De GROOTSTE dam in Afrika!

Ethiopië, een van ’s werelds armste landen, bouwt in Afrika de grootste waterdam ooit, helemaal met eigen geld. Na vier jaar is de constructie van de Grote Ethiopische Renaissance Dam halfweg. Egypte, doodsbang zonder Nijlwater te vallen, dreigde in 2013 nog met bombardementen. Is een wateroorlog definitief afgewend? En kraaien alle Ethiopiërs nu victorie? MO* ging poolshoogte nemen.

In de hoofdstad word ik opgewacht door Kiya Gezahegne, een antropoloog verbonden aan Addis Ababa University. Ze wil samenwerken voor dit onderzoek. We hebben elkaar eerder ontmoet in Khartoem, waar de Witte Nijl en de Blauwe Nijl, die ontspringt in de Ethiopische hooglanden, samenvloeien en zo de Nijl ontstaat.

De Griekse geschiedschrijver Herodotus noemde Egypte een geschenk van de Nijl. Het land kent immers amper regenval en kan slechts bloeien dankzij de seizoensgebonden overstromingen van de Nijl.

Voor Ethiopië was de Blauwe Nijl – of Abay in het plaatselijke Amhaars – altijd meer een vloek dan een zegen. ‘Abay gend yezo yezoral’, zegt Kiya. ‘Dat betekent: de Blauwe Nijl zwerft rond en neemt de tak van een boom mee.’

Dat slaat onder meer op de flora en de vruchtbare grond die de onstuimige Blauwe Nijl bij overstromingen in Ethiopië meesleurt, richting buurlanden Soedan en Egypte. In Ethiopië overstroomt de Blauwe Nijl veeleer ongecontroleerd en zorgt ze meer voor irritatie dan voor irrigatie. Bovendien is haar loop grillig en zijn de hoogteverschillen enorm, zodat ze ongeschikt is voor scheepvaart.

Honderden jaren lang is het potentieel van de Blauwe Nijl zo goed als ongebruikt gebleven.

Honderden jaren lang is het potentieel van de Blauwe Nijl dus zo goed als ongebruikt gebleven. Tot Ethiopië begon met de bouw van een enorme dam op de Blauwe Nijl, vlak voor die Soedan instroomt – geschatte kostprijs: tot 5 miljard dollar.

De allereerste plannen voor de dam dateren eigenlijk al uit de jaren vijftig. Hij kreeg later de codenaam Project X, daarna Millennium Dam en nu dus Grote Ethiopische RenaissanceDam of GERD.

Pas onder wijlen premier Meles Zenawi (1995-2012) zou de regerende EPRDF, een koepel van etnische partijen, het oude plan nieuw leven inblazen. Zenawi legde in april 2011 de eerste steen van wat het grootste “kunstwerk” moet worden dat ooit door Ethiopië is gebouwd: een megalomane dam van 1,8 kilometer lang, met 16 turbines en een geschat vermogen van 6.000 MW. Officieel dient de dam allereerst om groene stroom op te wekken, maar irrigatie voor de landbouw, visserij en toerisme worden evenmin uitgesloten.

© Stefaan Anrys
Ethiopiërs beschouwden de Blauwe Nijl altijd als een vloek. Dankzij de nieuwe dam zullen ze er voor het eerst profijt uit halen.
© Stefaan Anrys

Koude wateroorlog

De GERD is hét paradepaardje van de regeringspartij. Ethiopië hoopt met de verkoop van de opgewekte stroom een weg te vinden uit armoede, achterstelling en onderontwikkeling: de mantra van een regering die zweert bij Growth and Transformation Plans. Met de verkiezingen in aantocht –in 2010 won de EPRDF met een stalinistische score van 99,6 % – is de dam dus een erg gevoelig onderwerp, in een land waar weinig of geen tegenspraak gedoogd wordt.

‘Niet de Jangtse, de Ganges of de Amazone, maar de Nijl is de gevaarlijkste rivier ter wereld’, zegt professor Tenalem Ayenew, hydrogeoloog op het departement van Earth Sciences aan de universiteit van Addis Abeba. ‘Volgens een Brits koloniaal verdrag uit 1929 mag Ethiopië geen enkel “artefact” bouwen op de Blauwe Nijl, zonder voorafgaande toestemming van Egypte.’

‘Volgens een Brits koloniaal verdrag uit 1929 mag Ethiopië geen enkel “artefact” bouwen op de Blauwe Nijl, zonder voorafgaande toestemming van Egypte.’

In 1929 waren Egypte en Soedan nog niet onafhankelijk. De Britse kolonisator wilde vooral zeker zijn van toegang tot de Rode Zee, de Indische Oceaan en zijn katoenplantages. Hij moest dus vermijden dat het nooit gekoloniseerde Ethiopië te veel macht zou krijgen over zijn buurlanden.

Daarom sloot het een eenzijdig verdrag dat Egypte en Soedan respectievelijk 48 en 4 miljard kubieke meter per jaar toebedeelde. Ethiopië kreeg niets en moest zelfs van zijn eigen Abay afblijven, tenzij het daarvoor groen licht kreeg van Egypte. In 1959 spraken Egypte en Soedan een nieuwe verdeelsleutel af van respectievelijk 55,5 en 18,5 miljard, boven op 10 miljard kuub die verloren gaan aan verdamping. Opnieuw echter kregen de landen stroomopwaarts geen rechten.

Terwijl Egypte bleef vasthouden aan die koloniale verdeelsleutel, betoogde Ethiopië dat het meeste Nijlwater binnen zijn grenzen ontspringt en dat het als soeverein land mag beschikken over de eigen wateren. En dat Egypte maar beter wat zuiniger omsprong met zijn Nijlwater. Na een decennialange blokkade, een Nile Basin Initiative (1999) en een door Soedan en Egypte geweigerd Cooperative Framework Agreement (2010), legde in 2011 premier Meles Zenawi dan maar zonder verder overleg de eerste steen van ‘zijn’ dam.

De Nijl is van iedereen

Toen Ethiopië daarop ook nog de loop van de Blauwe Nijl verlegde voor de in aanbouw zijnde dam, reageerde de toenmalige Egyptische president Mohammed Morsi als door een wesp gestoken. Enkele Egyptische politici lieten zich filmen terwijl ze de opties van een aanval op Ethiopië en/of steun aan Ethiopische rebellen bespraken.

Kort voor onze aankomst in de Ethiopische hoofdstad is er aan die vier jaar durende koude oorlog een einde gekomen. Egypte heeft zich, met een ‘Principeverklaring’, neergelegd bij de feiten. Het aanvaardt de GERD als een fait accompli en vraagt nu onder meer een gedetailleerde studie over de impact ervan.

‘Al heeft Egypte ons niet één deken en geen kruimel voedsel gegeven toen we in 1970 verrekten, toch zullen we het water gebruiken zonder Egypte te schaden.’

Iedereen die we interviewen, onderstreept dat Ethiopië niet van plan is Egypte droog te leggen, ondanks de onverholen hekel die beide landen aan elkaar hebben. De stroomverkoop aan buurlanden (aan kostprijs) heet vooral meer samenwerking te creëren in de Hoorn van Afrika. ‘Al heeft Egypte ons niet één deken en geen kruimel voedsel gegeven toen we in 1970 verrekten’, zegt Prof. Ayenew, ‘toch zullen we het water gebruiken zonder Egypte te schaden. Deze dam moet elektriciteit leveren aan de hele regio.’

Afrika telt vandaag al meer dan 1270 dammen, en ondanks een terugval in de jaren tachtig, investeren grote donoren zoals de Wereldbank en de African Development Bank opnieuw volop in (zeer) grote dammen.

De topografie van de Abay en het feit dat Ethiopië zo hoog ligt, waardoor water er minder snel verdampt, maken het land erg geschikt voor het opwekken van waterkracht. Alleen is het water te diep tussen de buurlanden om constructief samen te werken en is ook geen enkele multilaterale donor op de kar gesprongen – ‘onder druk van Egypte’, klagen sommige Ethiopische academici. Bij gebrek aan buitenlands geld financiert Ethiopië dit miljardenproject naar eigen zeggen helemaal alleen: een unicum voor een van ’s werelds armste landen.

Ethiopië wordt al jaren strak geleid door een autoritair regime dat dubbeltallige groeicijfers kan voorleggen. Die groei sterkt de regering in haar overtuiging dat het land miljardenprojecten als deze dam – er staan er nog andere op stapel – tot een goed einde kan brengen, zonder in een schuldenspiraal te vervallen en ten onder te gaan aan de toenemende inflatie.

Maar daar is niet iedereen van overtuigd. Het IMF en de Wereldbank vinden trouwens 7% een veel realistischer inschatting van de economische groei de laatste jaren. ‘En zelfs al zou die 10 à 11% kloppen’, weet een goed ingelichte diplomaat, ‘dan gaat het in absolute cijfers nog altijd om bitter weinig.’ 10 % op een bnp van amper 50 miljard dollar is in een land met (de cijfers lopen nogal uiteen) meer dan 90 miljoen inwoners inderdaad niet zo gek veel. Ter vergelijking: het Belgische bnp is ruim 500 miljard, voor een land met 11 miljoen inwoners.

Gods wil

Wanneer Kiya mij oppikt bij de poort van haar universiteitscampus in Addis Abeba – het voormalige paleis van wijlen keizer Haile Selassie – is er van dergelijke haarkloverij geen sprake. Uit luidsprekers opgesteld onder de leeuwenpoort van de voormalige keizer knalt een song van Kool & The Gang: Celebration. ‘De Student Union organiseert een speciale dag ter ondersteuning van de GERD’, glimlacht Kiya ietwat ongemakkelijk. ‘Er zal een Miss Dam worden verkozen en er is ook muziek en stand-upcomedy. Ik veronderstel dat je daarheen wil?’

Wanneer we tussen duizenden studenten een plaatsje zoeken in de universiteitshal, is het er zweterig warm. Studentenvertegenwoordigers leuren met een t-shirt waarop een foto van de dam prijkt en op de rugzijde een Amhaarse slogan. ‘Nu we zover zijn, zullen we het ook afmaken’, vertaalt Kiya. ‘Dat is het motto van onze regering voor de dam.’ We kopen allebei een t-shirt voor de belachelijke prijs van 10 birr.

Zoals gezegd zal Ethiopië de dam helemaal alleen financieren en daarvoor doet het ook een beroep op zijn burgers, in binnen- en buitenland. Deze damdag is daar slechts één voorbeeld van. Tijdens onze reis krijgen we meermaals te horen dat ambtenaren onder druk zijn gezet om een maandloon per jaar af te staan voor de dam, willen ze hun baan behouden of kans maken op promotie of andere voordelen.

© Stefaan Anrys
Ethiopiërs tussen hoop en scepsis
© Stefaan Anrys

Zelfstandige ondernemers kregen het “aanbod” om een staatsobligatie te kopen en grote bedrijven werd “vriendelijk verzocht” gratis prijzen te leveren voor de staatstombola. Niet iedereen bezwijkt echter voor de druk. ‘Vroeger stal Abay onze grond, nu neemt zij ons geld’, klaagt een jonge man die bij de stad werkt. Zijn collega’s hebben geen cent afgedragen en zijn dat ook niet van plan. ‘Voor de EPRDF zeker niet! Die voeren alleen uit wat anderen hebben bedacht!’

De aanhangers geloven dat de dam deviezen kan opleveren, de regio eindelijk zal samenbrengen en ze willen vooral deel zijn van dit ‘historische project’.

Toch zijn heel wat stadsbewoners bereid om vrijwillig bij te dragen. Zij geloven door de band dat de dam de vele stroomstoringen die Addis Abeba teisteren zal verhelpen. ‘Bouw je vandaag een flatgebouw in de stad, dan is het makkelijk vier jaar wachten eer je stroom hebt voor één peertje.’ We ondervinden aan den lijve hoe het voelt om in een buitenwijk van de hoofdstad in het donker je weg terug te moeten vinden, je toilet te maken of erger nog, te werken.

De aanhangers geloven dat de dam deviezen kan opleveren, de regio eindelijk zal samenbrengen en ze willen vooral deel zijn van dit ‘historische project’. ‘Eenmaal afgewerkt, zal het prachtig zijn’, zei een orthodoxe christen die we ontmoetten tijdens de paasviering in een kerk in Addis. Ethiopië heeft net als Rusland een sterke orthodoxe kerk en een traditie van autoritaire heersers.

‘Eindelijk zal het uit zijn met dat gezanik over de Grote Hongersnood. De wereld zal een ander verhaal horen uit Ethiopië. Trots zal onze tong spreken en ons leger zal sterk zijn, zodat we veilig en onafhankelijk kunnen leven.’ Voor we de kerk binnengingen voor een uren durende gebedsdienst fluisterde hij nog dit. ‘À propos, de dam is eigenlijk al voorspeld in de bijbel. In Jesaja wordt verwezen naar een dam op de rivier Gihon. Dat is de Abay! Dus of je het nu wilt of niet, deze dam is de wil van God.’

Pr-machine

Eindelijk komen de kandidaat-misses uit de coulissen te voorschijn. Ik wil een museum openen voor wat er tot nog toe is verwezenlijkt, zegt nummer acht. Ze is er helemaal klaar voor, fris en monter opgetuigd in traditionele klederdracht. De volgende kandidate belooft een documentaire te zullen maken over de dam als de jury haar als ambassadrice van de GERD wil uitverkiezen.

Op de eerste rij, met ongehinderd zicht op de mooie benen van de kandidates, ontwaren we het silhouet van Yacob Arsano. Deze hoogleraar is een veteraan van de Nijl-politiek en kwam al meermaals op de staatstelevisie in verband met de geopolitieke gevolgen van de dam. Arsano is ook lid van de Office of National Council for the Coordination of Public Participation of the Grand Renaissance Dam.

Je kunt dit overheidsorgaan gerust de pr-machine van de GERD noemen. In het Nationaal Museum van Addis Ababa, dat de befaamde botten van de drie miljoen jaar oude Lucy herbergt, heeft dit bureau zelfs een tentoonstelling georganiseerd met foto’s en schilderijen ter ere van de dam. Op de doeken worden, in soms sociaal-realistische stijl, de troeven van de Blauwe Nijl en de verwezenlijkingen van de Ethiopische werknemers verheerlijkt. Ze zijn naar verluidt met 9.000 en werken dag en nacht, zeven dagen per week, voort aan de dam, in de verzengende hitte van de regio Benishangul.

© Stefaan Anrys
 
© Stefaan Anrys

De lezing van professor Arsano, nochtans genuanceerd en interessant, wordt overstemd door het lawaai en gebabbel van studenten die rondlopen en vooral een t-shirt willen, blijkbaar dé reden waarom de zaal zo vol zat. ‘Zijn verhaal hebben we al vaker gehoord’, zucht een jongen, terwijl een meisje enthousiast in haar handen klapt. ‘Ik applaudisseer alleen maar opdat hij zou zwijgen’, grijnst de 21-jarige IT-studente.

‘De regering heeft op regionale gevoeligheden ingespeeld om de dam populair te maken bij de bevolking’

Het ongeloof bij officiële toespraken en al zeker bij die op de staatsmedia – de enige bron van informatie – is groot bij de jonge stedelingen. Sommigen vragen zich zelfs af of de dam echt bestaat, aangezien de overheid er zoveel aan doet om hem in de kijker te zetten. Dat Egypte definitief de strijdbijl heeft begraven wil ook niet iedereen geloven. Gekrenkte trots en revanchisme schijnen sommige stadsbewoners wel achter de dam te scharen. ‘De regering heeft op regionale gevoeligheden ingespeeld om de dam populair te maken bij de bevolking’, aldus Arsano.

Aan de bronnen van de Nijl

Addis is echter Ethiopië niet. In de hoofdstad wonen vier à vijf miljoen mensen, terwijl de meerderheid op het platteland woont, in soms barre omstandigheden. Of zij denken ooit de vruchten van de dam te plukken is nog maar de vraag.

Tot onze verrassing vinden we niettemin fervente dammers, zelfs aan de bronnen van de Nijl. Een lokale politieman die op een eiland op het Tanameer woont, zegt zijn kalf te hebben verkocht om een staatsobligatie te kunnen kopen ter waarde van 4000 birr. Net als negen andere eilandbewoners heeft hij de dam ook al bezocht, een lange reis.

© Stefaan Anrys
 
© Stefaan Anrys

Een 48 jaar oude boer die ons vergast op de plaatselijke sterke drank araki is ook enthousiast na zijn bezoek aan de gedebe, Amhaars voor dam. ‘De dam zal een eind maken aan de migratie uit ons land, want onze economie zal hier sterker uit komen.’

Op tafel speelt een transistorradio. Het zonnepaneel wekt onvoldoende stroom op om tv te kijken. Hoe heeft hij het nieuws over de dam vernomen? ‘De regering heeft ons meegenomen voor een bezoek en nu maken wij de anderen warm.’ Nog maar dertig gezinnen te gaan.

We besluiten zelf naar de dam af te reizen.

De regionale staat Benishangul-Gumuz, waarvan Asosa de hoofdstad is, is zonder twijfel een van de meest achtergestelde regio’s in Ethiopië. Juist daar wordt de dam gebouwd, op 40 kilometer de Soedanese grens.

De hoofdstad, die meer weg heeft van een grensdorp met vooral cafés, hotels en banken, is sinds een jaar of vijf aan het opbloeien, maar elders zijn de wegen bar slecht, voorzieningen zijn er amper, en de enige elektriciteitsmasten die we ontwaren zijn hoogspanningslijnen die onder meer door Chinezen zijn aangelegd, om binnen een paar jaar de elektriciteit linea recta naar stad en buitenland te vervoeren.

© Stefaan Anrys
 
© Stefaan Anrys

Het is middag wanneer we de slagboom bereiken waar we door militairen met satelliettelefoons worden tegengehouden. Het kwik is intussen gestegen tot 37 graden en het zal nog een uur vergen om met de jeep de vallei te doorkruisen die over enkele jaren helemaal onder water zal staan.

Volgens de opzichter die ons gewillig rondleidt op de dam is die al voor 42% afgewerkt. ‘Als alles rond is, zal de vallei gevuld worden en na wellicht zes jaar beslaat het stuwmeer liefst 1800 vierkante kilometer en zal het een inhoud hebben van 74 miljard kubieke meter.’ Dat is naar verluidt anderhalve keer zoveel water als het jaardebiet van de Blauwe Nijl hier.

Met een wand van 1,8 kilometer lang en een gepland vermogen van 6000 megawatt, opgewekt door zestien Francis Turbines, wordt het de grootste waterkrachtcentrale van Afrika. Academici in Addis Abeba geven toe dat enkele kleinere dammen technisch gezien misschien beter waren geweest, maar vanwege de symboliek van één grote dam en de cultstatus van Meles Zenawi, de vader van de dam, blijft die kritiek vooral binnenskamers.

‘Natuurlijk mag u foto’s nemen’, lacht de vriendelijke ingenieur, die ons vervolgens voorrijdt naar de mess van het personeel, waar ons een verkwikkende maaltijd wacht. Gelukkig is er airco, denk ik, vol ontzag voor de werknemers die buiten zwoegen in de felle zon.

Mag ik uw mango?

 
© Stefaan Anrys

Een lokale politieagente vraagt een lift en in de wagen wijst ze naar kale plekken op de heuvels. ‘De overheid is al begonnen met het rooien van de bomen’, klaagt ze, ‘terwijl het niet eens zeker is of de dam ooit af komt.’ Ze komt uit de streek en is verrassend openhartig voor een politievrouw.

Naar schatting 5110 mensen zullen moeten verhuizen voor het wassende water en wellicht nog eens 7380 meer uit omringende dorpen.

Als de flora stroomopwaarts niet beter beschermd wordt, zal de dam trouwens dichtslibben door aanvoer van sediment, waardoor hij aan vermogen zal inboeten. Voorlopig ondervinden vooral de bewoners in de vallei hinder van de dam.

Naar schatting 5110 mensen zullen moeten verhuizen voor het wassende water en wellicht nog eens 7380 meer uit omringende dorpen. Dat schrijft althans International Rivers, die in 2012 een eigen onderzoek gelastte. Ruim een jaar na de officiële eerstesteenlegging, in april 2011, had de overheid zelf immers nog altijd geen klaarheid rond de milieu- en sociale impact van de GERD.

Volgens het toenmalige onderzoek zullen vooral de Gumuz en de Berta getroffen worden, twee etnische groepen die bijna volledig aangewezen zijn op de rivier en op het woud dat minstens 90 % van de vallei bedekt. Dat laatste gebruiken zij onder meer voor de jacht, voor het verzamelen van wilde vruchten en honing en natuurlijk ook voor brandhout.

In nog niet zo lang vervlogen tijden werden de donkerhuidige Gumuz door hooglanders als slaven gebruikt en ook vandaag worden ze niet voor vol aangezien. ‘Willen ze bij Ethiopië horen, dan moeten ze de Abay leren delen met ons’, foetert een ngo-directeur in Addis Ababa. Hij is een Tigray, een etnische minderheid die niettemin de politiek domineert, omdat in 1991 het bevrijdingsfront uit de noordelijke provincie Tigray (TPLF) een sleutelrol heeft gespeeld bij de val van dictator Mengistu Haile Mariam. Feit is wel dat voor de GERD veel minder mensen moeten verhuizen dan voor andere dammen en de vele (suiker)plantages die (particuliere) investeerders op voor een prikje gepachte gronden mochten opzetten.

Als we de agente hebben afgezet, de vallei verlaten en onderweg halt houden voor een koffie, hoor ik een vrouw langs de weg roepen. ‘Mango, mango’ en ze wijst met haar vinger naar de warme vrucht in mijn linkerhand. Haar gelaat is zwart als kool en om haar hals hangen felgekleurde kettingen. Als ik op haar toeloop, roepen de kinderen blij China, China, alsof ze het verschil niet maken tussen Europeanen en de Chinese technici die in de streek actief zijn. De vrouw zit met haar twee zussen en een oudere man voor een hut van gevlochten hout en twijgen. Het dak is van gras. Dit is een Gumuz.

Belogen en bedrogen

De jonge moeder blijkt zelfs afkomstig uit de vallei die we zonet verlaten hebben. ‘We zijn enkele jaren geleden als eerste naar deze plek gekomen, samen met zes andere families’, zucht ze. ‘Nu woon ik hier.’

De nederzetting is niet meer dan een sliert huizen aan weerszijden van een weg. Kinderen spelen op de zanderige grond en op brandhout dat voor het huis ligt opgestapeld. Water is er niet en vissen kan ze ook al niet. ‘De overheid had weliswaar mijn vee en planten geteld, maar geld daarvoor heb ik nooit gezien.’

© Stefaan Anrys
De aanleg van de dam treft vooral twee etnische bevolkingsgroepen, de Gumuz en de Berta, die van oudsher in de regio wonen maar nu moeten verhuizen.
© Stefaan Anrys

De lap grond waarop nu haar hut staat, is het enige wat ze kreeg en die grond is niet eens haar bezit, want het land blijft van de staat. De vrouw heeft weet van minstens 500 gezinnen die uit de vallei moeten verhuizen. Bij een gemiddelde van 5,4 personen per gezin, gaat het dus heus wel om meer slachtoffers dan de ‘zowat 800 vissers’ waarvan de bouwheer, de Ethiopian Electric Power Corporation, en de hoofdaannemer, het Italiaanse Salini, gewag maakten voor de werkzaamheden in 2010 een aanvang namen.

‘Salini kreeg deze opdracht in de schoot geworpen’, weet Felix Horne van Human Rights Watch, ‘zonder dat men zelfs de schijn wilde ophouden van enige openbare aanbesteding. En de meeste onderaannemers zitten onder de paraplu van een openbaar bedrijf dat door de grootste regeringspartij wordt gedomineerd, het Endowment Fund for the Rehabilitation of Tigray.’ Zou onder de noemer van natievorming de ene regio of politieke groep zich verrijken ten koste van de andere?

© Stefaan Anrys
 
© Stefaan Anrys

Aan de dam werken dan wel arbeiders uit alle hoeken van het land en de stroom zou heel Ethiopië ten goede moeten komen, maar de Gumuz en Berta die hier wonen zijn alvast nooit terdege ingelicht over de precieze draagwijdte van het project, laat staan dat naar hun mening is gevraagd.

Tot mijn consternatie verkeert de vrouw met wie ik spreek in de waan dat ze ooit nog terug mag naar haar huis. ‘Ze hebben ons gezegd dat ze maïs en mango willen verbouwen en dat er door de bouw van de dam minder overstromingen zullen zijn. Die dam dient om de Abay in te tomen, toch?’

Ontdaan door de blik in haar ogen, een mengeling van verwachting en angst, wil ik haar de waarheid vertellen, maar Kiya houdt me tegen. ‘Het heeft geen zin om haar laatste hoop de bodem in te slaan’, zegt ze wanneer we in de wagen stappen. ‘Vergeet niet dat ze een vrouw is en op de koop toe een Gumuz!’

‘Wat heeft dat te betekenen?’ bijt ik haar toe.

‘In Ethiopië zal helaas niemand naar haar luisteren. Ze mag al blij zijn dat ze niet met geweld uit haar woning is verdreven en een stuk land heeft gekregen.’

Wanneer de chauffeur optrekt, druk ik mijn sjaal voor mond en ogen en vecht tegen het stof dat door het open raam naar binnen waait.

Met dank aan de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR), de KULeuven en hun partner-instellingen in Ethiopië alsook aan de Addis Ababa University, voor hun bereidwillige hulp bij dit onderzoek.

Dit artikel verscheen eerder in een andere versie in het zomernummer van MO*magazine. Een jaarbonnemment neemt u hier voor €20. Dit artikel verscheen eerder online op 10 juli 2015 en werd opnieuw gepubliceerd als onderdeel van de MO* Must Reads zomerreeks.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2388  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur