Autoritaire staat waagt zich aan klimaatmaatregelen

Boeren achter tralies in Thailand omdat ze maniok verbouwen

Gie Goris

Vandaag moet Narissara Muangklang wellicht naar de gevangenis. Haar misdaad en die van 13 anderen in haar dorp Sab Wai, Thailand? Maniok telen op de grond waar dat al generaties gedaan wordt, maar die nu herbebost moeten worden

‘Je mag niet wenen als je binnengaat’, zegt Narissara. ‘Je mag niet wenen.’ De glazen glans over haar koolzwarte ogen laat er geen twijfel over bestaan: ze weet dat ze zal huilen als ze straks naar de gevangenis gebracht wordt. Daar zal ze vervolgens negen maanden en tien dagen opgesloten blijven.

Narissara Muangklang is niet alleen. Haar moeder en twee oudere zusters zitten al achter tralies en in totaal zijn ze met veertien uit Sab Wai, een gehucht in de groene, golvende heuvels van Chaiyaphum, een provincie in het noordoosten van Thailand.

De misdaad waarvoor de Sab Wai 14 moeten boeten, is dat ze maniok telen. Net als zowat iedereen in de wijde omtrek. Dat merk je meteen als je naar de provincie rijdt en haar doorkruist. De grond is hier schraal en dus beter geschikt voor een stug gewas als maniok dan voor suikerriet, laat staan rijst of de fijnere gewassen van het Thailandse groenteaanbod.

De veroordeelde telers hebben niets anders gedaan de voorbije jaren dan alle jaren en decennia voordien. Maar de overheid heeft de kaart van de regio hertekend, waardoor de gronden van deze boeren plots in herbebossingsgebied lagen en het telen van gewassen dus niet langer toegelaten was.

40 procent meer bos

De herklassering van de landbouwgrond maakte deel uit van het Forest Master Plan en Order 64/2014, waarmee de regering streeft naar veertig procent beboste oppervlakte over heel Thailand. Dat komt neer op een bijkomende bosoppervlakte ter grootte van Nederland, en is natuurlijk een lovenswaardig plan.

Agenten zetten Nittaya onder druk om haar eigen grond ‘terug te geven’ aan de staat

De verordening maakt (alvast in het officiële discours) deel uit van de klimaatinspanningen van Thailand. Het is te zeggen: door meer bosoppervlakte te creëren, wil Thailand meer koolstofkredieten opbouwen. Die kredieten kan het land dan doorverkopen aan westerse regeringen die hun kyotodoelstellingen niet halen en die hun eigen klimaatfalen willen afkopen met groene certificaten uit het Zuiden.

Geen klein detail: de ‘regering’ die de nieuwe wet afkondigde, was de National Council for Peace and Order (of NCPO), zoals de militaire junta zich in Thailand noemde na de staatsgreep van 2014.

25 agenten voor de deur

Een klein jaar nadat de nieuwe wet uitgevaardigd was, kreeg Nittaya Muangklang, de moeder van Narissara, plots bezoek van 25 agenten. Die intimideerden haar en zetten haar onder druk om een papier te ondertekenen waarin ze akkoord ging om haar eigen grond en die van haar jongste dochter ‘terug te geven’ aan de staat. Het doorslaggevende argument: het moet van de NCPO!

Dat, samen met het regiment ordehandhavers op het maniokveld en het dreigement dat ze anders niet eens de oogst van dat jaar zou mogen binnenhalen, bleek voldoende om Nittaya overstag te doen gaan.

Gie Goris

Narissara was toen nog aan het werk in Bangkok. ‘Mijn moeder had de eigendom van dat stukje grond wel aan mij overgedragen, maar ik kan bewijzen dat ik al die jaren in Bangkok huurde en werkte (en dat ze het land dus niet bewerkt heeft, red.). De aanklacht tegen mij houdt werkelijk geen steek.’

‘Er zijn bewijzen genoeg dat de betwiste gronden door de families van Sab Wai bewerkt werden, lang voordat het gebied uitgeroepen werd tot natuurpark’

Ze zegt dat niet om zich als enige aan het proces en de consequenties te onttrekken, maar om aan te tonen dat het hele proces op drijfzand gebouwd is. Want de overheid gaat in tegen haar eigen principes die geformuleerd werden in een later decreet, waarin gesteld wordt dat de armen geen nadeel mogen ondervinden van het nieuwe beleid.

Bovendien moet rekening gehouden worden met bestaande landbouwgronden en -methodes. En ‘er zijn bewijzen genoeg dat de betwiste gronden door de families van Sab Wai bewerkt werden, lang voordat het bosgebied uitgeroepen werd tot natuurpark’, zegt Narissara. Maar de overheid houdt vast aan de getekende papieren en aan het feit dat de verzachtende maatregelen dateren van na de aanklacht tegen de veertien boeren en boerinnen.

‘Als je zwak bent, gaan ze je pesten’

Geduldig weerlegt Narissara argument na argument en onderbouwt ze haar eigen verdediging. Ze somt ook de kantoren en instellingen op waar de families langs geweest zijn om verhaal te halen: het kabinet van de premier, de vice-gouverneur van Chaiyaphum, de provinciale aanklager, het Opperste Gerechtshof.

Ze geeft aan hoe klein ze de kans inschat dat logica en inzet ook zullen wegen als ze op woensdag 3 juli (een paar dagen na ons gesprek, red.) voor het Hof van Beroep moet verschijnen, ook al kwamen ze tot een vergelijk met de diensten van de provincie. In eerste aanleg werden alle veertien boeren uit Sab Wai veroordeeld tot gevangenisstraffen én hoge geldboetes. De aangeklaagden die intussen al voor het Hof van Beroep verschenen, zagen hun veroordelingen een voor een bevestigd of verzwaard.

Zoals verwacht (en in het artikel hiernaast aangegeven) werd Narissara Muangklangs veroordeling in beroep inderdaad bevestigd op 3 juli

Daarom vraag ik toch wat ik eerst te delicaat vond: weet ze al wat ze gaat doen als ze na de zitting van woensdag 3 juli, zoals verwacht, achter de tralies belandt? Narissara haalt even diep adem. ‘Ik wil het niet’, zegt ze beslist.

Ik wil mijn moeder en haar strijd om de grond niet achterlaten. Wij blijven ploegen, planten en oogsten

En dan, berustend: ‘Dat je niet mag wenen, want als de andere gevangenen zien dat je zwak bent, gaan ze je pesten.’ Dat leerde ze alvast van haar oudere zus die al sinds mei in de gevangenis zit. En ook: dat je je moet aanpassen aan de regels, dat de avonddouches al tegen 14 uur beginnen, dat het eten niet lekker is, dat je op je stappen en je spullen moet letten.

En natuurlijk is het helemaal te vroeg om na te denken over april 2020, wanneer ze normaliter weer op vrije voeten zal zijn. Maar toch: overweegt ze om terug te keren naar Bangkok?

‘Neen’, klinkt het weloverwogen. ‘Ik teruggekeerd naar Chaiyaphum voor een medische ingreep, want in Bangkok was er niemand die voor mij zou zorgen. Ik ben hier nu opnieuw thuisgekomen. Mijn vriend is in de buurt komen wonen. En ik wil mijn moeder en haar strijd om de grond niet achterlaten. Wij blijven ploegen, planten en oogsten.’

Eucalyptusbomen voor bevriende bedrijven

Ook de overheid wil blijven doen wat ze doet, zeggen de advocaat en de coördinator van het Isan Land Reform Network (ILRN), dat zich mee achter de zaak van de boeren uit Sab Wai geschaard heeft. Het is niet de eerste keer dat een militaire junta zich in Thailand opwerpt als verdediger van het woud. Militairen aan de macht zijn, tussen haakjes, onrustwekkend normaal in Thailand: de NCPO is al de twaalfde militaire regering sinds het land in 1932 een constitutionele monarchie werd.

Plamoth Phonphinyo van ILRN: ‘In 1985 lanceerde de overheid al eens een bosbeleid dat moest resulteren in veertig procent bebost grondgebied. Dat zou ze doen door bestaande bossen te beschermen (75 procent van het totale streefcijfer) en bijkomend aan te planten (het resterende kwart). Dat laatste kwam neer op het massaal aanplanten van eucalyptusplantages.’

‘Het grootste probleem is de willekeur waarmee de regering wetten kan opleggen en afdwingen’

advocaat Thanomsak Rawadchai

‘Ook in 1991 voerde de junta een bosbeleid waarbij tot 1,5 miljoen hectare bosgebied bestemd werd voor het verbouwen van eucalyptus. Dat is het patroon: wat aangekondigd wordt met veel vertoon van milieubewustzijn en klimaatnoodzaak, moet uiteindelijk toch altijd de belangen van bevriende bedrijven dienen.’

‘Er zijn drie redenen waarom er zo veel conflicten zijn over landbezit in Thailand’, vult advocaat Thanomsak Rawadchai aan. ‘Er is de concentratie van grondbezit, waardoor sommige bedrijven gigantische landerijen hebben terwijl zeker anderhalf miljoen families op het platteland geen grond bezitten. Er is veel corruptie bij het toekennen van landtitels en bij disputen daarover. En er is de willekeur waarmee de regering wetten kan opleggen en afdwingen, zonder rekening te houden met de mening van of de impact op de lokale bevolking. Dat laatste is het grootste probleem.’

De fameuze bosbeschermingswet die het bestaan van de families in Sab Wai bedreigt, voorziet trouwens wel in de mogelijkheid dat investeerders en bedrijven actief blijven in beschermd gebied. En het departement van natuurparken werkt samen met de Petroleum Authority of Thailand. Niet verwonderlijk dat ik niemand tegenkom die gelooft in de groene intenties van de generaals.

Gie Goris

In Bo Kaew, een gehucht in de provincie Khon Kaen, kijkt Rainroth Detbumtong kwaad in de lens als ik vraag of ik een foto mag maken. Hij is niet boos op mij, denk ik, maar op zijn regering. Die heeft al jaren geleden beslist dat het gehucht moet verdwijnen om plaats te maken voor bos.

Hij wijst naar de bomen aan de rond van de bebouwing: eucalyptus. ‘Wij moeten geen plaats ruimen voor het woud, maar voor de papierindustrie’, zegt Detbumtong.

Hij was zestien toen het nieuws van de uitzetting kwam. Ik vraag hem of hij zich die dag nog herinnert. Als gisteren, uiteraard. ‘Er woonden toen zo’n 270 families in Bo Kaew, vandaag zijn dat er nog 41. Iedereen reageerde kalm. Niet gelaten, maar vastberaden. We waren er zeker van dat Bangkok ons dit niet zomaar kon aandoen. Mensen waren gemotiveerd om te vechten voor hun grond en waren bereid om ervoor naar de gevangenis te gaan.’

Wachten op de regen

Maar wat heeft een gehucht in het diepe binnenland van het noordoosten van Thailand te vertellen, wanneer niemand erover schrijft en er nationaal of internationaal geen zaak van gemaakt wordt? Een bezoek aan het bevoegde kabinet, overleg met de Forest Industry Organization (die de grond opeist), het bleek allemaal boter aan de galg. Intussen heeft het Opperste Gerechtshof definitief geoordeeld, ten nadele van de dorpsbewoners. Het dorp moet ontruimd worden.

Ze blijven, want ze kunnen nergens anders naartoe

‘En nu?’, vraag ik. Wat gaan de bewoners doen? ‘We are waiting for the rain’, is de vertaling van zijn antwoord in het Thai. Detbumtong zegt het zonder emotie, zonder dat het cynisch klinkt. Hij meent het: ze wachten op de regen, om rijst te kunnen planten. Ze blijven, want ze kunnen nergens anders naartoe.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Dat is bijna letterlijk wat ook Narissara Muangklang antwoordt op de vraag wat er na de veroordelingen, de gevangenisstraffen en de torenhoge boetes komt, voor haar en de dertien andere beschuldigden: ‘Wij blijven.’

Op het einde van de namiddag in Sab Wai neemt ze me mee naar de maniokvelden vlak voor en net binnen het nationaal park. Wanneer we een paar foto’s maken, valt me plots op dat ze een toeristen-T-shirt draagt met het opschrift I Thailand. Of ze dat, na alles, nog hardop kan zeggen, vraag ik. Ze haalt haar schouders op. ‘Ik hou van Thailand. Het is mijn land. Maar ik kan dat niet uitleggen’, glimlacht ze verlegen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur