113 activisten vermoord sinds Rodrigo Duterte 3 jaar geleden president werd

Inheemsen in Filipijnen onder vuur van leger en privémilities

‘Misschien is het beter dat we dit interview op een ander moment verderzetten’, zegt Jean Marie Ferraris, die mij begeleidt door Mindanao, het op een na grootste eiland van de Filipijnen.

Ze gooit haar blik in een boogje over mij en ik weet dat die op een tafeltje achter mijn rug belandt. Ik stop mijn notitieboekje in mijn rugzak, neem mijn smartphone en zet die op selfiestand, zodat ik onopvallend achter mij kan kijken. Een viertal politiemensen, die er qua uitrusting en bewapening uitgesproken militair uitzien, geniet van een avondmaal.

Ze zitten buiten gehoorsafstand. Maar Dande Dinyan, die ik begon te bevragen voordat hij aan zijn avondmaal kon beginnen, leeft on high alert. Dus schakelen we over op een praatje over de kinderen en het weer.

CC Gie Goris (CC BY NC 2.0)

113 activisten vermoord

De Filipijnen zijn vandaag het gevaarlijkste land ter wereld voor milieuactivisten, zegt de internationale ngo Global Witness in een rapport deze week.

  • 113 activisten werden gedood sinds president Duterte drie jaar geleden aan de macht kwam; 
  • dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van de drie voorgaande jaren; 
  • minstens 46 procent van de moorden komt op rekening van regeringstroepen; 
  • 44 procent van de moorden vond plaats op het zuidelijke eiland Mindanao; 
  • 27 procent van de slachtoffers zijn inheemse Filipino’s.

Dande is voorzitter van Tamasco, een organisatie van inheemse volkeren in het zuiden van Mindanao. De organisatie werd opgericht in 2006 omdat enkele volkeren meenden dat ze de krachten moesten bundelen in hun conflict met agrobedrijf Silvicultural Industries Incorporated (SII). Dat bedrijf verbouwt koffie op grond die de T’boli, Manobo en S’daf opeisen als voorouderlijk grondgebied.

De organisatie en de strijd werden meer dan een decennium geleid door Datu Victor. Tot 3 december 2017. Die dag werd hij samen met zeven andere inheemse leiders gedood door het Filipijnse leger.

De officiële uitleg is dat het leger gebotst was op een groep communistische rebellen, die het vuur openden. Weinig mensen geloven die uitleg, maar iedereen weet wel dat een rood etiket in de Filipijnen voor levensgevaar zorgt.

De terreur van de privébewakers

Het leger, verantwoordelijk voor de dood van Datu Victor en de zeven andere doden van december 2017, is niet de grootste angst in deze lokale gemeenschappen. Dat zijn de SCAA — het Special Civilian Auxiliary Army, of de gewapende bewakers in dienst van het bedrijf SII. De inheemsen worden heel vaak tegengehouden, gecontroleerd of de doorgang ontzegd.

‘Het is om wanhopig van te worden. Vooral omdat we van alle overheden het signaal krijgen dat ze het bedrijf geen strobreed in de weg zullen leggen.’

Als ze klagen dat ze niet bij hun velden kunnen, worden ze weggestuurd. Met de mededeling dat ze sowieso geen recht hebben op velden op het land dat toegewezen werd aan het bedrijf. Nochtans erkende de Filipijnse overheid in 2013 de voorouderlijke rechten van T’boli, Manobo en S’daf op deze grond. Maar tot vandaag liet het bedrijf niet eens toe dat de overheid de grenzen van dat gebied exact zou vastleggen.

SII kreeg in 1991 de toelating van de overheid om het land van de lokale gemeenschappen te gebruiken. ‘Tot overmaat van ramp,’ zegt Datu Klong Dinyan, de vader van Tamasco-voorzitter Dande, ‘gebruiken die bewakers en andere werknemers van het bedrijf ook grond om zelf maïs, rijst, maniok of groenten te telen. Zonder toestemming, maar omdat ze gewapend zijn kunnen we niets beginnen.’

‘In de jaren 1990 was het nog erger’, zegt Dande later. ‘Toen gebeurde het geregeld dat de bewakers de velden van de inheemsen besproeiden met herbiciden.’ Toch besloot de stammenraad om de toelating van SII uit 1991 (IFMA 022) niet aan te vechten. Ze besloten te wachten tot de voorziene periode van 25 jaar verstreken was, want ‘wij respecteren de beslissingen van de regering’, zegt Dande.

Maar in 2016 bleek dat de toelating samengevoegd was met een andere toelating (IFMA 018), die pas in 2032 verstrijkt. ‘Dat is om wanhopig van te worden, vooral omdat we van zowat alle overheden en administraties het signaal krijgen dat ze het bedrijf geen strobreed in de weg zullen leggen, terwijl ze op onze klachten niet eens antwoorden.’

Nooit thuis

Het is een ongelijke strijd. De grotendeels analfabete inheemsen, die niet meer vragen dan een eenvoudig bestaan en eigen economische keuzes op hun eigen land, moeten juridische gevechten leveren met een bedrijf dat onderdeel is van DM Consunji Incorporated (DMCI). Dat is het zakenimperium van een van de rijkste en best geconnecteerde families in de Filipijnen, de Consunji-familie.

De grond gaat voor, want de toekomst van de kinderen hangt ervan af.

Na het bloedbad van december 2017 nam Dande Dinyan het voorzitterschap van Tamasco over van zijn vermoorde oom. Sindsdien leeft Dande met ogen op zijn rug, en met meer dan één adres.

In Tulale, het dorpje in de bergen waar hij opgroeide en waar zijn vrouw en drie kinderen leven, komt hij maar sporadisch. Dat valt zwaar bij zijn vrouw, bevestigt ze. ‘In het begin werd ik er gewoon ziek van, maar intussen heb ik me aangepast en kan ik ermee leven.’

Op papier klinkt dat overtuigder dan met alle stiltes en lichaamstaal erbij. Dande is dankbaar voor de elegante manier waarop zijn vrouw hun huwelijksprobleem toedekt, maar hij erkent dat het bestaat. Maar de grond gaat voor. Het volk gaat voor. Want de toekomst van de kinderen hangt ervan af.

CC Gie Goris (CC BY NC 2.0)

 

God geeft het land, wij zorgen ervoor

Als ik vraag waarom Dande zich zo engageert in die strijd, antwoordt hij met een verwijzing naar verplichting en verantwoordelijkheid: ‘Mijn familie en voorouders vochten al voor ons land en het zou een schande zijn als ik die verantwoordelijkheid zou afwijzen. God gaf ons het land en dus moeten wij er voor zorgen en het beschermen.’

‘Die momenten en dat gevoel vergeet ik nooit.’

Ik twijfel niet aan de oprechtheid van die woorden, maar vraag door. En onder de algemene waarden bevinden zich heel concrete, persoonlijke littekens.

‘Ik was tien jaar in 1991, toen SII arriveerde en ons van het land en uit ons dorp verjoeg. We vluchtten in het midden van de nacht en onderweg viel ik in een diep gat. Die momenten en dat gevoel vergeet ik nooit.’

‘Het gevolg was dat we straatarm werden. Ik moest naar school zonder ontbijt, zonder ondergoed, zonder flipflops. En dus heb ik na mijn tweede jaar middelbaar afgehaakt. Toen we in 1998 terugkeerden, konden we niet terug naar ons huis. Want daar had SII zijn hoofdkantoor gevestigd, en op onze velden hadden ze hun koffiestruiken geplant.’

CC Gie Goris (CC BY NC 2.0)

 

Het gezin Dinyan vond uiteindelijk een nieuwe plek in Tulale. Wanneer ik daar begin juli toekom, samen met Dande, wacht het halve gehucht en de hele stammenraad ons op. Het kerkje van de Zevende Dag Adventisten doet dienst als vergaderzaaltje. In de loop van de uren dat ik met de leiders van Tamasco praat, benadrukken ze keer op keer dat geweld en conflict het laatste is wat ze willen:

‘Wij zorgen ervoor dat er geen acties ondernomen worden die agressief kunnen overkomen. Wij maken van bijeenkomsten als deze ook altijd een deelnemerslijst op, die we delen met het leger. We willen niet dat ze opnieuw gaan denken dat onze vergaderingen vermomde bijeenkomsten van het NPA zijn.’

‘Maar dat doet niets af van onze eerste en belangrijkste eis, en dat is de teruggave van onze voorouderlijke grond. Daarop zullen we blijven aandringen.’ De bo’i of vrouwelijke stamoudste voegt toe: ‘Natuurlijk zijn we bang, maar we mogen en willen ons daardoor niet laten verlammen.’

De burgemeester kiest de juiste prioriteit

Toch staan ze er niet helemaal alleen voor. Er zijn de organisaties die juridische ondersteuning bieden, zoals het Legal Rights and Natural Resources Center (LRC). Er is het National Centre for Indigenous Peoples (NCIP), de overheidsadministratie die inheemse belangen en landrechten moet verzekeren; ze biedt vaak een beetje eenzaam weerwerk tegen andere ministeries en departementen.

En er is een enkele burgemeester die vanuit het lokale niveau de belangen van inheemse groepen probeert te bepleiten.

CC Gie Goris (CC BY NC 2.0)

Junalet De Pedro is burgemeester van Bayumbayan

Junalet De Pedro (foto hierboven) is burgemeester van Bayumbayan, de gemeente waaronder een groot deel van de grond behoort die Tamasco (de lokale vereniging) en SII (het bedrijf) allebei claimen.

Dande Dinyan en mevrouw de burgemeester kennen, respecteren en steunen elkaar. Het was trouwens De Pedro’s veiligheidsgarantie die het mogelijk maakte dat ik naar Tulale kon. Maar ook als burgemeester is het voor De Pedro vechten tegen windmolens in Manilla, zegt ze wanneer Dande, mijn begeleidster Jean Marie Ferraris en ik haar bezoeken in het gemeentehuis.

‘De ontwikkeling van de inheemse regio moet gebeuren op basis van collectieve keuzes, niet vanuit privébelangen.’

Wat begint als een interview over haar betrokkenheid bij de inheemse strijd en haar visie op de rol van de overheid, verandert op een bepaald moment in een vergadering tussen drie actoren die zelden de kans krijgen om informeel met elkaar te overleggen.

Mijn kennis van het Cebuano (Filipijnse taal) is zo goed als onbestaande, toch begrijp ik – dankzij Spaanse leenwoorden – dat er plannen gemaakt worden om het provinciale niveau actiever in te schakelen in de pogingen om de aanspraken van Tamasco te ondersteunen. Dat is niet zo eenvoudig, want het voorouderlijke grondgebied ligt gespreid over drie provincies: South Cotabato, Sultan Kudarat en Maguindanao.

Wanneer ik na een tijdje vraag of de vergadering tot een besluit geleid heeft, krijg ik toelichting bij de concrete plannen die gesmeed werden en wordt de tripartite consensus samengevat: ‘De ontwikkeling van de inheemse regio is de eerste prioriteit. Maar dat moet gebeuren op basis van collectieve keuzes en gedeeld bestuur, niet vanuit private zakenbelangen.’

‘Wij willen geen geweld’

Dande Dinyan ziet 1991, het jaar van de komst van SII op hun voorouderlijke grondgebied, als begin van de strijd om grond, autonomie en overleven.

Een paar dagen later praat ik in Koronadal met een zevental mensen van het Manobo Dulangan-volk uit een regio die grenst aan het gebied van Tamasco, en die zich uitstrekt over de provincies Sultan Kudarat, South Cotabato en Maguindanao. Zij zijn al sinds de jaren 1970 aan het procederen en vechten voor hun land.

Vandaag zijn ze in conflict met het bedrijf Macapagal & Sons (M&S). Dat bedrijf bezit zes exploitatievergunningen op tribaal land, waaronder ook de vergunning IFMA 018. Dus ook Tamasco heeft met M&s af te rekenen sinds de omstreden samenvoeging van de twee vergunningen. Volgens de informatie van de ngo’s die de inheemse strijd ondersteunen, behoort ook M&S tot het imperium van de Consunji-familie.

CC Gie Goris (CC BY NC 2.0)

 

Wat opvalt is dat ook deze Manobo Dulangan als de dood zijn voor gewelddadig conflict en daarom hun heil zoeken in dialoog, petities en brieven aan de overheid. De reactie is bijna altijd een oorverdovende stilte.

Ze tonen me een brief die ze op 23 augustus 2018 schreven aan president Rodrigo Duterte. ‘Dear Tatay Digong’, beste vadertje Digong, de koosnaam van Duterte. In de brief drukken ze de wanhoop uit die het gevolg is van decennia uitzichtloze strijd, en de hoop dat de president zal tussenkomen om – eindelijk – gerechtigheid te doen geschieden:

‘We hopen op uw onmiddellijke actie, terwijl we samen werken richting vrede en ontwikkeling’, sluiten de zes leiders of datu’s af. Een van hen tekent met een handtekening, vijf met een vingerafdruk. Een jaar later heeft de president nog niet geantwoord.

‘In de bergen geldt elke dag de krijgswet’

CC Gie Goris (CC BY NC 2.0)

 

Ik stel iedereen de onvermijdelijke vraag: “Zijn de problemen van de inheemse bevolking groter of juist kleiner geworden sinds Rodrigo Duterte president is?”

‘Toen hij verkozen werd, was ik heel hoopvol’, zegt Dande Dinyan. ‘We geloofden dat er echt verandering zou komen. We hoopten dat hij echt zou zorgen voor het land van de Lumad, zoals inheemse volkeren in Mindanao genoemd worden.’ Hij pauzeert. ‘Maar die hoop is vervlogen. Er komt niets van.’

Dat lijkt de consensus te zijn: de positieve indruk die Duterte nagelaten had als burgemeester van Davao, de grootste stad op Mindanao, is niet terug te vinden in zijn beleid als president. Zeker niet op het vlak van landrechten.

Een van de inheemsen uit de provincie Maguindanao vindt wel dat de president goede punten verdient voor zijn strijd tegen drugs. ‘Iemand moest dat probleem echt aanpakken, en dat heeft hij gedaan. Anders waren vandaag ook mijn hond en mijn waterbuffel al verslaafd’, besluit hij met enig gevoel voor overdrijving.

En heeft het feit dat de krijgswet nu al sinds 2017 van kracht is in heel Mindanao impact op het leven, en vooral op de mogelijkheden om strijd te voeren voor de eigen eisen? Het spontane antwoord is meestal negatief: ‘In de bergen geldt elke dag de krijgswet, al decennia lang, en die wordt opgelegd door de privébewakers van de mijn- en agrobedrijven’, zegt Dande Dinyan.

Bijna drie decennia en twee generaties strijd tegen de overmacht van regeringen, tegen de belangen van oppermachtige bedrijven.

Maar, klinkt het in het gehucht Tulale, de krijgswet geeft wel aanleiding tot extra militaire operaties tegen rebellen. Dat resulteerde op 3 december 2017 in de Tamasco Massacre.

De Lumads uit Maguindanao zijn het daarmee eens, met dat verschil dat zij er niet alleen van beschuldigd worden mee te heulen met de communistische rebellen van NPA, maar dat ze ook verdacht worden van steun aan islamitische rebellen als het zo uitkomt. In hun regio waren de afgelopen decennia islamitische Moro’s actief, die vochten voor zelfbestuur: MNLF, MILF of splintergroepen.

Alleen op de wereld

CC Gie Goris (CC BY NC 2.0)

 

In Tulale zit Dande Dinyan te tobben voor zijn lege bord. De uitwisseling met de stammenraad zit er op, iedereen geniet van de gelegenheid om nieuws uit te wisselen en banden aan te halen. Maar Dande moet zo dadelijk weer vertrekken. Altijd onderweg. Op de achtergrond staat Datu Klong Dinyan, zijn vader (zie foto hierboven). Hij kijkt naar de gebogen rug van zijn volwassen zoon, zegt niets. Maar zijn zorgen zijn bijna tastbaar aanwezig in de drukke keuken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Bijna drie decennia en twee volle generaties strijd tegen de overmacht van opeenvolgende regeringen, tegen de privébelangen van oppermachtige bedrijven. Ze leverden acht doden en talloze gebroken levens op.

President Duterte maakt zowat alle kritische organisaties en bewegingen verdacht en geeft een vrijgeleide aan leger, politie en milities om hard op te treden. Daardoor dreigt zelfs de moeizaam opgebouwde relatie met overheden en leger te verdwijnen.

De Lumad zijn, meer dan ooit, alleen op de wereld.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur