'Dit móet ik jullie vertellen, ook al kost het me misschien mijn vrijheid'

Er zijn geen journalisten meer in Jemen

© Sam Tarling / Sana'a Center

De voorbije tien jaar stierven 44 journalisten in Jemen. Nog eens 20 zijn al jaren vermist.

De machthebbers in Jemen verdreven de voorbije jaren bijna alle journalisten. Om het land weer in het nieuws te krijgen, organiseert een Jemenitische denktank persreizen voor buitenlandse journalisten. Dankzij hun werk verschijnen er weer grote verhalen in de internationale media.

De moeder van Abdullah (33) en Tawfiq al-Mansouri (35) was trots toen de broers jaren geleden hun eerste stappen in de journalistiek zetten. ‘Intussen is ze minder blij’, vertelt Abdullah me in Jemen. Hij zit in de kussens van een qat-zaal in Ataq, hoofdstad van de provincie Shabwa. Hij is afgereisd vanuit Marib, een uur of negen rijden verderop, om het verhaal van zijn broer te vertellen.

Abdullah en zijn familie vluchtten in 2016 naar Marib, maar broer Tawfiq zit nog in de hoofdstad Sana’a. Die ligt in het westen, een aantal oorlogsfronten verder. Hoogstwaarschijnlijk bevindt Tawfiq zich in een van de kerkers van de Houthi’s.

De Houthi’s zijn een kaste van sjiitiische schriftgeleerden. De Houthi’s hebben het in het belangrijkste deel van Jemen voor het zeggen en dulden daarbij geen tegenspraak. Ze voeren een rebellenleger aan, dat eind 2014 de macht in Jemen overnam.

Dat was ruim drie jaar na de Arabische Lente, die voor journalisten hoogtijdagen betekende. De nieuwe, conservatieve machthebbers maakten daar snel een einde aan, vertelt Abdullah, plukkend aan zijn takje qat. Dat is een milde stimulant waar Jemenieten lange middagen op kauwen terwijl ze uitgebreid de toestand in dorp, stad, land en het buitenland bespreken.

‘Het werd ons steeds heter onder de voeten. Op het laatst spraken we af in hotels: daar was betere wifi en je kon er snel en ongezien weg.’

Opgepakt en ter dood veroordeeld

Op een dag werd Tawfiq opgepakt, tegelijk met een groep andere prominente journalisten. De Houthi’s beschuldigden hen van het verspreiden van valse informatie en van heulen met de vijand, in dit geval Saoedi-Arabië. Sindsdien heeft Abdullah zijn broer niet meer gezien.

‘We zijn constant op zoek naar hem, want hij wordt telkens verplaatst. Eenmaal mocht hij ons bellen. Hij klonk zwak. Hij heeft allerlei chronische ziektes ontwikkeld in de gevangenis.’ Dat bevestigen berichten van Amnesty International.

Tawfiq al-Mansouri wacht al vijf jaar in de kerkers van de Houthi’s op executie, want hij is ter dood veroordeeld. ‘Dat zou in de rechtbank voorgekomen zijn, in drie zittingen, maar niemand weet er iets van’, zegt Abdullah. Zelf werkt hij nog wel als journalist, al gaat er veel tijd naar het proberen redden van het leven van zijn broer.

© Sam Tarling / Sana'a Center

Journalist Tawfiq al-Mansouri, de broer van journalist Abdullah al-Mansouri (foto), wacht al vijf jaar in de kerkers van de Houthi’s op executie. Hij werd ter dood veroordeeld.

Nog drie andere journalisten zitten in een dodencel in Jemen. Net als al-Mansouri berichtten ze kritisch over het schenden van mensenrechten door de Houthi’s, voor diverse media.

Zeven collega’s die in 2015 samen met hen werden opgepakt, zijn onlangs vrijgelaten. Hun vrijlating was onderdeel van een grote gevangenenruil tussen de Houthi’s en de verjaagde Jemenitische regering, waarover ze twee jaar onderhandelden met de Verenigde Naties (VN). Abdullah: ‘Oorspronkelijk zaten er geen journalisten bij de deal, maar de VN dwongen de Houthi’s toch om een paar journalisten vrij te laten. We hoopten dat Tawfiq erbij zou zijn. Maar nee, hij kwam niet de trap van het vliegtuig af gelopen.’

