Achtergelaten – De moeilijke tocht van een Syrische jongen die bij zijn familie wilde zijn

Dit is het verhaal van Mohammed Kdimati, een jongeman van nu 22 jaar, die van zijn ouders gescheiden werd toen ze vluchtten uit Syrië. Omdat hij toen net achttien en dus wettelijk een volwassene was, mocht hij niet herenigen met zijn familie. Een getuigenis, in beeld gebracht door Daniel Demoustier.

Mohamed Kdimati runde een succesvol bedrijf dat kledij voor kinderen maakt in Aleppo, toen plots de oorlog uitbrak in Syrië. De woning van de familie werd compleet vernield door een autobom en Mohameds fabriek werd onbereikbaar toen de frontlijnen tussen de strijdende partijen in de stad begonnen te schuiven. Zo werd het gezin ook helemaal van hun inkomen afgesneden.

Toen hun oudste zoon Mohamed junior werd opgeroepen voor verplichte dienst in het leger, hadden de Kdimati’s helemaal genoeg van de situatie in Syrië. Ze vluchtten, eerst naar Turkije, en uiteindelijk naar Nederland. Het werd een lange en gevaarlijke odyssee, waarbij de oudste jongen van het gezin gescheiden raakte, en waarbij zowel vader als zoon niet anders konden dan elk een gevaarlijke tocht te ondernemen met de hulp van mensensmokkelaars.

Toen ik Mohamed einde 2014 voor het eerst ontmoette in Nederland, was hij duidelijk erg kwaad om wat er met zijn familie aan het gebeuren was. Hij had zijn huis en zijn zaak verloren door de oorlog, en hij had maandenlang vastgezeten in Turkije met zijn vrouw Yasmeen, hun drie zonen en hun dochter.

© UNHCR

Er was voor het gezin geen vooruitzicht meer om terug te keren naar Aleppo. Mohamed besliste dan maar om het weinige geld dat ze nog hadden bijeen te schrapen en hij betaalde een smokkelaar om weg te geraken. Bij een eerste poging om naar Europa te geraken via een smokkelaarsbootje van Turkije naar Griekenland, ontsnapte hij maar net aan de dood. Hij werd op de bus naar de Turkse kust opgepakt en teruggestuurd. Het bootje dat hij normaal gezien had moeten nemen, zonk. Iedereen aan boord verdronk. 

Hij geraakte uiteindelijk in Nederland in een verborgen ruimte achter in een grote vrachtwagen. Zijn familie liet hij tijdens de gevaarlijke tocht door Europa achter in Turkije.

In Nederland vroeg Mohamed meteen asiel aan en niet lang daarna kreeg hij vluchtelingenstatus. Toen die hele procedure achter de rug was, startte hij meteen een procedure voor familiehereniging om ook Yasmeen en de kinderen naar Nederland te krijgen. Het was een berekende gok, iets wat veel Syriërs op dit moment doen om toch maar uit de oorlog te geraken. Je stuurt één familielid voorop naar een Europees land via een smokkelroute, in de hoop dat je daarna ook de rest van de familie naar veiliger oorden krijgt.

© UNHCR

Maar toen begon alles goed mis te gaan. De Nederlanse overheid keurde in eerste instantie de familiehereniging goed. Yasmeen en de kinderen zouden een visum krijgen waarmee ze naar Nederland zouden kunnen reizen. Maar de oudste zoon, Mohamed junior, kreeg geen visum.

‘De officiële uitleg die we van de IND kregen was dat Mohamed ouder dan achtttien was toen de procedure familiehereniging werd gestart’, vertelde Mohamed senior me. ‘Dat maakte hem wettelijk een volwassene. We hebben daarna nog met een advocaat geprobeerd beroep aan te tekenen, maar een rechter bevestigde uiteindelijk de beslissing.’ En dus moest Mohamed junior, toen amper twintig jaar oud, plots helemaal alleen voor zichzelf zorgen in Turkije.

De huidige Europese regels voor familiehereniging zijn gebaseerd op het basisprincipe dat mensen die ouder zijn dan 18 op eigen kracht naar een asielland moeten reizen om een asielaanvraag te kunnen indienen. De regel is dat je je op het grondgebied van een asielland moet bevinden om zo’n aanvraag in te dienen. Dit heeft tot gevolg dat de grote meerderheid van de volwassen vluchtelingen op één of andere manier grenzen moet oversteken eer ze ook tot in een land geraken waar ze een asielaanvraag willen indienen. Dat betekent in de praktijk vaak dat je enkel tot in een asielland geraakt met een mensensmokkelaar.

Gammele rubberbootjes

Toen ze geen mogelijkheid meer hadden om Mohamed junior nog op legale manier naar Nederland te krijgen, sloeg de wanhoop toe bij de Kdimati’s. Ze bleven in contact met hun zoon via Viber en het internet, maar soms hadden ze wekenlang geen nieuws van hem. De jongeman leefde van wat hij kon krijgen in Turkije. Hij verbleef bij vrienden en kennissen die wat in de kledingindustrie werkten. De maanden gingen voorbij, maar de wettelijke strijd om Mohamed junior naar Nederland te krijgen leverde niets op. En dan had ook de jongeman er genoeg van. 

Mohamed junior stapte op zijn beurt naar de smokkelaars om Turkije uit te geraken. Net als zijn vader betaalde hij een grote som geld aan een aantal verdachte figuren en op een ochtend stapte hij op een gammel rubberbootje en geraakte hij tot aan een van de Griekse eilanden, in de buurt van de Turkse kuststad Izmir.

© UNHCR

De motor van het bootje begaf het al gauw en samen met 28 wanhopige mensen werd Mohamed junior van de zee geplukt door de Griekse kustwacht. Ze werden een week lang door de Griekse autoriteiten opgesloten in een detentiecentrum en werden dan vrijgelaten. 

Toen ik Mohamed sprak in februari 2015 was hij tot in Athene geraakt. Sinds het begin van de oorlog in Syrië waren al duizenden Syriërs aangekomen in de Griekse hoofdstad. Velen van hen sliepen op straat. Mohamed was ook dakloos, maar gaandweg leerde hij een paar mensen kennen die hem hielpen. Hij verbleef bij vrienden en hij trok uiteindelijk in bij twee neven uit Aleppo, die ook vastzaten in Athene.

De drie jongemannen sliepen om beurten in het bed in de ene slaapkamer van het kleine flatje. Eén van hen moest altijd op de oude zetel. Ze brachten hun dagen meestal door met zoeken naar gratis WiFi-verbindingen in de stad, zodat ze met hun smartphones konden bellen, op zoek naar een manier om toch maar Griekenland uit te geraken om tot bij familie in West-Europa te geraken. Om de tijd te doden keken ze televisie, of ze maakten wat koffie. Ze overleefden op het beetje geld dat hun familie hen kon toesturen vanuit Syrië of vanuit Nederland. Sommige dagen was er geen geld. En dus ook geen eten. 

© UNHCR

Toen ik er was, keken ze naar Spider-Man op TV en aten ze eieren en wat goedkope hummus van een supermarktje met voedsel uit het Midden-Oosten om de hoek, zoals altijd met het gevaar elk moment opgepakt te worden. Op een bepaald moment begon een buurman in het gebouw te klagen over cameramateriaal dat in de traphal stond.

De sfeer werd even gespannen en de buurman liet er geen twijfel over bestaan dat er heel wat Atheners zijn die de Syrische vluchtelingen beu zijn. ‘Ik weet dat we geluk hebben dat we hier kunnen verblijven’, zei Mohamed me. ‘Heel wat mensen die we hier ontmoet hebben, leven in veel slechtere omstandigheden.’

© UNHCR

Niet lang na onze ontmoeting verhuisden Mohamed en zijn twee neefjes voor een tijd naar het noorden van Griekenland, naar een familierelatie. Ze waren Griekenland helemaal beu en probeerden verschillende keren om West-Europa via de smokkelroutes te bereiken. Eén van de neven geraakte tot in Nederland in mei 2015. Mohamed en de andere neef werden een paar keer gesnapt, waardoor hun geld verder op geraakte en hun situatie steeds moeilijker werd. 

Voor de zomer van 2015 kondigde Nederland dan plots een wijziging aan in het beleid rond toelating van jongvolwassen kinderen van vluchtelingen. Onder bepaalde voorwaarden kunnen jongvolwassen kinderen nu zich nu wél met hun familie herenigen.

11.000 familieherenigingszaken

De familie Kdimati diende meteen een verzoek in om de zaak van hun zoon te heropenen. Maar de zaak zou lang gaan duren omdat de Nederlandse autoriteiten op dat moment al een achterstand van zo’n 11.000 familieherenigingszaken had opgelopen. De nieuwe wettelijke weg die zich geopend had voor Mohamed om naar Nederland te komen, zou zeker lang op zich hebben laten wachten. 

De rauwe werkelijkheid haalde het dan snel van het beleid. Op 4 juni 2015 slaagde Mohamed junior er in om met een smokkelaar door een luchthaven te geraken en naar Duitsland te vliegen. Een paar uur later viel hij in de armen van zijn vader en moeder in Nederland. De tweede neef kwam een paar dagen later aan via een gelijkaardige smokkelroute. 

Mohamed’s asielaanvraag werd goedgekeurd op 15 juli 2015. Hij leeft nu met zijn familie in het noorden van Nederland. Nederland heeft zijn beleid voor gezinshereniging van jongvolwassen vluchtelingen ondertussen aangepast. Ook kinderen die ouder dan achttien zijn, kunnen nu onder bepaalde voorwaarden herenigen met hun familie in Nederland.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift