Moslima’s en lesbiennes in Sarajevo: één strijd voor de bevrijding van het vrouwenlichaam?

Reportage

Moslima’s en lesbiennes in Sarajevo: één strijd voor de bevrijding van het vrouwenlichaam?

Moslima’s en lesbiennes in Sarajevo: één strijd voor de bevrijding van het vrouwenlichaam?
Moslima’s en lesbiennes in Sarajevo: één strijd voor de bevrijding van het vrouwenlichaam?

Wat moeten westerse moslima’s doen, nu hun identiteit de inzet wordt van verkiezingen en moslimhaat slachtoffers eist? Zich terugtrekken in de veilige bubbel van de eigen gemeenschap? Of nieuwe bruggen bouwen? MO* zocht het antwoord in Sarajevo, waar gesluierde moslima’s en lesbiennes vechten voor dezelfde bevrijding van het vrouwenlichaam. Maar niet altijd samen.

© Nahla

Een Franse krant publiceerde een foto van een gesluierde moslima en een vrouw in minirok samen in Sarajevo, met het woord cultuurschok. De ngo Nahla riep met de actie “Geschokt? Wij weten niet anders” op om foto’s van de normaliteit van de Bosnische diversiteit in te sturen.

© Nahla​

Dževada Šuško keek vragend naar de grootmoefti. De Oostenrijkse ambassadeur in Sarajevo had de aanwezigen op de presentatie van de nieuwe Oostenrijkse islamwet net gevraagd om op te staan uit respect voor het overlijden van de Israëlische president Sjimon Peres. Er ging een schok door de zaal.

De grootmoefti gebaarde dat iedereen moest gaan staan. Šuško was niet meer de jonge studente, verontwaardigd na haar studie in de bezette Palestijnse gebieden – ze was nu de eerste vrouw in een toppositie in de Islamitische Gemeenschap van Bosnië en Herzegovina. De verontwaardiging had plaatsgemaakt voor macht.

Als directeur van het Instituut voor de Islamitische Traditie van Bosniakken werd ze zelfs verkozen tot persoon van het jaar. ‘Macht is wat Europese moslima’s vandaag nodig hebben’, zegt ze.

Eind vorig jaar was Šuško samen met de Bosnische grootmoefti op lobbybezoek in Brussel. Ze spraken er met ambtenaren van de Europese Unie over hoe de Islamitische Gemeenschap van Bosnië en Herzegovina, al sinds 1878 ingebed in westerse seculiere staten, zou kunnen helpen bij de integratie van de islam in Europa.

© Pieter Stockmans

Dževada Šuško: geboren in Bosnië, opgegroeid in Duitsland, gestudeerd in Canada en Palestina. Vandaag de eerste vrouw in een toppositie binnen de Islamitische Gemeenschap van Bosnië

© Pieter Stockmans​

We haasten ons over de spekgladde wegen van de Ottomaanse oude stad naar de Gazi Husrev Begmoskee, de oudste van Sarajevo. De sneeuwwitte moskeekoepels en minaretten zien er nog sprookjesachtiger uit dan gewoonlijk. Vertrouwde geuren van gebak en gegrild vlees waaien de ijzige lucht in.

‘Ik groeide op als cultuurmoslim in Duitsland, ik praktiseerde niet en droeg nog geen hoofddoek’, zegt Šuško na het middaggebed bij een maal van Bosnische boerenkost. Ze is de dochter van Bosnische Gastarbeiter.

Toen ze in Stuttgart hoorde dat Bosnische Serviërs haar familie naar concentratiekampen afvoerden, begon ze zich af te vragen: wat is dat stukje van onze identiteit waarvoor we verdienen te sterven?

Islamofobie sluimert verder, tot vandaag. Bosnisch-Servische media en politici gebruiken de terreuraanslagen, en de vluchtelingenstroom die door Servië loopt, om Bosnische moslims in verband te brengen met de radicale islam.

‘Ik tolkte voor verdachten van oorlogsmisdaden. Gevoelige materie, maar niemand trok mijn onpartijdigheid in twijfel vanwege mijn hoofddoek.’

Een jaar geleden reanimeerde Milan Tegeltija, de voorzitter van de Hoge Raad voor Justitie, een wet van 2006: rechters moesten toezien op het verbod op religieuze symbolen in rechtbanken, om een schijn van partijdigheid te voorkomen.

Er ging een schok door de samenleving. De schijn van partijdigheid van de voorzitter zelf deed vele Bosnische moslima’s vermoeden dat hij het op de islam gemunt had: Tegeltija is voormalig openbaar aanklager van de Servische Republiek, de entiteit die het resultaat was van de genocide tegen moslims in de jaren ‘90.

In een land met 60 procent jeugdwerkloosheid is het, zou je kunnen denken, merkwaardig om nog wat symbolische obstakels extra op te werpen. Zeker omdat gesluierde moslima’s jarenlang zonder problemen onder de wet van 2006 hadden gewerkt.

Emina Jelesković bijvoorbeeld. Jelesković’ rode hoofddoek steekt fel af tegen de witte velden en bergen die de campus van de universiteit omringen. De International University of Sarajevo is één van de twee Turkse universiteiten van Sarajevo waar vooral gelovige moslims studeren. Jelesković werkt er als doctoraal onderzoekster.

© Pieter Stockmans

Emina Jeleskovic: ‘Lesbisch, hoofddoek of wat dan ook: het is de zaak van de vrouw zelf. Ik verzet me tegen de regulering van het vrouwenlijf.’

© Pieter Stockmans​

Toen de Turkse president Erdogan zeven jaar geleden de nieuwe campus feestelijk opende, werkte Jelesković nog als vertaalster-tolk voor de hoogste strafrechtbank van het land.

‘Ik tolkte voor Servische, Kroatische en Bosnische getuigen en verdachten van oorlogsmisdaden’, zegt ze. ‘Gevoelige materie, maar niet één keer werd mijn onpartijdigheid in twijfel getrokken vanwege mijn identiteit. De hoofddoek geeft aan dat ik moslima ben, mijn naam Emina doet dat ook. Moet ik mijn naam dan veranderen?’

De greep van de lichaamspolitiek

Het hoofddoekenverbod van Tegeltija werd uiteindelijk niet toegepast, na wekenlang protest op straat, in de media en de politiek. Tot vandaag werken gesluierde moslima’s in rechtbanken. Geen haan die ernaar kraait.

De positie van Bosnische moslims binnen de seculiere staat is aanzienlijk sterker dan die van westerse moslims. Razim Čolić, rechterhand van de grootmoefti van Bosnië en Herzegovina, is vandaag trots als hij in zijn kabinet bij de Ottomaanse Keizermoskee kan vertellen dat ze de rechten van hun leden verdedigen.

De bal ging aan het rollen toen Emela Mujanović, sergeant in het Bosnische leger, geschorst werd omdat ze weigerde haar hoofddoek af te zetten. Đermana Šeta van het feministische vormingscentrum Nahla vond dat de Islamitische Gemeenschap iets moest doen.

‘Jullie zijn nog te veel enkel een religieuze gemeenschap en te weinig een belangenbehartiger, gebruik de antidiscriminatiewetgeving’, zei Šeta voor de raad van moefti’s.

Šeta’s vurige overtuigingskracht wierp vruchten af. Op 13 september 2012 richtte de Islamitische Gemeenschap de Commissie voor Godsdienstvrijheid op, Šeta werd voorzitster. De Commissie ontvangt meldingen van incidenten tegen moslims. Gespecialiseerde advocaten onderzoeken de klachten. Enkel als bemiddeling faalt, trekken ze naar de rechtbank.

‘Dat de vrouwen sterke belangenbehartigers hebben, vergroot hun machtspositie in de samenleving’, zegt commissielid en advocaat Emir Kovačević. ‘Zo raken problemen meestal achter de schermen opgelost en vermijden we dat ze voortdurend islamofoben in de kaart spelen.’

Vandaag dragen sommige moslima’s in het leger wel de hoofddoek, in elk geval tijdens de presentatie van Dževada Šuško in een legerkazerne. Aan de zijkant van de zaal zitten acht vrouwen in uniform met hoofddoek.

‘Recept tegen radicalisering: de onderhandelingspositie van moslims versterken binnen de grenzen van de rechtsstaat.’

‘Door rechten te verdedigen, blijft de Islamitische Gemeenschap geloofwaardig’, zegt Razim Čolić. ‘Ons recept tegen radicalisering: de onderhandelingspositie van moslims tegenover de staat en werkgevers versterken binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat. We putten alle rechtsmiddelen uit, verder gaan kan niet. Elke vorm van geweld is uitgesloten.’

Op 15 maart 2017 zouden die grenzen wel eens sterk kunnen vernauwen. Die dag zal het Europees Hof van Justitie beslissen of privébedrijven moslima’s mogen weigeren omdat ze de hoofddoek dragen. De Islamitische Gemeenschap van Bosnië en Herzegovina wacht de uitspraak gespannen af.

‘Het zou betekenen dat wij niet meer kunnen bemiddelen of procederen in zaken waarbij privébedrijven gesluierde vrouwen weigeren, want ook Bosnië volgt de EU-wetgeving’, zegt Emir Kovačević.

‘Deze zaak zal ook verregaande implicaties hebben in het debat rond de radicale islam. Als het Hof discriminatie toelaat, geeft het aan extremisten het bewijs dat moslims inderdaad niet kunnen leven in een democratische samenleving. “Zie je wel, we hebben een islamitische staat nodig”, zal IS zeggen. Vrijheid van religie is het beste wapen tegen radicalisme.’

© Pieter Stockmans

Zilka Spahić-Šiljak, hoogleraar religie en genderstudies aan de Universiteit van Sarajevo. De poster op haar bureau zegt: ‘Vrouwen, ga stemmen’.

© Pieter Stockmans​

‘Geen paniek’, zegt Zilka Spahić-Šiljak, hoogleraar religie en genderstudies aan de Universiteit van Sarajevo. ‘Geconfronteerd met discriminatie trekken sommige meisjes zich terug van de arbeidsmarkt omdat ze hun geloof voorrang geven. Maar het is hun religieuze plicht om, als ze voor de onrechtvaardige keuze worden gesteld, voorrang te geven aan persoonlijke ontwikkeling.’

‘Dat is de betekenis van de eerste revelatie aan moslims in de Koran: “Lees”. Een belangrijkere religieuze opdracht dan de hoofddoek. Ik verbaas me erover dat de hoofddoek zo’n groot issue is voor moslimvrouwen. Ik draag de hoofddoek, maar het is niet het belangrijkste voor mij.’

‘Ook feministisch bekeken is zelfontplooiing de enige manier om je los te wrikken uit de dubbele greep van de lichaamspolitiek – druk om de hoofddoek te dragen, verbod om de hoofddoek te dragen.’

Aan de muren van haar bureau hangen cartoons over genderstereotypes en een poster met in koeien van letters: “Vrouwen, ga stemmen”.

Bruggen bouwen om te overleven

Ottawa, 1993. ‘Dževada, ik ben orthodox, maar niet zoals de Serviërs. Ik sta aan de kant van de moslims in Palestina én Bosnië’, vertelt een Libanees tijdens Šuško’s studie in Canada.

Sarajevo, 2016. Dževada Šuško is verbolgen als ze tijdens een demonstratie voor Aleppo tientallen in het zwart geklede vrouwen ziet aankomen met een reusachtige Turkse vlag. ‘Ze riepen “Allah akbar”. Een zeer wrang gevoel had ik daarbij.’

‘Westerse moslima’s, zet de eerste stap. Als minderheid hebben jullie meer belang bij dialoog dan de zogenaamde vijand.’

Šuško beseft dat een strijd voor gerechtigheid niet om religie draait, maar om mensenrechten. Daarom werd ze bestuurslid van Nahla. ‘Wij zijn islamitisch omdat we onze waarden in de praktijk toepassen door alle vrouwen te helpen participeren in de samenleving: moslims, christenen én atheïsten’, zegt directrice Sehija Dedović. ‘Nahla is een plaats waar alle vrouwen zichzelf kunnen zijn, vrij van de druk van de patriarchale samenleving.’

Dedović groeide op tussen een atheïstische, communistische samenleving en een religieuze familie die het communisme als de duivel zag. In de jaren ’80 studeerde ze aan de Gazi Husrev Begschool, de enige erkende islamitische school in Joegoslavië. Lange tijd voelde ze zich een rebel.

Toen de Berlijnse muur viel, was ze euforisch. En een paar jaar later vaagden nationalisme en oorlog alles weg wat ze tot dan toe had gekend. Ook haar broer. Maar op wraak beluste ze nooit. Na vier jaar islamitische studies in Jordanië en Maleisië richtte ze Nahla op in Sarajevo. Ze wilde deel van de verandering zijn, bruggen bouwen.

Nu haat tegen moslims in het Westen slachtoffers eist, is de verleiding voor westerse moslima’s groot om zich terug te trekken in de veilige cocon van de eigen gemeenschap. ‘Maar segregatie is de snelste weg naar de ondergang’, zegt ook Zilka Spahić-Šiljak. ‘Investeer in vriendschappen, doe goede dingen voor de samenleving.’

Bruggen bouwen om te overleven: na de oorlog reisde Spahić-Šiljak Bosnië, Servië en Kroatië rond, om te praten. Haar eigen gemeenschap zette haar weg als verraadster. ‘Maar zonder communicatie krijgen vooroordelen de kans te groeien. Dat is levensgevaarlijk tegenwoordig. Westerse moslimvrouwen moeten nog meer geëngageerd zijn. Als je een minderheid bent, heb je meer belang bij dialoog dan je zogenaamde vijand. Zet de eerste stap.’

Ook naar de LGBT-beweging?

Dedović weet waarom de Islamitische Gemeenschap terughoudend was om de Commissie voor Godsdienstvrijheid op te richten: ‘Ze moesten het mensenrechten-kader erkennen en dus ook de rechten van anderen in hun strijd. Als moslims ondermijnen we de geloofwaardigheid van onze strijd, door de rechten die we voor onszelf opeisen niet te erkennen voor anderen.’

De grondwet en de mensenrechten staan dus boven religieuze regels. ‘We geloven dat de Islamitische Gemeenschap de pluralistische democratie wel begrijpt: je kan erkennen dat anderen hun rechten opeisen zonder dat je hun levensstijl toejuicht’, zegt Dedović.

Dat ging niet zonder slag of stoot.

Merlinka, het Servische Queer Filmfestival, houdt voor de vijfde keer halt in Sarajevo. Het is uitgegroeid tot een ontmoetingsplaats voor de LGBT-gemeenschap van de hele Balkan. Wel vijfhonderd stadsjongeren hollen van film naar film, en bezoeken tentoonstellingen over transgenders in hun dagelijkse activiteiten. Het doet wegdromen naar een wereld waarin mensen samenleven zonder nadruk op identiteit.

‘Als moslims ondermijnen we de geloofwaardigheid van onze strijd als we de rechten die we voor onszelf eisen, anderen niet gunnen.’

‘Een veilige plaats waar ze hun identiteit voor één keer niet hoeven te onderdrukken om erkend te worden in de samenleving’, staat op de website. Ik moet denken aan hoe Sehija Dedović Nahla omschreef. Het festival is dan ook gestoeld op principes waar ook gesluierde moslima’s voor strijden: keuzevrijheid, ontvoogding van de controle over het vrouwenlichaam.

Toch bekruipt me een akelig gevoel: elke gemeenschap viert los van elkaar dezelfde vrijheid. In hun eigen, veilige, gesloten ruimte. Een kracht duwt hen allebei weg uit de publieke ruimte, verhindert ontmoeting en laat vooroordelen etteren.

Wensdroom

Het Merlinka-festival is in ieder geval niet het oord van verderf dat was ontstaan in de verbeelding van de hooligans en salafisten die in 2008 de bezoekers van het eerste Sarajevo Queer Festival met stenen en stokken aanvielen.

Azra Čaušević, toen een zoekende twintiger, keek vol ongeloof naar de televisie. ‘Deze mensen hebben recht op hun seksuele oriëntatie, of beter desoriëntatie. Laten ze zichzelf opsluiten, maar ze moeten het niet verspreiden als het nieuwe normaal’, hoorde ze de huidige president Bakir Izetbegović zeggen.

De burgemeester van Sarajevo deed er nog een schepje bovenop, net zoals priesters en imams, verenigd in hun verbale agressie tegen het festival. In het straatbeeld verschenen posters: “Dood aan de flikkers”.

Ik ontmoet Čaušević, vandaag een zelfbewuste dertiger, voor de ingang van de Academie voor Schone Kunsten, waar de aanval van hooligans en salafisten begon. ‘Angst nam de hele LGBT-gemeenschap over. Jarenlang bleven we teruggetrokken uit de publieke sfeer’, zegt ze.

© Pieter Stockmans

Azra Čaušević: ‘Angst nam de hele LGBT-gemeenschap over, jarenlang bleven we teruggetrokken uit de publieke sfeer’

© Pieter Stockmans​

De volgende dag ontmoet ik haar in het kantoor, of beter kamertje, van haar organisatie Okvir. Als Dževada Šuško hier zou zitten, zouden ze in elk geval één gespreksonderwerp gemeen hebben: Palestina. Čaušević was vier jaar geleden activiste bij de Palestijnse Popular Resistance Committees, maar het conflictgebied confronteerde haar met eigen oorlogsherinneringen.

Ze ging genderstudies volgen in Boedapest, met een beurs van George Soros, de Hongaars-Amerikaanse zakenman die volgens islamofoben én conservatieve moslims decadente westerse waarden importeert. Een vreemde alliantie tegen het vrouwenlichaam.

‘Sommige gesluierde moslima’s maken hetzelfde door als ik, maar denken dat we één beweging kunnen vormen, is een wensdroom.’

‘Toen we een theatervoorstelling wilden organiseren, wimpelden wel tien theaters ons af’, zegt Čaušević terwijl ze haar stoel, beschilderd in regenboogkleuren en met de woorden “antifascistische actie”, bijschuift.

‘Eén theaterdirecteur zei dat hij niks tegen LGBT had, maar dat zijn raad van bestuur hem zou aanvallen.’ Dezelfde redenering als werkgevers die gesluierde moslima’s weigeren aan te nemen omdat ze vrezen dat hun klanten er aanstoot aan zouden nemen.

Angst regeert. Čaušević neemt nog een haal van haar sigaret. ‘Ik weet dat sommige gesluierde moslima’s hetzelfde doormaken als ik, maar denken dat we één beweging kunnen vormen, is een wensdroom.’

Hervormen

Op een evenement naar aanleiding van World Hijab Day deelt Dževada Šuško het podium met een Bosnisch-Servische etnoloog die de traditionele Bosnische klederdracht documenteerde. De zaal zit vol vrouwen, met en zonder hoofddoek. Achteraan op de muur staat geschreven: “Saoedi-Arabië, koninkrijk van de menselijkheid”.

Naast het podium pronkt de vlag van de Muslim World League, een organisatie van de Saoedische overheid die overal ter wereld moskeeën financiert – zoals ook ook de Grote Moskee van Brussel –, en islamitische gemeenschappen aanmoedigt om het conservatieve wahhabisme te omhelzen.

Drie dagen geleden gaf president Bakir Izetbegović in dit Prinses Jawhara-amfitheater, genoemd naar de Saoedische geldschieter, nog een lezing over het pad van Bosnië naar de Europese Unie. In de zaal zaten verschillende Saoedische vertegenwoordigers. Dat is geen contradictie. Saoedi-Arabië verspreidt al lang invloed via moslimgemeenschappen in Europa.

De hoofddoek promoten is een manier om dat te doen.

Slechts één van de twintig Bosnische moslima’s draagt de hoofddoek. Dat heeft evenveel te maken met de liberale traditie van de Bosnische moslims, als met het communistische verleden. Zelfs Saoedisch oliegeld kan de verankering van de Bosnische moslims in westerse seculiere staten sinds 1878 niet zomaar ontwrichten.

‘De nikab moest weg van de communisten – maar ze hebben vrouwen ook gelijk loon voor gelijk werk en verregaande sociale rechten gegeven.’

Na de lezing geeft Šuško interviews voor een lokale televisiezender. Wat ze zegt, stemt niet overeen met de Saoedische doelen: ‘Sommige stagiaires in ons instituut dragen geen hoofddoek, dat speelt niet mee in onze afweging om iemand aan te nemen. God oordeelt over je daden, niet of je rituelen volgt. Ik zou ook stemmen voor politici die geen moslim zijn, zolang ze gekwalificeerd zijn. Zo denken veel Bosnische moslims erover.’ De Islamitische Gemeenschap laat enkel de liberale rechtsschool van de hanafieten toe.

We staan in de Ottomaanse zaal van het Bosniakinstituut. De Joegoslavische communistische leider Tito liet het sluiten. Er kwam een discotheek in de plaats. Bezwete Joegoslavische lijven dansten dronken in deze zaal, vandaag prijken opnieuw de eeuwenoude oosterse manuscripten van voor en tijdens de Ottomaanse periode tegen de muren.

© Pieter Stockmans

Twee vrouwen verkopen posters van de Joegoslavische communistische leider Josip Broz Tito

© Pieter Stockmans​

‘Tito wilde de moslims ontwortelen uit hun verleden en identiteit’, zegt Šuško onbewogen. Het Antifascistische Vrouwenfront van de Communistische Partij organiseerde in de jaren veertig publieke bijeenkomsten, waar vrouwen werden aangemoedigd om hun traditionele nikab af te werpen.

‘Voor sommigen was dat een verkrachting van hun privésfeer en intimiteit, zoals blijkt uit archiefverslagen’, zegt Šuško.

Šuško zal de komende maanden vaak in de archieven duiken. De Nederlandse Anne Frank Stichting selecteerde haar als een van de tien historici die een nieuwe, gemeenschappelijke geschiedenis van ex-Joegoslavië zullen schrijven, een project gesteund door de Europese Unie.

In die geschiedenis erkent ze de emanciperende rol van het communisme: ‘De communisten hebben ook alle kinderen naar school gestuurd, ongeletterdheid weggewerkt, en vrouwen aan het werk gezet mét gelijk loon en verregaande sociale rechten. Joegoslavië bereikte een niveau waar zelfs West-Europa nog niet was, en waar het hedendaagse Bosnië ver achter zit.’

Rebelmodus

Sommigen zouden het als voorbeeld kunnen zien dat slechts 5% van de Bosnische moslima’s vandaag de hoofddoek draagt: als West-Europa lang genoeg volhoudt om religie terug te dringen tot in de privésfeer, bereiken we hetzelfde als de Joegoslavische communisten?

‘Blijf dromen’, zegt Šuško. ‘Emancipatie omvatte toen het afzetten van de hoofddoek, vandaag kan ze juist het omgekeerde betekenen.’

‘Westerse moslima’s krijgen te maken met racisme en hebben een migratie-achtergrond, en gaan daarom sneller in de rebelmodus’

Zilka Spahić-Šiljak beaamt dat: ‘Westerse moslima’s zijn zelfbewuster. Ze weten dat er seculiere systemen bestaan, zoals in de VS, waar religie in de publieke sfeer wel kan. Ze weten hoe ze hun rechten moeten afdwingen. Ze krijgen te maken met racisme en hebben een migratieachtergrond, en gaan daarom sneller in de rebelmodus: dat hun identiteit na vier generaties nog altijd onder druk staat in het nieuwe land, maakt dat ze minder goed in staat zijn om de theologische afweging te maken dat de hoofddoek niet het belangrijkste is.’

‘Bosnië heeft sterke instituten die verzekeren dat die identiteit behouden blijft. De verantwoordelijkheid voor het behoud van een cultuur rust niet op de schouders van een Bosnisch tienermeisje.’

Dat moslims hun religieuze praktijk vandaag minder strikt beleven, heeft Dževada Šuško aanvaard als een resultaat van de geschiedenis, maar haar instituut wil Bosniërs wel opnieuw bewust maken van hun identiteit. Daarin volgt ze het pad van de gematigde actie, en is ze verdraagzamer dan de vele nationalistische bewegingen die vandaag fouten uit het verleden willen “rechtzetten”.

© Pieter Stockmans

Baščaršija, het hart van de oude stad van Sarajevo. Slechts 5% van de Bosnische moslima’s draagt de hoofddoek.

© Pieter Stockmans​

Die anti-islambewegingen dwingen westerse moslima’s in het defensief, waardoor zij niet in opstand komen tegen vrouwonvriendelijke praktijken in de eigen gemeenschap, maar tegen de islamofobie van de dominante samenleving.

‘Hun feminisme wordt islamitisch’, zegt Spahić-Šiljak. ‘Als je deze vrouwen opleidt, zullen ze zelf wel beslissen. Via het onderwijs worden zij blootgesteld aan gendergelijkheid en feminisme. Dat is ook secularisatie, alleen minder agressief dan het Antifascistisch Vrouwenfront.’

Zelf draagt Spahić-Šiljak de hoofddoek sinds 1987. ‘Een intieme keuze’, zegt ze. ‘Mijn feministische ideeën staan daar los van. Ik ben geen islamitische feminist.’

Een boodschap die ik van Dževada Šuško en Zilka Spahić-Šiljak mocht overbrengen aan westerse moslima’s: verdedig je rechten krachtiger dan vandaag, maar zet de stap naar de anderen en wees minder verkrampt om te veranderen.

Azra Čaušević heeft ook een droom: World Hijab Day, de dag waarop niet-moslims voor één dag de hoofddoek dragen; World Queer Day, de dag waarop niet-moslims én moslims zich voor een dag als queer kleden. Waarna ze samen ten strijde trekken tegen patriarchale onderdrukking.

__Dit artikel werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!