Israël begaat oorlogsmisdaden als het bedoeïenendorpen verwoest

© Annelies Verbeek

De inwoners van Al Khan Al Ahmar raken stilaan gewend aan de Israëlische politie en leger die elke dag naar hun dorp komen. De soldaten en agenten spreken niet met de inwoners maar lijken onderling te beraadslagen op welke manier hun bulldozers het dorp kunnen binnenrijden.

Het Israëlisch hooggerechtshof besliste op 24 mei dat de staat het Palestijnse bedoeïenendorpje volledig mag verwoesten. Er werd geen datum gegeven. De dorpelingen wachten nu angstig hun lot af.

Eeuwig ontheemd

De inwoners van Al Khan Al Ahmar zijn Jahalin bedoeïenen. Deze clan is oorspronkelijk afkomstig van de Negev woestijn, in het zuiden van wat nu Israël is. Het Israëlische leger verjoeg hen uit het hun woongebieden in 1952.

‘We leven van migratie tot migratie’, zei Ahmad Abu Dahuk, 32. ‘Mijn ouders zijn verjaagd uit Tel Al Arad in 1952, en nu maken mijn kinderen hetzelfde mee.’

De bedoeïenen kwamen terecht op de Westelijke Jordaanoever dat toen nog deel uitmaakte van Jordanië. Ze zetten hun kampen op langs de weg tussen Jericho en Jeruzalem, een goede plek om hun producten te verkopen, in de buurt van waterbronnen waar ze hun schapen konden drenken. Ze leefden daar in relatieve rust en konden zich vrij bewegen.

Maar toen Israël de Westelijke Jordaanoever bezette in 1967, werden de bedoeïenen opnieuw overgelaten aan de genade van het Israëlisch leger.

Plots was het bedoeïenendorpje illegaal.

Israël weigerde het te erkennen als woongebied. Sindsdien krijgen de bedoeïenen geen toestemming om stenen huizen te bouwen, en de Israëlische autoriteiten weigeren het dorp te verbinden met het water- en elektriciteitsnetwerk.

Al Khan Al Ahmar valt in Area C. 60% van de Westelijke Jordaanoever staat onder volledige Israëlische militaire en administratieve controle. Het zijn deze gebieden die Israël gebruikt voor de uitbreiding van de kolonies.

Dat hebben de bedoeïenen in praktijk ondervonden. In de laatste decennia heeft Israël vier verschillende kolonies rondom hun woongebied gebouwd.

De belangrijkste daarvan is Ma’ale Adumim, de grootste nederzetting in de Westelijke Jordaanoever. Deze kolonie is strategisch gebouwd in het centrale deel van de Westelijke Jordaanoever, ten oosten van Jeruzalem. Dit gebied staat bekend als E1, en zal in de toekomst verenigd worden met Jeruzalem.

Israël zou de annexatie van Oost-Jeruzalem verder uitbreiden in de Westelijke Jordaanoever. en een muur van kolonies bouwen die de Westelijke Jordaanoever in een noordelijk en een zuidelijk deel opsplitst.

Dit maakt de stichting van een levensvatbare Palestijnse staat in de Westelijke Jordaanoever moeilijk, zo niet onmogelijk.

‘Als ze ons verjagen uit dit gebied, zal het niet lang duren voor alle andere bedoeïenen hier ook weg zijn’, zegt Abu Dahuk. ‘Ze zullen dit gebied afsluiten voor Palestijnen en we zullen niet meer van het noorden naar het zuiden kunnen gaan. Het is allemaal politiek’.

© Annelies Verbeek

Bewegingsvrijheid

Sinds de bouw van de kolonies, hebben de bedoeïenen hun leefgebied zien krimpen. Ze worden niet toegelaten in de kolonies en worden aangevallen of gearresteerd als ze te dicht in de buurt komen.

Sara, 56, heeft liever niet dat haar echte naam geschreven wordt. Zij vertelt aan MO* dat de kolonisten stenen gooien naar hun kinderen als ze hun schapen te dicht bij de kolonie laten grazen.

Er is weinig dat de bedoeïenen kunnen doen. De kolonisten zijn immers zwaar bewapend en zij niet.

Omdat de graasplekken en waterbronnen van hen zijn afgenomen, zitten de schapen nu samen met hen opgesloten in het dorp. Ze worden daar gevoederd. ‘Niet echt het leven van een herdersvolk’, zegt Abu Dahuk.

Maar er is weinig dat de bedoeïenen kunnen doen. De kolonisten zijn immers zwaar bewapend en zij niet.

School als lichtpunt

De bedoeïenen moesten lang leven zonder onderwijsvoorzieningen. Hun kinderen gingen naar school in Jericho. Abu Dahuk vertelt dat dit te voet erg gevaarlijk was, en vervoer betalen was duur. Veel meisjes bleven thuis. ‘We waren bang voor hun veiligheid’, benadrukt hij.

De dorpelingen slaagden er echter in hun lot te veranderen toen ze in 2009 een basisschool bouwden uit leem en autobanden. Ze deden dit met de steun van Italiaanse NGO Vento Di Terra. Er gaan ongeveer 165 kinderen uit verschillende vestigingen in de buurt naar de school.

© Annelies Verbeek

Na de bouw van de school werd de druk op Al Khan Al Ahmar groter. Het was de enige structuur die er permanent uitzag. ‘Kolonisten konden zien dat wij van plan waren hier te blijven’, zegt Abu Dahuk.

Sinds de constructie van de school heeft de Israëlische kolonistenorganisatie Regavim petities ingediend bij het Israëlisch hooggerechtshof om de school te vernietigen. Bedoeïenen hebben op hun beurt tegenpetities ingediend.

De centrale rechter Noam Sohlberg, die zelf in een illegale kolonie woont, schreef dat het dorp illegaal gebouwd werd.

Op 24 Mei kwam er een einde aan de jarenlange juridische strijd. De staat mag het dorp vernielen.

Het Hooggerechtshof had voordien al geoordeeld dat de staat een alternatieve woonplaats moest voorzien voor de bedoeïenen.

Die nieuwe woonplaats is niet geschikt om te wonen, maar de centrale rechter Noam Sohlberg, die zelf in een illegale kolonie woont, schreef dat het dorp illegaal gebouwd werd en dat de rechtbank geen reden zag om te interveniëren tegen het slooporder.

Alternatief ongeschikt

De nieuwe woonplek staat bekend als “Jabal West”. Het zijn lege stukken land naast de voormalige vuilnisbelt van Jeruzalem. Daar dumpten zowel Palestijnen als Israëli’s twintig jaar lang hun afval.

De bedoeïenen en activisten hebben jarenlang herhaald dat Jabal West geen gezonde plek is om te wonen. Volgens UNRWA stijgen er giftige gassen op uit de vuilnisbelt. Bovendien ligt het afval boven grondwater, dat vervuild wordt door toxinen die naar beneden lekken.

Er gaat een ondraaglijke geur uit van de vuilnisbelt, en er ontstaan regelmatig spontane ontbrandingen, die giftige zwarte rook genereren. Er kunnen ontploffingen gebeuren door de accumulatie van methaangassen.

Maar een ander aspect van de gedwongen transfer is mogelijk nog rampzaliger voor de bedoeïenen. Hun levenswijze en sociale structuren zouden definitief verwoest worden.

Er is geen ruimte om schapen te hoeden in Jabal West en de bedoeïenen zouden zich moeten aanpassen aan een semi-urbane omgeving.

Bovendien wonen er al 150 families die de Israëli’s in de jaren ’90 verdreven uit hun woongebieden. UNRWA documenteerde hoe deze verplaatsing het sociale weefsel van de bedoeïenen volledig verwoestte.

Israël dwingt mensen van verschillende stammen samen te leven in een klein woongebied. Er zijn tradities en sociale regels rond manieren van omgang met vreemde stammen, die niet toegepast kunnen worden in de nieuwe omgeving. Zo werd en wordt het veiligheidsgevoel van de bedoeïenen verwoest.

Vrouwen blijven binnen, omdat ze niet gezien mogen worden door mannen van een andere stam.

Bovendien is het land dat de Israëlische staat toewees aan de bedoeïenen, afgenomen van Palestijnen van het aangrenzende stadje Abu Dis, die nu op gespannen voet leven met de nieuwe inwoners.

Oorlogsmisdaad

Al Khan Al Ahmar kan nu alleen maar wachten tot de bulldozers komen.

‘Ik weet niet wat ik zal doen’, zegt Abu Dahuk. ‘Mijn ogen bedekken zodat ik het niet moet aanzien, of mezelf onder de bulldozer gooien.’

Zijn dochters zijn bij familie in Jericho. ‘Ik wil niet dat ze het zien’, verklaart Abu Dahuk. Voor hem is het moeilijk dat zijn kinderen zullen zien dat hij hen niet kan beschermen.

De bedoeïenen stellen dat ze van plan zijn om te blijven, zelfs als ze op de ruïnes van hun huizen moeten wonen. Maar de bedoeïenen die nu al 10 jaar in Jabal West wonen, zeiden ook dat ze nooit zouden verhuizen.

‘Een Israëlische activist, Jeremy Milgrom, zei dat we niet te hoopvol mogen zijn. De politie en het leger zullen met honderden zijn. Ze tillen je zo op, en brengen je weg. Je kan moeilijk tegen bulldozers vechten met blote handen.’

Gedwongen evacuatie van personen binnen bezet gebied is een oorlogsmisdaad en een ernstige schending van de rechten van de mens

Gedwongen evacuatie van personen binnen bezet gebied is een oorlogsmisdaad en een ernstige schending van de rechten van de mens, zeggen de Verenigde Naties en verschillende Europese landen hebben hun bezorgdheid uitgedrukt over het lot van het bedoeïenendorpje.

Op 18 juni publiceerden meer dan 300 politici, academici, advocaten, artiesten, geloofsleiders en activisten een brief waarin ze de individuele verantwoordelijkheid van de eerste minister, de minister van defensie, en de rechters in deze oorlogsmisdaad benadrukken.

Ahmad Abu Dahuk hoopt dat diplomatieke druk Israël zal dwingen om de sloopplannen op te bergen. ‘Het is nu al een maand dat we niet echt leven, maar wachten tot ze alles komen vernielen. Het is alsof we wachten op de dood’, zucht hij.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift