Dan, en alleen dan, kunnen democratie, vrijheid en gelijkheid het halen van de sirenenzang van een kastensysteem dat uiteindelijk enkel de rijke, witte bovenlaag dient.

Caste. The Origins of Our Discontents door Isabel Wilkerson. Uitgegeven door Random House. 476 blz. ISBN 978 0593 23025 1

The Sum of Us. What Racism Costs Everyone and How We Can Prosper Together door Heather McGhee. Uitgegeven door One World, NY. 415 blz. ISBN 978 0525 50956 1

Deze recensies werden geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur