‘Dit probleem niet oplossen, zal het risico op nieuw geweld doen toenemen’

Beschimpt, gediscrimineerd en ongewenst: ISIS-families zijn de nieuwe paria’s van Irak

© Eddy van Wessel

Een paar jonge mannen bouwen een gelijkvloers huis voor Aydan (58) in een opvangkamp. De man bleef aan als schoolhoofd tijdens de bezetting van ISIS en werd daarvoor veroordeeld, maar is nog steeds bang voor vervolging.

Vier jaar na de bevrijding van terreurgroep ISIS keren sommige Irakese ISIS-families terug naar huis. Ze krijgen de zegen van buren en autoriteiten, maar ondervinden ook tegenwerking en wantrouwen. Vele anderen kunnen bovendien niet meer terug. Een hele groep mensen wordt buitengesloten en tot paria gemaakt. ‘Hier zal de haat alleen maar toenemen.’

Op de begraafplaats die uitkijkt over het armenwijkje aan de rand van Mosul liggen zeventien leden van enkele lokale ISIS-families. Ze zijn er begraven kort na de strijd tegen de terreurgroep, nu vier jaar geleden. De huizen van het wijkje zijn hier illegaal gebouwd, op een gortdroge rivierbedding waar onderin stinkend water sijpelt tussen wat groen. In het zand bij de kapotte schommels spelen kinderen en scharrelen ganzen rond.

Dit is een armenwijk, en ze ligt aan de rand van de iets betere buurt waar de families van de omgekomen strijders woonden voor en tijdens de ISIS-bezetting. Zoals Intissar Ali Hamad (45) met man en gezin. Haar echtgenoot sloot zich aan bij de islamitische terreurgroep ISIS, en nu woont ze in het armoedigste huis van dit wijkje. De bouw ervan was begonnen tijdens de bezetting en is nooit afgerond.

‘Dit is niet het leven dat ik wilde. Ze [ISIS] hebben ons, de families, de meeste schade toegebracht.’
Intissar, ISIS-weduwe

De net nog schoongespoten woonkamer is leeg, op wat snel aangesleepte matrasjes na. Het plafond is zwartgeblakerd. Voor Intissar terugkwam, heeft iemand er brand gesticht. Stroom is er niet. Naast het huisje staat de tent waarin het gezin slaapt. Die mochten ze meenemen uit het Hamam al-Alil-opvangkamp, waar ze met haar vijf kinderen woonde tot dat een jaar geleden dichtging. De muren van het huis moeten het gezin beschermen tegen nieuwsgierige ogen en wraakzuchtige buren.

Intissar is een ISIS-weduwe. Ze weet niet waar haar man en oudste zoon zijn, maar ze weet zeker dat ze niet meer leven. Net als haar schoonvader, in wiens huis ze vroeger woonden. Die was jarenlang lid van terreurgroep Al-Qaida en daarna, net als haar man en zoon, van terreurgroep ISIS, die in 2014 een derde van Irak veroverde.

‘Mijn zoon was nog maar dertien toen hij zich aansloot’, zucht ze. Toen de strijd tegen de terreurgroep in 2017 heviger werd, verhuisden ze met ISIS naar de oude stad. ‘Daarna zijn we met veertig andere ISIS-families aan de grens met Syrië opgepakt.’

Uit dat laatste valt op te maken dat de schoonvader en man van Intissar tot de kern van ISIS behoorden – die voerde in Syrië begin 2019 haar laatste strijd. Ook al zegt ze, net als veel ISIS-leden, dat haar man kok was en geen strijder. Glimlachend vertelt de vrouw hoe hij in het begin van hun huwelijk whisky dronk en zij daar bezwaar tegen maakte. ‘Als ik daar aan denk! “Als je het niks vindt, ga je maar terug naar je ouders”, zei hij toen.’ Tot hij er plots mee ophield en begon te bidden. ‘Ik wist niet dat hij zich ergens bij had aangesloten, tot ISIS kwam.’

Wat ze nu van ISIS vindt? ‘Niet goed. Dit is niet het leven dat ik wilde. Ze hebben ons, de families, de meeste schade toegebracht.’

Dat zegt ze niet alleen vanwege de twee jaar die ze na hun arrestatie doorbracht in een Iraaks gevangenenkamp. Maar vooral vanwege de armoede waarin ze nu leeft, en de manier waarop ze wordt aangekeken. ‘Mensen zijn bang,’ stelt ze vast, ‘en als ze me aangeven, word ik meteen opgepakt.’

Hoewel het leven moeilijk is als alleenstaande vrouw zonder de bescherming van man, vader of zoon, wil ze niet hertrouwen. ‘Mijn kinderen zijn ertegen, en ik ben er te oud voor.’

© Eddy van Wessel

Intissar Ali Hamad is een ISIS-weduwe: haar man, schoonvader en oudste zoon sloten zich aan bij de terreurgroep. Als het kan, moeten ISIS-gezinnen terug in hun oude wijk of dorp gaan wonen.

Vrouw zonder man

Maar het ergst is het stigma dat Intissar als ISIS-weduwe heeft, en de openlijke discriminatie waar dat toe leidt. Zo krijgt ze geen steun van de overheid, en dat voelt als een extra straf. ‘Als ik probeer me ervoor aan te melden, zeggen ze dat we er als ISIS-familie geen recht op hebben.’

Daarnaast zijn er problemen met documenten. Haar zoontje van vijf is geboren in een ISIS-ziekenhuis, en ze slaagt er niet in om een geldig Iraaks geboortebewijs voor hem te krijgen. Daardoor kan hij straks niet naar school, want voor de Iraakse staat bestaat hij in feite niet.

En dan zijn er de buurtkinderen, die die van haar uitschelden bij het spelen. ‘Daesh! Daeshi!’, klinkt het dan – de lokale, negatieve naam voor ISIS en haar leden. Haar zoontje kijkt dan ook liever thuis naar actiefilmpjes met veel geweld op een mobiele telefoon.

Omdat het overlijden van Intissars man niet officieel geregistreerd is, heeft ze nog steeds overal zijn handtekening voor nodig, want zo gaat dat in de Iraakse patriarchale maatschappij. Daardoor heeft ze ook geen recht op enig pensioen. Gelukkig heeft een van haar dochters net werk gevonden in een frietjesfabriek, waardoor er eindelijk weer een inkomen zal zijn.

Omdat ze als alleenstaande vrouw kwetsbaar is, is ze de mohktar – het wijkhoofd, dat tegelijk ook politieman is – en haar buren dankbaar voor de bescherming die ze haar bieden. Die buren wonen in een iets groter en schoner huis naast het hare, waar wel stroom is. In de woonkamer ligt een ziek kind op een matje, terwijl een plafondventilator verkoeling brengt.

‘Mijn man heeft Intissar van het kamp naar hier gebracht en gaf haar de toestemming die ze nodig had om hier te wonen’, vertelt buurvrouw Najla (33). ‘En als ze problemen heeft of wordt lastiggevallen, dan helpen we haar.’

‘Als we het probleem van ISIS-vrouwen en -kinderen niet oplossen, wordt dat alleen maar groter, en daarmee ook het risico op nieuw geweld.’
Ali Omar Gabou, vicegouverneur Mosul

Na zijn werk zal de buurman naar Intissars huisje gaan om de aansluiting voor de elektriciteit te repareren. Hij doet wel vaker klusjes voor haar. En bij Najla kan ze altijd terecht voor troost. ‘Intissar lijkt sterk, en dat moet ze ook zijn om te overleven. Maar ze is gebroken. Soms komt ze hier om uit te huilen.’

Door sommigen in het wijkje wordt Intissar met de nek aangekeken en er is jaloezie als ngo’s haar helpen, zoals met de bouw van de muur om het huis. ‘Dan zeggen ze: “Die Daesh krijgen alles, en wij niets”’, zegt Najla hoofdschuddend. ‘Maar zij heeft toch geen schuld aan wat haar man en zoon deden?’

Ondanks de wrijving gaat het in dit wijkje toch relatief goed. Op veel plekken elders in het land weigeren Irakezen simpelweg om ISIS-gezinnen als buren terug te nemen en vernielen ze zelfs hun huizen.

Dat gebeurt vooral als zo’n gemeenschap direct heeft geleden door ISIS, meent Najla. ‘Dan willen mensen wraak. Maar Intissars man en zoon hebben ons niets aangedaan, daarom wordt zij hier geaccepteerd.’

Zelf zegt de ISIS-weduwe daarover: ‘Hier wonen we in ons eigen huis. We hebben niet dat van iemand anders ingenomen.’

© Eddy van Wessel

Hervestigde ISIS-families hebben problemen met hun documenten en krijgen nauwelijks steun om hun leven te hervatten. Dat kan voelen als een straf en kan daarom schadelijk zijn, zegt de vicegouverneur van Mosul.

Isis-families hervestigen

Om families zoals die van Intissar weer naar huis te krijgen heeft de vicegouverneur van Mosul, Ali Omar Gabou, tal van vergaderingen en conferenties achter de rug. Als het kan, moeten gezinnen terug naar hun oude wijk of dorp. En anders moet er een alternatieve locatie gevonden worden.

Op die manier zijn al ruim duizend ISIS-gezinnen hervestigd in het Mahalabia-district, boven Mosul, zonder dat het tot veel problemen heeft geleid. ‘Dat is ver van waar ze oorspronkelijk woonden, en daardoor bestaat er geen direct conflict tussen de gezinnen en hun nieuwe buren’, geeft Omar als verklaring.

Bij de groep hervestigden zijn ook ISIS-aanhangers die hun straf hebben uitgezeten en die openlijk afstand hebben genomen van de terreurgroep. Vaak is er iemand die voor hen garant staat, en de Iraakse veiligheidsdienst neemt iedereen onder de loep. Deze mensen weten dat ze in de gaten gehouden zullen worden.

Ondanks dit grote project klaagt Omar dat het de overheid in Bagdad aan visie ontbreekt waardoor er geen allesomvattend plan is voor de rehabilitatie van ISIS-leden en -gezinnen. ‘Als de regering hen niet rehabiliteert, gaan ze naar andere radicale groepen en kunnen we de cirkel van geweld niet doorbreken. Vrouwen en kinderen hebben niets te maken met Daesh. Het is hun fout niet. Als we het probleem niet oplossen, wordt dat alleen maar groter, en daarmee ook het risico op nieuw geweld.’

Behalve de deradicaliseringsprogramma’s in de gevangenis gebeurt er niets om de ideologie van radicale groepen te bestrijden.

De vicegouverneur is zelf jezidi en dus lid van een van de meest getroffen gemeenschappen onder ISIS. Hij klinkt gedreven. ‘Wat we tot nu toe gedaan hebben, is een absoluut minimum’, zucht hij.

Want het grootste probleem komt nog: de 31.000 Iraakse ISIS-familieleden uit het Al-Hol-kamp in Syrië. Zij moeten, volgens afspraken met de Syrisch-Koerdische autoriteiten, terug naar Irak. Ook al is de algemene stemming daar dat ze niet welkom zijn.

Van hen zijn onlangs ruim 1300 gezinnen overgebracht naar het Iraakse Jedda-kamp, waarvan er 900 weer naar huis willen. Na de verkiezingen van 10 oktober, zo zei Omar voordien, zou begonnen worden met het hervestigen van 99 families ten zuiden van Mosul. ‘Daarvoor werken overheid en veiligheidstroepen samen met de leiders van de stammen.’

Omar benadrukt dat de grote meerderheid van de Irakezen in Al-Hol als gevaarlijk bestempeld wordt omdat velen de ideologie van ISIS nog aanhangen. En toch gebeurt er, op deradicaliseringsprogramma’s in de gevangenis na, niets om de ideologie van radicale groepen te bestrijden. Er is ook geen enkel initiatief om daders en slachtoffers met elkaar te verzoenen als onderdeel van de terugkeerprogramma’s.

Problemen zoals Intissar Ali Hamad die ondervindt met steunaanvragen en documenten kunnen voelen als straf en kunnen daarom schadelijk zijn, geeft de vicegouverneur toe. Maar niemand krijgt op dit moment nieuwe steun in Irak, ook de slachtoffers niet, zegt hij, daar is gewoon geen geld voor. Wat de problemen met documenten betreft, vertelt hij dat sommige ISIS-families ook geen enkele moeite doen om die te vernieuwen: ‘Dan wordt hun werkelijke identiteit bekend en blijkt dat ze gezocht worden.’

Voorgoed in de kampen

Voor wie terugkeer echt niet mogelijk is, is er een laatste optie waar Omar aan werkt: een meer permanente vestiging in de opvangkampen. Dat is soms moeilijk, omdat de grond waarop een kamp staat gehuurd kan zijn. En hij is er ook niet echt voor te vinden. ‘Mensen worden daar afhankelijk van hulp, van wat ze van ngo’s krijgen. Sommige mensen maken er al misbruik van; ze verhuren hun huis in Mosul en wonen zelf in het kamp.’

Maar als ze er echt niet weg kunnen, krijgen bewoners van sommige kampen toestemming om een stenen onderkomen te bouwen. Als ze bang zijn voor vervolging, bijvoorbeeld.

Zoals Aydan (58) – hij wil zijn volledige naam niet geven –, een schoolhoofd uit Hawija. Hij ziet zich gedwongen om in het Hassansham-kamp te blijven, in de Iraakse regio Koerdistan.

Hij staat jonge mannen aanwijzingen te geven bij de bouw van een simpel, gelijkvloers gebouwtje. De mannen bakken ongelijke stenen in de zon, gemaakt uit modder van de rivier die langs het kamp loopt. Als het huis klaar is, wordt het naar eeuwenoud gebruik dichtgestreken met dezelfde modder.

‘Misschien moeten we hier lang blijven, en dan voldoet de tent echt niet. Vanwege het extreme weer, met de hitte, regenbuien en kou in de winter, maar ook vanwege het brandgevaar’, zegt Aydan. Hij wijst naar de binnenzijde van de tent, die ter isolatie met lappen stof bekleed is en die hij deelt met naaste familie.

© Eddy van Wessel

In het Hassansham-kamp maken tenten plaats voor bescheiden huisjes, gemaakt van zelfgebakken stenen uit modder. Veel ISIS-gezinnen in het kamp zitten klem. ‘Misschien moeten we hier lang blijven.’

Aydan heeft de driejarige ISIS-bezetting thuis uitgezeten, in Hawija, dat bekendstond als een bolwerk van de terreurgroep. Waar andere onderwijzers afhaakten toen de groep een radicaal, indoctrinerend schoolprogramma invoerde, bleef hij aan als schoolhoofd.

Bovendien sloten meerdere van zijn zonen zich aan bij ISIS. Dat kwam de man na de bevrijding te staan op een veroordeling van vijf maanden door de terreurrechter in Bagdad. Daarna werd Aydan naar Mosul gestuurd, omdat hij precies dezelfde naam heeft als een gezochte ISIS-strijder. Maar zijn onschuld werd bewezen en hij kwam weer vrij.

En toch kan hij niet terug naar Hawija. ‘Daar loopt een valse aanklacht tegen me, dat ik actief geweest zou zijn bij Daesh’, zucht Aydan. ‘Maar ik zou het zeggen als dat zo was. Ik sta niet aan de kant van Daesh. Door hen zijn mijn zonen dood.’

Volgens hem zitten de sjiitische milities achter de aanklacht. Zij hielpen bij de oorlog tegen ISIS en hebben nu de beveiliging van Hawija in handen. ‘Toen de milities kwamen, begonnen ze valse klachten in te dienen tegen alle ISIS-gezinnen in de stad.’

Aydans vrouw en overlevende kinderen zijn wél terug in Hawija. Hun huis is er, met de hulp van vrienden, herbouwd. Ook de kinderen hebben problemen met hun documenten, maar ze mogen die van de overheid niet hernieuwen tot Aydans vrouw een verklaring tekent dat ze van hem zal scheiden vanwege zijn ISIS-verleden. ‘Het is je reinste chantage. Als ze dat zou doen, hebben ze ook meteen een reden om me te arresteren.’

‘Hier zal de haat alleen maar toenemen, en de roep om wraak zal luider worden. Dat heeft gevolgen voor de hele Iraakse samenleving.’
Aydan, woont in het Hassansham-opvangkamp

Het is een optie die veel ISIS-echtgenotes opgedrongen krijgen, met de belofte dat in ruil daarvoor hun problemen opgelost worden. Maar de meeste vrouwen weigeren, omdat de terreurrechter die verklaring tegen hun man kan gebruiken als bewijs dat die lid was van ISIS. Zelfs als hun man vermist wordt, willen ze niet het risico lopen dat hij alsnog veroordeeld wordt als hij zou opduiken.

In het Hassansham-kamp zitten veel ISIS-gezinnen op verschillende manieren klem. ‘We kunnen het kamp niet uit. We hebben geen documenten, geen werk en geen huis. Dit is een verschrikkelijke situatie, maar het is beter dan de gevangenis’, zegt Aydan. Thuis lopen er aanklachten tegen de mannen, vals of niet, ook al zijn ze al eens veroordeeld of zelfs vrijgesproken.

Mannen uit Koerdistan lopen bovendien het risico buiten hun eigen regio te worden opgepakt en opnieuw te worden berecht, omdat de uitspraak van een Koerdische rechter elders in Irak niet wordt geaccepteerd. Dat komt doordat Koerdistan de Iraakse terreurwetten niet gebruikt en geen doodstraf wil uitvoeren.

‘De basis van het recht is dat je niet twee keer voor dezelfde feiten kan worden veroordeeld, maar Iraakse rechters lappen dat aan hun laars’, zegt Aydan verontwaardigd. Als oplossing voor de problemen van ISIS-families wijst hij op het algemeen pardon dat in de jaren ’60 werd uitgevaardigd voor families van Irakezen die betrokken waren bij pogingen tot staatsgreep. ‘Maar zoiets geldt helaas niet voor ons.’

Aydan stelt vast dat dit onder de kampbewoners leidt tot frustratie en woede jegens de overheid. ‘Die vertelt alleen maar leugens. Hier zal de haat alleen maar toenemen, en de roep om wraak zal luider worden. Dat heeft gevolgen voor de hele Iraakse samenleving. Daarom moet de regering nadenken over verzoening en hoe die te bereiken. Maar die kant gaat ze helemaal niet op.’

Met dank aan fixer en vertaler Faisal Jeber. Dit artikel kwam tot stand dankzij een bijdrage van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Over dit artikel

Journalist Judit Neurink: Ik vroeg een oud-ISIS-aanhanger in het Hassansham-kamp wat zijn vrouw ervan vond toen hij zich bij de terreurgroep aansloot. ‘Daar had zij niks over te zeggen, reageerde een vrouw. Ik protesteerde dat ik daar niets van geloofde. Ik weet hoeveel Iraakse mannen bij hun vrouw onder de plak zitten, en doen alsof dat niet zo is. In de nasleep van de ISIS-bezetting is het discours dat vrouwen en kinderen onschuldig zijn, maar de samenleving gelooft dat, net als ik, niet helemaal.

We kennen de verhalen van jezidi-vrouwen die als slavin mishandeld werden door de vrouw des huizes; die vrouwen worden daarvoor in Europa nu bestraft. We kennen de verhalen van de vrouwen in het kamp Al-Hol, waar tienduizenden Irakezen zitten, die het kalifaat voortzetten. Veel ISIS-vrouwen zijn niet onschuldig. Maar ze moeten wel allemaal verder in een samenleving die hen wantrouwt.

Irak zit hier nog decennia mee opgezadeld, en dat zal grote problemen met zich meebrengen als er geen goede oplossing komt. Daarom zal ik hierover blijven berichten.’

Deze reportage werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift