Vechten tegen de kwik-kaai

Hoe gaat toeristenparadijs Costa Rica om met vervuilende mijnbouw? ‘Laat ons gewoon werken’

© Arne Gillis

Een goud-kwikmengsel. Wat overblijft van deze bol, is zo’n 100 gram puur goud.

Kleinschalige mijnbouw is de belangrijkste bron van kwikvervuiling. Mijnwerkers gebruiken het kwik om goud te isoleren. Het resultaat: vervuilde lucht en waterwegen, en gezondheidsproblemen. Hoe gaat Costa Rica, dat zich graag in de markt zet als ecologisch toeristenparadijs, om met die erfenis?

Ondanks wat de geafficheerde openingsuren beloven, zijn de deuren van het EcoMuseo de Oro potdicht. En ook van opzichters is er geen sprake in het goudmuseum in Las Juntas, Costa Rica. Alleen een handvol vleermuizen houdt me gezelschap aan de smeedijzeren toegangspoort.

Enkele telefoontjes later komt alsnog iemand aandraven met de sleutel. Hugo, de gids van het museum, is in zeven haasten vertrokken vanuit het nabijgelegen dorpje. ‘Het museum behandelt de rijke geschiedenis van de goudontginning in deze regio’, vat hij zijn rondleiding officieel aan.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Dan maakt de fierheid in zijn woorden plots plaats voor spijt. ‘Helaas hebben we dieven over de vloer gehad. Ze gingen aan de haal met alles wat niet te zwaar was.’ Pure schande, vindt Hugo, vooral omdat hij vermoedt dat de dieven het gestolen materiaal niet eens naar waarde hebben geschat. ‘Ze hebben het verdorie als oud ijzer verkocht’, vloekt de gids.

Er is natuurlijk de coronacrisis, maar dan nog begrijpt Hugo niet waarom de toeristen wegblijven. ‘Met het goud uit deze berg kan je een snelweg aanleggen, een duim dik, van hier tot aan de Panamericana-snelweg, dertig kilometer verderop!’ Hij lijkt te zinspelen op de bekende legende over de Boliviaanse berg Cerro Rico. De legende gaat dat koloniale Spanjaarden destijds zoveel zilver uit die berg haalden dat ze er een brug tot in Spanje mee hadden kunnen bouwen.

Vergane glorie?

Voor de eenzame bezoeker van het verlaten en beroofde museum bevat Hugo’s uitspraak iets te veel pathos. Maar nog even geef ik hem het voordeel van de twijfel. Want deze regio in het Costa Ricaanse bergachtige binnenland vormde inderdaad ooit het eerste en het belangrijkste mijnbouwcentrum van heel Centraal-Amerika. Het was hier dat het Amerikaanse bedrijf Abangares Gold Fields actief was, nadat in 1884 voor het eerst goud werd gevonden in de regio.

In de enige overdekte ruimte van het museum vinden we foto’s terug van die Amerikaanse aanwezigheid. Abangares Gold Fields vestigde zich hier rond 1887. Het bedrijf trok werkkrachten aan uit heel Centraal-Amerika, zelfs helemaal tot in Jamaica.

© Arne Gillis

Mijnwerker Jader in de mijn van Las Juntas.

De mijnindustrie betekende een ongeziene economische expansie voor Costa Rica, een land met destijds zo’n 300.000 inwoners. Niet dat die Costa Ricanen in de welvaart deelden: mijnbaron Minor Keith gooide het op een akkoordje met de lokale regering en bedong een belastinggraad van één procent – gunstig, ten opzichte van de destijds gebruikelijke vijftien procent.

De ecologische ommezwaai spijsde de lokale taal met een uitdrukking: ‘pura vida’.

Toen was Las Juntas een wetteloos dorp. De mijnwerkers noemden zich volgens de overlevering mariposas de metal (metalen vlinders). Ze verdoofden zich na het werk graag met de nodige hoeveelheid alcohol en wanneer de betaaldag in zicht kwam, overspoelden prostituees het dorp. Tot vandaag is het in de regio gebruikelijk om het maandloon te ontdubbelen. Maximaal plezier.

Maar de kloof tussen de Amerikaanse mijnbonzen en de mijnwerkers die aan de harde zelfkant van de maatschappij probeerden te overleven leidde al gauw tot conflict. In 1911 vielen er verschillende doden tijdens een mijnwerkersopstand. Bovendien deelde ook de natuur in de klappen: bossen werden gekapt om plaats te maken voor de mijnbouw. Rivieren raakten vervuild met kwik en cyanide. Costa Rica ontpopte zich in die jaren als grootste ontbosser van het continent, wat het land tot diep in de jaren zestig zou blijven.

Geen haan die er destijds naar kraaide, want snelle winst ging voor alles. Toen de Grote Depressie toesloeg in de Verenigde Staten, eind jaren 1920, verliet Abangares Gold Fields de regio en namen artisanale mijnbouwers de industrie over. Vandaag werken zij nog steeds in de bergen van Las Juntas.

‘Pura vida’

De tijden zijn veranderd sinds de passage van Abangares Gold Fields. In Costa Rica is het afgelopen met het uittellen van de winst op de kap van mens en natuur. Vandaag staat het kleine landje, geprangd tussen twee oceanen, geboekstaafd als een toeristisch paradijs. Sterker nog: een ecologisch paradijs. De hotspots zijn talrijk, en het is ver zoeken naar eentje dat zich niet tooit met het prefix eco-. Dat had het goudmuseum van Las Juntas alvast goed begrepen.

© Arne Gillis

Windturbines in het Costa Ricaanse binnenland.

De ecologische ommezwaai spijsde de lokale taal zelfs met een uitdrukking: ‘pura vida’ (puur leven). De uitdrukking werd het stopwoord bij uitstek, dat zowel een dankwoord, een begroeting als een afscheid kan betekenen.

Het werd nadien geadopteerd als officiële slogan van het land, alvorens commercieel uitgebuit te worden. Tot vervelens toe. ‘Pura vida’, liegt een reclamepaneel dat een felroze frisdrank moet slijten op de Panamericana richting hoofdstad San José.

‘Mijnbouw vormt er een belangrijk deel van de cultuur van Las Juntas.’

Gelukkig vertaalt een en ander zich eveneens naar de politiek. ‘26 procent van ons nationale territorium is op een of andere manier beschermd’, vertelt Andrea Meza, de Costa Ricaanse minister van Milieu. ‘Dat cijfer moet nog naar boven.’ En daar stopt het niet bij. ‘98 procent van onze energie komt uit hernieuwbare bronnen’, weet de minister.

Een rit door het binnenland leert dat Costa Rica inderdaad bezaaid is met windturbines. De cijfers zijn ongezien op wereldschaal, zeker voor een land dat nog niet zo heel lang geleden als een bananenrepubliek werd betiteld.

© Arne Gillis

Andrea Meza, Costa Ricaans Milieuminister.

Kwik

Minister Meza vertelt over hoe ze bij haar aantreden in 2020 meteen vol aan de bak moest. De mijnwerkers van Las Juntas blokkeerden dat jaar in september de Panamericana, ’s lands belangrijkste verkeersader. Ze waren helemaal klaar met hun regering, die hun informele organisatievorm en hun gulzige omgang met het metaal kwik fors bekritiseerde.

Dat kwik wordt gebruikt in de mijnbouw om het goud te isoleren van andere materialen. Goud bindt zich aan kwik, waarop dat laatste eruit wordt gebrand. Wat rest, is blinkend goud in de puurste vorm.

Kwik is bijzonder giftig en nestelt zich in ecosysteem.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Al decennialang wijzen onderzoekers erop dat die praktijk ook een duistere kant heeft. Kwik is bijzonder giftig en nestelt zich in ecosysteem, waarna je het er niet meer uitkrijgt.

‘Costa Rica is over het algemeen geen land met een grote mijnbouwtraditie’, zegt Meza. ‘Maar in de regio Abangares, waar Las Juntas ligt, is dat anders. Mijnbouw vormt er een belangrijk deel van de regionale cultuur. De vraag is dan: hoe kunnen we die duurzaam organiseren?’

‘We hebben als land het Verdrag van Minamata ondertekend. Dat verplicht ons om het gebruik van kwik te bannen tegen 2024. We zijn vastbesloten om dat voornemen waar te maken. De bedoeling is niet om de kleinschalige mijnbouw af te schaffen, maar om die beter te doen aansluiten bij de visie die wij als land uitdragen.’

Meza benadrukt het belang van dialoog met de mijnwerkers van Las Juntas. ‘De gemeenschappen van Las Juntas hangen in grote mate economisch af van de mijnbouw. Het heeft geen zin om die manu militari te verbieden’, zegt ze. ‘Het belangrijkste is dat we nu de mijnbouw formaliseren, en dat we andere producten gaan promoten om het goud te isoleren. Kwik moet in de ban.’

Las Juntas

Terug in Las Juntas. Daar hebben de mijnwerkers het niet zo begrepen op Meza’s visie. ‘Kwik ongezond?’, lacht Jader, een negenentwintigjarige Nicaraguaan die al sinds zijn vijftiende in de mijn werkt. ‘Ik gebruik het al jaren en ondervind er geen last van.’

Hij vertelt hoe op een keer zijn vader van zijn bierfles wilde drinken. Hij vergiste zich, en greep naar een fles waar kwik in zat. Hij had al een slok binnen, voordat hij zijn vergissing inzag. ‘Kan je nagaan. Wat ze in San José vertellen is pure nonsens. Laat ons gewoon werken, we vallen niemand lastig.’

© Arne Gillis

Jader (midden) samen met zijn collega’s.

Dan verdwijnt Jader in een gapend gat, samen met zijn compagnons. Heel wat van de kompels zijn Nicaraguanen, die door de politieke crisis in hun moederland de grens met Costa Rica zijn overgestoken. De mijnen van Abangares oefenen een grote aantrekkingskracht uit op de berooide migranten. Werken in de mijnen is namelijk niet officieel gereguleerd, en mijnwerkers betalen geen belastingen.

Koorddansen

Dat maakt het voor de regering moeilijk om met de mijnwerkers te onderhandelen. Het strijdplan van de regering was de laatste jaren dan ook erg diffuus. In 2015 ging het gerucht dat de regering artisanale mijnbouw zou verbieden. Het veroorzaakte zoveel spanning onder de mijnwerkers dat er territoriale conflicten ontstonden.

© Arne Gillis

Mijnwerkers in Las Juntas.

De politie arresteerde de aanjagers, nam een hoop goud in beslag en sloot enkele schachten. De minister van Binnenlandse Zaken moest persoonlijk ingrijpen om de boel niet te laten ontsporen.

Sindsdien veranderde de regering het geweer van schouder. In San José groeide het besef dat transparantie en dialoog de sleutel waren. In 2016 werd in het centrum van Las Juntas een grote conferentie georganiseerd. De bedoeling was dat mijnwerkers in dialoog gingen met regeringsvertegenwoordigers, ngo’s en lokale gemeenschapsleiders.

Voor de mijnwerkers is het eenvoudig: de berg geeft goud en neemt soms een leven.

Er werd afgeklopt op het installeren van coöperatieven: mijnwerkers moesten voortaan aangesloten zijn bij een van de vier coöperatieven, die zelfregulerend zouden functioneren – inclusief het uitfaseren van het kwikverbruik. In ruil voor die inspanning zou de regering technische en financiële hulp voorzien. Vandaag zou het grootste deel van de mijnwerkers in Las Juntas aangesloten zijn bij zo’n coöperatieve.

In september 2020 laaiden de gemoederen een laatste keer op. Boze mijnwerkers blokkeerden de Panamericana uit onvrede met de regeringsbeslissing om de legale inkoop van goud stil te leggen. ‘Er werd goud uit de regio Crucitas, waar mijnbouw illegaal is, doorgevoerd naar Las Juntas. Daar werd het verkocht alsof het uit de mijnen van Las Juntas kwam’, vertelt Meza. ‘De maffia raakte erbij betrokken, en dat kunnen we natuurlijk niet toestaan.’

Het is koorddansen, geeft de minister toe: tussen het economische potentieel van een arme regio maximaal benutten en het minimaliseren van de schade aan de planeet. ‘Wat we moeten achterlaten als erfenis, is een model van kleinschalige mijnbouw, geïnspireerd op oplossingen die de natuur centraal stelt. Het middel daartoe is dialoog. Het is een proces.’

Die dialoog ziet Meza ook in de positie van haar land op het internationale toneel. ‘Costa Rica is een klein land en we hebben geen leger. Wij moeten daarom wel geloven in multilateralisme als oplossing. Globale problemen zoals de klimaatverandering kunnen alleen zo opgelost worden. We zullen erop blijven aandringen dat internationale akkoorden nageleefd en gerespecteerd worden.’

© Arne Gillis

 

Plasticine

In de buik van de berg is het zoals altijd benepen en moordend heet. Via betonijzers en steeds smaller wordende tunnels trekken we almaar dieper de aarde in. Plots stopt de gang. Wie goed kijkt, ziet de minuscule vlokjes goud glinsteren op het donkere gesteente.

© Arne Gillis

Een ‘quebrador’, machine die de stenen breekt. De zilveren korrels zijn goud dat zich aan het kwik bindt.

Jader haalt een luchtaangedreven drilboor boven en zet zich schrap. De hele berg lijkt mee te trillen op de diepe bastoon. Even later, op de terugweg, klinkt een luide, doffe knal door de berg. ‘Idioten’, gromt Jader, ‘ze laten ons zelfs niet meer weten wanneer ze dynamiet gebruiken.’

In zo’n context raakt elke filosofische betrachting over natuurbehoud al snel overstemd door de realiteit, besef ik. Voor de mijnwerkers is het eenvoudig: de berg geeft goud en neemt soms een leven. De laatste dode dateert alweer van enkele jaren geleden, maar ongelukken zijn schering en inslag.

De mijnwerkers laten me de plek zien waar ze met kwik goud isoleren. De machines die de stenen breken ratelen oorverdovend. ‘Voel maar, hierover gaat het.’ Een dikke, zilverkleurige brei glijdt als vloeibare plasticine tussen mijn vingers.

‘Zie je? Niets mis mee’, grijnst Jader. ‘Voor dit spul beschouwt de regering ons als criminelen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3149   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur