Dossier: 

In de politieke voetsporen van paus Franciscus

Het is lang geleden dat het hoofd van de katholieke kerk zichzelf zo dynamisch en politiek op de internationale agenda zette. Maar wie is paus Franciscus, né Jorge Bergoglio? En hoe revolutionair is deze heilige man? Alma De Walsche ging naar zijn vaderland Argentinië, op zoek naar Bergoglio en de context die hem gevormd heeft.

De Argentijn Jorge Bergoglio is de eerste niet-westerse paus in tweeduizend jaar kerkgeschiedenis en dat zegt veel, op de eerste plaats over die kerk zelf. Hij is ook de eerste paus die de naam Franciscus aanneemt, waarmee hij duidelijk breekt met zijn voorgangers en zich opstelt aan de kant van de armen. En hij is de eerste jezuïet aan het hoofd van de kerk, wat allesbehalve vanzelfsprekend is.

De jezuïeten, de grootste orde in de katholieke kerk, hebben altijd een bijzondere en problematische relatie gehad met de paus, ook onder Benedictus XVI. Het hoofd van de jezuïeten werd in het verleden wel “de zwarte paus” genoemd vanwege zijn macht en de controverses rondom zijn orde. Dat Franciscus als paus weleens eigengereid optreedt en een ander spoor wil volgen dan zijn voorgangers hoeft dus niet te verbazen.

CC BY SA 2.0 Donkey Hotey
CC BY SA 2.0 Donkey Hotey

Wat niet voorbijgaat

Maar wie is Jorge Bergoglio? We begaven ons naar het Colegio Máximo in San Miguel, het jezuïetenseminarie in de periferie van Buenos Aires waar zijn wortels als jezuïet liggen, voor een gesprek met Juan Carlos Scannone. Scannone (84) is de geestelijke vader van Bergoglio. Hij was zijn leermeester in de theologie en heeft een onmiskenbare invloed gehad op het denken van Bergoglio. Meer dan dertig jaar, van eind jaren vijftig tot eind jaren tachtig, leefden ze onder hetzelfde dak, in dezelfde gemeenschap in het Colegio Máximo.

Scannone is zichtbaar trots op zijn leerling die het zo ver geschopt heeft. In de hal van het college prijkt paus Franciscus op een levensgrote banier. Sinds de verkiezing van de paus zijn hier al ontelbare journalisten over de vloer geweest. Mijn bezoek valt samen met dat van de Ecuadoraanse televisie, die komt filmen ter voorbereiding van het pausbezoek aan Ecuador, begin juli. ‘Aanvankelijk kwamen ze om artikels te schrijven, nu komen ze om documentaires te maken’, zegt Scannone.

Bergoglio was geen onbesproken figuur, vanwege de betrokkenheid van de kerk bij de Argentijnse militaire dictatuur van 1976 tot 1983.

‘Was u verbaasd dat uw medebroeder Bergoglio tot paus werd gekozen?’ vraag ik. ‘Ja en neen. Bij de vorige pausverkiezing had Bergoglio ook veel stemmen gekregen en dat was toevallig uitgelekt’, zegt Scannone.

Toch zorgde Bergoglio’s benoeming in Argentinië voor heel wat beroering. Bergoglio was geen onbesproken figuur en dat heeft alles te maken met de betrokkenheid van de kerk bij de militaire dictatuur van 1976 tot 1983. Dat trauma is nog lang niet verteerd en in 2010 moest Bergoglio voor de rechtbank getuigen over zijn veronderstelde betrokkenheid bij die dictatuur.

Bergoglio was namelijk provinciaal van de jezuïeten (1973-1979) toen de twee jezuïetenpriesters Orlando Yorio en Franz Jalicz en de twee seminaristen Carlos Di Pietro en Raúl Rodríguez opgepakt werden en verdwenen. Zij werkten in de armenwijken en Bergoglio was het niet eens met zulk engagement. De seminaristen zijn nooit teruggekeerd, de priesters zijn na vijf maanden vrijgelaten en het land uitgezet. Zij stonden onder toezicht van Bergoglio en de vraag is of Bergoglio medeplichtig was aan hun verdwijning dan wel of hij, indien niet medeplichtig, voldoende gedaan heeft om hen vrij te krijgen.

Juan Carlos Scannone herinnert zich die dagen nog alsof het gisteren was. Hij verdedigt Bergoglio: ‘Ik weet persoonlijk dat Bergoglio heel wat gedaan heeft om hen vrij te krijgen. Met de twee priesters is dat ook gelukt. Bergoglio stond altijd zeer kritisch ten aanzien van de dictatuur. Hij verdedigde de democratie.’

Ook de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo eisten verklaringen van Bergoglio over wat hij wist of niet wist over de baby’s die geboren zijn tijdens de gevangenschap van jonge moeders die vermist zijn.

Washington Uranga is journalist van Pagina 12 en schreef vaak over Bergoglio. ‘Op de vooravond van de staatsgreep, in de nacht van 23 maart 1976, had generaal Videla een ontmoeting met aartsbisschop Adolfo Tortolo waarin hij hem inlichtte over de geplande staatsgreep. De kerk als instituut steunde die staatsgreep, niet alleen in het begin, ook later’, zegt Uranga met klem.

‘Er is een episode die heel hard is voor de kerk van Argentinië en dat is de dood van bisschop Angelelli van La Rioja in augustus 1976.’ Angelelli kwam om het leven bij een mysterieus auto-ongeval waarvan toen al duidelijk was dat het een aanslag was. Het proces hierover is pas in november vorig jaar afgerond. Daaruit is definitief gebleken dat Angelelli uit de weg is geruimd door de militairen met medeweten en goedkeuring van de kerk.

De huidige bisschop van La Rioja is na het proces meteen naar Rome gegaan om bij de paus het proces voor canonisering van Angelelli in gang te zetten, net zoals met bisschop Oscar Arnulfo Romero, de bisschop van El Salvador, is gebeurd.

De bevrijdingstheologie

Het waren woelige tijden toen in Latijns-Amerika, zowel in de kerk als in de politiek. Bergoglio is tot jezuïet gewijd in 1969, het jaar na de historische bisschoppenconferentie van Medellín (Colombia). Die conferentie moest de conclusies van het Tweede Vaticaans Concilie onder paus Johannes XXIII vertalen naar de Latijns-Amerikaanse context.

Het continent werd toen geregeerd door militaire dictaturen en autoritaire regimes en in tal van landen waren guerrillabewegingen actief tegen een politiek systeem van uitsluiting, met ook priesters in hun gelederen. De bisschoppenconferentie van Medellín sprak over de voorkeursoptie voor de armen en over het institutionele geweld, waar de gewapende groeperingen een reactie op waren. Het eerste geweld was de onrechtvaardige maatschappelijke orde, waar mensen, vaak geïnspireerd door het evangelie, tegen in opstand kwamen.

© Alma De Walsche
Juan Carlos Scannone is de geestelijke vader van Bergoglio. In Argentiniê was hij zijn leermeester in de theologie.
© Alma De Walsche

Het was de basis voor de bevrijdingstheologie, die zich voor maatschappelijke analyses over de bestaande orde liet inspireren door het marxisme.

In Argentinië ontstond in die stroming de beweging van Priesters voor de Derde Wereld. Er werden verhitte discussies gevoerd over hun gedachtegoed en hun radicale keuze voor de armen en op 11 mei 1974 werd de priester Carlos Mugica, een van de inspiratoren van de beweging, na de mis in koelen bloede vermoord. Mugica was tegelijk minister van Sociale Zaken in de (toen nog linkse) regering-Perón.

Dat was het begin van een ware vervolging van links denkende mensen in de Kerk. Heel wat progressieve priesters en nonnen, seminaristen en leken die actief waren in de armenwijken en zich herkenden in de ontluikende lijn van die bevrijdingstheologie werden opgepakt, een aantal is nooit teruggekeerd. Jorge Bergoglio heeft zich nooit herkend in deze lijn, hij vond dit marxisme en een afwijking van de orthodoxie en van de identiteit van het katholicisme. Scannone: ‘De theologie waar wij van uitgingen, was “de theologie van het volk”, maar het concept “klassenstrijd” kwam daar niet in voor.’

Steeds meer mensen die de man van nabij volgen, spreken van een “bekering”, zoals ook met de – aanvankelijk eveneens zeer conservatieve – bisschop Romero van El Salvador is gebeurd.

Julio Saquero was docent van de verdwenen seminaristen. In een reactie op de benoeming van Bergoglio tot paus schreef hij toen in een opiniestuk voor MO*: ‘Met Bergoglio als primaat en kardinaal, overheerst in de Argentijnse Kerk de geur van Opus Dei. (…) De geestelijken die gedreven worden door een voorkeursoptie voor de armen en de bevrijdingstheologie vormen een kleine minderheid die geweerd wordt.

De boeken van Ernesto Cardenal of Leonardo Boff verkrijgen geen “nihil obstat” van de kardinaal van Buenos Aires, Bergoglio, en worden dus nooit heruitgegeven. Het is heel moeilijk om die nieuwe paus voor te stellen in overeenstemming met de politieke volksbewegingen van Latijns-Amerika. Heel moeilijk om ons die voor te stellen op de begrafenis van Hugo Chávez. Of dat hij in gesprek zou gaan met Lula, Evo Morales of Raúl Castro om op voet van gelijkheid ideeën uit te wisselen.’

De rol en verantwoordelijkheid van Bergoglio tijdens de dictatuur heeft diens relatie met de jezuïetenorde jarenlang grondig verstoord. Zijn opvattingen werden als ultraconservatief beschouwd. Dat inspireerde kardinaal Antonio Quarracino, toenmalig aartsbisschop van Buenos Aires, ertoe om Bergoglio in 1992 tot zijn hulpbisschop te benoemen. Quarracino stond bekend om zijn conservatieve ideeën en om zijn nauwe banden met Carlos Ménem, die president was van 1988 tot 1999, Argentinië uitverkocht en naar de totale crisis van 2001 leidde.

Aartsbisschop van Buenos Aires

In 1998 volgde Bergoglio Quarracino op als aartsbisschop van Buenos Aires en die functie heeft hij uitermate politiek ingevuld. Washington Uranga vertelt: ‘Bergoglio had een merkwaardige opvatting over de kerk in haar relatie tot de staat. Hij vond dat kerk en staat op gelijke voet staan en dus met elkaar spreken van gelijke tot gelijke.’ Die visie heeft de relatie tussen aartsbisschop Bergoglio en de Kirchners – Néstor en Cristina – van het begin tot het einde van zijn ambt als aartsbisschop getekend.

Vanaf het aantreden van Kirchner als president in 2003 stonden ze lijnrecht tegenover elkaar. De Kirchners hadden in hun persoonlijke leven ook niets met de kerk, de katholieke kerk maakte geen deel uit van hun leven. Kirchner vond dat de aartsbisschop zich totaal niet moest bemoeien met de politiek en wereldse kwesties. Toch deed Bergoglio dat. Hij voerde het gebruik opnieuw in om met het Te Deum een donderpreek te geven voor de politici.

© RV
De paus (bovenste rij, derde van links) tijdens zijn studentenjaren in Buenos Aires.
© RV

Het Te Deum is de kerkelijke viering die jaarlijks gehouden wordt op de verjaardag van de onafhankelijkheid, op 25 mei. Het gebruik was verloren gegaan, maar Bergoglio voerde het in 2004 opnieuw in, vooral als een gelegenheid om de politieke leiders de les te lezen. De Kirchners haatten dat en noemden Bergoglio ‘de spirituele leider van de oppositie’.

In die preken nam Bergoglio vooral de persoonlijke stijl van Kirchner op de korrel, als iemand die conflicten zoekt, polariseert en zichzelf voortdurend in het middelpunt wil zetten. Het zat de Kirchners ook dwars dat Bergoglio onvoldoende waardering had voor wat de regering deed voor de armen in Argentinië. Bergoglio vond dat de Argentijnse samenleving ook na de dictatuur een verdeelde samenleving bleef en dat de Kirchners de polarisatie nog opdreven. 

Paus Franciscus heeft bemiddeld tussen Cuba en de VS en is tussenbeide gekomen in de crisis in Venezuela. Hij heeft de genocide van de Armeniërs veroordeeld en schaart zich achter de oprichting van een Palestijnse staat.

Een ander discussiepunt was het homohuwelijk. In 2010 keurde de regering een wet goed die het homohuwelijk erkende. Bergoglio leidde het verzet tegen deze wet en schreef een brief aan zijn priesters om in hun kerken de waarden van de traditionele familie te verdedigen.

Op één punt vonden ze elkaar wel, Bergoglio en Cristina Kirchner, en dat was in het verzet tegen het legaliseren van abortus. De Argentijnse abortuswet dateert van 1921 en laat abortus alleen toe wanneer het leven van de moeder in gevaar is, of als de zwangerschap het gevolg is van verkrachting.

Heel die periode als aartsbisschop trok Bergoglio wél de aandacht als iemand die het opnam voor de armen, in de geest van Scannone’s “theologie van het volk”. Het was ook een rode draad in zijn preken. Hij had het over de groeiende ongelijkheid in Latijns-Amerika, het structurele onrecht en de politiek die moest kiezen tussen een beleid van insluiting of van uitsluiting. In een van die beruchte homilieën stelde Bergoglio: ‘Mensenrechten worden niet alleen geschonden door terrorisme, repressie of moorden, maar ook door onrechtvaardige economische structuren die ongelijkheid voortbrengen.’ Hij was ook regelmatig te zien in de sloppenwijken aan de rand van Buenos Aires.

De verkiezing van Bergoglio tot paus kwam in Argentinië aan als een totale verrassing. Cristina Kirchner feliciteerde Bergoglio koeltjes. Hun relatie toen was ook erg afstandelijk. Merkwaardig genoeg vertrok Kirchner de volgde dag naar Rome om de paus te feliciteren. Ze was het eerste staatshoofd dat paus Franciscus ontmoette. Kirchner gaf hem toen een maté-stel cadeau, voor de typisch Argentijnse thee, en beiden namen afscheid met een zoen op de wang, die op YouTube geregistreerd staat.

Intussen hebben ze elkaar al zes keer ontmoet. Onlangs nog, halverwege juli, toen de paus in Paraguay was. Een maand ervoor, half juni, was Kirchner naar Rome gegaan, op bezoek bij de paus terwijl in Brussel de EU-CELAC-top plaatsvond. Kirchner vond het niet nodig naar de top te komen, maar had wel een uitzonderlijk lang onderhoud met paus Franciscus. Washington Uranga: ‘Ze hebben een speciale band ontwikkeld en de oppositie vindt dat heel vervelend. Bergoglio bewondert Cristina als bekwame staatsvrouw en zij vindt Bergoglio een ware strateeg. Ze zullen elkaar zeker nog ontmoeten vooraleer Cristina op 10 december haar ambt beëindigt.’

Paus Franciscus, een nieuwe wereldleider?

Intussen heeft deze paus bemiddeld tussen Cuba en de VS en is hij tussenbeide gekomen in de crisis in Venezuela. Hij heeft de genocide van de Armeniërs veroordeeld en schaart zich achter de oprichting van een Palestijnse staat. Hij verwijt Europa onverschilligheid in zijn asielbeleid en jaagt in de VS de Republikeinen op stang met zijn “milieu-encycliek” Laudato si.

In die encycliek wijst hij op de ernst van het klimaatprobleem, veroorzaakt door de rijken en waarvan vooral de armen het slachtoffer zijn (§25). Hij heeft het over de samenhang tussen de achteruitgang van de natuur en die van de samenleving (§48), over ecologische schuld en over de noodzaak van de rijke landen om de arme landen te helpen. Hij gaat te keer tegen het neoliberale systeem dat mensen en de planeet uitbuit en merkt op dat ‘het opmerkelijk is hoe zwak de antwoorden van de internationale politiek zijn op deze problemen’.

Hij fulmineert tegen de macht van de lobby’s en de multinationals en roept op tot een integrale ecologie die elk aspect van de crisis in ogenschouw neemt (§ 137), een politiek die rekening houdt met de lange termijn en de toekomstige generaties (§ 197)

Begin juli heeft hij de grootste aansluiting bij de Latijns-Amerikaanse sociale bewegingen gehad in Santa Cruz, Bolivia, in aanwezigheid van Evo Morales. Daar heeft hij gesteld dat de wereld er niet goed aan toe is wanneer zoveel boeren geen grond hebben, zoveel families geen dak boven hun hoofd, zoveel arbeiders geen rechten, wanneer zoveel mensen in hun waardigheid gekwetst worden.

‘Laten we daarom niet bang zijn om hardop te zeggen dat we een verandering van de structuren willen’, zei Franciscus. ‘Dit systeem is niet meer te verdragen.’ Tegelijk vroeg de paus in Bolivia vergiffenis voor de fouten die de kerk in het verleden in Latijns-Amerika heeft begaan tegen de bevolking, in naam van God.

Is dit dezelfde Bergoglio? Of heeft er een ommekeer plaatsgevonden?

Steeds meer mensen die de man van nabij volgen, spreken van een “bekering”, zoals ook met bisschop Romero van El Salvador gebeurd is: die was aanvankelijk ook zeer conservatief en heeft zich nadien voluit achter het verdrukte volk geschaard. De zaligverklaring van Romero is jarenlang geblokkeerd in het Vaticaan, Franciscus heeft die opgediept en afgewerkt. Hij zal wellicht binnenkort Angelelli zalig verklaren, nu diens proces is afgerond.

Hij heeft de banden met Gustavo Gutiérrez weer aangehaald, de vader van de bevrijdingstheologie. Hetzelfde heeft hij gedaan met Leonardo Boff. Sommigen zeggen dat Boff de ontwerptekst schreef van Laudato si, anderen verwijzen naar Erwin Kräutler, de Braziliaanse bisschop van de Amazone.

Geen revolutie

Is dit dan een revolutionaire paus? ‘Toch niet’, vindt Fortunato Mallimachi, een Argentijnse socioloog gespecialiseerd in religie en maatschappij. Wanneer ik hem ontmoet, is hij de drukproeven voor zijn nieuwste boek over de Argentijnse kerk aan het nalezen. ‘Voor een Latijns-Amerikaan ligt het haast voor de hand om te spreken over ecologie en armoede, over het misdadige effect van het neoliberale systeem.

Veel moeilijker zou het zijn om te spreken over het genderthema. Bergoglio heeft een heel conservatieve visie over de rol van de vrouw in de kerk. Net als over het homohuwelijk, waar hij absoluut tegen is. Uiteindelijk is hij iemand die heel sterk vasthangt aan de orthodoxie en aan het instituut. Hij gelooft daarin, hij vindt alleen dat een en ander beter moet.’

‘De kerk is bijna de enige internationale van de solidariteit, al de rest is ingestort of heeft de kant gekozen van de grote financiële groepen.’

Vandaar dat hij de ontsporingen van corruptie- en pedofilieschandalen, en van de macht van een maffia-achtige homolobby in het hart van het instituut met harde hand aanpakt. Hij benoemde een nieuwe curie van negen kardinalen om orde op zaken te stellen en stelde onafhankelijke experts aan om de bank van het Vaticaan te zuiveren. Hij leeft sober in een gastenvleugel van het Vaticaan en verwijt een aantal van zijn collega’s “spirituele schizofrenie”.

Dat neemt echter niet weg dat deze paus een politieke rol speelt en impact heeft in de wereld zoals die er vandaag aan toe is. Mallimachi: ‘Paus Franciscus heeft een heel inclusief discours: iedereen hoort erbij. Dat is ook de boodschap die hij in zijn reizen brengt. In Bolivia of Ecuador zijn er heel wat groepen die zich katholiek noemen, maar ultrareactionair zijn en het beleid van Evo Morales of Rafael Correa bekritiseren. Maar als de paus die presidenten legitimiteit geeft door naar hen toe te gaan, kunnen zij moeilijk anders dan dat beleid ook te steunen. En tegelijk vraagt de paus die presidenten om zich aan te sluiten bij de katholieke kerk. Dat is wat paus Franciscus wil: een patria grande van katholieke gelovigen.’

De figuur van de paus en de huidige tijdgeest gaan samen, vindt Mallimachi. ‘Het Vaticaan kan een heel belangrijke rol spelen als motor van mondiale solidariteit. Waarop kunnen landen vandaag een beroep doen voor solidariteit of erkenning? De kerk is bijna de enige internationale van de solidariteit, al de rest is ingestort of heeft de kant gekozen van de grote financiële groepen. Precies vanuit dat gegeven krijgt de katholieke kerk opnieuw geloofwaardigheid, vooral spirituele geloofwaardigheid. En het Vaticaan heeft relevantie, met zijn 177 diplomatieke vertegenwoordigingen en de 1,3 miljard katholieken over heel de wereld.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.