Mensenrechtenschendingen door Japans bedrijf dat exporteert naar EU, China en de Filipijnen

Ecuadoraanse plantagearbeiders gaan gebukt onder moderne slavernij

© Luis Argüello

Furukawa werkt met tussenpersonen en verhuurt haciënda’s aan een abacalero-familie. Die moet de productie managen, maar ze mogen de opbrengst niet aan andere bedrijven verkopen.

Twee stemmen hielden de passagiers wakker op de bus in de provincie Ríos in Ecuador. Het was begin 2018. Het waren de stemmen van twee arbeiders van het Japans bedrijf Furukawa, dat gespecialiseerd is in abaca, een vezelsoort. Ze hadden het over de mishandelingen en vernederingen op de plantages.

Walter Sánchez zat op dezelfde bus en kon de slaap niet vatten door hun gesprek. Hij stapte op hen af en gaf zijn telefoonnummer, voor het geval dat ze hem zouden willen bellen om een klacht in te dienen.

Het duurde bijna twee maanden vooraleer de twee arbeiders daarover een beslissing namen. Maar in maart 2018 ontving Sanchez een telefoontje. Sindsdien ging de Furukawa-zaak aan het rollen.

Het werd een van de meest gedocumenteerde cases van schendingen van mensenrechten in Ecuador.

In februari 2019 werd het bedrijf 60 dagen gesloten wegens arbeidsinbreuken. Maar de problemen in het bedrijf gaan verder dan schendingen van de arbeidsrechten; er worden mensenrechten in het algemeen geschonden. Het Japanse bedrijf haalt winst uit dwangarbeid en hanteert een systeem van moderne slavernij.

Het is één van de meest gedocumenteerde cases geworden van mensenrechtenschendingen in Ecuador, maar de getroffenen wachten nog steeds op antwoorden en gerechtigheid. De abaca-arbeiders leven in onzekerheid en angst. Ze hebben hun hele leven op de plantages gewerkt en weten niet waar naartoe.

Maar toch zitten ze niet stil en voeren ze continu actie. Furukawa moet strafrechtelijk verantwoordelijk worden gesteld en moet instaan voor de schadevergoeding voor alle arbeiders. Een staatsinterventie laat op zich wachten. De staat lijkt vooral de belangen van het bedrijf te verkiezen boven mensenrechten.

‘De vezel van de toekomst’

Abaca lijkt op een bananenplant, maar het fruit is niet eetbaar. De zaden werden door de Japanse Furukawa-familie vanuit de Filippijnen naar Ecuador geïmporteerd, en meer specifiek naar de stad Santo Domingo. In 1963 werd vervolgens het bedrijf ‘Furukawa Plantaciones C.A. del Ecuador’ opgericht. Het bedrijf bestaat uit 32 haciëndas in de provincies Santo Domingo de los Tsáchilas, Esmeraldas en Los Ríos.

Van de 32 haciëndas worden er 25 verhuurd aan een ‘abacalero’. Omdat Furukawa met tussenpersonen werkt, slaagt het bedrijf er al jarenlang in haar verantwoordelijkheid te ontwijken. Ze verhuren de grond aan een van de abacalero-families van de haciënda en stellen deze familie verantwoordelijk voor het managen van de abacaproductie. De opbrengst mag onder geen voorwaarden verkocht worden aan andere bedrijven. Maandelijks moet er, naast andere onkosten, 50 dollar huur per hectare grond betaald worden.

De eigenaar van de haciënda komt om de twee weken of maandelijks de gedroogde vezels ophalen en betaalt de intermediair uit. Per ton vezels ontvangt hij 650 dollar. Met dit geld moet de intermediair alle arbeiders betalen en voedsel, diesel en gereedschap aankopen. Ook wanneer arbeidsongevallen plaatsvinden, worden de kosten van dit bedrag afgetrokken.

De vezel mag om ecologische redenen dan wel gunstig zijn, maar aan de sociale en economische factor van de productieketen wordt alleszins niet tegemoet gekomen.

Het bedrijf daarentegen verkoopt de abaca door aan 2.700 dollar per ton vezels. De arbeiders krijgen een veel te laag loon voor het arbeidsintensieve werk dat ze moeten verrichten. Daarnaast komt er ook nog eens het gevaar van de oude dieselmachines bij.

Ecuador is de tweede grootste abaca-exporteur ter wereld. De belangrijkste bestemmingen zijn de Filipijnen, de Europese Unie (voornamelijk VK en Spanje) en China. Voor de voedsel- en landbouworganisatie (FAO) is abaca de vezel van de toekomst. De Ecuadoraanse abaca wordt onder meer gebruikt om bankbiljetten, theezakjes, etenswaren en medische kleding te maken.

De toenemende vraag naar deze natuurlijke vezel komt niet alleen door de sterke kwaliteit ervan, maar ook door de milieuvriendelijke aspecten. Daarom verkiezen vooral Europese fabrikanten abaca boven synthetische vezels. De vezel mag om ecologische redenen dan wel gunstig zijn, maar aan de sociale en economische factor van de productieketen wordt alleszins weinig aandacht besteed.

© Jana Van Braeckel

Miserabele arbeids- en levensomstandigheden

Samen met de Ecuadoraanse 11.11.11.-partner CDES (Centrum voor Economische en Sociale Rechten), twee journalisten en een fotograaf brachten we een terreinbezoek aan de abacaplantages om deze mensonwaardige situatie en getuigenissen over discriminatie en racisme vast te leggen.

Ongeveer 400 arbeiders wonen en werken er in precaire omstandigheden. De meeste zijn Afro-Ecuadoranen uit de provincie Esmeraldas. De meerderheid is analfabeet. Sommige haciëndas liggen op 14 kilometer van de baan, en dan moet je nog een bus nemen naar de dichtstbijzijnde steden. Daarom hebben maar weinig abacaleros gestudeerd.

Er is een totaal gebrek aan basisvoorzieningen in de haciëndas. De meeste families zijn genoodzaakt om samen te leven in een te kleine ruimte. De arbeiders krijgen geen extra’s, hebben geen sociale zekerheid en krijgen een loon dat lager is dan het nationale minimumloon van 394 dollar (omgerekend aan de huidige koers is dat nog geen 353 euro).

Voor het gevaarlijke werk dat ze moeten doen, krijgen ze geen aangepast werkmateriaal. Als er zich arbeidsongevallen voordoen, moeten ze daar zelf voor opdraaien. Veel arbeiders hebben ledematen verloren of beenbreuken opgelopen door gebrek aan een gepaste uitrusting.

De omstandigheden waarin de mensen leven zijn dramatisch: er is geen drinkwater, geen elektriciteit.

Er zijn heel wat senioren nog aan het werk, want van enig pensioenrecht is geen sprake. Heel wat arbeiders zijn niet geregistreerd of hebben geen formele identiteit. Daarnaast schendt het bedrijf de internationale wetgeving door het toelaten van kinderarbeid.

De arbeiders werken 6 dagen op 7, van 6 uur ’s ochtends tot 4 uur in de namiddag in een vreselijke hitte. De mannen nemen vooral het fysieke werk op zich (het kappen en versleuren van de abacaplanten). De vrouwen nemen de zorgtaken op zich en staan in voor het eten, maar ook voor het drogen en ordenen van de vezels.

Gedurende de 56 jaar die Furukawa bestaat, werden zo’n 80 klachten ingediend. Maar aan geen enkele klacht werd gevolg gegeven. Uit schrik voor ontslag protesteerden de arbeiders niet. Heel wat ambtenaren en autoriteiten wisten van de zaak af maar ondernamen geen actie.

© Luis Argüello

David Suarez van CDES: ‘Wat we zien, is een flagrante schending van de arbeidsrechten. De situatie en omstandigheden waarin de mensen leven, zijn dramatisch: er is geen drinkwater, geen elektriciteit. Ze wonen in de Furukawa-kampen zonder dat het bedrijf enige verantwoordelijkheid opneemt, op het vlak van arbeid noch op het vlak van levensomstandigheden. Dit is volledig in strijd met Protocol nr. 110 van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende het verdrag over plantages.’

De meeste arbeiders zijn de wanhoop nabij. Ze hebben dringend land nodig, aangezien ze sinds de sluiting van Furukawa geen werk hebben en dus ook niet aan hun basisbehoeften tegemoet kunnen komen.

Moderne slavernij: dwangarbeid en uitbuiting

Anno 2019 zijn er nog steeds slaven in dit land

‘Sommige slapen op de grond, zoals honden’, zegt een arbeider.

In 1851 werd de slavernij in Ecuador afgeschaft. Maar 168 jaar later, anno 2019, zijn er nog steeds slaven in dit land. De abaca-arbeiders gaan gebukt onder een vorm van moderne slavernij, dat in termen van het Protocol tegen de Slavernij van de VN (1953) als volgt gedefinieerd wordt:

‘De situatie van een persoon die op het eigendom woont van een ander persoon voor wie hij/zij bepaalde diensten verleent, met of zonder vergoeding, en die zijn/haar toestand niet kan veranderen.’

Dit systeem van moderne slavernij is grondwettelijk verboden. Daarnaast maakt Furukawa zich niet enkel schuldig aan slavernij, maar ook aan kinderarbeid: jongeren onder de 15 worden tewerkgesteld.

© Jana Van Braeckel

Susana Quiñónez, een 58-jarige Afro-Ecuadoraanse die 16 jaar lang werkte voor de Aziatische reus, zegt dat Furukawa hen als 'slaven' liet werken. Wanneer ze niet de gewenste productie inleverden, werden ze ervan beschuldigd hen te willen beroven. Quiñónez stopte in 2003 met werken voor Furukawa, en heeft sindsdien een juridische strijd gevoerd opdat het bedrijf haar een ontslagpremie betaalt.

De vloek van vrijhandel

Furukawa is de hoofdexporteur van abaca in Ecuador. Een van de klanten is het Britse bedrijf Ahlstrom Chirnside. Paradoxaal genoeg heeft dit bedrijf een gedragscode voor zijn leveranciers om de hoogste mensenrechtennormen in hun werking te respecteren.

De export van Furukawa naar de Europese Unie is relevant omdat Ecuador in 2016 een vrijhandelsakkoord met de EU heeft ondertekend. Dit verdrag bevat een specifiek hoofdstuk over duurzame ontwikkeling, met de nadruk op de verplichting om arbeidsrechten en milieunormen te respecteren.

Volgens David Suarez (CDES) schendt Furukawa dit akkoord door de arbeidsrelatie met zijn werknemers niet te erkennen, en moet het bedrijf daarvoor gesanctioneerd worden.

Maar ook in de bananensector, op suikerrietvelden en in bloemenkwekerijen zijn schendingen van de arbeidsrechten alledaagse kost. Zo heeft ASTAC, een vakbond van de bananensector in Ecuador, in maart 2019 een klacht ingediend bij het ministerie van Buitenlandse Handel van Ecuador wegens schendingen van arbeids- en milieurechten in de bananensector.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Op voorstel van Ecuador besloot de VN-Mensenrechtenraad (UNHRC) in juni 2014 via een resolutie om een werkgroep op te richten. Die moet een bindend VN-verdrag over bedrijven en mensenrechten uitwerken.

Frappant is dat Ecuador een van de trekkers is van dit bindende verdrag, maar dat het land tegelijkertijd zelf schuldig is aan het toelaten van mensenrechtenschendingen door grote bedrijven. Na de presidentswissel (in 2017) is er wel enige twijfel of Ecuador haar leiderschap in de werkgroep zal voortzetten.

Andere grote spelers als de VS, Canada en Australië houden zich afzijdig, en dus is ook de EU een belangrijke speler in dit proces. Als Europese consument zijn we verplicht om ook de EU op haar medeplichtigheid in deze zaak te wijzen. De Europese bedrijven die de abacavezel importeren, moeten ook hun verantwoordelijkheid nemen en bewustwording creëren over de keten van een product.

De EU moet een belangrijke rol spelen in het ondersteunen en promoten van het bindende VN-verdrag maar evengoed van andere regelgeving die transnationale bedrijven dwingt om mensenrechten te respecteren.

Intussen heeft de EU zich teruggetrokken uit de gesprekken. Er zal geen vertegenwoordiging aanwezig zijn bij de onderhandelingen van de intergouvernementele werkgroep van de VN in oktober in Genève. De druk vanuit sociale bewegingen en het middenveld is cruciaal om de EU een constructieve positie te doen innemen in de onderhandelingen. Zo kan er een halt toegeroepen worden aan schendingen van de mensenrechten door bedrijven als Furukawa.

© Ivan Castaneira

Staatsinterventie nodig

Na een eerste rapport over de Furukawa-zaak in oktober 2018 staat het dossier meer dan een jaar later nog steeds op losse schroeven. Het bedrijf werd 60 dagen stilgelegd in februari 2019 omwille van veiligheidsredenen en van de precaire omstandigheden.

Er volgden er een aantal sanctiebesluiten, die het bedrijf een boete van 42.880 dollar oplegden voor het schenden van enkele artikels van de arbeidswetgeving (waaronder kinderarbeid, gebrek aan sociale zekerheid, lonen onder het minimumloon, arbeidsrisico’s, gebrek aan scholen voor de kinderen van de arbeiders) en voor het gebrek aan aangepaste kledij.

De sluiting werd eind april ingetrokken, nadat Furukawa de sanctiesom neerlegde.

Tot op heden hebben de arbeiders nog steeds geen duidelijk antwoord gekregen van de overheid.

Ondertussen is er ook onder de arbeiders onenigheid ontstaan. Zo zijn er arbeiders die niets meer met het bedrijf willen te maken hebben, en andere die wel zouden terugkeren, op voorwaarde van andere werk- en leefomstandigheden. De zaak ligt nu in handen van de Commissie van Collectieve Rechten.

Na de sluiting in februari vonden er enkele keren onderhandelingen plaats, maar tot op vandaag hebben de arbeiders nog steeds geen duidelijk antwoord gekregen van de overheid. Want het is de overheid die ervoor moet zorgen dat de geschonden rechten van de arbeiders integraal hersteld worden.

Walter Sánchez, die de Furukawa-zaak aan het licht bracht, blijft de arbeiders ondersteunen. Ook al is daardoor zijn eigen leven in gevaar. Samen met middenveldorganisaties roept hij internationaal op tot een dringende staatsinterventie, want het is hoog tijd dat er een einde komt aan deze slavernij en dat gerechtigheid geschiedt.

© Ivan Castaneira

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift