Zolang bean-to-bar makers bar weinig chocola verkopen, profiteren telers amper van de hogere prijs

Kleine spelers tonen weg naar duurzame chocolade. Wanneer volgen grote spelers en consument?

© Jitske Schols

Chocolade van de Chocolatemakers

Chocolatemakers ontwikkelde een bean-to-bar concept dat duurzaamheid over de hele linie naar een hoger niveau tilt. Op de eerste plaats staat betaling van een echt eerlijke prijs aan telers voor biologische bonen. Daarbij komt onder meer CO2-neutraal vervoer van de bonen met een zeilschip, gebruik van groene energie om de chocoladerepen te maken en recyclebare verpakkingen. Toch lopen ook zij tegen obstakels aan die 100 procent duurzaamheid in de weg staan. De vraag is dus: hoe verder?

© Chocolatemakers

Rodney Nikkels en Enver Loke

In 2011 waren Enver Loke en Rodney Nikkels, de oprichters van Chocolatemakers, nog aan het testen hoe ze zelf het beste cacaobonen konden branden in een klein oventje. Momenteel produceren ze met een heel team wel zeventien verschillende soorten chocolade — van de Gorillabar tot de Tres Hombres chocozeiltjes, op bijna geheel duurzame wijze. Er is een volledig nieuwe lichting chocolademakers opgestaan die helemaal klaar is met alle misstanden in de cacao-industrie.

Een korte schets:

  • Sinds 1960 is de wereldwijde cacaoproductie verviervoudigd, waardoor ruim 90 procent van het oerbos in West-Afrika verdween, tezamen met alle dieren die hier thuishoren
  • In Ivoorkust verdient een cacaoboer gemiddeld 67 eurocent per dag, wat neerkomt op een leven in extreme armoede. Kinderarbeid in de cacaoteelt nam in dat land, de grootste cacaoproducent ter wereld, in de laatste tien jaar met 50 procent toe
  • Ondertussen maken de grote jongens in deze industrie, zoals Barry Callebaut, Cargill en Mars, elk jaar meer winst. In de jaren zeventig ging 50 procent van de waarde van een chocoladereep nog naar de teler, maar dat verdampte in een paar decennia tot 6 procent

In eigen hand

‘Toen we begonnen met het zelf maken van chocolade, bestond in Amerika al een tijdje een bean-to-bar beweging. Daar was in Nederland nog weinig over bekend’, vertelt Loke, die samen met Nikkels tropische landbouwkunde aan de Wageningse universiteit studeerde.

Die bean-to-bar aanpak wil zeggen dat alle stappen in het proces van chocolade maken in eigen hand worden gehouden. Er is dus geen sprake van tussenhandel of de outsourcing van productie naar een andere fabrikant, wat het mogelijk maakt om alles zo duurzaam mogelijk te doen.

Cacaobonen worden in dit model weer in ere hersteld als waardevolle grondstof. Neem de repen van Chocolatemakers: iedere reep is gemaakt van een andere cacaosoort. “Single origin” heet dat in vaktermen.

Criollo komt bijvoorbeeld uit Peru, en stamt rechtstreeks af van de oorspronkelijke cacaoboon. Het smaakprofiel van de reep, de Awajún, kent een krachtige cacaosmaak met een subtiele hint van rood fruit en een notige nasmaak. ‘Net als bij druiven is de smaak afhankelijk van wat de boer doet en op wat voor grond hij zit’, legt Loke uit.

Woudreuzen

De cacaoteler is degene die aan de basis van al dit bijzonders staat en verdient het dus om goed betaald te worden. Chocolatemakers haalt hun befaamde Criollo uit Peru, waar de bonen worden ingekocht bij de coöperatie Norandino, waar de Awajún-indianen deel van uitmaken.

‘In het tropisch regenwoud levert houtkap het meeste op. Voor duurzaam houtbeheer is geen geld. Cacao biedt een mogelijkheid om meer waarde uit het land te halen’

Loke: ‘Zij beheren enorme bosconcessies in het tropisch regenwoud. Houtkap levert het meeste op, maar dat kap je één keer en dan is het op. Voor duurzaam houtbeheer is geen geld. Dus is er een andere manier nodig om meer waarde uit het land te halen. Dat kan door de teelt van cacao.’

Cacao is van nature een schaduwplant die graag onder woudreuzen groeit. Een bosteeltsysteem past hier goed bij. Daarin kun je fruitbomen laten groeien, om de vruchten meteen te eten of op de lokale markt te verkopen. Cacao is de ‘cash crop’, dat geld oplevert voor een wat hogere levensstandaard. Daarnaast is er nog ruimte om knolgewassen en andere groenten te telen, waar kippen rondscharrelen. ‘Als de bodem niet kaal komt, spoelen er weinig nutriënten uit en blijft de bodemvruchtbaarheid in stand’, aldus Loke.

Andere voordelen zijn dat biologische teelt geen schade toebrengt aan het ecosysteem, zoals de insecten die er in rondvliegen. Ook komen de boer en zijn familie niet in contact met gevaarlijke pesticiden.

© Chocolatemakers

Cacaovruchten

Wat maakt Chocolatemakers verder zo duurzaam?

Een reep van Chocolatemakers bestaat uit cacao, suiker en melkpoeder. Alles is biologisch en voor een eerlijke prijs ingekocht. Zoveel mogelijk gebruik van tweedehands machines om hun chocolade te maken. Het grootste deel van hun kantoorinrichting heeft een dito herkomst.

De chocolade is verpakt in 100 procent recycleerbaar vetpapier, bedrukt met bio-inkt. Cacaodoppen gaan naar een lokale theeproducent die er cacaothee van maakt.

Gebruik van groene energie en levering van chocola binnen Amsterdam per fiets. Tijdens de halfjaarlijkse ‘Schokofahrt’ brengen circa 100 Duitsers en Oostenrijkers per fiets zo’n 12.000 repen naar hun thuisland.

Loke vervolgt: ‘Cacao is een langjarig gewas, het kan wel vijftig jaar blijven staan. Dat is een heel verschil met andere voedselgewassen, zoals maïs en graan. Een bosteeltsysteem is wel wat complexer en moet met kennis beheerd worden, maar als dat goed wordt gedaan, biedt het de lokale bevolking de beste mogelijkheid op voedsel en een inkomen.’

Berggorilla’s

In Congo ligt de lat nog hoger: het gaat hier niet alleen om behoud van het regenwoud, maar ook om het voortbestaan van de laatste berggorilla’s ter wereld die in het Virunga National Park leven.

Aan de rand van dit gebied wordt nu cacao geteeld door de lokale bevolking, als alternatief voor onder meer de jacht op gorilla’s. ‘De bedreiging van dit natuurgebied kent vele vormen’, vertelt Loke. ‘De meest extreme vorm is het stropen van gorilla’s. Minstens net zo’n grote bedreiging is dat het gebied steeds kleiner wordt door houtkap en landbouw.’ Ook hier moet cacaoteelt in een bossysteem verdere aantasting van de natuur voorkomen.

‘Met een zeilverbinding willen we laten zien dat transport ook op een andere manier geregeld kan worden’

In het derde land waar Chocolatemakers hun cacaobonen inkoopt, de Dominicaanse Republiek, is het daar inmiddels te laat voor. Loke: ‘Daar is al het bos weg, maar we blijven natuurlijk wel de biologische teelt van cacao bevorderen. Ook houden we met de Dominicaanse Republiek een zeilverbinding in stand, om te laten zien dat je transport ook op een andere manier kunt regelen.’

Het zeilschip Tres Hombres vervoert cacaobonen uit dit Caribische gebied naar Nederland, zonder uitstoot van CO2. Het neemt op de terugvaart struviet mee, dat door Waterschap Gooi en Eemland uit afvalwater is gewonnen en gebruikt kan worden als mest bij de cacaoteelt.

© Annelies Scheepens

Het zeilschip waarmee bonen uit de Dominicaanse Republiek naar Europa worden vervoerd

Het doel van dit proefproject is om de oogstopbrengst te vergroten, waardoor de boeren meer geld kunnen verdienen. ‘Het grootste deel van het voedsel dat Nederlanders eten, komt uit het buitenland. Als we dat hier gaan composteren, lijkt dat circulair — maar dat is het natuurlijk niet’, stelt Loke.

Vandaar dat Chocolatemakers een meststof als struviet retour stuurt. ‘Het is nog niet echt legaal om te exporteren, daar moeten nog certificaten voor komen. Ook is er discussie of struviet in de biologische landbouw gebruikt mag worden. Het is de vraag hoe natuurlijk zoiets is.’

Het struviet wordt nu getest op proefvelden om te kijken in hoeverre de cacaoplanten er beter door groeien. Dit experiment loopt nog twee jaar.

Eerlijke prijs

Tot in de details houdt Chocolatemakers zich bezig met duurzaamheid, maar sommige zaken blijken niet haalbaar. Zo worden de meeste bonen — die uit Peru en Congo — gewoon met containervracht naar Nederland vervoerd.

Loke: ‘Die routes zijn windtechnisch niet te doen, of ze zijn te lang en best gevaarlijk. De kans is dan groot dat een schip vergaat. Dan is het financieel ook echt niet meer te doen.’

Ook staat hun leverancier van groene energie, Greenchoice, niet bekend als de allerbeste uit deze sector. Maar het belangrijkste blijft dat zij hun telers een echt eerlijk loon betalen en dat het om biologische teelt gaat.

Chocolatemakers stelt dat zij vanaf de start in 2011 fors meer voor cacaobonen neerleggen dan bijvoorbeeld Fairtrade vereist, waar zij stevige kritiek op hebben. Hun prijs ligt tussen 3.700 dollar en 4.500 dollar per ton bonen, afhankelijk van de origine.

Ter vergelijking: de huidige minimumprijs van Fairtrade ligt nog op 2.000 dollar per ton, met een extra premie van 200 dollar per ton. Volgens Chocolatemakers zou die prijs op dit moment tenminste 3.300 dollar per ton moeten bedragen, onder andere door de enorme inflatie in cacao-producerende landen.

‘Zij hebben in 1994 voor het eerst een minimumprijs gesteld. Die lag toen op 1.800 dollar per ton cacao’, vertelt Loke. ‘De prijs is in 2012 voor het laatst verhoogd, naar 2.000 dollar per ton, en nu komen ze voor het eerst in jaren weer met een verhoging.’

Leefbaar inkomen

Fairtrade erkent dat hun huidige minimumprijs voor cacaobonen geen zoden aan de dijk zet. In december 2018 brachten zij cijfers naar buiten waaruit blijkt dat ‘de meeste cacaoboeren op dit moment geen leefbaar inkomen verdienen’.

De organisatie gaat daarom in oktober 2019 de minimumprijs per ton cacaobonen naar 2.400 dollar verhogen. De extra premie per ton stijgt naar 240 dollar. Dit is een eerste stap, aldus Fairtrade.

Zij berekenden dat voor bijvoorbeeld Ivoorkust dit minimumtarief eigenlijk op 3.468 dollar moet liggen. Maar ‘het bereiken van een leefbaar inkomen is een lang traject waarin alle ketenactoren hun verantwoordelijkheid moeten nemen’, stelt Fairtrade.

Dat hoeft niet het geval te zijn, laat Chocolatemakers zien. In pakweg acht jaar verduurzaamden ze zo goed als hun hele keten. Als dat zo snel gaat, waarom lukt het Fairtrade en anderen dan niet?

Dat blijkt inderdaad niet zo simpel: de supermarkten liggen vol met goedkope chocoladerepen, die vaak ook een keurmerk hebben voor eerlijke handel. Een reep melkchocolade van Verkade vliegt voor 1,39 euro uit het schap (111 gram). Aan Tony’s Chocolonely reep van melkchocolade, karamel en zeezout hangt een prijskaartje van 2,61 euro (180 gram).

Bekroond

Dat komt omdat er keurmerken werden opgericht, zoals Utz, die minder hoge eisen stellen aan certificering voor eerlijke handel dan Fairtrade. Daarop verlaagde Fairtrade ook de eigen standaard, bijvoorbeeld wat betreft het aantal ingrediënten in een product dat gecertificeerd moet zijn.

Wat weet de doorsnee consument daar nu over? Die ziet gewoon een lekkere reep chocola met een certificering er op, wat niet eens zo veel geld kost. Als die consument al waarde hecht aan zo’n keurmerk.

De Awajún bar van Chocolatemakers daarentegen is alleen verkrijgbaar bij speciale winkels en hun eigen webshop, en kost 3,50 euro (90 gram). Dat is nog niets vergeleken bij wat je voor de met twee sterren bekroonde Tibito Putumayo reep neerlegt bij webshop Clear Chox: 7,69 euro (80 gram)

Zolang bean-to-bar makers maar bar weinig chocola verkopen, zullen ook maar heel weinig telers profiteren van de veel hogere prijs die zij aan hen betalen

Alleen de echte liefhebbers van duurzame chocola lijken momenteel bereid een veel hogere prijs te betalen. Zolang bean-to-bar makers maar bar weinig chocola verkopen, zullen ook maar heel weinig telers profiteren van de veel hogere prijs die zij aan hen betalen.

Chocolatemakers maakt nu nog maar 50 ton chocolade per jaar, een fractie van wat de grootste chocoladeproducenten ter wereld wegzetten. Barry Callebaut verhandelde in 2017 ruim 1 miljoen ton chocolade. Nestlé kwam op 434.000 ton uit.

Fairtrade certificeerde in 2016 slechts 1,2 procent van alle cacao ter wereld, wat gelijk staat aan een slordige 291.000 ton bonen. Terwijl de organisatie daar al zo’n 25 jaar campagne voor voert.

Slavernij

Daarbij komt ook nog eens dat in West-Afrika kinderarbeid en zelfs slavernij nog veel voorkomende problemen zijn. ‘Als je aan mij vraagt of bij de teelt van bonen in Congo geen kinderen hebben gewerkt, dan kan ik dat nooit 100 procent garanderen’, stelt Loke.

© Chocolatemakers

Bonen liggen te drogen in Congo

Er is geen echte controle op kinderarbeid of slavernij mogelijk door het gebrek aan een goed functionerende arbeidsinspectie in Congo. ‘Het is de vraag of we vanuit dat soort landen überhaupt moeten sourcen. Soms denk ik dat er misschien beter een boycot komt’, aldus Loke. ‘Maar dan zeggen mensen: “Dat kan niet, want dan tref je de allerarmsten”. Dat klopt ook, daar help je hen op dit moment niet mee. Uiteindelijk moet een revolutie van onderuit ontstaan. Wij zullen Ghana of Ivoorkust niet veranderen. Dat zullen ze zelf moeten doen. We kunnen ze wel een perspectief geven, en dat doen we met Chocolatemakers.’

Gloednieuw

Ondertussen zitten Loke en Nikkels niet stil: als het een beetje meezit staat er eind dit jaar in Amsterdam een gloednieuwe fabriek, waar ze acht keer zoveel chocolade gaan produceren. Met een dak van transparante zonnepanelen om volledig in de eigen energiebehoefte te voorzien.

Een nog grotere stap vooruit is de bouw van een fabriek in Peru, waar boerencoöperatie Norandino hun eigen cacaobonen gaat branden en vermalen tot cacaomassa. Zo kunnen zij de volgende stap uit de cacaoketen naar zich toe trekken, en dus een grotere hap uit de totaalprijs voor een chocoladereep nemen.

Chocolatemakers heeft 30 procent van de aandelen in handen en Norandino 70 procent. Dankzij de Nederlandse inbreng kon de boerencoöperatie makkelijker zaken doen in Peru. ‘Wij hielpen met het regelen van de financiering’, vertelt Loke. ‘De lokale bank is de belangrijkste financierder, en de Rabobank Foundation staat garant.’

Momenteel geeft Chocolatemakers technische ondersteuning bij de bouw van de fabriek. ‘Het gaat om de soorten machines die worden aangeschaft en wat voor kwaliteit ze moeten leveren. Van elk buisje tot slangetje dat nodig is.’

De fabriek, die waarschijnlijk in april of mei opent, krijgt een capaciteit van 1.000 ton per jaar. Dat is 2,5 keer zoveel als de 400 ton die Chocolatemakers zelf gaat maken in hun nieuwe fabriek. Uiteindelijk is het doel dat Norandino ook zelf repen gaat produceren. Dan zijn ze zelf bean-to-bar makers.

Lydia Heida is als journaliste gespecialiseerd in duurzaamheid, recycling, hernieuwbare energie en grondstoffen. Haar artikelen zijn onder meer gepubliceerd in Yale Environment 360, Professional Engineering Magazine, Spektrum der Wissenschaft en de Volkskrant. Zie: www.terratechmedia.com

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift