Haïtiaanse hoop: ‘De aardbeving bracht mensen weer samen. En met Konbit creëren we de maatschappij die we willen zien’

Reportage

In sloppenwijk Cité Soleil komt verandering van onderuit

Haïtiaanse hoop: ‘De aardbeving bracht mensen weer samen. En met Konbit creëren we de maatschappij die we willen zien’

Haïtiaanse hoop: ‘De aardbeving bracht mensen weer samen. En met Konbit creëren we de maatschappij die we willen zien’
Haïtiaanse hoop: ‘De aardbeving bracht mensen weer samen. En met Konbit creëren we de maatschappij die we willen zien’

Iedereen die Haïti kent, kent Cité Soleil, beruchte sloppenwijk van Port-au-Prince waar volgens het cliché niets positiefs kan groeien. Maar dat is buiten Konbit Soley Levé (KSL) gerekend, de beweging van Louino Robillard en zijn team. In een land waar hoop een schaars goed is, tonen zij wat mogelijk is.

James Emery / Flickr (CC BY 2.0)

Een van de eerste straten die na de aardbeving van 2010 werd opgeknapt in in Cité Soleil, de sloppenwijk van Port-au-Prince

James Emery / Flickr (CC BY 2.0)

Toen afgelopen jaar de anti-corruptieprotesten tegen zijn regering uit de hand liepen, gaf de Haïtiaanse president Jovenel Moïse een opvallende speech. Zonder ironie gaf hij “het systeem” de schuld voor de toestand van het land. In één adem insinueerde hij gevallen van corruptie bij zijn politieke tegenstanders.

De bal keihard terugkaatsten, is een beproefde tactiek. Ongewild maakte de president echter een dieperliggend punt. Want wat heeft Haïti te verwachten van meer van hetzelfde? Het land snakt naar een radicale ommezwaai. Maar die tabula rasa lijkt ondanks de frequente coups en revoltes telkens weer onbereikbaar.

In Haïti komt verandering niet van bovenuit. Hier vind je hoop dan ook aan de basis, in het werk van gewone Haïtianen die in de moeilijkste omstandigheden het onmogelijke realiseren.

In Cité Soleil, de sloppenwijk van Port-au-Prince waar volgens het cliché niets positiefs kan groeien, is er bijvoorbeeld Konbit Soley Levé (KSL), de beweging van Louino Robillard en zijn team. In een land waar hoop een schaars goed is, tonen zij wat er mogelijk is.

KSL wil mensen in de Cité terug bij elkaar brengen. Dit doen ze door konbit, (“samenwerking” in het Creools) een oude, typisch Haïtiaanse vorm van informele coöperatie in de moderne context toe te passen. Met succes. Door een anti-corruptiecampagne slim in te zetten als crowdfunding, bouwt de Konbit ondertussen de grootste bibliotheek in Haïti.

Cité Soleil als microkosmos

Buitenlanders krijgen van hun ambassades steevast de raad zich niet in Cité Soleil te vertonen. De wijk lijkt dan ook de microkosmos van alles wat mis is in het land. 300.000 mensen leven er opeengepakt in hutten zonder toegang tot de meeste basisvoorzieningen. De Haïtiaanse overheid is er vooral afwezig.

300.000 mensen leven in Cité Soleil opeengepakt in hutten zonder toegang tot de meeste basisvoorzieningen.

Alleen de beruchte bendes zorgen er voor een minimum aan structuur en bescherming. Hun leiders, de chimères, stonden in de jaren 90 op de loonlijst van de ondertussen gevallen president Aristide, in ruil voor vuile politieke hand-en-spandiensten. Onderling voerden ze echter een permanente oorlog uit over de controle. Dat kwam tegen een hoge prijs. Cité Soleil is uit elkaar gevallen in een aantal blokken waar verschillende bendes de plak zwaaien.

Ondertussen heerst er een relatieve vrede. Toch blijven de bendes het leven in de Cité domineren. Vaak zijn ze de enige bron van inkomen voor de talloze werkloze jongeren. Regulier werk is er nauwelijks, al houdt dat de groei van de bevolking niet tegen. Uit het Haïtiaanse platteland blijven mensen in Port-au-Prince aankomen in de hoop hun lot te verbeteren. Voor velen eindigt de tocht in wijken als Cité Soleil.

© KBSS

Louino Robillard op de werf van het gemeenschapscentrum

© KBSS

Konbit: empowerment door solidariteit

Louino en zijn collega’s van KSL zijn zonen en dochters van deze migranten. Zij kozen ervoor zich niet in te passen in de bendestructuur, maar een verbindend alternatief uit te bouwen. Dat doen ze door terug te grijpen op een concept dat tot het collectieve geheugen van deze landbouwerkinderen behoort: konbit, wat in het Creools zoveel betekent als samenwerking of combinatie. ‘Elke cultuur heeft zo van die krachtige concepten die trots en een gevoel van empowerment opwekken: solidariteit, wederkerigheid, zelfredzaamheid. Telkens je die principes bij ons in actie ziet, heb je te maken met konbit.’

‘De overheid zorgt niet voor het onderhoud, dus doen omwonenden dat spontaan.’

Ik vertel over die keer toen ik zag dat enkele landbouwers bezig waren een weg te repareren en als retributie een kleine bijdrage vroegen. Mensen die spontaan inspringen waar de overheid faalt. Of de exploitatie van enkele toeristische sites. De overheid zorgt niet voor het onderhoud, dus doen omwonenden dat spontaan. ‘Dat zijn voorbeelden van konbit. Het gaat om ieders middelen samen te brengen om een gemeenschappelijk probleem op te lossen. Dat is deel van onze geschiedenis. Na de onafhankelijkheid had ieder zijn stukje land, maar de middelen niet om het in cultuur te brengen. Dus ontstond de gewoonte elkaar bij te staan waar nodig. Als in mijn tuin de mango rijp was, kwam jij mee oogsten. Als dan bij jou de papaya klaar was, kon jij op mij rekenen’, zegt Louino’s collega Gladimy Jean.

Werken aan een paradigmashift

Het contrast met dat andere instituut uit het verleden van Haïti kan niet groter zijn. Konbit lijkt iets voor vrije en gelijke mensen, maar het is toch vooral de slavernij die in dit land duidelijk nog haar sporen achterlaat. Louino beaamt dat: ‘Je ziet ook nu nog overal de economische en mentale ketens die zoveel Haïtianen klein houden. Neem het gebruik van het Frans als officiële taal in het hoger onderwijs of in de rechtbanken. Veel mensen zijn die taal niet machtig, wat voor hen een automatische barrière opwerpt.’

Sommige van die ketens lijken structureel. Ik merk op hoe ver het moderne Haïtiaanse leven lijkt af te staan van het coöperatieve ideaal dat Louino schetst. Het is op de markten dat de gemiddelde Haïtiaan zijn magere inkomen haalt, en hij producten verkoopt die iedereen ook in de aanbieding heeft. Soms gaat het over niet meer dan een busseltje lente-uien, of wat mango’s. Anderen verkopen op de stoep van bakkerijen het brood door. Perfecte mededinging, heet dat in mijn economenjargon.

Ook Gladimy is het contrast met de levensstijl van de leidende klasse niet ontgaan. ‘Wat jij beschrijft, is het gevolg van een complete afwezigheid van een staat en van regelgeving: het ultieme “ieder voor zich”. Wat gebeurt er dan? Ieder maximaliseert zijn eigen winst. De meesten concurreren zich kapot, anderen worden oligarch en schakelen alle concurrentie uit. Het is dat paradigma dat we willen veranderen. Solidariteit bevindt zich in ons allen, maar we hebben geen methode meer om ze te realiseren. Wij willen zo’n kader aanreiken.’

Stigma’s wegvegen

Dat doet KSL nu al bijna 10 jaar. Louino vertelt hoe hij na de aardbeving van 2010 gelijkgezinden begon samen te brengen rond kleine projectjes. Openbare netheid, een overstroomd kanaal, … Dat moest wel gebeuren buiten de Cité, op neutraal terrein. De rivaliteit tussen de blokken was nog veel te groot. Maar de aardbeving had al iets veranderd: de ramp verstoorde de grenzen die de bendes hadden getrokken en bracht mensen – uit noodzaak – terug samen.

‘Er is nood aan positieve voorbeelden. Teveel mensen hebben het sociaal stigma over de Cité geïnternaliseerd.’

‘Later zijn we ook aan sensibilisering gaan doen. We wilden aan de buitenwereld tonen dat Cité Soleil meer is dan miserie en oorlog tussen de beruchte gangs. Toen kwam het idee van de Sité Soley Prijs voor de Vrede. Op die manier wilden we mensen die een positieve bijdrage leverden aan onze gemeenschap op een voetstuk zetten. Want normaal volgt prestige hier uit macht. Hier staan gangsters op een voetstuk, toxische “chefs” die leiden door intimidatie en door toegang tot middelen te monopoliseren. Wij willen ondernemers, sporters en artiesten een podium geven’, zegt Louino. ‘En de Soleyans zelf hebben behoefte aan zo’n positieve voorbeelden. Teveel mensen hebben het sociaal stigma over de Cité geïnternaliseerd.’

Niet dat bendeleden niet welkom zijn. Integendeel, opereren in Cité Soleil vergt een niet-veroordelende attitude. ‘We zijn inclusief en iedereen is welkom als ze hun wapen aan de deur achterlaten en hun inbreng de gemeenschap dient. Dan is ons project hun project, en hebben ze er evenveel recht op als iedereen.’

Crowdfunding als sociaal protest

Konbit gaat er prat op een gemeenschapsgedreven project te zijn. De behoeften worden onderling bepaald, en er wordt niet actief gescout naar fondsen via ontwikkelingsorganisaties. Toch staat dat een zeker ambitie niet in de weg. Het vlaggenschip van Konbit is een gemeenschapscentrum van niet minder dan 300.000 euro. Dat is geen klein bedrag voor de bevolking van Cité Soleil.

‘Nochtans zijn we klein begonnen. Enkele jaren geleden werden we aangesproken door een organisatie die iets rond onderwijs wou doen. Daarom vroegen ze ons om bij de bevolking hier een draagvlak voor een project te zoeken. Na wat rondvragen bleek dat er een nood was aan een ruimte waar jongeren zich even kunnen afsluiten van het leven hier en kunnen studeren. Een bibliotheek bijvoorbeeld.’

‘Elke spade, elke steen, elk boek die in het project gaat, is een statement. We creëren de maatschappij die we willen zien.’

‘We zijn dus op zoek gegaan naar middelen in ons netwerk met de hoop voor 5.000 euro een kamer te kunnen kopen en te vullen met enkele boekenschabben. Maar na enkele weken hadden we dat bedrag ruimschoots overschreden. Dus we lieten het onszelf toe wat groter te denken. Waarom geen echte, moderne bibliotheek?’, zegt Gladimy.

De vlam sloeg in de pan dankzij een originele manier van fondsen werven. Elke bijdrage wordt gefotografeerd en op de Facebook-pagina geplaatst. De vooruitgang van het project, met een volledig werkingsverslag, wordt afgeroepen op Radio Boukman, het station van de Cité. En dat sloeg aan.

Louino legt uit waarom: ‘Toen we naar bijdragen gingen zoeken, stuitten we op wat wantrouwen. Mensen wilden wel geven, maar hebben ook ervaring met de chronische corruptie en met de onderhandse transacties in dit land. Ontwikkelingsprojecten zijn hier te vaak façades voor het witwassen van geld. Dus moesten we hen transparantie geven.’

‘Dat resoneert. Elke spade, elke steen, elk boek die in het project gaat, is niet zomaar een spade of een steen of een boek, maar een statement. We creëren de maatschappij die we willen zien. Juist omdat het een sociaal experiment is, heeft het succes.’

Louino schat een 10.000 donateurs nodig te hebben. Momenteel hebben 6.000 mensen bijgedragen, voor een gemiddeld bedrag van 30 euro. Anderen leveren boeken. Een Haïtiaanse architecte brengt bouwplannen in, ingenieurs schenken hun arbeid. Het project lijkt een succes te worden.

© Konbit Soley Leve

De bibliotheek van Cité Soleil in aanbouw

© Konbit Soley Leve

Radicale verandering door Konbit?

Toch ziet Louino enkele obstakels opduiken, waarvan de politieke crisis niet de minste is. ‘Materiaal dat we bestellen komt niet door de blokkades, en kleine donateurs haken af omdat hun inkomen wegvalt. Maar het kan mensen wel doen inzien hoe belangrijk een anti-corruptieproject als het onze is. Dus wat nu gebeurt, zal ons misschien vertragen maar zeker niet stoppen. An’n kontinye fè konbit.’

En het is opletten onafhankelijk te blijven. ‘Naarmate we groeien, wordt het project zichtbaar en trekken we meer aandacht. Dan is er steeds het risico dat mensen die baat hebben bij het oude model, dat van corruptie en patronage, ons als een bedreiging gaan zien. We moeten er daarom constant over waken dat onze principes niet verwateren.’

© KBSS

Grafitti op een muur in Cité Soleil: ‘Een ander Haïti is mogelijk’

© KBSS

Ons gesprek vond plaats in oktober, een dag na de hevige protesten op de nationale feestdag. Eerder op de maand was in Cité Soleil de basis van de oproerpolitie geplunderd, een grimmige waarschuwing dat de vrede er aan een zijden draadje hangt. We maakten gebruik van een zeldzame adempauze om af te spreken, al zag het er op het laatste moment dat we toch moesten afzeggen.

“Tabula Rasa”, een radicale omwenteling, is de eis van de massa. Op de vraag of die verandering er nu ook snel zal komen, is Louino stellig: ‘Verandering zal er maar komen door konbit, wanneer Haïtianen zich collectief bewust worden van hun eigen kracht. Niemand, niet de VN, niet de ngo’s, niet de politiek, is verantwoordelijk voor onze toekomst behalve wijzelf. Dat zal nog veel mobilisatie en sensibilisering van onderuit vergen. Mijn generatie zal het waarschijnlijk niet meer meemaken, maar de generatie van mijn dochter wel.’

Ik dank Michael Deibert, auteur van ‘Haiti will not perish’, voor hulp bij het tot standkomen van dit project.