Cherán viert zeven jaar autonomie

Inheemse gemeenschap in Mexico maakt komaf met misdaad

Heriberto Paredes

Rosi Sanchez (24) en Giovanni Guerrero (25) voeren de kunstscene van Cheran aan.

Zeven jaar geleden gooide Cherán illegale houtkappers en hun handlangers in politiek en politie buiten. Vandaag is de inheemse gemeenschap een eiland van rust in de turbulente deelstaat Michoacán (Mexico). Een bloeiende kunstscene biedt jongeren een alternatief voor migratie.

Rosi Sanchez (24) en Giovanni Guerrero (25) zijn in feeststemming en met rede. Precies zeven jaar geleden gooide Cherán, een gemeenschap waar ze beiden wonen van zo’n 12.000 inwoners in de Mexicaanse deelstaat Michoacán, illegale houtkappers en hun handlagers in politiek en politie buiten. Sindsdien ademt Cherán opnieuw.

De hele gemeenschap is dit weekend feestelijk uitgedost om dat te vieren. De levenslust is er teruggekeerd. Het gemeentepleintje is één en al bedrijvigheid: vrouwen verkopen tamales, gorditas en atole. Families zetten de deuren open. Op zondag trekt een groot defilé door de straten.

De heropleving van Cherán blijkt nog het meest uit de muurschilderingen: haast geen kale gevel in het dorpscentrum is onbeschilderd gebleven. Het is alsof de verloren tijd is ingehaald. De street art die niet zou misstaan in een grootstedelijke hippe wijk vertelt de mythologie van een gemeenschap in opstand. Beeldend kunstenaar Giovanni ondertekende een aantal van de werken. Bovendien leert hij jongeren in Cherán zijn stiel. Rosi is de fotografe van de gemeenschap, en legt het artistieke proces vast.

Madapale Jeme

 

Vrouwen in opstand

‘Zeven jaar geleden werd er niet gevierd, kwamen er geen bezoekers en was er geen muurschildering te bespeuren’, zegt Giovanni Guerrero. Angst had de gemeenschap in haar greep. Tegen valavond daalden de illegale houtkappers vanuit de omringende heuvels naar het dorp neer. Ze waren steevast gewapend en eisten de openbare ruimte helemaal voor zich op. Mensen sloten zich thuis op. Vrachtwagens vol kostbaar hout verdwenen dagelijks uit de gemeenschap.

15 april 2011 was een keerpunt: enkele vrouwen hadden knap genoeg van de intimidatie en het geweld. Een aantal van hun vrienden en naasten die het hadden aangedurfd de criminelen aan te spraken op hun wandaden, waren inmiddels definitief het zwijgen opgelegd. De vrouwen kwamen in opstand, die namiddag verhinderden ze dat de vrachtwagens met illegaal gekapt hout de gemeenschap verlieten. De talamontes kregen stenen naar het hoofd geslingerd en moesten de aftocht blazen.

Omdat Cherán overwegend inheems is, laat een voorziening in de Mexicaanse wet toe dat de gemeenschap zichzelf bestuurt volgens haar gewoontes en gebruiken.

Cherán is overwegend bevolkt door inheemse Purépecha. Het bos is heilig voor hen. De houtkap was al drie jaar aan de gang, de heuvels rond het dorp waren inmiddels kaal. De Purépechas voelden zich alsof ze getroffen waren in het diepst van hun zijn.

De vrouwen werden al snel bijgestaan door honderden anderen uit de gemeenschap. Ook de lokale politie, die samenwerkte met georganiseerde misdaadbendes zoals de Familia Michoacana, moest weg. Lokale mandatarissen en politici ook.

Omdat Cherán overwegend inheems is, laat een voorziening in de Mexicaanse wet toe dat de gemeenschap zichzelf bestuurt volgens haar ‘gewoontes en gebruiken.’ Het dorp werd de facto onafhankelijk.

Cherán heeft geen burgemeester meer. In plaats daarvan bestuurt een Hoge Raad van twaalf bewoners (drie uit elk van de vier wijken) de gemeenschap. Ze worden bijgestaan door stuurgroepen voor onder meer Eer en Justitie, Gemeenschappelijke Goeden, Jeugd en Vrouwen. Binnenkort wordt al een derde bestuur aangesteld. Ook het dagelijks leven en de economie van Cherán zijn sindsdien ingrijpend veranderd. Op die manier is de gemeenschap uitgegroeid tot een oase van rust in de turbulente deelstaat Michoacán, waar tal van misdaadgroepen elkaar naar het leven staan.

Heriberto Paredes

 

Inheems reveil

De revolutie van Cherán wil vandaag vooral de inheemse cultuur en manier van leven redden van de vergetelheid. Na de opstand werd een prioriteit gemaakt van het heilige bos, dat werd geleidelijk heraangelegd. Boswachters waken er nu op dat er geen hout gekapt wordt zonder toelating.

Daarnaast herontdekken bewoners hun inheemse roots. Oude gebruiken krijgen een nieuw leven. De traditionele geneeskunde bloeit opnieuw op. Jongeren zoals Rosi en Giovanni tooien zich graag in de traditionele inheemse klederdracht voor speciale gelegenheden.

Kunst is een belangrijk deel van die inheemse revival. De muurschilderingen vertellen de ontstaansmythe van de gemeenschap, beelden het bos en godheden af. Dat draagt bij tot een bewustwordingsproces. ‘Het zijn allemaal thema’s die tot onze identiteit behoren, en die we vergeten waren voor de opstand’, zegt Giovanni. Zelfs de kerk aan het gemeenteplein heeft een grote muurschildering op een zijgevel prijken: de padre staat te boek als een vurig supporter van de zaak.

Maar al dat jong kunstzinnig geweld viel aanvankelijk niet in smaak bij behoudsgezinde ouderen, zo blijkt. ‘De oudere generatie lag in het begin een beetje dwars: graffiti, is dat geen vandalisme?’, vertelt Giovanni. ‘Maar vandaag heeft de gemeenschap de kunstvorm echt omarmd’, vervolgt hij. ‘Ze willen nu zelf ook een muurschildering thuis. Heel wat jongeren willen leren schilderen, en er misschien zelfs van leven. Dat is belangrijk in een migratiegemeenschap zoals Cherán, dat jongeren alternatieven zien.’

‘Het is geen evidentie dat jongeren zich hier op de kunsten toeleggen’, zegt Giovanni. ‘De gemeenschap is dat niet gewend.’ Cheran is immers een landelijke gemeenschap die leeft van de maïsteelt, houtbewerking en kleine handel.

De jongerenraad van Cherán, voorgezeten door Giovanni, organiseert binnenkort inmiddels de derde editie van een kunstenfestival, Ex Arte. Kunstenaars van binnen en buiten de gemeenschap worden opgeroepen hun werk te presenteren. In juni stelt Giovanni tentoon in het Amerikaanse San Diego, samen met kunstenaars uit andere inheemse gemeenschappen. Ondertussen reist hij rond in Mexico, netwerkt hij en zo groeit gaandeweg een nieuwe generatie inheemse kunstenaars op.

Heriberto Paredes

 

Ongeletterde indianen

Hoewel ze er zelf bescheiden bij blijft, was de zachtaardige Irma Campos (60) bij de eerste vrouwen die stenen en stokken opnamen om de misdadigers te verjagen die dag in 2011. Zondagochtend trekt een groot defilé door de straten: schoolkinderen beelden scenes van de opstand uit, de gemeenschapspolitie paradeert met uniform en wapens. Achteraf zitten we bij een vriendin van Irma Campos rond een houtvuur waarboven een grote pot nopales, cactusvlees, in tomatensaus pruttelt.

‘Jullie ongeletterde indianen zouden zich beter gedeisd houden, kregen we te horen van beleidsmakers’

Samenzitten rond het houtvuur is een nieuwe traditie die uit de opstand voortkomt. Nadat de illegale houtkappers in 2011 verjaagd werden, keerde de rust niet meteen terug. Anderhalf jaar lang hielden bewoners de wacht op zowat elke straathoek rond een houtvuurtje. Aanvankelijk was er dan ook geen politiekorps meer.

De vrouwen vertellen dat ze naar de provinciehoofdstad Morelia en zelfs Mexico-Stad trokken om bijstand te vragen van beleidsmakers. ‘Keer op keer kregen we het deksel op de neus’, zegt Irma Campos. ‘Jullie ongeletterde indianen zouden zich beter gedeisd houden, kregen we zelfs te horen.’

Daarom richtte Cherán twee jaar na de opstand een eigen gemeenschapspolitiekorps op. ‘In de media, die vooral de belangen behartigen van de overheid, zagen we niets dan leugens’, zegt Campos. Vandaag voorziet de inheemse radiozender XEPUR-AM de gemeenschap van nieuws, in het Spaans én purépecha.

Irma Campos en haar vriendinnen voelen zich opnieuw thuis in hun gemeenschap, zeggen ze. ‘Voor de opstand regeerde de angst onze levens’, aldus Campos. ‘Angst om op de straat te komen. In je eigen, kleine gemeenschap, kan je je dat voorstellen? Vandaag, op deze zevende verjaardag, huilen we niet meer, maar niet zo lang geleden was er nog veel verdriet om al die naasten die we verloren in de strijd.’

Heriberto Paredes

Irma Campos (60, tweede van rechts): ‘We kunnen terug leven in Cheran’

re-Migranten

Giovanni Guerrero zei het al: Cherán is een migratiegemeenschap. Tal van bewoners trokken door de jaren naar de Verenigde Staten. In steden zoals San Diego, Los Angeles en Chicago vind je kleine gemeenschappen terug van mensen uit Cherán. Wie droomt, trekt weg. ‘Maar dat verandert’, zegt Rosi Sanchez. ‘Gezinnen komen nu terug op bezoek: ouders willen hun kinderen Cherán laten zien, ze zijn er fier op. Migranten keren zelfs uit de VS terug, en settelen zich opnieuw in Cherán. Dat allemaal omdat dat veiligheid is teruggekeerd, en er leven is.’

Toch is Cherán niet helemaal zonder conflict. In juli houdt Mexico historische verkiezingen: niet alleen wordt een nieuwe president gekozen, ook 30 van de 32 deelstaten houden lokale verkiezingen. En hoewel er in Cherán geen verkiezingsaffiche te bespeuren is - politieke partijen zijn immers verbannen - slaat de verkiezingskoorts toch toe. Politici en partijleden trekken van deur tot deur om bewoners ervan te overtuigen dat Cherán opnieuw verkiezingen moet houden. Ze willen zelfs een referendum forceren om dat te bewerkstelligen.

Dat creëert naar verluidt verdeeldheid binnen families, onder wie niet iedereen altijd even geëngageerd is voor de inheemse zaak. Op deze zevende verjaardag was er ook iets minder animo in Cherán dan de voorbije jaren, waardoor onze gesprekspartners beseffen dat ze niet op hun lauweren moeten rusten.

Toch wordt er ook aan de toekomst gebouwd. Tijdens de feestelijkheden wordt een nagelnieuw handboek voorgesteld, een geschiedenis van Cherán voor en door de gemeenschap, met illustraties van onder meer Giovanni en andere jongeren hun steentje bijdragen door kunst. De purépechacultuur staat centraal. Het handboek zal gebruikt worden in de lokale scholen.

Heriberto Paredes

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Arthur Debruyne (1986) publiceerde als reizend journalist verhalen bij MO*, De Tijd, De Morgen, De Standaard en De Groene Amsterdammer, voornamelijk over mensenrechten en migratie.