Vermist, gevlucht, in de cel…

Volgens de internationale journalistenbond IFJ zijn er het afgelopen decennium 44 journalisten gestorven in Jemen. Nog eens twintig zijn al jaren vermist. Een onbekend aantal journalisten is gevlucht of heeft de pen of camera neergelegd. Qua persvrijheid staat Jemen amper 167ste op een lijst van 179 landen.

Het jaarverslag van ngo Reporters Zonder Grenzen (RSF) meldt voor 2020 slechts één overlijden van een journalist in Jemen. Waarschijnlijk omdat er nauwelijks journalisten meer over zijn.

Het gebrek aan persvrijheid geldt ook voor gebieden in het oosten en zuiden van Jemen. Daar maakt de verjaagde regering van president Hadi nog wel de dienst uit, maar ze strijdt er tegen separatisten die een onafhankelijk Zuid-Jemen voorstaan.

Fotojournalist Abdullah Bukeir zit in een cel in de zuidelijke provincie Hadramaut. Hij maakte een foto van een gepersonaliseerd doosje zakdoekjes op het bureau van de regeringsgezinde gouverneur, met het portret van die gouverneur erop, en daar werden te veel Twittergrappen over gemaakt.

In de naburige provincie Shabwa loopt journalist Saleh Mubarak Haqroos (49) op eieren sinds de gouverneur er vervangen werd. De oude was de Verenigde Arabische Emiraten goedgezind, de nieuwe gouverneur is lid van Islah, de Jemenitische tak van de moslimbroeders.

‘Alle mediamensen zijn vervangen door mensen van Islah. Hun baas is iemand zonder enige journalistieke ervaring, maar zijn budget is verachtvoudigd. Alles wordt gedaan om de gouverneur te prijzen’, zegt een wat zenuwachtige Haqroos. Hij zit al weken in huisarrest.

‘Volgens de nieuwe machthebbers zou ik betaald worden door de Emiraten, maar dat is niet waar. Ik sta aan niemands kant, heb geen opinie en werk al twintig jaar als journalist. Dit móet ik jullie vertellen, ook al kost het me misschien mijn vrijheid’, zegt Haqroos.

Bij gebrek aan onafhankelijke journalistiek is de bevolking van Jemen afhankelijk van dubieuze nieuwsbronnen. En van sociale media, waarop nepnieuws en propaganda welig tieren. Ze wakkeren de polarisatie ook flink aan, met nog meer conflict en wantrouwen tot gevolg.

Geen nieuws uit Jemen

‘Er stroomt veel buitenlands geld naar Jemen om de verhalen te verdraaien’, zegt Farea al-Muslimi (30), voorman van de Jemenitische denktank Sana’a Center. ‘Voor de oorlog keken alle mensen naar het nationale nieuws. Nu zijn er vijf verschillende journaals, maar niemand kijkt nog ergens naar. De mensen weten best wat er aan de hand is. Dat Hadi (de president van de verjaagde officiële regering, red.) een marionet is, en hoe erg de Houthi’s zijn.’

‘Veel mensen hebben de hoop opgegeven’, vervolgt al-Muslimi. ‘Ik ken zelf ook niemand meer die Jemen uit het moeras kan trekken.’

Op zoek gaan naar alternatieve nieuwsbronnen, in het vrijere buitenland, is een mogelijkheid. Maar het helpt niet dat Jemen steeds slechter aangesloten is op het wereldwijde web. De Houthi’s romen de winsten van internetbedrijven zodanig af dat die moeten sluiten.

‘Deze ramp is een gevolg van menselijk handelen. En veel van de mensen die die oorzaak vormen, komen uit het buitenland.’

Buitenlandse journalisten zijn evenmin welkom in Jemen. Ze mogen hooguit kortstondig en embedded het land in. Anonieme lokale bronnen leveren nu brokstukjes nieuws, die Jemen-experts in het buitenland tot een verhaal kneden, zoals bijvoorbeeld journaliste Maggie Michael dat vanuit Egypte doet voor persagentschap AP — werk waar ze vorig jaar een Pulitzerprijs voor kreeg.

Andere berichtgeving komt vaak van communicatiemedewerkers van hulporganisaties, maar die beperken zich natuurlijk tot hun eigen focus: ‘s werelds grootste humanitaire ramp.

‘Daarom zit Jemen in het frame (een vereenvoudigde voorstelling van een situatie, red.) van hongersnood en ellende. Alsof die problemen uit de lucht komen vallen, als een aardbeving of overstroming’, zegt Farea al-Muslimi. ‘Deze ramp is een gevolg van menselijk handelen. En veel van de mensen die die oorzaak vormen, komen uit het buitenland. Dat zijn mensen die wapens sturen, die meedoen aan de oorlog.’

Farea al-Muslimi haalt de internationale pers naar Jemen (foto: markt in Ataq): ‘Laat journalisten gewoon toe, laat hen rondkijken en verslag doen van hoe het leven is onder de Houthi’s.’

Journalisten naar Jemen halen

Om de berichtgeving over Jemen te verbreden en verdiepen richtte al-Muslimi vijf jaar geleden het Sana’a Center op. 85 mensen van binnen en buiten Jemen produceren voor de denktank gedetailleerde rapporten, mede dankzij forse financiële steun van de Nederlandse ambassade in Jemen. ‘Nederland heeft een hoog “halalgehalte” in Jemen’, zegt al-Muslimi. ‘Het land lijkt onpartijdig, ook al levert het net zo goed wapens aan de Saoedi’s.’

Al-Muslimi was voordien een fixer voor journalisten, een tussenpersoon die een buitenlandse journalist helpt met bijvoorbeeld vertalingen, documenten, vervoer of andere dingen regelen. Maar om Jemen beter en vaker in de krant te krijgen organiseert al-Muslimi sinds drie jaar persreizen met een twaalftal westerse journalisten naar een locatie in Jemen.

‘Het is gruwelijk hoe weinig verslaggeving er verschijnt over Jemen, net als de kwaliteit ervan. Nieuws dat vaak geschreven wordt door mensen die nog nooit in Jemen geweest zijn. Daarom voorzien we hen van toegang tot Jemen en brengen we hen in contact met de juiste mensen. Maar eigenlijk helpen de journalisten óns om de verhalen uit Jemen te vertellen aan de rest van de wereld.’

‘Dat is mijn werk: Jemen uit dat kleine blokje achter in de krant naar de voorpagina te halen, het liefst met verhalen van gewone Jemenieten.’

De jongste persreis, waar wij aan deelnamen, was afgelopen november naar de provincie Shabwa. We waren er als journalisten embedded bij de gouverneur; we verlieten het basiskamp alleen in gepantserde Land Cruisers en met boordschutters voorop en achteraan het konvooi.

‘Er zijn natuurlijk tekortkomingen, dat zien we ook wel’, zegt al-Muslimi. ‘Maar dit is wat we kregen. De organisatie was moeilijk en er waren veel zorgen over de veiligheid van de journalisten, in deze regio die dicht tegen een proxyoorlog (oorlog bij volmacht, red.) aan zit.’

Maar, zegt al-Muslimi, de persreis was succesvol. ‘We kwamen op de voorpagina’s van Le Monde, El País en de LA Times. Mooie verhalen in Der Spiegel en Die Zeit. Erg succesvol. Dat is mijn werk: Jemen uit dat kleine blokje achter in de krant naar de voorpagina te krijgen, het liefst met verhalen van gewone Jemenieten.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Al-Muslimi’s volgende persreis gaat naar Aden. Daarna moet eindelijk hoofdstad Sana’a aan de beurt komen. ‘De Houthi’s hebben al toegestemd, maar de Saoedi’s en de regering willen geen buitenlandse journalisten in Sana’a. Omdat ze denken dat journalisten alleen de schade van de Saoedische bombardementen zullen laten zien. Nee, laat hen gewoon toe, laat hen rondkijken en verslag doen van hoe het leven is onder de Houthi’s.’

Terug in de qat-zaal blijft Adullah al-Masouri gestaag berichten over zijn broer, van wie de gezondheid dagelijks verslechtert. ‘Het gaat echt heel slecht. Hij moet naar een ziekenhuis, anders sterft hij.’ Erg veel hoop heeft Abdullah niet. ‘Er is veel druk van ngo’s om hem vrij te laten, maar hij is kennelijk waardevol wisselgeld voor de Houthi’s.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3059   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur