Indonesische bezetting van West-Papoea

West-Papoea: na de genocide is er eindelijk hoop

CC Free West-Papua

‘In West-Papoea wordt de essentie van onze menselijkheid gereduceerd tot het niets’, stelt Benny Wenda fel op 1 december 2017. Hij heeft net de Morgenstervlag gehesen in het Engelse Oxford, waar hij een politieke vluchteling is. Elk jaar op die dag gaat de officieuze vlag van West-Papoea, de hoogte in op 250 locaties in 50 landen. Niet in West-Papoea zelf, of toch niet openbaar, dat is immers een daad van verzet die kan leiden tot celstraffen van 7 tot 15 jaar.

Wenda is de oprichter van Free West Papua Campaign (FWPC) en voorzitter van the United Liberation Movement for West Papua (ULMWP). ‘We worden behandeld als beesten in een militaire bezetting die neigt naar apartheid. Tienduizenden vluchtten noodgedwongen, achterblijvers leven onder constante terreur. Bijna elke dag arresteert, foltert en vermoordt het leger Papoea’s zonder reden’, vertelt Wenda aan The Independent.

‘Jakarta regeert al meer dan een halve eeuw over West-Papoea, na een illegale machtstransfer oogluikend toegestaan door de VN, de VS en Nederland’

De Indonesische overheid is de boosdoener. Jakarta regeert al meer dan een halve eeuw over West-Papoea, na een illegale machtstransfer oogluikend toegestaan door de VN, de VS en Nederland. En hoewel de Indonesische president Joko ‘Jokowi’ Widodo hard z’n best doet om te tonen dat Indonesië het goed voor heeft met West-Papoea, suggereren de internationale rapporten iets anders, de laatste drie jaar is het geweld enkel toegenomen.

Zeid Ra’ad Al Hussein, VN-commissaris voor Mensenrechten, meldt ‘alsmaar meer berichten over willekeurige aanhoudingen en overdreven machtsvertoon van de veiligheidstroepen.’ Komt het nog ooit goed voor West-Papoea?

Genocide in slow-motion

Beeld u zich een land in waar de bergen gemaakt zijn van goud, zilver en koper, waar de rivieren en zeeën wemelen van vis en waar het landoppervlak bedekt is met kostbaar hardhout, een land dat overvloedig veel aardgas heeft, maar ook intense natuurschoonheid: ongerept oerwoud, woeste junglerivieren en ‘s werelds enige beschermde intacte doorsnede van bergen met besneeuwde toppen tot een tropisch zeemilieu.

In zo’n schatrijk land moeten de mensen het wel goed hebben. Toch? Niet dus. Hoewel ze op een goudberg wonen waarvan de omvang amper te vatten valt, zijn de meeste West-Papoea’s straatarm. Ze zijn lastiggevallen, vernederd, verkracht en vermoord. Hun tradities zijn ondermijnd, hun grondstoffen geroofd en hun milieu, het land waarvan ze al sinds mensenheugenis leven, worden vernield.

West-Papoea is de naam die de Papoea’s verkiezen voor hun land, het Indonesische gedeelte van het eiland Nieuw-Guinea. Het bestaat –ietwat verwarrend– uit de Indonesische provincies Papoea en West-Papoea. Sinds 1962 zwaait Indonesië de plak in West-Papoea, ook al hebben de Papoea’s etnisch, cultureel en geografisch weinig gemeen met de Indonesische archipel.

De Indonesiërs regeren met harde hand. Ze zijn als de dood voor het verliezen van West-Papoea. Daarom drukken leger en politie elke zweem van nationalistische gevoelens of separatisme oerend hard de kop in. Opstanden leiden tot buitensporige vergeldingen, de Morgenstervlag werkt op de Indonesische ordehandhavers als een rode lap op een stier. Het geeft hen een vrijgeleide om er op los te kogelen of matrakkeren. De vergelijking met een politiestaat is nooit veraf.

Het aantal slachtoffers van de Indonesische terreur is moeilijk in te schatten. Jakarta sluit West-Papoea hermetisch af voor journalisten. Die komen er slechts in met toelating van het leger of –vaak gemakkelijker– door zich te vermommen als vogelaars. Onlangs moest een BBC-journaliste Papoea verlaten omdat haar tweets ‘de gevoelens kwetsten’ van de Indonesische legerleiding.

Wat stellen die gevoelens voor in verhouding met het Papoease lijden? Australische universiteiten menen dat sinds de jaren zestig 100.000 tot een half miljoen Papoea’s zijn omgekomen door de Indonesische bezetting. Zij noemen het ‘een genocide in slow-motion’.

CC Free West-Papua

Vrije keuze of geen keuze

De kiem van de huidige situatie is geplant in 1949, toen Nederland z’n kolonie Nederlands Indië de vrijheid “schonk.” De nieuwe natie heette Indonesië, maar de Nederlanders kozen ervoor westelijk Nieuw-Guinea onder controle houden totdat de Papoea’s klaar zijn om er zelf te regeren.

Daar kan Soekarno, de eerste president van de jonge natie, niet mee lachen. Hij is niet gediend met een blijvende koloniale aanwezigheid op de drempel van Indonesië en roept West-Papoea uit tot speerpunt in zijn eeuwige strijd tegen het Nederlandse imperialisme. West-Papoea is van ons, stelde hij. Soekarno beweert het territorium te willen verenigen dat verdeeld was door het kolonialisme. De regio is historisch nooit verenigd geweest, de archipel was immer een aaneenschakeling van koninkrijken en sultanaten.

Nederland zet de ontvoogding van West-Papoea voort en het land krijgt een volksraad, een leger, een volkslied en een vlag. Kortom, alles om algauw als land beschouwd te worden. Wanneer op 1 december 1961 de Morgenstervlag voor het eerst wappert in West-Papoea, lijken alle nodige stappen naar zelfbeschikking gezet.Totdat Indonesië het heft in eigen handen neemt.

‘Om te beletten dat Indonesië het volgende land wordt in het Zuidoost-Aziatische communistische blok beslist president John F. Kennedy om Soekarno te paaien met West-Papoea’

Voorzien van Sovjetwapens vallen paratroepers West-Papoea binnen, om terug te vorderen wat volgens de meeste Indonesiërs, maar weinig Papoea’s, altijd al tot de Republiek Indonesië behoorde. Een herhaling van de onafhankelijkheidsstrijd tegen Indonesië is het laatste wat de Nederlanders willen.

Ook in het Witte Huis weerklinkt gevloek. Om te beletten dat Indonesië het volgende steentje wordt in de Zuidoost-Aziatische communistische domino beslist president John F. Kennedy om Soekarno het hof te maken.

Door hem Papoea op een presenteerblaadje aan te reiken, wil Kennedy een Koude Oorlog-rampenscenario vermijden. Dat is hem dierbaarder dan de mensenrechten van enkele honderdduizenden inheemse bewoners in een gemarginaliseerde hoek van de wereld.

Onder druk van de VS offert Nederland schoorvoetend West-Papoea op. Indonesië en Nederland ondertekenen in 1962 het Verdrag van New York, dat de controle over West-Papoea in Indonesische handen legt. De Nederlanders hebben wel een clausule kunnen toevoegen: binnen zeven jaar moeten de Papoea’s zelf kunnen beslissen over hun toekomst, de Act of Free Choice.

Die volksraadpleging komt er in juli en augustus 1969. Niet dat alle 800.000 Papoea’s mogen stemmen. Nee, Jakarta kiest zorgvuldig 1026 stamoudsten uit. Het leger maakt hen diets dat ze maar beter stemmen voor integratie in Indonesië. Het is niet wonderbaarlijk dat de stamoudsten, aangemoedigd door het figuurlijke pistool tegen hun slaap, stemmen. De fraude is zonneklaar, maar de VN staan erbij en kijken ernaar. The Act of Free Choice wordt daarom herdoopt tot de Act of No Choice.

Kolonie wordt bezetter

De Papoea’s voelen zich zwaar beetgenomen. Zij zijn geofferd op het altaar van de geopolitiek, ten bate van buitenlandse machten. Soekarno ziet zijn droom vervuld, hij staat aan het hoofd van een Indonesische Republiek van Sabang tot Merauke, de twee uiterste punten van de archipel. De kolonie wordt kolonisator. Sindsdien betwisten velen de wettigheid van de stemming. Indonesië noemt het statuut van West-Papoea evenwel finaal.

Al kleeft er een VN-stempel op, de transfer blijft illegaal. ‘De gevoeligheid bij VN is groot’, zegt Raki Ap, woordvoerder van Free West Papua in Nederland. Aps moeder verhuisde met haar vier zonen naar Nederland toen Indonesische militairen haar echtgenoot, Aps vader, in 1984 vermoordden. ‘De VN zullen hun fouten moeten toegeven. Dat is lastig, maar dat wil niet zeggen dat ze ervan moeten wegkijken.’

‘Hetzelfde geldt voor Nederland’, zegt Ap, ‘Het hele hoofdstuk over Nederlands Nieuw-Guinea is hier uit de geschiedenisboeken gehaald, dat zegt voldoende. Ook bij de Nederlandse politici merken we de paniek wanneer we de kwestie oprakelen. Het Nederlands buitenlands beleid focust nochtans op de handhaving van internationaal recht. Dat geldt schijnbaar voor iedereen en overal, behalve in hun eigen voormalige kolonie.’

CC Free West-Papua

Er schuilt evenwel meer achter de bezetting. Het behoud van West-Papoea is voor Indonesië niet alleen cruciaal vanwege een pervers gevoel van nationale trots. Economische overwegingen zijn minstens even belangrijk.

Diep in de wilde Papoease hooglanden vindt een Nederlandse geoloog in 1936 een monoliet tjokvol hoogwaardige ertsen, de Ertsberg. Legergeneraal en latere president Soeharto heeft het gemunt op die natuurlijke bronnen, maar hij weet dat zijn land geld noch technologie heeft om een mijn te exploiteren op 4100 meter hoogte in een van West-Papoea’s meest afgelegen regio’s.

Daarom doet Soeharto een beroep op Freeport-McMoRan. Dat Amerikaanse mijnbedrijf legt wegen en pijplijnen aan en bouwt een haven, een landingsbaan, een energiecentrale en een dorp. Soeharto besluit zonder enige autoriteit –de Act of Free Choice is nog niet gestemd– delen van West-Papoea aan een Amerikaans bedrijf te verkopen.

Afvalrivier onder Grasbergmijn

Het lijkt een lucratieve deal voor alle partijen. In ruil voor exploitatierechten krijgt Indonesië belastinginkomsten en een minderheidsaandeel van 10 procent.

Freeport draait een torenhoge omzet. Wanneer de productie van Ertsberg stagneert in de jaren tachtig, ontdekt het bedrijf even verderop de Grasberg. Hier steken meer bekende goudreserves in de grond dan eender waar op aarde. En het is niet eens een goudmijn! In de eerste plaats wordt hier koper gedolven, goud is een bijproduct.

‘Het potentieel van West-Papoea is slechts begrensd door onze eigen verbeelding’, meldt Freeport-voorzitter James Moffett in de jaren negentig trots aan z’n aandeelhouders. Er zit nog altijd voor tientallen miljarden dollar goud en koper in de grond.

‘Ooit was dit een rijk zoetwatermilieu, nu is het waterleven in de valleien dood. Onderzoekers meten tot 225 kilometer ver hoge niveaus van toxiciteit’

Freeport schurkt zich gewillig aan tegen dictator Soeharto en z’n trawanten. Het exploitatiebedrijf betaalt voor hun vakanties en het onderwijs van hun kinderen, geeft hen hier en daar een percentje en maakt hen slapend rijk. Kortom, het is een volmaakt huwelijk, maar wel op de kap van het milieu en het Papoease volk, dat kan fluiten naar z’n onafhankelijkheid.

Mijnwerkers gooien dagelijks 700.000 ton steenafval in rivieren. Ooit was dit een rijk zoetwatermilieu, nu is het waterleven in de valleien dood. Onderzoekers meten tot 225 kilometer ver hoge niveaus van toxiciteit. Onder een berg van weelde, zo parafraseert The New York Times, schuilt een rivier van afval.

Ter verdediging wijst Freeport op het moeilijke terrein. Afval dumpen in de rivieren, zo meent de leiding, is de beste oplossing (lees: de goedkoopste). Want hetzelfde Freeport spaart koste noch moeite om goud en koper met pijplijnen door onherbergzame bergen en de jungle te vervoeren. Freeport staat symbool voor de buitenlandse roofdierbedrijven die te werk gaan zonder achting voor de inheemse bevolking. Ook BP heeft een aardgasinstallatie in West-Papoea.

150.000 dollar voedselkosten

Sinds 1969 zijn de beschuldigingen van mensenrechteninbreuken amper te tellen. Vooral het Soeharto-tijdperk (1967-1998) maakt veel slachtoffers. Er zijn verhalen over mannen die hun eigen graf moeten delven, verkrachtingen, brandstichting, geweld en terreur. Indonesië houdt z’n interne kolonie met 30.000 veiligheidstroepen in een wurggreep.

Het leger bombardeert zichzelf na de onafhankelijkheid tot de engelbewaarder van de natiestaat. De mijnactiviteiten van Freeport presenteren zich als een enorme kans om de militaire aanwezigheid te vergroten in een provincie waar het leger voordien amper een voet aan de grond had.

Freeport heeft het leger immers nodig om zich te beschermen tegen de guerrillastrijd die de Organisatie voor een Vrij Papoea (OPM) voert. Er gonzen zelfs geruchten dat de Indonesische regering zelf regelmatig moorden laat uitvoeren om Freeport meer geld te ontfutselen. Al sinds de jaren zeventig betaalt het bedrijf gemiddeld vijf miljoen dollar per jaar voor de veiligheidsdiensten van de overheid.

Maar er is meer. In 2005 onthult The New York Times illegale betalingen van Freeport aan generaals, kolonels, majoors en andere militaire personeelsleden. Tussen 1998 en 2004 krijgen zij 20 miljoen dollar. Een van deze militairen rekent 150.000 dollar aan om z’n “voedselkosten” te compenseren. Het geld vloeit ook naar de mobiele brigade, een brutale paramilitaire beweging berucht om haar wandaden. Met andere woorden, Freeport financiert de buitenwettelijke excessen van het Indonesische leger.

Eenheid in Diversiteit

De onderdrukking manifesteert zich echter ook op subtieler vlak. Want Soeharto put niet enkel uit de Papoease rijkdommen om infrastructuur in zijn Java te bouwen. Hij verhuist ook mensen uit z’n overbevolkte thuisland naar alle uithoeken van de archipel, waar ze de lokale bevolking de Javaanse cultuur door de strot rammen. De slogan van Indonesië –‘Eenheid in Diversiteit’- lijkt vooral te gelden voor zij die zich willen schikken naar de wil van de Javanen.

‘De intocht van militairen en buitenlands personeel heeft de traditionele samenleving ontwricht en sociale problemen zoals alcoholmisbreuk en prostitutie meegebracht’

Jakarta doet lange tijd weinig moeite om te verhullen dat het de Papoea’s beschouwt als minderwaardige wezens. Ze zijn net goed genoeg om in mijnen of op plantages te werken, maar niet om West-Papoea te besturen. De managers en bureaucraten komen uit Java. Elizabeth Pisani noemt het in haar boek Indonesia Etc. ‘een replica van de manier waarop de Nederlanders Java enkele honderden jaren lang behandelden.’

Transmigratie heeft van de Papoea’s een minderheid gemaakt in hun eigen thuisland. Van de 2,4 miljoen inwoners van West-Papoea is de helft geboren op Java. Indonesisch is er de lingua franca. Transmigranten hebben de economische macht, bekleden de meest gegeerde functies en beheren de grote winkels in Jayapura. Het gros van de Papoea’s blijft arm.

De intocht van militairen en buitenlands personeel heeft de traditionele samenleving ontwricht en voorheen onbekende sociale problemen zoals alcoholmisbreuk en prostitutie meegebracht. Een crisis van mazelen en ondervoeding in de regio van de Grasbergmijn eist sinds september 2017 al minstens 72 levens. Het getroffen Asmatvolk haalde ooit al het nodige uit de bossen. Nu is het aangewezen op geïmporteerd voedsel - de bossen zijn gekapt.

CC Free West-Papua

Elite met Javaanse opleiding

In 1998 verdwijnt Soeharto van het politieke toneel en Indonesië wordt gedecentraliseerd, de regio’s krijgen meer macht. Papoea krijgt in 2002 zelfs Speciale Autonomie. Voortaan vloeit het leeuwendeel van het belastinggeld terug naar de regio, waar het lokaal geïnvesteerd wordt. Maar wie denkt dat alle Papoea’s daar wel bij varen, heeft het mis.

Jakarta installeert een systeem van coöptatie. Het zuigt nog altijd de belastingen weg, maar volgens Indonesië-expert Elizabeth Pisani sluist de centrale overheid de meeste royalty’s van de mijnbouw en de boskap nu rechtstreeks door naar een nieuwe Papoease elite.

‘Bij de onafhankelijkheid verwierf een handvol Indonesiërs met een Nederlandse opleiding de macht’, schrijft Pisani. ‘Op dezelfde manier kreeg een handvol Papoea’s met Javaanse opleiding controle over de meeste natuurlijke grondstoffen van de regio.’

‘Ooit werd de rijkdom van Papoea gestolen door Jakarta’, zo citeert ze een predikant uit Jayapura, ‘Nu door de Papoease elite. Ze komen daarmee weg omwille van twee redenen. Ten eerste zijn de meeste Papoea’s er zodanig aan gewend de Javanen de schuld te geven van alles, dat ze niet merken wat er echt gebeurt. Daarnaast coöpteert de elite iedereen die bezwaar maakt.’

Nochtans wil president Joko ‘Jokowi’ Widodo bewijzen dat Jakarta zich het lot van de Papoea’s wel degelijk aantrekt door er de infrastructuur en de verbinding met de rest van Indonesië te verbeteren. Sinds zijn verkiezing in 2014 bezocht Jokowi de regio al zes keer, meer dan zijn voorgangers.

‘Ach, schone schijn en mooie praatjes’, vindt Raki Ap. ‘Die investeringen zijn niet voor ons, maar voor de staat. Zo krijgen het leger en de multinationals beter toegang. Het is een kwestie van de natuurlijke rijkdommen nog sneller te kunnen exploiteren.’

Volgens Ap heeft de Speciale Autonomie gefaald. ‘Er is niets veranderd. Het geweld is enkel toegenomen, terwijl wij nog steeds minder bevoegdheden hebben dan de transmigranten. We worden op alle fronten achtergesteld.’ Hij geeft het voorbeeld van de enorme palmplantage in de buurt van Merauke. ‘Daarvoor is enorm veel regenwoud gesneuveld. De lokale bewoners zijn weggejaagd, transmigranten gaan er met de lucratieve klusjes aan de haal. De lokale bevolking kan niet profiteren, niet van het werk noch van de winsten.’

CC Free West Papua Campaign

Raki Ap, woordvoerder voor Free West Papua Campaign samen met Nieuw Guinea Veteraan Ko Groenen

Hoop op de agenda

En toch is Ap hoopvol. Omdat de vrijheidsstrijd van de Papoea’s weerklank vindt bij de leiders van de Melanesische eilandengroepen in de Stille Oceaan. Papoea’s behoren tot dezelfde etnische groep, de Melanesiërs. De eerste ministers van Vanuatu en de Salomonseilanden roepen al een tijdje op tot een officieel VN-onderzoek.

‘En de Melanesian Spearhead Group mandateerde West-Papoea als observator’, zegt Ap, ‘Dat is een sub-regionale organisatie, zeg maar de EU van Melanesië. Volwaardig lidmaatschap is ons volgend streven, dat zou onze strijd meer politiek gewicht geven.’

Jakarta beschuldigt de Melanesische eilandgroepen van inmenging in de nationale soevereiniteit. De centrale overheid beweert dat het sinds 1998 de mensenrechten in West-Papoea hoog op de agenda heeft staan. Tegelijkertijd belemmert het buitenlandse journalisten nog steeds om er hun werk te doen wat de indruk wekt dat de Indonesische regering iets in de doofpot willen stoppen.

‘Als Indonesië zoveel gedaan heeft om het leven van de Papoea’s te verbeteren, waarom tonen ze dat dan niet aan de wereld?’

‘We gedragen ons als een paranoïde regime, doodsbang dat er lijken uit de kast zullen vallen’, schrijft The Jakarta Post. ‘Als Indonesië zoveel gedaan heeft om het leven van de Papoea’s te verbeteren, waarom tonen ze dat dan niet aan de wereld?’

In september 2017 geeft Benny Wenda een petitie met 1,8 miljoen West-Papoease handtekeningen af op de kantoren van de VN, zo’n 70 procent van de bevolking. Hij wil dat de VN West-Papoea opnieuw beschouwen als kandidaat voor zelfdeterminatie.

Aangezien de centrale overheid niet in dialoog lijkt te willen gaan, geloven veel Papoea’s dat enkel de VN iets kunnen veranderen, maar die lijken geen haast te hebben. De VN blijven blind voor de misstanden die zich afspelen in West-Papoea.

‘De VN-procedure is lang en ingewikkeld, maar we zullen die route bewandelen’, aldus Raki Ap.

Het hardhandiger optreden van de Indonesische troepen wijst wellicht op zenuwachtigheid. Indonesië merkt ook dat de internationale bewustwording toeneemt. Het momentum voor West-Papoea groeit.

‘Gezien de ontwikkelingen kan ik niet anders dan optimistisch zijn’, zegt Raki Ap. ‘Als ik zie hoe de steun en bewustwording groeit, is het een kwestie van tijd vooraleer de fouten uit het verleden worden rechtgezet. Dan krijgen we eindelijk het onafhankelijke West-Papoea dat we verdienen.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift