Dromen van vooruitgang: ‘Als hij maar geen landbouwer wordt…’

Malawi is geen land voor techneuten. Met slechts tien procent van de bevolking die aangesloten is op het elektriciteitsnet, is er nog relatief weinig sprake van digitale revolutie voor ontwikkeling. Alle ogen zijn -terecht- gericht op de landbouw. Maar kan die de verwachtingen waarmaken?

CC Gie Goris (CC BY NA-NC 2.0)

 

Het gebouw oogt nieuw en is kraaknet. Binnenin liggen zakken maïs opgestapeld. ‘Dit magazijn verzekert mij van een beter inkomen en een betere toekomst’, zegt Christopher Chinkhonbe. Hij is een van de boeren van een coöperatie die een magazijn beheert dat met de steun van de Vlaamse Ontwikkelingssamenwerking gebouwd werd. ‘Vorig jaar oogstte ik 110 zakken maïs, waarvan ik er 56 stockeerde in dit magazijn. Omdat ik niet alles meteen na de oogst moest verkopen aan de tussenhandelaars, verdiende ik veel meer dan de jaren voordien. Daarmee kon ik een goed dak op mijn huis leggen, enkele geiten kopen en meer zaad aanschaffen voor dit jaar.’ Chinkhonbe’s ervaring is een echt succesverhaal, want dankzij dat extra zaad kon hij dit jaar wel 500 zakken maïs oogsten, zegt hij. 400 daarvan gaf hij in bewaring in het magazijn. Dat belooft voor volgend jaar.

We zijn in het district Kasungu, in centraal Malawi. Dwars door de savanne loopt een goede autoweg, maar zelfs dorpen en velden op meer dan een kilometer van die weg zijn alleen bereikbaar te voet, met de ezel of een stevige 4x4. Verder in het binnenland zijn de staat, de markt en zaken als elektriciteit helemaal afwezig. Kasungu is een achtergebleven gebied in een land dat nauwelijks vooruit gaat.

In de landbouw is niet iedereen gelijk

Malawi is een van de armste landen in Afrika, met een bruto nationaal inkomen per hoofd van nauwelijks driehonderd dollar per jaar en met zeven op de tien inwoners die ”extreem arm”zijn, volgens een onderzoek in 2016, gebruik makend van de internationale armoedegrens van 1,9 dollar per inkomen per hoofd en per dag. De regering van Malawi hanteert een eigen armoedegrens die een stuk lager nog ligt, maar ook die klasseert meer dan de helft van de bevolking als extreem arm. Malawi’s bruto binnenlands product steeg met gemiddeld 1,5% per jaar tussen 1995 en 2014. Dat is bijna half zo veel als de gemiddelde groei van arme Afrikaanse landen zonder minerale rijkdommen.

De bevolking van ongeveer 17 miljoen inwoners is voor 86 procent actief in de landbouw, en daarvan bewerkt de overgrote meerderheid kleine velden van min of meer een hectare

De bevolking van ongeveer 17 miljoen inwoners is voor 86 procent actief in de landbouw, en daarvan bewerkt de overgrote meerderheid kleine velden van min of meer een hectare, ook al is er daarnaast nog veel grond beschikbaar die eigendom is van de elite die de plantages of de rechten daarop na de onafhankelijkheid overnam. Het gaat om ongeveer 30.000 eigenaars die elk een plantage va 100 tot 500 hectare bezitten. Die “grootgrondbezitters” kregen in de eerste decennia van de onafhankelijkheid ook veel meer overheidsinvesteringen, makkelijker toegang tot krediet en ondersteuning voor hun export. Dat leidde tot een sterk aangescherpte ongelijkheid op het platteland.

Met name in Kasungu liggen veel plantages braak, zonder dat die gronden voorlopig ingezet kunnen worden voor de boeren. Ondanks het feit dat er al meer dan twintig jaar sprake is van een landhervorming om het gebruik van de landbouwgrond eerlijker en duurzamer te maken, is er op dat vlak nog niet veel vooruitgang geboekt. Al heeft de president onlangs een nieuwe wet op landeigendom goedgekeurd, wat volgens experts toch een echte doorbraak zou kunnen betekenen.

CC Gie Goris (CC BY NA-NC 2.0)

Het gebruik van de tefrosa-boom bij maïsteelt verhoogt de opbrengst aanzienlijk. (Een politieman bewaakt de dorpskwekerij tijdens het bezoek van Vlaams MP Geert Bourgeois)

De landbouw is op dit moment goed voor zowat een derde van de Malawiaanse economie en is volgens president Mutharika dan ook de ruggengraat van het economische leven én het fundament van de ontwikkelingskansen van zijn land. Tijdens de verwelkoming van Vlaams minister-president Bourgeois in Lilongwe wees de president er meteen op dat groeikansen voor de landbouw in niet onbelangrijke mate afhankelijk zijn van de vorming en omkadering die boeren krijgen. Dat zogenaamde “extension work” is één van de prioritaire terreinen waarop Vlaanderen zijn ontwikkelingshulp inzet in Malawi.

Zeker 12 miljoen mensen zijn afhankelijk van vorming en ondersteuning om van landbouw een bron van een waardig inkomen te maken, zegt Jerome Chim’Gonda-Nkhoma, directeur voor landbouwvoorlichtingsdiensten van het ministerie van Landbouw, Irrigatie en Waterontwikkeling. In concreto gaat dat over radio-uitzendingen, sms-berichten met actuele informatie of tips voor betere landbouwmethodes, busjes die rondrijden tot bij de dorpen, vormingssessies gedurende enkele dagen, maar ook over boerengroepen waarin inzichten uitgewisseld worden en een call-center waar mensen uit het hele land terecht kunnen voor informatie of met concrete, praktische vragen.

‘Het ministerie van Landbouw beschikt nu over 1400 vormingswerkers, maar om het werk haalbaar en kwalitatiever te maken zou dat meer dan het dubbele moeten zijn’, zegt Chim’Gonda-Nkhoma nog. ‘En bovendien zouden we die vormingswerkers mobieler moeten kunnen maken.’ De meeste extension workers verplaatsen zich nu met de fiets, wat het bereik en de hoeveelheid acties beperkt. Met Vlaams ontwikkelingsgeld werden vorig jaar al wel 120 bromfietsen aangekocht, maar bij elke aankoop moet ook meteen nagedacht worden of er voldoende budget is voor benzine en onderhoud, antwoordt Nikolas Bosscher, de coördinator van de Vlaamse samenwerking met Malawi.

CC Gie Goris (CC BY NA-NC 2.0)

Zakken vol maïs in het magazijn van Chilanga

Dromen van de grote sprong voorwaarts

Christopher Chinkhonbe behoort tot een groep boeren die niet alleen bereikt worden met informatie, maar ook met concrete realisaties -zoals hun gezamenlijke magazijn. Dat zorgt niet alleen voor een betere onderhandelingspositie, maar ook voor aanzienlijk minder verlies door ongedierte of verrotting, én voor opslagcertificaten waarmee de boeren van de bank een voorschot kunnen krijgen op hun nog te verkopen oogst. Chinkhonbe heeft vier kinderen tussen elf en vier. Hoe droomt hij de toekomst voor die kinderen? ‘Ik wil dat ze op eigen benen kunnen staan’, antwoordt hij. ‘Ik hoop dat ze dokter worden. Of journalist. Of politicus.’ Als hij maar geen landbouwer wordt, zo klinkt het bijna.

Chinkhonbe heeft vier kinderen tussen elf en vier. Hoe droomt hij de toekomst voor die kinderen? ‘Ik wil dat ze op eigen benen kunnen staan’, antwoordt hij.

De kinderen gaan allemaal naar school en de pappa heeft het beste voor met zijn kroost, hij werkt er ook hard voor, maar of dat zal volstaan om van zijn actuele naakte minimuminkomen op één generatie op te klimmen tot de kleine elite van het land, is hoogst onwaarschijnlijk.

Het beleid zet in elk geval niet in op de vraag hoe alle plattelandskinderen straks dokter kunnen worden, wel hoe ze te motiveren om actief te blijven in de landbouw. ‘Daarvoor heb je goede informatie nodig, maar die moet ook op een aantrekkelijke manier gepresenteerd worden’, zegt Rex Chapota, algemeen directeur Farm Radio Trust en initiatiefnemer van het call-center dat vanuit Lilongwe boeren bedient tot in de verste uithoeken van het land. ‘Je moet werken met de technologie die jongeren vandaag aantrekkelijk vinden, en dat is mobiele communicatietechnologie: smartphones, gsm, apps… En je moet jongeren vaardig maken om hun producten beter te vermarkten. Want uiteindelijk is de beste motivatie een stijgend inkomen.’

‘De productie vermarkten’ en ‘een betere plaats vinden in de landbouwwaardeketen’ klinkt heel rationeel voor ontwikkelingsorganisaties en het is het soort jargon dat donoren anno 2017 graag horen, maar moet tegelijk heel exotisch klinken voor boeren die hun oogst tenauwernood tot aan de grote weg krijgen, en die trouwens al blij zijn als er een beetje surplus is. Toch proberen de landbouwvoorlichtingsdiensten samen met de VN Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) daar in Malawi lokaal werk van te maken. Ze doen dat allang niet meer met wereldvreemde presentaties, maar organiseren boerengroepen die op maat gesneden trainingen krijgen in zogenaamde Farmer Field Schools (FFS). De boeren vergelijken verschillende teelttechnieken, ze experimenteren en identificeren de beste teeltpraktijken. Elke landbouwer beslist zelf welke techniek het meest geschikt is voor zijn of haar productie. De begeleiders van de sessies bezorgen de boeren ook actuele informatie over markten, exportmogelijkheden en andere tips om hun oogst maximaal te gelde te maken.

CC Gie Goris (CC BY NA-NC 2.0)

 

Terwijl in 2014 88 procent van de bevolking zijn eigen voedselbehoeften kon dekken, zakte dit tot 61 procent in 2016.

De plannen zijn vaak goed. De inzet op het terrein groot. De middelen ontoereikend, maar reëel. En toch. Ondanks alle vooruitgang die ons in Malawi getoond werd, blijft de vaststelling dat de voedselzekerheid in Malawi de voorbije jaren sterk verslechterd is. Terwijl in 2014 88 procent van de bevolking zijn eigen voedselbehoeften kon dekken, zakte dit tot 61 procent in 2016. De verwachting is dat de situatie in 2017 opnieuw zal verbeteren, omdat er vorig jaar een goed regenseizoen geweest is. Maar dat toont op zich de enorme afhankelijkheid van weer en klimaat aan, en die worden steeds minder voorspelbaarder.

Het Human Development Report dat de VN-Ontwikkelingsorganisatie UNDP in 2014 produceerde op vraag van de Malawiaanse regering legt dan ook terecht de nadruk op sociale inclusie, aangezien ‘de winsten van vooruitgang de voorbije jaren onvoldoende goed verdeeld werden onder de bevolking’. De minister van Financiën, Ontwikkeling en Planning stelt in zijn voorwoord vast dat ‘met name vrouwen, jongeren, plattelandsbewoners, ouderen en mensen met een handicap kregen niet waar ze recht op hadden’. Daarmee bevestigt de minister de facto dat het overgrote deel van de bevolking weinig tot niets merkt van de al schrale economische groei.

Over de prioriteiten die buitenlandse donoren hanteren in hun samenwerking met Malawi, en of die in overeenstemming zijn met de nood aan inclusieve groei en meer zeggenschap voor de bevolking: lees donderdag het interview met Mia Seppo (hoofd van de VN-vertegenwoordiging en hoofd van de VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP), Marchel Gerrmann(hoofd van de EU Delegatie in Lilongwe), Greg Toulmin(hoofd van de Wereldbank in Malawi), Valens Mwumvaneza (Wereldbank Malawi) en Gerry Cunningham(ambassadeur van Ierland).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur