Marokko, aankomstland tegen wil en dank

Transitland Marokko is tegen wil en dank vestigingsland geworden. Eind 2014 werden bij een regularisatiecampagne ongeveer 20.000 migranten en asielzoekers, vooral uit Sub-Saharaans Afrika, geregulariseerd. Maar een statuut voor vluchtelingen is er nog niet, ook niet voor de Syrische vluchtelingen die na 2014 zijn aangekomen.

  • © Samira Bendadi Roukaya is een van de vele Senegalese ambulante verkopers in Oujda. © Samira Bendadi
  • © Samira Bendadi © Samira Bendadi
  • ©Samira Bendadi Het plein Sidi Abdelouhab in Oujda. De Syrische vluchtelingen zijn uit het straatbeeld verdwenen ©Samira Bendadi
  • ©Samira Bendadi ©Samira Bendadi

R oukaya poseert graag voor de lens en maakt het V-teken voor de foto. ‘Wat betekent dit teken voor u?’, vraag ik haar. ‘Het betekent dat ik blij ben’, antwoordt ze met een brede glimlach. Roukaya is Senegalees en woont al vier jaar in Marokko. Ze is graag hier in Oujda, een stad in het noordoosten van het land aan de grens met Algerije. Een doorgangstad voor wie Tanger in het noorden en de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla wil bereiken.

Maar Roukaya is niet via Algerije het land binnengekomen. ‘Ik ben vanuit Dakar overgevlogen naar Casablanca’, zegt ze. ‘Ik heb drie jaar in Tanger gewoond. Nu heb ik een verblijfsvergunning en ik woon hier samen met mijn man’, zegt ze trots.

Ambulante handelaars

‘Dit is Bintou, mijn schoonzus’, zegt Roukaya en ze wijst naar de dame die naast haar een eigen tafel heeft met juweeltjes, ringen, armbanden en andere accessoires van nep-goud en nep-zilver. ‘Tanger is een rozenstad. Daar willen ze geen straatverkopers hebben maar hier in Oujda zijn de autoriteiten soepel. Ze laten ons onze gang gaan’, zegt Roukaya. ‘En de mensen?’, vraag ik haar. ‘De Marokkanen zijn vriendelijk’, benadrukt ze.

Ook Mamadou, een Senegalees die slechts drie maanden in Marokko is, vindt handel drijven in Oujda best aangenaam. Hij heeft zijn tafel met juweeltjes gewoon tussen andere ambulante handelaars in de bekende winkelstraat Rue de Marakkech geplaatst.

‘Natuurlijk zal ik hier niet voor altijd blijven. Ik wil naar Europa’.

‘Mijn broer is één jaar geleden naar Marokko gekomen. Ik ben hem achterna gereisd’, vertelt Mamadou. ‘Ik blijf hier één jaar en dan ga ik naar Senegal om mijn vrouw en mijn kind te zien. Daarna kom ik terug’. Mamadou heeft geen verblijfsvergunning. ‘Natuurlijk zal ik hier niet voor altijd blijven. Ik wil naar Europa’. In een bootje stappen ziet Mamadou niet zitten. ‘Ik ga mijn leven niet op het spel zetten want ik heb een gezin’, zegt hij. ‘Ik ga wel een manier vinden om in Europa te geraken’.

Of de droom van Mamadou ooit werkelijkheid wordt is zeer de vraag. De wegen naar Europa zijn al jaren dicht. De controles zijn verscherpt. De twee Spaanse enclaves Ceuta en Melilla zijn niet toegankelijk voor Sub-Saharaanse vluchtelingen.

Een groep in beweging

‘Een cijfer plakken op het aantal migranten en vluchtelingen is moeilijk’, zegt Abedelrazzak Ouiam, coördinator van het Centrum voor Juridische Bijstand voor Vluchtelingen en Asielzoekers in Oujda. ‘We kunnen het niet weten want het gaat om een groep die constant in beweging is. Mensen komen en gaan. Uiteindelijk is hun doel Europa bereiken. Oujda blijft interessant want mensen blijven komen via Algerije ondanks het hek dat Marokko geplaatst heeft en de muur die Algerije aan het bouwen is aan de grens tussen de twee landen’.

Het zijn vooral de Syrische vluchtelingen die getroffen worden door de verscherpte controles

Toch hebben de nieuwe maatregelen hun effect niet gemist. Volgens een circulaire memo van het bureau van UNCHR, het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN in de hoofdstad Rabat, zijn het vooral de Syrische vluchtelingen die getroffen worden door de verscherpte controles tussen Marokko en Algerije. De smokkelaars hebben hun prijzen verhoogd. Wie de grens wil oversteken, moet per persoon tussen 1000 en 2000 dirham (90 en 180 euro) ophoesten. Syrische gezinnen hebben kinderen en zijn daardoor ook minder mobiel. Er zijn heel wat Syrische families die om die reden gescheiden blijven. Het aantal Sub-Saharanen die de grens oversteken is echter gestegen. Volgens het Commissariaat steken tussen honderd en tweehonderd mensen maandelijks de grens over.

Een dalende trend

Naast de verscherpte controles aan de grens met Algerije, is er ook het invoeren van de visumplicht. Vroeger konden de Syriërs probleemloos reizen naar de Maghreb-landen. Nu moeten ze zowel voor Marokko als voor Algerije een visum aanvragen. Deze situatie vertaalt zich in de cijfers van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen. Het aantal Syriërs dat tot in Marokko geraakt blijft dalen.

©Samira Bendadi

Het plein Sidi Abdelouhab in Oujda. De Syrische vluchtelingen zijn uit het straatbeeld verdwenen

Ook in het straatbeeld in Oujda zijn ze niet meer zichtbaar. ‘De voorbije jaren waren er heel wat Syrische vluchtelingen die aalmoes vroegen hier op het plein van Sidi Abdelouhab. Nu mogen ze dat van de politie niet meer doen’, zegt een jonge man die in een kruidenierszaak in de buurt van het plein werkt.

Wachten op een statuut

‘Het probleem van de Syrische vluchtelingen in Marokko’, zegt Abederrazak Ouiam, ‘is dat ze in een afwachtende houding worden geplaatst. Wie na 2014 aangekomen is, heeft nog altijd geen statuut’.

‘Toch is het nog altijd afwachten op een wet of op een beslissing om het statuut van deze vluchtelingen vast te leggen’.

Marokko heeft na de onafhankelijkheid de conventie van Genève van 1951 geratificeerd. Maar deze ratificatie werd nooit vertaald naar een wet. ‘Daarnaast heeft Marokko de conventie van de Afrikaanse Unie van 1969 ondertekend. Deze conventie beschouwt ook oorlog en onrust als criteria om asiel aan te vragen. Er is daarnaast artikel dertig van de Marokkaanse grondwet dat de kwestie van asiel behandelt. Toch is het nog altijd afwachten op een wet of op een beslissing om het statuut van deze vluchtelingen vast te leggen’, zegt de coördinator van het Centrum voor Juridische Bijstand voor Vluchtelingen en Asielzoekers in Oujda. ‘Men spreekt over het toekennen van het statuut van tijdelijke bescherming’, zegt Abderrazak Ouiam, ‘maar we hebben nog niets concreet gezien’.

Het Centrum voor Juridische Bijstand voor Vluchtelingen en Asielzoekers is in het leven geroepen door de Marokkaanse Organisatie voor Mensenrechten (OMDH), de partner van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen in Marokko in het afhandelen van asielaanvragen. ‘Het UNCHR mag niet afdelingen openen op andere plaatsen dan de hoofdstad. Onze rol is mensen die een asielaanvraag willen indienen te ontvangen. We registreren hun gegevens en geven ze door aan het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen in Rabat. De interviews en de uiteindelijke erkenning gebeuren dus door de UNCHR en niet door ons’, zegt Abderrazak Ouiam.

Momenteel zijn er 2861 Syrische vluchtelingen die geregistreerd zijn door Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen in Rabat. De Marokkaanse overheid had eind maart beloofd om ze te regulariseren. Maar dat is tot nu toe niet gebeurd. Wel kregen de asielzoekers een document dat aantoont dat ze erkend zijn door het commissariaat. Op die manier krijgen ze basisrechten en toegang tot diensten en tot de arbeidsmarkt.

‘Kinderen van asielzoekers en migranten, of ze nu erkend zijn of niet, of ze een verblijfsvergunning hebben of niet, hebben toegang tot onderwijs’, zegt Abderrazak Ouiam. ‘Bij ons kunnen ze terecht voor juridische bijstand. We behandelen hun klachten en zoeken met hen naar oplossingen. Wij bemiddelen bij conflicten en staan hen bij juridische procedures bij. We werken met verschillende organisaties van het middenveld waaronder de Belgische NGO Dokters van de Wereld’.

Gedoogbeleid

Werk vinden is uiteraard moeilijk, zelfs voor mensen met een verblijfsvergunning. Want, wettelijk gezien, moeten vreemdelingen met een verblijfsdocument een aanvraag indienen bij het Ministerie van Arbeid om te kunnen werken. Vaak komen de nieuwkomers terecht in het informele circuit. ‘Er is een gedoogbeleid op dat vlak, zegt Abderrazak Ouiam. ‘De nieuwkomers werken in verschillende sectoren: als ambulante verkopers, als arbeiders, in de landbouw, … Uiteindelijk moeten ze hun plan trekken zoals het geval is van veel Marokkaanse burgers’.

‘Onder de Syrische vluchtelingen zijn er veel vakmannen. Zo zijn er heel wat Syrische ambachtelijke tandartsen actief’, zegt Abdelkader, een vijftiger die in een garage werkt en hij toont me het visitekaartje van zo’n ‘tandarts’ die zijn diensten aan huis aanbiedt. ‘Er is een grote diversiteit binnen de Syrische vluchtelingen. Er zijn er die erin geslaagd zijn om een deftig leven hier op te bouwen en er zijn er natuurlijk die het minder goed hebben’, zegt Abderrazak Ouiam.

‘Veel sensibiliseringswerk nodig rond thema’s als mensenrechten, asiel en recht op bescherming’.

Opmerkingen over het feit dat Marokko een ontwikkelingsland is dat zelf migranten exporteert of over het feit dat de nieuwkomers plaatsen nemen van werkloze Marokkaanse jongeren worden hier en daar gemaakt maar ernstige incidenten tussen de vluchtelingen en inwoners in Oujda zijn tot nu toe uitgebleven. ‘Feit is dat er veel sensibiliseringswerk nodig is rond thema’s als mensenrechten, asiel en recht op bescherming’ vindt Abderrazak Ouiam. ‘En vooral ten opzichte van de autoriteiten. Want ze zijn uiteindelijk de eersten met wie de asielzoeker in contact komt en ze staan in een machtspositie’.

De coördinator van het Centrum van Juridische Bijstand in Oujda is ervan overtuigd dat de nieuwe migranten en asielzoekers een meerwaarde vormen voor de Marokkaanse samenleving. ‘Ze zijn een culturele en economische meerwaarde’, zegt hij ‘en bovenal door rond hun rechten te sensibiliseren en voor hen op te komen, krijgt de dynamiek rond het thema van mensenrechten in Marokko een stevige duw in de rug’.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur