Gif over Colombia: het verborgen verhaal achter de war on drugs

Al vijftig jaar lijdt Colombia onder een burgerconflict. De grootste guerrillabeweging Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC) heeft hier nog steeds een groot aandeel in en is voor zijn financiering deels afhankelijk van de illegale cocateelt en cocaïnehandel. In de strijd tegen drugs worden al geruime tijd weinig middelen meer geschuwd. De Colombiaanse Nationale Politie en de Anti-Narcotica brigade van het leger proberen de illegale cocateelt te bestrijden met het sproeien van gifstoffen vanuit de lucht. Deze aanpak heeft grote gevolgen voor het milieu en de lokale bevolking, tot over de grens met Ecuador toe, maar wordt door de VS gesteund.

  • © Reuters/Daniel Munoz Vliegtuigen van de Colombiaanse politie besproeien een cocaveld in San Miguel, Putumayo, in december 2006. © Reuters/Daniel Munoz
  • © Bram Ebus Een mars tegen de besproeiingen in de straten van Puerto Guzman, Putumayo, 27 november 2013. © Bram Ebus
  • © Bram Ebus Victor Burgos verloor 70 % van zijn planten door een besproeiing in 2011. © Bram Ebus

Het belangrijkste ingrediënt van de gesproeide stoffen is het beruchte glyfosaat, voornamelijk ontwikkeld door de Amerikaanse multinational Monsanto. Glyfosaat is vooral bekend als actieve stof in het herbicide Roundup van Monsanto.

Colombia is het enige land waar dit soort besproeiingen plaatsvinden. Ondanks wetenschappelijke rapporten wordt het vernietigende glyfosaat met Colombiaans en internationaal geld nog steeds met regelmaat ingezet in een van de meest biodiverse regio’s ter wereld, de Colombiaanse Amazone.

Plan Colombia

De uitvoering van Plan Colombia, de bilaterale strategie van de VS en Colombia om het voortslepende gewapende conflict tussen de staat en guerrillagroeperingen aan te pakken, ging van start in 1999. Het conflict maakte al minstens 220.000 slachtoffers, waarvan wordt geschat dat 4 op 5 slachtoffers burgers waren.

Het besproeien van cocaplantages was een van de speerpunten van Plan Colombia en moest de inkomsten van de FARC laten opdrogen. Een jaar voor de start van Plan Colombia gaf de toenmalige Colombiaanse president Pastrana het volgende aan: ‘Illegale gewassen zijn een maatschappelijk probleem waarvan de oplossing gezocht moet worden in het beëindigen van het gewapend conflict. Ontwikkelde landen zouden ons moeten helpen een soort Marshall Plan voor Colombia te implementeren, dat grote maatschappelijke investeringen mogelijk zal maken en onze boeren verschillende alternatieven voor illegale gewassen aan te bieden.’

Bovenop het “startpakket” van 1,3 miljard dollar voor Plan Colombia gooide de VS nog eens 8 miljard. Het geld ging vooral naar het Colombiaanse leger en de politie. Dit zorgde voor een sterke politieke grip van de Verenigde Staten op Colombia dat zich hiermee in een afhankelijkheidspositie manouvreerde.

Plan Colombia bleek immuun voor internationale kritiek. Die was vooral gericht op de door de VS getrainde Colombiaanse veiligheidsdiensten, die aanwezige paramilitaire groeperingen en hun mensenrechtenschendingen ondersteunden. Ook de forse kritiek van milieubewegingen op de besproeiingen werden zowel door de Colombiaanse overheid en de Clinton-administratie weggewimpeld.

Volgens de Amerikaanse ngo WOLA zijn tussen 1996 en 2012 al 1,6 miljoen hectaren besproeid in Colombia.

In 1994 werd begonnen met een testproject rondom het dorp Puerto Guzmán, in het departement Putumayo, nu een van de meest besproeide regio’s van Colombia. De eerste grote stap in het plan om op grootschalig niveau te gaan besproeiien was daarmee genomen. Volgens de Amerikaanse ngo WOLA (Washington Office on Latin America) zijn tussen 1996 en 2012 al 1,6 miljoen hectaren besproeid in Colombia. Dat wil zeggen dat er gemiddeld elke 5 minuten en 29 seconden 1 hectare besproeid werd.

Goed op weg? Niet echt. De realiteit toont aan dat de besproeiingen vooral negatieve gevolgen hebben voor een grote groep burgers en vrijwel zonder effect blijken tegen de productie van coca. Sterker nog, de cocateelt verspreidde zich het afgelopen decennium nog verder. In 1999 was er coca aanwezig in 12 van de 32 provincies. Nu zijn dat er al 23. Het probleem lijkt op deze manier gefragmenteerd te worden: de cocateelt duikt steeds dieper het Amazonewoud in.

Waarom wordt er dan toch doorgegaan met de besproeiingen? De lokale ombudsman van Putumayo wilde in 2001 al een ‘pauze’ van de besproeiingen en vroeg in 2002 een opschorting aan in afwachting van onderzoek. Tot op de dag van vandaag werd hier geen gehoor aan gegeven.

Het departement Putumayo, in het zuiden van Colombia, grenzend aan Ecuador, is de focus van de besproeiingen tegen coca.

De huidige ombudsman van Putumayo geeft aan dat het niet om een nationale maar een supra-nationale politiek gaat: ‘De belangen van de Wereldbank en anderen zetten druk op de Colombiaanse overheid om het grootste offer te maken in verband met de drugstrafiek. De oorzaak van het probleem ligt niet enkel in Colombia. Het probleem is dat landen in het noorden consumeren en de grondstoffen leveren [de chemicaliën om cocaïne te produceren].’

Het begint er op te lijken dat de fumigaciones een contractuele verplichting zijn.

Het offer dat Colombia brengt in de war on drugs lijkt voornamelijk een reeds gemarginaliseerde bevolkingsgroep te treffen. De gesloten akkoorden in Plan Colombia blijken weinig flexibel, ondanks geluiden uit de VS die al jaren laten geloven dat er met de besproeiingen gestopt zal worden. Het begint er op te lijken dat de fumigaciones een contractuele verplichting zijn.

Ook een vertegenwoordiger van de tri-departamentale milieu-autoriteit, CorpoAmazonia, vertelt dat de besproeiingen doorgaan omwille van een contract met Monsanto. Het is echter bekend dat de Colombiaanse Nationale Politie ook is gestart met het aankopen van een goedkoper herbicide. Dit door Chinese bedrijven gefabriceerde product riep juist vanuit de VS veel weerstand op.

Het non-resultaat van de fumigaciones

In Ecuador, Peru en Bolivia wordt de illegale teelt van cocaplanten bestreden met handmatige verwijdering. Een strategie die ook in Colombia toegepast wordt, maar in verschillende regio’s niet als een haalbare kaart wordt gezien. Volgens de Nederlandse mensenrechtenactiviste Liduine Zumpolle, die zich al decennia bezighoudt met Colombia en ook een missie naar Putumayo heeft ondernomen, is de FARC mede oorzaak voor de besproeiingen vanuit de lucht door het leger.

‘De FARC beschermt zijn cocavelden door ze te omgeven met landmijnen. Daardoor is het voor de militairen zowel als voor ingehuurde boeren te gevaarlijk om de planten handmatig uit te roeien, een methode waar de internationale samenleving op aan heeft gedrongen.

Dit is echter maar een deel van het overheidsargument. Volgens een contract met het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Monsanto strooit de militaire Anti Narcotica brigade dagelijks een bepaalde hoeveelheid gif over een bepaald aantal hectaren van een bos- of landbouwgebied. Ironisch genoeg worden de gebieden waar de coca geconcentreerd verbouwd wordt ontzien, terwijl elders, waar geen of nauwelijks cocaplanten meer te vinden zijn, de voedselgewassen en watergebieden er aan moeten geloven en letterlijk vergiftigd worden.’

De keuze om te sproeien boven cocarijke gebieden lijkt niet aantrekkelijk omdat vliegtuigen vaak neergehaald worden door de FARC. Vermoedelijk richt de overheid zich daarom liever op “gestigmatiseerde” regio’s waar in werkelijkheid geen of weinig cocateelt meer voorkomt. 

Als er al cocaplanten te vinden zijn in de besproeide regio’s, blijft de vraag of de besproeiingen effectief  zijn. Niet alleen is er een bewezen gezondheids- en milieuimpact. De cocaplanten overleven de besproeiingen vaak en groeien opnieuw door, terwijl dit niet geldt voor besproeide legale gewassen.

Uit een studie van de Colombiaanse econoom Daniel Mejía, hoofd van het Center for Studies on Security and Drugs van de Andes Universiteit in Bogota, blijkt dat de marginale kosten om te voorkomen dat een kilo cocaïne de grenzen van de Verenigde Staten bereikt 163.000 dollar bedragen wanneer ingegrepen wordt bij de productie. Hetzelfde resultaat kan geboekt worden met het aanpakken van de handel voor slechts 3.600 dollar.

Hierbij is het interessant vast te stellen dat de cocaproductie na 2007 langzaam begon af te nemen. Hierbij moet gezegd worden dat de besproeiingen toen ook verminderd werden. De afname in de post 2007-periode wordt toegeschreven aan het programma van manuele uitroeiing.

Tussen november 2006 en juni 2007 werden volgens het onderwijssecretariaat van Putumayo, negenenvijftig scholen geraakt door besproeiingen.

Het blijkt vrij moeilijk om de (vermoedelijke) cocavelden met precisie te raken vanuit de lucht. Tussen november 2006 en juni 2007 werden volgens het onderwijssecretariaat van Putumayo, negenenvijftig scholen geraakt door besproeiingen.

Een ander sprekend voorbeeld is afkomstig uit het jaar 2000, toen de toenmalige senator van Minnesota, Paul Wellstone, naar Colombia reisde. Wellstone verzette zich openlijk tegen Plan Colombia en wilde met eigen ogen zien hoe precies de besproeiingen de illegale gewassen konden raken. Vergezeld door een delegatie met onder meer de VS-ambassadeur in Colombia en de luitenant van de Colombiaanse nationale politie, kregen zij zelf een volle lading chemicaliën over zich heen. Zijn woordvoerder liet vervolgens weten: ‘Stel je eens voor wat er zou gebeuren wanneer een hooggeplaatste congresionele delegatie niet aanwezig zou geweest zijn.’

Maar ook dit was voor de Colombiaanse overheid geen reden om de besproeiingen op te schorten en verder onder de loep te nemen. Buurland Ecuador dacht hier anders over. Ecuador liet in 2008 aan het International Court of Justice in Den Haag weten dat het schoon genoeg had van de Colombiaanse besproeiingen dicht bij de Ecuadoraanse grens.

De wind nam het geloosde gif mee naar Ecuadoraanse gebieden. Ecuador was de impact voor het milieu en de gezondheid van zijn bevolking meer dan zat. Eisen waren een opschorting van besproeiingen dichtbij de grens en onder meer een schadeloosstelling. In september 2013 werd een akkoord afgesloten waarin werd opgenomen dat in een zone van tien kilometer van de grens niet meer besproeid zal worden en er een “economische bijdrage” van 15 miljoen dollar betaald zal worden en de klachten van Ecuadoraanse slachtoffers behandeld zullen worden. Ironisch genoeg heeft de eigen Colombiaanse bevolking zelf nog geen cent gezien voor de negatieve effecten van de fumigaciones.

De opgeofferde bevolking van Putumayo

De bevolking van een van de meest zuidelijke Colombiaanse departamenten, het in het Amazonegebied gelegen Putumayo, wordt al decennialang geteisterd door het interne Colombiaanse conflict. Continu geterroriseerd door zowel de guerrilla als de paramilitairen en het leger, is de bevolking moedeloos geworden door het ontbreken van passende hulp. De nationale overheid geeft geen armoedecijfers van Putumayo. Wel geven statistieken over ondervoeding, kindersterfte, onteigening en analfabetisme een inzicht in de wijdverspreide situatie van zichtbare absolute armoede.

Hier bovenop heeft de veelal boerenbevolking nu ook te kampen met een overheid die hen met chemicaliën besproeit. Veel boeren moeten hun terreinen verlaten omdat landbouw door de besproeiingen niet meer mogelijk is. De burgemeester van Puerto Guzmán vertelt in een publiek evenement tegen de besproeiingen: ‘De besproeiingen zijn een vernedering, een mishandeling van de boeren. Het is niet alleen doodslag maar betekent ook het einde van families en de gemeenschap.’

Veel kan hij er verder ook niet aan doen, beslissingen worden ver boven zijn hoofd genomen. De departementale milieu-autoriteit bevestigt dat klachten van slachtoffers vaak niet behandeld worden, terwijl de staat een vergoeding zou moeten betalen als er fouten met de besproeiingen gemaakt worden.

© Bram Ebus

Een mars tegen de besproeiingen in de straten van Puerto Guzman, Putumayo, 27 november 2013.

De machteloosheid wordt al helemaal duidelijk uit de persoonlijke verhalen. Als een moeder vertelt over haar dochtertje dat zonder vel geboren werd, is dit geen onrealistisch verhaal. De medische effecten van het glyfosaat dat rondgestrooid wordt zijn allang bekend. Studies wezen uit dat herbiciden gebaseerd op glyfosaat bijdragen aan aangeboren afwijkingen, spontane abortussen, leukemie, hersentumoren en lymfomen bij kinderen onder 15 jaar.

Nul procent coca, 100 procent vergif

De boerderij van Victor Burgos in de buurt van Puerto Guzmán, werd op donderdag 11 april 2011 besproeid. Victor bezit een grote plantage van ‘100 en nogwat hectaren’ met onder meer peperstruiken en bananen. 70 procent van zijn gewassen werd vernietigd, waardoor 80 procent van zijn jaarinkomen verloren ging.

© Bram Ebus

Victor Burgos verloor 70 % van zijn planten door een besproeiing in 2011.

De milieu-impact van het glyfosaat blijft vele jaren in de grond aanwezig. Zijn waterbronnen, beekjes en riviertjes die op zijn terrein ontspringen, raakten volgens hem volledig vervuild. Net zoals bij vele andere slachtoffers waren er geen cocaplanten aanwezig. ‘Cocaplanten verbouw ik hier niet. Er is hier zeker nul procent coca, maar nu honderd procent vergif!’

Toen Victor bij het ministerie van landbouw aanklopte, wilde hij een proces beginnen om voor zijn verlies een vergoeding te krijgen. Na vijf maanden vechten voor een vergoeding, berichtte de departementale gerechtelijke macht hem ‘niet lastig te doen’. Een advocaat van de procureur wiegerde hem bij te staan. Uiteindelijk bleek dat de vlucht die zijn landgoed besproeide was gewist uit de officiële databank en daarmee nooit had plaatsgevonden.

Een ander doofpotverhaal is terug te vinden in het dorp Piamonte, in het departement Cauca vlakbij de grens met Putumayo. In oktober 2013 werd een vliegtuig dat een besproeiing uitvoerde door de FARC neergehaald. Twee wethouders vertelden dat het neergestorte vliegtuig een grote ravage aanrichtte toen het tijdens de val veel chemicalïen verloor. Het hierdoor vervuilde water was niet meer geschikt voor consumptie en verzoorzaakte de dood van enkele koeien.

De verzamelde groep omwonenden die foto’s wilden nemen, werd tegengewerkt door het leger, dat vervolgens camera’s in beslag nam en gemaakt beeldmateriaal wiste. Het Ministerie van Defensie en de anti-narcotica gaven geen toestemming aan de milieu-autoriteit van Cauca om verder onderzoek te doen. In gevallen zoals deze is de anti-narcotia brigade van het leger zowel de schuldige als onderzoeker van de klachten.

Wie profiteert er van de fumigaciones?

De besproeiingen lijken niet substantieel bij te dragen aan de oorlog tegen de cocateelt en de milieu- en gezondheidseffecten hebben een zware impact op fragiele ecosystemen en de lokale bevolking. Hoge kosten worden gemaakt met het vaak zinloos maar zeer schadelijk besproeiien van grote stukken terrein.

Er wordt het een en ander duidelijk als de grondstoffenreserves, de verleende concessies en de infrastructurele plannen van Putumayo erbij gehaald worden.

Er wordt echter het een en ander duidelijk als de grondstoffenreserves, de verleende concessies en de infrastructurele plannen van Putumayo erbij gehaald worden. Vele grote oliemaatschappijen hebben hun projecten al gestart in Putumayo. Onder meer het Canadese Gran Tierra, Pacific Rubiales, Petronova en het Colombiaanse staatsbedrijf Eco Petrol exploiteren reeds 36.000 vaten olie per dag.

Verder blijkt er een grote hoeveelheid goud, koper, zilver en coltan in de grond te zitten. Internationale mijnbouwreuzen als AngloGold Ashanti en Anglo American stelden al een grote hoeveelheid aan concessies veilig. De Harken Energy Group, waar voormalig VS-president Bush nog een van de bestuurders was, tekende in 2004 een contract om in Putumayo olie te ontginnen. De regering Bush spelde een grote rol in de voortzetting van Plan Colombia na de Clinton-administratie.

Een goed toegankelijk wegennet ontbreekt in Putumayo, waardoor massaal transport van ruwe grondstoffen niet mogelijk is. In 1994 werd het project IIRSA ontworpen (Integración de la Infraestructura Regional Suramericana). Het project is nu in volle ontwikkeling. IIRSA impliceert de realisatie van verschillende megaprojecten, verbindingszones, het bouwen van nieuwe wegen en het bevaarbaar maken van rivieren. Dit allemaal in de poging om de Atlantische en Pacifische Oceaan met transportroutes te verbinden en het noorden en zuiden van Latijns-Amerika beter bereikbaar te maken.

Het is duidelijk een project dat niet zonder gevolgen zal blijven. Een document van de departementale ombudsman wijst al op de sociale en milieurisico’s, onder meer gedwongen onteigening en ontbossing van de Amazoneregio. Een informant van de lokale milieu-autoriteit laat weten dat de voortgang van dit project vooral olie-, hout- en mijnbouwmultinationals ten goede zal komen.

De lokale bevolking, die al veel te lijden heeft onder de aanwezigheid van paramilitaire groepen, de FARC en het eigen leger, vreest opnieuw het slachtoffer te worden. Ditmaals is het de dreiging van de extractieve industrie. Het vernietigen van bos en landbouw, en het gedwongen vertrek van mensen als gevolg van de besproeiingen lijkt de multinationals alleen maar in de kaart te spelen. Land komt vrij en multinationals proberen meer toegang tot Putumayo te krijgen.

Terwijl ook Europa in toenemende mate haar weg naar Colombia zoekt, geeft het volgende citaat weer dat ethisch zakendoen hier nog geen ganbare praktijk is. Alberto Giraldo, slachtoffer en vertegenwoordiger van de slachtoffers in Putumayo vertelt: ‘De oorlog hier gaat niet over coca, de oorlog hier is niet voor de guerrilla, de oorlog in dit land gaat om terrein, om het over te dragen aan de multinationals. Ze willen ons van onze landen halen. Ons wegpesten. Daarom besproeien ze ons en niet de coca. Dat is waarom ze ons voedsel en de mensen besproeiien.’

Bram Ebus studeerde Culturele Antropologie en Global Criminology aan de Universiteit Utrecht. In 2013 verbleef hij in Colombia voor een studie over conflicten veroorzaakt door de extractieve industrie. Hiernaast is hij al enkele jaren actief voor de Vlaame vzw CATAPA.

Bekijk hieronder een reportage van CCTV over de besproeiingen in Colombia en de gevolgen ervan in de grensstreek in Ecuador.

 

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift