De laatste gezamenlijke speelplaats voor tijgers, olifanten, neushoorns en orang-oetans is in acuut gevaar

Reportage

SOS Sumatraans regenwoud

De laatste gezamenlijke speelplaats voor tijgers, olifanten, neushoorns en orang-oetans is in acuut gevaar

De laatste gezamenlijke speelplaats voor tijgers, olifanten, neushoorns en orang-oetans is in acuut gevaar
De laatste gezamenlijke speelplaats voor tijgers, olifanten, neushoorns en orang-oetans is in acuut gevaar

Tom Peeters

07 februari 2017

Ongebreidelde ontwikkeling betekent het einde van de grote regenwouden van het Indonesische Sumatra. Nu dreigt het Leuser-ecosysteem ten prooi te vallen, de laatste plaats op aarde waar tijger, olifant, neushoorn en orang-oetan in het wild samenleven. Zulks is ook voor het klimaat en de mensen die van Leuser afhangen slechts nieuws. Zij doen de overheid een rechtszaak aan.

© HAkA

© HAkA​

Een kiekje met twee olifanten, een ontmoeting met een trio orang-oetans en poseren met een horde lokale ecologisten én het bordje ‘Red Leuser Ecosysteem’: meer moest acteur en klimaatpleitbezorger Leonardo DiCaprio eind maart niet doen om een in de wiek geschoten Indonesische beleidsmaker te laten toeteren dat ze die dekselse oproerkraaier wel even zouden deporteren. Sterk staaltje PR van de Indonesische overheid en welgekomen aandacht voor het Leuser-ecosysteem op Sumatra.

© HAkA

© HAkA​

DiCaprio is niet de enige die zich zorgen maakt. Enkele dagen na het blitzbezoek van de acteur luidt Ian Singleton hartstochtelijk de alarmbel. Hij is als directeur van een conservatieprogramma voor orang-oetans een stem waarmee rekening gehouden wordt. Een interview in Forest Hints klinkt als een smeekbede: ‘We moeten nu juiste keuzes maken. Anders zullen mensen later naar 2016 wijzen als het jaar waarin alles grondig fout liep.’ Eerder deden negen burgers de overheid een proces aan. Wat is er toch aan de hand in Sumatra?

Smaragd of diarreespoor?

Ooit bedachten poëten en schrijvers als Multatuli Indonesië met het koosnaampje ‘de smaragd van de evenaar’ omwille van de schatrijke jungle die als een groen deken over de 17.000 vlekken en stipjes van de archipel gedrapeerd ligt. Qua biodiversiteit moet Indonesië enkel Brazilië en Congo laten voorgaan. Eilanden als Sumatra en Borneo wemelen van de tijgers, olifanten, neushoorns, orang-oetans, Maleise beren, exotisch vogels en planten in de onmogelijkst felle kleuren. Het zijn paradijzen op aarde zoals men die normaal enkel in romans aantreft.

Totdat de kettingzagen en de bulldozers hun intrede doen. Het regenwoud blijkt vruchtbare grond voor plantages – voor pulp- en papier, en vooral palmolie. Als grootste producent ter wereld bevoorraadt Indonesië u en ik van plantaardige olie, margarine, noedels, chocolade, donuts, kauwgom, zeep, waspoeder, lippenstift en – o ironie – biodiesel. Trek uw kast open en de kans is groot dat die is volgestouwd met palmolieproducten.

Wanneer de molens van het kapitalisme in overdrive draaien, moet alles wijken voor economische groei. Met name bomen. Héél véél bomen. Tussen 2001 en 2014 verliest Indonesië netto meer dan 11 miljoen hectaren bos, bijna vier keer de totale oppervlakte van België. Dat becijferde de ngo Global Forest Watch (GFW) op basis van monsterachtige hoeveelheden satellietdata.

© HAkA

© HAkA​

In 2012 neemt Indonesië een bedenkelijke eer over van Brazilië: in geen enkel land ter wereld gaat er meer bos verloren. Brazilië heeft nochtans vijf keer zoveel woud. De Indonesische jungle raakt versnipperd. Plantages omsingelen nationale parken, en houthakkers – al dan niet met de juiste vergunning in de achterzak – gaan zonder schroom te werk. Hun opdrachtgevers denken vaker aan hun omzetcijfer dan aan de biodiversiteit. Corruptie tot op de hoogste overheidsechelons zorgt ervoor dat hen weinig in de weg gelegd wordt.

Binnen het bomenslagveld genaamd Indonesië is Sumatra er het – excusez le mot – berooidst aan toe. De helft van het tropisch regenwoud is er in dertig jaar tijd vervangen door plantages, de natuurschatten in één generatie volledig om zeep.

Smaragd van de evenaar? Diarreespoor, ja. Sommige wetenschappers noemen Sumatra de grootste milieumislukking van de 21e eeuw. Zij vrezen dat er binnen 20 jaar enkel nog wat snippers natuur overblijven, omgeven door gigantische plantages.

Asterix in Sumatra

Net zoals er in strips van Asterix een klein Gallisch dorp weerstand biedt aan de Romeinse agressor, zo blijft er in Sumatra één lap natuur lange tijd min of meer intact. In het noordelijkste topje van het eiland, uitgespreid over de provincies Noord-Sumatra en Atjeh, ligt Leuser: 2,6 miljoen hectaren jungle en veenmoerasbossen, geplakt aan een vulkanische bergketen en geprangd tussen Straat van Malakka en Indische Oceaan.

Het Leuser-ecosysteem is een van de rijkste en meest uitgestrekte regenwouden eender waar in Zuidoost-Azië. En de laatste plek op aarde waar olifanten, neushoorns, tijgers en orang-oetans in het wild samenleven, allen soorten die als kritiek bedreigd genoteerd staan op de rode lijst van de Internationale Unie voor Natuurbescherming (IUCN). Net als elk uitgestrekt bos is Leuser bovendien een rioolput die CO2 opslurpt die anders in de atmosfeer zou belanden. Zo reguleert Leuser mee ons klimaat. Ontbossing is wereldwijd naar schatting verantwoordelijk voor 15 procent van de uitgestoten broeikasgassen.

Het regenwoud willen vrijwaren is één ding. Stokken in de wielen steken van de palmoliesector een ander, wetende dat die industrie het land jaarlijks 17 miljard euro inkomsten en zes miljoen jobs schenkt.

Om die veelvoud aan redenen bedacht Indonesië Leuser met het statuut ‘gebied van nationale strategische waarde voor zijn milieufunctie’. Dat statuut verbiedt alle activiteiten die de milieufunctie van Leuser verminderen. Concreet mag niemand er een boom vellen, een plantage neerpoten of een weg aanleggen. In een poging het overgebleven natuurerfgoed te beschermen, reikt Indonesië al sinds 2010 geen nieuwe concessies uit om bomen te rooien, mijnen te ontginnen of plantages aan te leggen in natuurgebied.

Indonesië zou Indonesië niet zijn zonder een serieuze kink in de kabel. In de praktijk blijken de goede voornemens het papier niet waard waarop ze geschreven zijn. Het regenwoud willen vrijwaren is één ding. Stokken in de wielen steken van de palmoliesector een ander, wetende dat die industrie het land jaarlijks 17 miljard euro inkomsten en zes miljoen jobs schenkt.

De provinciale overheid van Atjeh speelt een vuile rol. Joke Schauvliege is een bomenknuffelende Lapperforter in vergelijking met de mannen die het voor het zeggen hebben in Leuser. Zij schrijven concessies uit aan ieder die erom vraagt. In 2011 negeert de toenmalige gouverneur straal de instructies van Jakarta wanneer hij een vergunning geeft aan palmoliebedrijf Kallista Alam om veenmoerasbossen vrij te maken in Tripa. In dat gebied zit een slordige 100 miljoen ton CO2 opgeslagen onder de grond.

Ondanks die klimaatbom-op-ontploffen steekt Kallista Alam het veen in de fik. Kwestie van die plantages gemakkelijker aan te kunnen leggen. Internationale verontwaardiging leidt tot een rechtszaak: Kallista Alam speelt z’n vergunningen kwijt en moet 25 miljoen euro boete ophoesten.

Als die uitspraak de Atjeese politici al onder hun kont heeft getrapt, dan laten ze dat in ieder geval niet merken. In de aanloop van de gouverneursverkiezingen van juni 2012 blèrt kandidaat Zaini Abdullah voor de schone schijn nog wel dat hij de natuur van Atjeh wil bewaren. Eens verkozen vraagt hij aan Jakarta om beschermd natuurgebied een ander kleurtje te geven zodat hij lucratieve kapvergunningen kan verdelen.

Abdullah krijgt nul op het rekest, maar zet begin 2013 toch z’n krabbel onder een vernieuwd ruimtelijk plan. Zelfs met het meest gesofisticeerd vergrootglas is er in dat plan, kleine lettertjes incluis, geen vermelding te vinden van Leuser. Enkele weken na de publicatie ervan legt de gouverneur tot in de puntjes uit hoe een concessie aan te vragen. De deur voor ontwikkeling in Leuser staat niet gewoon wagenwijd open; de vraag is eerder of er nog wel een deur is. Abdullah speelt solo slim en niemand in Jakarta durft wijzen op de kaarten die hij valselijk uit zijn mouw heeft getoverd.

De leegte van het uitsterven

DiCaprio wil het ‘verhaal van de planeet vertellen’
‘Zo’n beroemd iemand geeft gewicht aan onze campagne’, zegt Farwiza Farhan van HAkA over Leonardo DiCaprio, die ze persoonlijk begeleidde door de jungle van Leuser. ‘Het mooie is dat hij niet zijn eigen campagne voert, maar de stem van de lokale bevolking wil versterken. Hij was oprecht geïnteresseerd. Anders zou hij nooit uren door een hete, vochtige jungle zwoegen met z’n eigen rugzak met water. Toen ik hem vroeg waarom hij dit deed, zei hij: ‘Ik ben verhalenverteller. Er zijn zoveel soorten uitgestorven doorheen het bestaan van de mens. Nu wil ik het verhaal van de planeet vertellen.’‘Het plan is de blauwdruk voor de toekomstige ontwikkeling van Atjeh’, stelt Farwiza Farhan. Zij trok als voorzitster van HAkA (Hutam Alam dan Linkungan Aceh ofte Bos, Natuur en Milieu Atjeh) met DiCaprio de jungle in en kreeg onlangs voor haar werk in Atjeh een Whitley Award, een Oscar voor groene dames en heren. ‘De legale bescherming van Leuser valt zo de facto weg. Dan liggen de vergunningen voor het grijpen en is het een kwestie van tijd vooraleer industrie, ontbossing en versnippering Leuser verder op de knieën dwingen.’

Atjeh dreigt nog eens de helft van zijn bomen te verliezen. Dozijnen bedrijven kregen intussen al concessies en richten hun pijlen op de laatste ongeschonden gebieden.

‘Soms weten de parkwachters maar al te goed waar de kappers aan het werk zijn en toch gebeurt er vaak niets.’

‘Vroeger reden we op weg naar het onderzoekscentrum urenlang door het bos. Nu niet meer’, sakkert Serge Wich. ‘Elk jaar is het pijnlijk vaststellen dat er weer bomen verdwenen zijn.’ Wich kan het weten. Als bioloog aan de Liverpool John Moores Universiteit komt de Nederlander al 23 jaar in Sumatra om er orang-oetans te onderzoeken.

‘Op sommige plaatsen gebeurt de boskap systematisch,’ analyseert hij, ‘op veel andere is het eerder kleinschalig. Maar als heel veel mensen elk een paar bomen rooien, dan zijn dat nog altijd heel veel bomen.’

De kaart van Global Forest Watch maakt een en ander duidelijk. Vooral aan de randen van het ecosysteem is de schade enorm. Er verdwijnen niet enkel bomen op plaatsen waar concessies zijn uitgereikt. Een groot deel van de boskap in Indonesië gebeurt illegaal. ‘De wet is het probleem niet,’ aldus Wich, ‘wel de nalevering ervan. Illegale houthakkers riskeren helemaal niets. En verdwijnen ze hoogst uitzonderlijk toch achter de tralies, dan kopen ze zich direct vrij. Gooi hen in de cel en smeer het breed uit in de media, zodat iedereen de gevolgen kent. Anders blijft het voorvallen.’

Wich noemt corruptie en onwil als redenen dat zulks niet gebeurt. ‘Een gebrek aan middelen voor bewaking is een te gemakkelijk excuus. Soms weten de parkwachters maar al te goed waar de kappers aan het werk zijn en toch gebeurt er vaak niets. Is dat dan corruptie of hebben ze gewoon geen zin om hun werk te doen? Pas op, ik begrijp dat het niet leuk is om mensen buiten te gooien. Soms is het zelfs ronduit gevaarlijk. Maar het behoort wel tot hun taken.’

© HAkA

Farwiza Farhan met Leonardo DiCaprio

© HAkA​

Roepiatekens in de ogen

Hoewel Jakarta in februari 2014 voorzichtig aan Atjeh vraagt om het ruimtelijk plan te herzien, ligt het al twee jaar ongewijzigd op tafel. Een korte geschiedenisles is op z’n plaats om de passiviteit van Jakarta te begrijpen. Sinds de onafhankelijkheid van Indonesië in 1945 tart Atjeh het centrale gezag. Een burgeroorlog tussen separatisten en de Indonesische overheid maakt decennialang slachtoffers. Totdat een tsunami op tweede kerstdag 2004 de kusten van Atjeh in puin legt.

Peter Nijenhuis (CC BY-NC-ND 2.0)

Peter Nijenhuis (CC BY-NC-ND 2.0)​

Het moment voor een vredes-kruidnagelsigaret: in ruil voor het vrijwillig intomen van de opstandigheid krijgt Atjeh autonomie binnen Indonesië. De regio mag voortaan de rijkelijk aanwezige grondstoffen beheren. Daarom dat lokale politici met roepiatekens in de ogen menen dat het hun recht is om Leuser leeg te roven. Om dezelfde reden benadert Jakarta het ruimtelijk plan met schromelijke omzichtigheid. Het laatste wat de hoofdstad wil is de gemoederen verhitten nu de relatie met de afvallige provincie eindelijk min of meer normaal is. Dus kan Atjeh doen wat het wil.

‘Dat is een drogreden’, aldus Farwiza. ‘Atjeh heeft een zekere autonomie maar dient ook de wetten van Indonesië te volgen. Die zeggen dat Leuser beschermd is. Door de jaren heeft Jakarta 3000 provinciale wetten ingetrokken omdat ze in strijd waren met nationale regelgeving, ook in Atjeh. Dat doet het nu niet, dus moet er meer aan de hand zijn. Misschien heeft Jakarta ook baat bij de ontwikkeling van Leuser.’

Negen Atjeese burgers betwisten daarom de legaliteit van het ruimtelijk plan voor de rechtbank. HAkA stelt zich burgerlijke partij. ‘Lange tijd probeerden we de dialoog met de overheid gaande te houden, maar er gebeurde niets. Nu willen we dat ze in Jakarta hun job doen. Met ander woorden: het plan in de vuilnisbak keilen zodat het voor herziening naar het parlement in Atjeh kan. De gouverneur moet Leuser in z’n geheel integreren in dat ruimtelijk plan.’ Eind 2016 verwierp de rechtbank de klacht van de burgers.

In plaats van de illegale activiteiten een halt te roepen, wil Atjeh het hen vergemakkelijken. Door wegen te bouwen die de oost- en westkust met elkaar verbinden en die Leuser ‘als een gevilde vis openrijten’, aldus Bill Laurance, de prof van de James Cook Universiteit die de mogelijke gevolgen van het wegennetwerk onderzocht. Jakarta is geen obstakel. Platwals en asfaltmixer rolden al uit – de wegen zijn in aanbouw.

‘In Indonesië gaapt er een weide kloof tussen wet en realiteit’, weet Farwiza. ‘Aan die wegen werken aannemers met nauwe linken met de Atjeese overheid. Die beginnen te asfalteren zonder toestemming. Pas later krijgen ze hun vergunning. Omdat, zo redeneert de overheid, de wegen er nu eenmaal toch al liggen.’

De wegen snijden het habitat van orang-oetans, olifanten, neushoorns en tijgers doormidden. Zo vereenvoudigen ze niet enkel het werk van illegale rooiers, maar ook dat van stropers. Orang-oetans komen normaal zelden op de grond, maar zien zich daartoe nu genoodzaakt. Dat maakt hen erg kwetsbaar. Het risico is eveneens groot dat dierenpopulaties worden afgesneden van elkaar. Niet echt bevorderend voor de overleving van beesten die sowieso al niet in overtal zijn. ‘Die soorten, zeker tijger en neushoorn’, meent Laurance, ‘zitten nu al op de afgrond. Ze kijken recht in de leegte van het uitsterven.’

Les 1: termieten vangen

De grotendeels solitaire Sumatraanse neushoorn vindt bijna geen soortgenoten meer om te paren. Olifanten die generaties lang dezelfde migratieroutes volgden, raken gedesoriënteerd en in paniek door het verdwijnen daarvan. Voor hen is het een heuse uitdaging om genoeg voedsel en water te bemachtigen.

‘De reactie van Indonesië zal hun uitsterven niet verhinderen’, foetert olifant- en neushoornbioloog Christy Williams. ‘Of beter gezegd: het gebrek aan reactie. In de jaren ’80 bleven er minder dan 30 Californische condors over. Wel, toen ving de Amerikaanse overheid al die beesten en stak hen in een kweekprogramma. Om hen nadien terug uit te zetten. Nu leven er opnieuw enkele honderden Californische condors in het wild. Waarmee ik niet voor pleit om alle Sumatraanse neushoorns te laten samenhokken in een kweekprogramma, maar toch: een beetje meer inzet van Indonesië zou mogen.’

© HAkA

© HAkA​

De omzetting van beschermde natuur in plantages leidt tot conflicten tussen mensen en de inheemse bewoners van de jungle. Stel u eens voor dat u als olifant onverhoeds in het midden van een plantage belandt. Zo’n kolos durft dan al eens een oogst of een huis vernielen. Wat de eigenaars niet zo bijster appreciëren: in 2014 alleen al vergiftigen ze minstens acht olifanten.

Ontboste gebieden trekken alarmerend veel stropers aan. Die moeten niet eens veel moeite doen: geen gehos meer door die plakkerige jungle met inzet van lijf en leden; wel vallen opstellen in de plantages, kokosnootje openhakken en relaxen totdat ze olifant, tijger dan wel neushoornvogel uit hun strikken kunnen prutsen. Daarna versjacheren ze de lichaamsdelen van die beesten op de zwarte markt. Stropers doodden de afgelopen twee jaar minstens 30 olifanten in en rond Leuser, zes procent van de overgebleven populatie. In sommige delen van het ecosysteem is het aantal tijgers met 75 procent afgenomen.

Stropers vangen de baby’s levend – uiteraard nadat ze moederlief gemold hebben – om hen te verkopen in het illegale huisdiercircuit.

Ook orang-oetans zijn gewilde doelwitten. ‘Soms blijven die hangen in de weinige resterende bomen van een gerooid bos’, zegt Wich. ‘Een verhuis leidt soms namelijk tot bonje met andere apen. Vooral vrouwtjes zijn daar weinig tuk op en toeven liever in bekend gebied. Dat maakt hen tot simpel slachtoffer.’

Stropers vangen de baby’s levend – uiteraard nadat ze moederlief gemold hebben – om hen te verkopen in het illegale huisdiercircuit. Met wat geluk belanden de kleintjes in een herstelprogramma met als doel hen terug in de bossen uit te zetten.

‘Niet alle apen overleven dat’, zucht Wich. ‘Zonder de zorgen van hun moeder weten ze niet wat te eten of vallen ze prooi aan tijgers of slangen. De opvoeders doen nochtans hun uiterste best. Ze tonen de aapjes hoe ze met een stokje termieten uit een nest moeten peuteren. En geven hen fruit van bomen die ze in het wild kunnen vinden. Maar niet alle dieren passen zich evengoed aan.’

Het bos, onze supermarkt

Voor de lokale bevolking is de ontbossing van Leuser net zo problematisch. Tijdens het moessonseizoen nemen intacte bossen de regen namelijk op als een spons. Die lost al dat water geleidelijk over de maanden die volgen. Zo zitten de gemeenschappen stroomafwaarts – zo’n vier miljoen mensen in totaal – nooit langdurig zonder water. Dat proces wordt nu verstoord. De landbouw ligt op z’n gat in het regentschap Pidie, vroeger de rijstkom van Atjeh.

Ben Bland (CC BY 2.0)

Ben Bland (CC BY 2.0)​

‘Het landschap van Atjeh is erg gevoelig’, zegt Farwiza. ‘Aardverschuivingen en overstromingen teisteren de regio elk jaar. De laatste jaren stijgen frequentie en omvang van die rampen. Door Leuser uit te puren kan het ecosysteem zijn rol van spons niet spelen. Plotse stortvloeden sleuren boomstammen mee, overstromen dorpen, vernielen huizen en spoelen wegen weg. Stroomopwaarts bomen haken leidt tot verwoesting stroomafwaarts.’

‘Het was generaties lang onze supermarkt, bouwwinkel, apotheek en brandstofleverancier. Nu maken we onze daken van plastiek.’

Geen wonder dat gemeenschappen die voor hun levensonderhoud afhangen van het woud in de clinch gaan met plantagehouders en hun veiligheidstroepen. Er vallen geregeld doden. Meestal zijn de concessies om te hakken minstens schimmig, vaker ronduit illegaal. Ze overlappen met beschermd gebied of gemeenschapsbos. Met de bomen verdwijnen de kansen van de dorpelingen om te overleven zoals ze dat altijd gedaan hebben. In plaats daarvan dienen ze zich tegen wil, dank en een hongerloontje te verhuren aan de bedrijven. ‘Vroeger haalden we hars, timmerhout en brandstof uit het bos. Nu moeten we werken voor het bedrijf dat ons versloeg’, getuigt een dorpeling in The Guardian. Het bos waarvan sprake ging volgens hem in vlammen op in opdracht van een palmoliebedrijf. ‘Het was generaties lang onze supermarkt, bouwwinkel, apotheek en brandstofleverancier. Nu maken we onze daken van plastiek.’

‘Bedrijven duwen mensen van hun eigen percelen richting ongunstig land. Daar kunnen zij niet overleven’, zegt Farwiza. ‘Wij pleiten voor ontwikkeling gericht op lange termijn. Grootschalige landbouw past binnen zo’n fragiel ecosysteem niet in dat plaatje. Er is daarvoor voldoende gedegradeerd land buiten Leuser.’

In 2009 begint HAkA met de restauratie van bos in district Tamiang, waar illegale plantages een oude migratieroute voor olifanten uitwisten. De uitheemse palmen vernietigen volstond om het woud weer te laten ademen. ‘Enkele weken nadien namen we olifanten waar’, stelt Farwiza tevreden vast. ‘Drie jaar later keerden de orang-oetans terug, onverwacht snel. Dat kon enkel met de steun van de naburige dorpen. Zij die afhangen van Leuser snappen het belang ervan. Het zijn degenen die er ver vandaan wonen die er enkel snel profijt in zien.’

De winsten van de ontginning van Leuser vloeien inderdaad weg naar de elite in Medan, de grootste stad van Sumatra, of elders. De gemeenschappen van Atjeh delen amper in de opbrengsten. Ze betalen enkel de kosten – erosie, natuurrampen, oogstverlies en doden. Wegen economische voordelen op korte termijn op tegen de brute en blijvende vernieling van een waardevol ecosysteem? Volstaat het kleingeld dat Indonesië krijgt om bedrijven groen licht te geven om alle natuurschatten te vernielen? Singleton vindt van niet. ‘In hoeverre kan je spreken van ontwikkeling als hebzucht elk potentieel voor het langdurig overleven van de lokale bevolking vernielt?’

Klima- og miljødepartementet (CC BY-NC-ND 2.0)

Klima- og miljødepartementet (CC BY-NC-ND 2.0)​

Sumatra gaat in vlammen op, elk jaar opnieuw

Het droogseizoen sleept zich in oktober 2015 tergend traag richting einde. Al maanden is er amper een druppel uit de hemel neergedaald. Overal te lande richten mensen zich tot Allah of welke god ze zich maar voor de geest kunnen halen. Of hij het alsjeblieft snel weer kan laten regenen. Sumatra en Borneo staan nu al weken in lichterlaaie. Het is geen doen, de kinderen dagelijks door die dikke rook naar school te moeten sturen. Elk jaar is het van dat, maar deze keer is de waas toch wel extra versmachtend voor de zo al door kruidnagelsigaretten geteisterde longen van de Indonesische bevolking. De overheidsjassen hebben op tv gezegd dat de bosbranden het land zo’n 31 miljoen euro zullen kosten. Vier procent van het BNP in rook op! Weg economische groei! En de overheid kennende zal dat nog erg voorzichtig geschat zijn. Nee, als Allah echt akbar is, dat hij het dan maar snel doet regenen.

‘Vuur heeft meer vat op bossen die al selectief gekapt zijn’

Het helpt de zaak van Leuser niet vooruit dat bosbranden jaarlijks ettelijke hectaren bos wegvreten. Temeer omdat ontbossing en bosbranden de beste maatjes zijn. ‘Vuur heeft meer vat op bossen die al selectief gekapt zijn’, zegt bioloog Serge Wich van de Liverpool John Moores Universiteit. ‘Primair regenwoud is extreem vochtig. Het brandt enkel na lange periodes van droogte. Als boskap evenwel voor open plekken in de jungle zorgt, dan daalt de luchtvochtigheid. Gevolg: de kans op branden stijgt.’

Na het plichtsbewuste gebed in de moskee woedt steevast de discussie over wie er verantwoordelijk is voor de branden. Het zijn de boeren, schalt de ene. De grote bedrijven, ja, loeit de andere. Nee, allemaal de schuld van de overheid, brult een derde. Allen hebben ze een beetje gelijk. Voor weinig bemiddelde keuterboertjes is ‘hakken en branden’ nog altijd de snelste manier om land klaar te maken. Ze kappen bomen om en steken die tijdens het droogseizoen in de fik. Het afgebrande bos dient als bemesting. Maar: turfgrond is licht ontvlambaar. Boeren verliezen soms de controle over lokale vuurtjes. Soms fluistert er iemand dat bedrijven de boeren betalen om het land zo vrij te maken.

Uit de kaarten van Global Forest Watch blijkt bovendien dat 37 procent van de branden uitbreekt op land van bedrijven.

‘Een schuldige aanwijzen is ingewikkeld’, zegt Crystal Davis van Global Forest Watch. ‘Wanneer er een brand uitbreekt op land van een bedrijf, heeft dat bedrijf niet noodzakelijk boter op het hoofd. Misschien gebruikt het maar 25 procent van het land en hebben lokale boeren de rest ingepalmd. Dan is de volgende vraag: is het bedrijf verantwoordelijk voor de delen van het land dat het niet gebruikt?’

Experts menen dat de branden met een beetje deftig landbeheer nochtans perfect vermeden worden, maar beleidsmakers gaan er als vanouds licht over.

Ten bewijze: anno 2015 spendeert de overheid nog altijd vijf keer meer aan maatregelen om de branden in te perken dan aan preventie. Wanneer kleine buur Singapore klaagt over de waas reageert Jusuf Kalla, de Indonesische vicepresident, als door een horzel gestoken. Vanuit een misplaatste arrogantie maant hij Singapore aan om Indonesië te bedanken voor de schone lucht tijdens de rest van het jaar. U moet geen doctoraat in de biologie hebben om te beseffen dat ontbossing voor alle dieren van de jungle een kwalijke zaak is.

‘Orang-oetans hebben veel bos nodig. Een mannetje soms wel 100 vierkante kilometer’, zegt Wich. ‘Het is niet desastreus als hier en daar een boom is gekapt. Nu gaat het te ver. Populaties moeten voldoende groot zijn om hun voortbestaan te garanderen, 250 beesten of meer. In Leuser zijn er door de versnippering van het bos niet meer dan twee of drie groepen van die grootte. Dat is vreselijk weinig.’