De strijd tegen IS begint in de hoofden van jongeren

Overal ter wereld sluiten jongeren zich aan bij IS. Toch ligt de oplossing dichterbij dan je misschien zou denken. Het geweld dat IS propageert, kent namelijk ook een tegengeluid, wat voor veruit de meeste moslims overtuigender is en talloze jonge moslims al van hun radicale denkbeelden heeft afgeholpen.

Eduardo Soriano-Castillo CC BY-ND 2.0

 

Al-Qaida leider Ayman al-Zawahiri had het bij het rechte eind toen hij in 2005 in een brief aan zijn Iraakse discipel Abu Musab al-Zarqawi schreef: ‘We zijn in een strijd verwikkeld, en meer dan de helft van die strijd speelt zich af op het slagveld van de media.’

Zarqawi nam die strijd uiterst ernstig, en de beelden die hij de wereld instuurde maakten hem al snel een van de meest gevreesde jihadisten ter wereld.

‘We zijn in een strijd verwikkeld, en meer dan de helft van die strijd speelt zich af op het slagveld van de media’

Uit documenten die de Amerikanen in 2008 vonden blijkt dat de media-activiteiten van de groep die zou uitgroeien tot IS grondig werden geëvalueerd. Een van de meest nadrukkelijke verbeterpunten die werden genoemd was het internet.

Dat zou veel beter moeten worden gebruikt ‘om een overzees publiek te bereiken’.

Inmiddels telt de mediatak van IS zes officiële centrale mediabureaus die 24 uur op 24 actief zijn. Zij vormen het zogenaamde ministerie van media. Daarnaast zijn er verspreid over tien landen meer dan dertig lokale mediabureaus actief die de centrale mediabureaus ondersteunen.

Ook worden er in de naam van IS geregeld mededelingen gedaan door niet-erkende mediabureaus uit landen als Bangladesh, België en de Filipijnen. De video’s, fotoverslagen, geluidsfragmenten en tijdschriften die ze de afgelopen jaren online zetten, bevatten 39 verschillende talen, waaronder het Dari, Nederlands, Oezbeeks en Albanees.

Geen IS zonder internet

Waar medewerkers van de media-afdeling in de dagen van Zarqawi scheef werden bekeken door gewapende strijders, plaatst de huidige leiding van IS haar meest getalenteerde commandanten op de media afdeling, stelt het International Centre for Counter-Terrorism, een onafhankelijke denktank gevestigd in Den Haag.

Zonder het internet had IS niet kunnen bestaan

Op hun hoogtepunt produceerden ze 761 videoproducten in een maand. In diezelfde maand plaatsten IS-supporters gemiddeld 133.442 Twitterberichten per dag online.

Zonder het internet had IS niet kunnen bestaan, stelt Yasmin Green, hoofd onderzoekster bij Jigsaw, het onderzoeksinstituut van Google dat onderzoek doet naar online radicalisering.

Het is het ultieme middel om medestanders over de hele wereld warm te maken voor de heilige oorlog, die uiteindelijk de val van het Westen en de wederopstanding van de islamitische wereld moet veroorzaken. Maar waarom slaat deze boodschap wereldwijd zo aan? En wat werkt om dit tegen te gaan?

Gerichte propaganda

De kern van de IS-propaganda stelt het kalifaat voor als een glorieuze modelsamenleving die iedereen verwelkomt die het met IS eens is en strijdt tegen iedereen die het daar niet mee eens is. Geleid door een trots en zegevierend islamitisch leger neemt IS het op tegen de verdorven goddeloze krachten die de groepering aanvallen.

In tegenstelling tot het algemene beeld is de propaganda die IS verspreidt redelijk divers.

Minder dan de helft van de 9000 beelden die onderzoeker Daniel Milton aan het Combating Terrorism Center bestudeerde gaan over de militaire activiteiten van de groep, slechts 9 procent toont grafische beelden van de nasleep van geweld. Net zoveel aandacht wordt besteed aan onderwerpen als economie, beleid en religie.

Het creëren van herkenning gaat zo ver dat in propagandafilmpjes geregeld Nutella snoep, suikerspinnen en jonge katjes te zien zijn.

Dat wij vooral gewelddadige beelden zien, komt doordat IS zijn propaganda gericht verspreidt. Wat wij zien, is voornamelijk bedoeld om angst te zaaien.

Beelden bedoeld voor de inwoners van het kalifaat zijn veel vreedzamer, en tonen bijvoorbeeld hoe goed de economie en samenleving draait.

Bij video’s, bestemd voor een “overzees publiek”, roept een Britse strijder met een migrantenachtergrond zijn geloofsgenoten in het Westen op afstand te nemen van de samenleving die volgens hem ‘depressief’ maakt en moslims het gevoel geeft geen ‘eer te hebben.’ In het kalifaat zouden deze gevoelens verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Maar veel meer om de inhoud, gaat het om de manier waarop de boodschap wordt gebracht. Deze ademt een sfeer van broederschap en herkenning uit.

Vrijwel altijd zijn het “gewone” mensen die uitleg geven over het reilen en zeilen in het kalifaat, en vertellen waarom zij zich daar op hun plaats voelen en andere moslims dat ook zouden moeten doen. In minder dan 1 procent zijn leidersfiguren te zien.

Het creëren van herkenning gaat zo ver dat in propagandafilmpjes geregeld Nutella snoep, suikerspinnen en jonge katjes te zien zijn. De meeste online propaganda is immers gericht op jongeren tussen de 14 en 25 jaar.

De coulissen van de propagandamachine

De video’s zijn in de eerste plaats bedoeld om potentiële handlangers warm te maken voor de heilige oorlog. De volgende stap is hen benaderen en overhalen tot handelen.

De strategie die IS daarbij hanteert, vertoont grote gelijkenissen met Barack Obama’s succesvolle ‘ground game’-campagne, zegt Brandon Oelofse van RNW Media, dat onderzoek doet naar de oorzaken van radicalisering onder jongeren.

Potentiële handlangers worden online gezocht op basis van voorkeuren en zoekgedrag, en strategisch benaderd via likes en privéberichten.

Tijdens Obama’s ground game campagne ging het er niet om hoeveel mensen hij bereikte, maar wie hij bereikte en hoe.

Daarbij maakten zijn campagneleiders handig gebruik van het internet, waar ze op basis van alle beschikbare data gericht potentiële stemmers wisten te bereiken.

Potentiële handlangers worden online gezocht op basis van voorkeuren en zoekgedrag, en strategisch benaderd via likes en privéberichten.

Net als bij Obama’s campagne vinden er daarna ontmoetingen plaats en wordt er geïnvesteerd in het opbouwen van een vertrouwensband. Ronselaars spelen telkens in op hoop, geborgenheid en herkenning, zegt Oelofse.

Kalifaat als land van vriendschap en rechtvaardigheid

Jonge vrouwen krijgen bijvoorbeeld complimenten als ze een profielfoto plaatsen waar ze een niqaab dragen, en ontvangen vriendschapsverzoeken van jonge vrouwen die met dezelfde vragen worstelen als zij. Ze worden persoonlijk aangesproken door strijders vanaf het front, die hen voorhouden dat ze een belangrijke rol te vervullen hebben in het kalifaat en dat er voor hen zal worden gezorgd.

Gevoelens van onrecht en uitsluiting die ze in hun eigen levens ervaren worden bevestigd en versterkt, en verbonden met het onrecht dat moslims op andere plekken op aarde ervaren.

Jongens wordt vriendschap en een heldenstatus beloofd. Gevoelens van onrecht en uitsluiting die ze in hun eigen levens ervaren worden bevestigd en versterkt, en verbonden met het onrecht dat moslims op andere plekken op aarde ervaren.

Telkens wanneer ze online hun mening ventileren ontvangen ze bijval, terwijl afwijkende meningen stelselmatig worden uitgesloten.

‘Jongeren die op zoek gaan naar radicaal gedachtegoed openen zich voor radicalisering. Door online met gelijkgezinden in contact te treden worden hun gevoelens bevestigd en versterkt. Als dan iemand met een oplossing komt, en wraak beloofd, dan heeft dat een sterk effect’, aldus Oelofse.

Dat de boodschap die IS verspreidt, aanslaat is dan ook niet vreemd. Psychologen beweren al jaren dat mensen het meeste vertrouwen hebben in personen zoals wijzelf. De IS propaganda stelt: We voelen je woede, je ongemak en pijn, want wij zijn net als jij. Ze zeggen ook een oplossing te bieden: jihad.

Wat wordt hier tegen gedaan?

De strijd die IS online voert, krijgt sinds medio 2015 steeds meer tegenstand. Twitter liet afgelopen augustus weten in het jaar daarvoor meer dan 360.000 accounts te hebben gesloten.

Facebook en Google investeren miljoenen in counter-radicaliseringsprojecten en zelfs hackerscollectief Anonymous bindt de strijd aan met IS.

Facebook en Google investeren miljoenen in counter-radicaliseringsprojecten en zelfs hackerscollectief Anonymous bindt de strijd aan met IS.

Er lopen ook talloze overheidscampagnes om de online propaganda van IS te bestrijden. Zo rondde het Amerikaanse State Department afgelopen oktober een project af dat zich richt op ongehuwde jongeren tussen de 13 en 34 jaar in Tunesië, Marokko en Saoedi-Arabië.

Het project stelt zich ten doel de ‘desinformatie van groepen zoals IS en Al-Qaeda’ te voorzien van een tegengeluid. Hun online anti-IS-filmpjes (Waarschuwing: schokkende beelden!) bereikten bijna 7 miljoen jongeren. Het project zal worden uitgebreid naar twaalf landen, waaronder Egypte, Frankrijk en Indonesië, schrijft The Washington Post.

Overheden over de hele wereld werken ook nauw samen met de media. In de YouTube-serie Diary of a Badman waarschuwt de Engelse acteur Humza Arshad voor de gevaren van radicalisering. Zijn filmpjes werden meer dan 73 miljoen keer bekeken, en hij reisde meer dan honderd Britse scholen af.

De Quilliam Foundation maakte een video gericht op personen die op zoek gaan naar propaganda van IS. De video richt zich op schaamte en pijn die Syriëgangers zouden voelen.

Maar of het effect heeft is maar zeer de vraag, stelt Oelofse. Voor veel jongeren is de overheid bij uitstek geen betrouwbare bron. Daarbij komt dat de campagnes zich in plaats van op hoop en een gevoel van zingeving richten op het aanpraten van een schuldgevoel en schaamte. Wat ontbreekt is een alternatief dat een antwoord geeft op hun zorgen.

Succesformules

Radicalisering leidt alleen tot geweld als er ook daadwerkelijk contact is met gelijkgezinden in de echte wereld, blijkt uit verschillende onderzoeken.

Jihadi-brandhaarden als Delft en Molenbeek -van waaruit relatief veel jongeren afreizen naar Syrië- zijn brandhaarden door oorzaken buiten het internet om.

De ‘Bernardino-aanvallers’ hadden contact met iemand voordat ze overgingen tot geweld. De ‘IS bruiden’ uit Londen radicaliseerden via leeftijdsgenoten op school.

Jihadi-brandhaarden als Delft en Molenbeek -van waaruit relatief veel jongeren afreizen naar Syrië- zijn brandhaarden door oorzaken buiten het internet om.

Er radicaliseerde zelfs een Engelse jongen door de pizzabezorger. Beiden hadden weinig kennis van de islam, maar vonden in elkaar iets wat ze mistten: een vriend.

De offline realiteit lijkt onmisbaar in het proces van radicalisering, maar daar liggen ook kansen. Want veruit de meeste jongeren die interesse tonen in radicaal gedachtegoed gaan niet over tot geweld. Ze stoppen voor het overgrote deel uit eigen initiatief, of in interactie met de mensen om zich heen.

Koffie en een goed gesprek

Het meest spraakmakende voorbeeld komt misschien wel uit het Deense Aarhus, van waaruit vanaf 2012 34 jongeren afreisden naar Syrië. Op dat moment was het stadje jihadi-brandhaard nummer twee in Europa.

De islamitische gemeenschap van het stadje was geschokt door het plotse vertrek van de jongeren, en zaten met hun handen in het haar. Maar de autoriteiten stelden niets te kunnen doen. Radeloos klopten ze toen aan bij twee agenten uit het stadje: Thorleif Link en Allan Aarslev.

Link en Aarslev hadden geen kennis over jihadisme, noch over psychologie. Maar wat ze wel begrepen was dat een vijandige houding meestal averechts werkt. Daarmee groeit hun frustratie alleen maar, redeneerden ze.

Toen de ouders van radicaliserende jongeren bleven aandringen dat de agenten iets moesten doen, boden ze de jongeren een kop koffie en een goed gesprek aan, in plaats van hen op te sluiten.

Dus toen de ouders van radicaliserende jongeren bleven aandringen dat ze iets moesten doen, boden ze de jongeren een kop koffie en een goed gesprek aan, in plaats van hen op te sluiten.

Daarbij merken ze overigens op dat het moeilijk is, zo niet onmogelijk, te bewijzen dat de teruggekeerde jihadisten ook werkelijk misdaden hebben begaan.

Jongeren die radicaliseren maar nog niets hebben misdaan, konden ook niet zomaar worden opgesloten.

Langzaam maar zeker begonnen ze binnen te druppelen. Sommigen onder druk van hun ouders, anderen omdat ze het gebaar waardeerden of nieuwsgierig waren, en weer anderen omdat ze er behoefte aan bleken te hebben.

Het voornaamste doel van de gesprekken was om hen het gevoel te geven dat er naar hen werd geluisterd, dat ze van belang waren en zich weer onderdeel zouden voelen van de samenleving waartegen ze zich juist wilden afzetten.

Om dat te bewerkstelligen kregen ze ook hulp bij het vinden van een baan of een opleiding, en werd hun familie en de gemeenschap van het stadje nauw betrokken bij het project.

In vier jaar tijd kwamen 330 jongeren langs, waarvan 18 teruggekeerde Syriëgangers. Zij kregen een mentor aangewezen die hen begeleidde tijdens het terugkeren in de samenleving. En het lijkt te werken.

Het aantal jongeren dat afreisde naar Syrië of Irak daalde van dertig in 2013, naar twee in 2014 en één in 2015. Het zogeheten Aarhusmodel wordt inmiddels overal in Europa aangehaald om beleid op te stellen.

How A Danish Town Helped Young Muslims Turn Away From ISIS
Muslim youths in Denmark were leaving to join ISIS in Syria, feeling they were being persecuted in Europe. Then the police in Aarhus responded in a completely unexpected way: They apologized.

Het zijn net mensen

Het bovenstaande voorbeeld geldt voor een specifiek stadje, in een specifiek land, bij een specifieke groep jongeren. Hoewel de open benadering daar werkte, betekent dit niet dat dit overal ter wereld zo is. Noch dat strenge straffen, militair ingrijpen en repressie ineffectief zijn.

Maar wat vooral belangrijk is aan dit verhaal, is dat de persoonlijke benadering die IS voorstaat, ook lijkt te werken om het radicale gedachtegoed juist te bestrijden. De inclusieve aanpak die de Deense jongeren een gevoel gaf serieus te worden genomen, onderdeel te zijn van de samenleving, en nuttig te zijn, bleek een uiterst effectief middel in de strijd tegen radicalisering.

De persoonlijke benadering die IS voorstaat, lijkt ook te werken om het radicale gedachtegoed juist te bestrijden.

En dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Overal ter wereld weerhouden ouders, wijkagenten, vrienden, jongerenwerkers, imams, broers, en leraren iedere dag dat jongeren radicaliseren en overgaan tot geweld.

Hun invloed is vele malen groter dan de overheid ooit zal kunnen hebben, concludeert de in Londen gevestigde onafhankelijke denktank ICRS.

Dat zegt ook Europol, die miljarden investeert in repressieve middelen zoals afluisterapparatuur en wapens. Hun meest effectieve wapen tegen radicalisering is tot nog toe het in het leven roepen van een telefoonnummer voor ouders die hulp zoeken omdat ze vrezen dat hun kinderen radicaliseren, en hen vervolgens zelf terugwinnen, schrijven ze.

IS weet dit maar al te goed, en richt zich direct op het vervreemden van jongeren met de wereld om hen heen. In een populair filmpje richt een jonge, Tunesische Duitser zich rechtstreeks tot de familie van hun doelgroep.

‘Moeder treur niet. Je zoon is op weg naar Allah.’ En: ‘Broer treur niet, maar ik moet gaan. Als je in Europa bent, doe dan jihad. Allah zal je belonen’, zo stelt hij zijn familieleden gerust.

De 99 procent

Extremisten komen pas in het nieuws als ze zich opblazen. De 99 procent die dit niet doen, ontsnappen aan onze aandacht. Nieuws is namelijk altijd de uitzondering. Iemand die zijn radicale denkbeelden niet omzet in geweld komt zelden in het nieuws. Waarom deze persoon hiervan af zag, ook niet.

Om een oplossing te vinden, is het van belang om niet alleen te kijken naar daar waar het mis gaat, maar ook naar de momenten waar wordt voorkomen dat het mis gaat.

Dit geeft niet alleen een onjuist beeld van de wereld waarin we leven, hierdoor missen we ook de oplossing voor een van de meest prangende probleemstukken van deze tijd.

Hoe voorkomen we immers dat mensen zo erg vervreemden dat ze zich gewelddadig tegen de samenleving keren? Hoe voorkomen we dat jongeren wereldwijd de wapens opnemen in een strijd van alles tegen iedereen?

Om een oplossing te vinden op deze vragen is het van belang om niet alleen te kijken naar daar waar het mis gaat, maar juist ook naar de momenten waar wordt voorkomen dat het mis gaat.

Het geweld dat IS propageert, kent namelijk ook een tegengeluid, wat voor veruit de meeste moslims overtuigender is en talloze jonge moslims al van hun radicale denkbeelden heeft afgeholpen.

Deze botsing van denkbeelden vormt de frontlinie in de strijd tegen de gedachtewereld van IS. Willen we weten wie gaat winnen, dan zullen we om te beginnen moeten achterhalen waar die strijd over gaat. Dat begint met luisteren naar de personen die deze strijd dagelijks voeren.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.