Veerkracht en (wan)hoop, een jaar na de verwoestende stormen Idai en Kenneth

Orkanen bevestigen: Mozambique bevindt zich in de frontlinie van mondiale klimaatcrisis

© Arne Gillis

De achterkant van de oude trouwhal van Beira

Zelfs een sluipende epidemie doet de uitgebouwde gezondheidszorg in Europa kraken. In Mozambique weten ze wat het betekent als de ramp zich op enkele uren voltrekt. De orkaan Idai verwoestte delen van Mozambique, exact een jaar geleden. Met alle beschikbare en bescheiden middelen neemt het land zijn positie in op de frontlinie van de strijd tegen de klimaatcrisis.

‘Idai was de nachtmerrie die zich voltrok voor onze geopende ogen’, herinnert Mauro Tratibo zich. De jongen van 20 woont met zijn moeder en zussen in het Grande Hotel, een voormalig luxeresort gelegen in Mozambique’s tweede stad, Beira. Al decennialang doet het hotel dienst als kraakpand voor de armste inwoners van de stad. ‘Als het buiten stormt, slaapt niemand hier. Dan brengen de herinneringen ons terug naar die verschrikkelijke nacht.’

Het Grande Hotel ligt pal aan de kust, en ving die nacht, 14 maart 2019, de eerste klap op van de krachtigste orkaan die tot dan toe aan land was gegaan op het Afrikaanse continent.

Windstoten tot 280 kilometer per uur geselden Beira en directe omgeving. Zware overstromingen volgden er nagenoeg direct op. Nadien richtte de cycloon in afgezwakte vorm nog schade aan tot in de buurlanden Malawi en Zimbabwe.

De dunne golfplaatjes veranderden in rondvliegende scheermessen.

Beira werd nagenoeg van de kaart geveegd. Van de ene nacht op de andere kwam de stad op de bodem van een binnenzee van 50 vierkante kilometer te liggen. Zowat 90 procent van de gebouwen liep water- en windschade op, van nog eens 90 procent werd het dak eraf geblazen. De dunne golfplaatjes veranderden in rondvliegende scheermessen die mensen verwondden en doodden.

In de combinatie van wind en plotse overstromingen vonden minstens 602 mensen de dood, in Mozambique alleen. Toen Idai enkele dagen later was uitgeraast, bleken er nog duizenden mensen vermist. Het vermoedelijke dodental ligt dus waarschijnlijk nog een stuk hoger. Ook in Malawi en Zimbabwe stierven honderden mensen.

Amper zes weken na Idai kwam orkaan Kenneth aan land, in de provincie Cabo Delgado in Noord-Mozambique. Idai kon de fakkel van ‘krachtigste cycloon op het Afrikaanse continent’ al meteen afgeven, nadat bleek dat Kenneth windstoten tot 305 kilometer per uur in zich had.

Twee monsters van orkanen op zo’n korte tijd – het was in Mozambique du jamais vu.

© Arne Gillis

De verstoorde balans van geven en nemen

Eeuwenlang gaf en nam het water in deze stad. De haven vormt de bevoorradingslijn voor het Mozambikaanse binnenland en de van zee gespeende buurlanden Malawi, Zambia en Zimbabwe. Voor Beira’s kust ligt de Bank van Sofala, één van de rijkste vismijnen van zuidelijk Afrika. Het economische leven van Beira is met de haven en de visserij nagenoeg volledig op het vlakbijgelegen water gebaseerd.

En dan, op geregelde tijdstippen, gemiddeld eenmaal per tien jaar, kreeg de regio een orkaan te verwerken. ‘Het water eist zijn deel terug op’, zo leken de inwoners deze natuurlijke cyclus te beschouwen. En daar is voor alle duidelijkheid niets romantisch aan. In 2007 maakte cycloon Favio nog 10 doden. Jokwe (2008): 16 doden. Dineo (2017): 271 doden.

‘In plaats van te grappen, hadden we moeten vluchten.’

Sinds het monster dat Idai heette, groeit het besef dat de balans tussen geven en nemen verstoord is – in het nadeel van de inwoners.

Ook voor Mauro Tratibo was Idai een kantelpunt. ‘Niemand die ik ken, herinnert zich zo’n krachtige cycloon. We waren nochtans gewaarschuwd, maar we maakten er grapjes over. Niemand kon geloven dat Idai zo intens zou zijn. In plaats van te grappen, hadden we moeten vluchten’, zegt de jongen.

Tratibo’s aanvoelen strookt met de voorspellingen van experts: de klimaatverandering lokt meer cyclonen uit voor de kust van Mozambique, die bovendien veel intenser zullen zijn dan wat de inwoners tot nu toe gewoon waren. ‘We moeten rekening houden met een scenario van twee à drie Idais per decennium’, zegt Ricardo Rossi, die zich als vertegenwoordiger van de Europese Unie bezighoudt met de klimaatverandering in Mozambique. Rossi is formeel: ‘Mozambique bevindt zich daarmee in de frontlinie van de wereldwijde klimaatcrisis.’

En in Beira komt het water niet alleen vanuit de wolken – ook van onderuit kampt de stad met een probleem. Met wie je ook spreekt in Beira, iedereen is het erover eens dat het zeewater stijgt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Nergens is dat beter te zien dat aan de oude trouwhal, gelegen tegenover het Grande Hotel. Vroeger huwde de burgemeester er verliefde koppeltjes, maar vandaag is de hal verlaten, op wat spelende kinderen na. Het gebouw wordt letterlijk weggevreten door het wassende water. Vijftig meter verder in de zee zien we enkele kruinen van bomen boven het water uitsteken. Een raadsel hoe ze zich kunnen handhaven in het zoute zeewater.

Nachtelijk onweer in Beira versterkt het gevoel dat de klimaatcrisis van deze stad een vogel voor de kat maakt.

En wie er een topografische kaart bijneemt, merkt al snel op dat er nog een factor is die Beira opzadelt met een heuse clusterfuck: de geografie van de regio.

De laagvlakte waarin de stad zich bevindt, ligt aan de monding van twee rivieren. Tot de heuvels van het centrale binnenland beginnen zijn er nauwelijks hoogteverschillen – een afstand van meer dan honderd kilometer. Het water kan niet weg – het gebied fungeert als een enorme zwaaikom voor eender wat er aan land komt. Dat wordt al snel duidelijk bij het minste beetje regen. Vrijwel direct na de eerste druppels verschijnen er enorme plassen in de straten van Mozambique’s tweede stad.

Wanneer het dan ’s nachts onweert, leveren al die factoren een unheimlich gevoel op, in niets te vergelijken met het eerder spannende gevoel van ontzag dat je elders zou gewaarworden tijdens een tropische storm: het gevoel dat de klimaatcrisis van deze stad een vogel voor de kat maakt.

© Arne Gillis

Chaos en wanhoop

Want uiteraard komt een natuurramp nooit alleen – zo bleek alweer uit de nasleep van Idai.

In de eerste plaats volgde een knoert van een gezondheidscrisis. De hoofdverpleegster van het centrale Hospitaal van Beira, Idaia Zeferina Simao, herinnert zich de totale chaos in de nasleep van Idai.

‘De daken van de materniteitsafdeling en de operatiezaal waren ingestort. In allerijl moesten we dertig baby’s evacueren. Het water kwam intussen van overal. We konden niet communiceren met de buitenwereld omdat de elektriciteit was uitgevallen. Het medische materiaal raakte maar niet gesteriliseerd, waardoor de eenvoudigste medische klussen onuitvoerbaar werden. Verplegers en dokters begonnen puin te ruimen.’

Ook op langere termijn waren de gevolgen zwaar. In het ziekenhuis van Beira treffen we Fino Massalambane, directeur van het Gezondheidsbureau van Beira. De dokter beschrijft hoe Idai het al fragiele gezondheidssyteem deed ontsporen.

‘In deze stad waren er twintig medische voorzieningen. De cycloon heeft ze allemaal vernietigd.’

‘In deze stad waren er twintig medische voorzieningen. De cycloon heeft ze allemaal vernietigd. De kindersterfte nam toe. Het water trok malariamuggen aan. Het drinkwater in de putten was tot op hetzelfde niveau gekomen als de latrines, waardoor beide gemixt geraakten. Daar moest natuurlijk een cholera-uitbraak van komen. 13 procent van de bevolking heeft aids. Op zoek gaan naar aidsremmers is geen prioriteit voor wie alles verloren heeft. Waar gingen we de medicijnen trouwens stockeren, als het overal binnenregent? En los van alle medische hulp hebben getroffenen ook psychosociale hulp nodig, nog steeds’, somt Massalambane op.

Hoop en veerkracht

En toch. Wie vandaag door het centrum van Beira rijdt, merkt op dat er eigenlijk iets vreemds aan de hand is. Slechts hier en daar mankeert nog een dak, elders ligt nog een zeldzame hoop puin te wachten om geruimd te worden. Het is amper te bevroeden dat hier een jaar geleden een orkaan van bijbelse omvang doorraasde.

© Arne Gillis

‘Beira zelf is enorm snel rechtgekrabbeld’, bevestigt een Belgische in de hoofdstad Maputo. ‘Dat is voor een groot stuk te danken aan de veerkracht en de solidariteit van de inwoners. Getroffen families vonden onderdak bij elkaar en hielpen elkaar bij de opbouw van vernielde woningen.’

Getroffen families vonden onderdak bij elkaar en hielpen elkaar bij de opbouw van vernielde woningen.

Die solidariteit kwam vooral uit de harten van de Mozambikanen zelf. Dat werd onmiddellijk duidelijk tijdens de fatale Idai-nacht: dokters en verplegers die de shifts aaneenrijgden, gewone mensen uit de wijk die samenwerkten om de wegen weer vrij te maken.

Maar ook ngo’s en de internationale gemeenschap droegen steentjes bij in de opbouw van de streek. Zo is er de indrukwekkende werking van het opleidingscentrum Young Africa, met faculteiten in Beira en het nabijgelegen Dondo. Jeugd uit het arme hinterland van Beira wordt hier opgeleid tot geschoolde vakmannen en –vrouwen.

Er zijn 25 modules die de leerlingen kunnen volgen, gaande van meubelbouw over kokschool, automechanica en landbouw. In één van de modules krijgen de leerlingen technieken aangeleerd om duurzaam te bouwen. Ze hebben hier duidelijk lessen getrokken uit Idai – en dan vooral uit de rondwaaiende daken van golfplaat, die tijdens de ramp veranderden in rondvliegende scheermessen. ‘We gebruiken nu bijvoorbeeld daken van dikker, modern materiaal, dat beter bestand is tegen wind en regen’, klinkt het.

Zo combineert Young Africa twee noden van de Mozambikanen, die als maatschappij – bijna dertig jaar na het einde van de burgeroorlog – nog steeds aan het uiterste eindje bungelt van de Human Development Index van de Verenigde Naties. Enerzijds creëert het project toekomstperspectief voor de jeugd, anderzijds probeert men het land waar mogelijk beter voor te bereiden op effecten van de klimaatcrisis. Het project wordt mede gefinancierd door de Europese Unie.

Nog uit ngo-hoek werd een systeem bedacht om noodgevallen sneller in de medische centra te krijgen. Met financiële hulp van DG ECHO (Directoraat-generaal van de Europese Commissie voor Civiele Bescherming en Humanitaire Hulp) tekende de ngo Médicos com Africa in samenspraak met de lokale overheid een systeem voor medische noodgevallen uit.

Het relatief kleinschalige project is erin geslaagd om de moedersterfte terug te dringen van tien procent naar één procent.

‘Vijf ambulances staan sinds juni 2019 permanent klaar om medische noodgevallen te vervoeren naar een totaal van vijftien gezondheidsposten verspreid over de hele stad’, legt Giovanna de Meneghi uit, de Italiaanse coördinatrice van het project. ‘Om kwaliteitsvolle dienstverlening te voorzien, hebben we bovendien 35 lokale verplegers opgeleid en aangenomen. Zij zorgen voor eerste hulp, maar zorgen er ook voor dat er een correcte triage van de patiënten kan gebeuren. Zo wordt het gezondheidssysteem niet nodeloos overbelast.’

Het ambulancesysteem werkt 24 op 7, en is bovendien gratis. Een unicum in de Mozambikaanse geschiedenis. ‘Dat is nodig, omdat het gezondheidssysteem in Mozambique al zwak was, ook voor Idai.’ De resultaten zijn er. Het relatief kleinschalige project is er bijvoorbeeld in geslaagd om de moedersterfte terug te dringen van tien procent naar één procent.

Vlaanderen en Mozambique

Onmiddellijk na de verwoestende doortochten van Idai en Kenneth besliste de Vlaamse regering om 250.000 euro vrij te maken voor de meest dringende noden. ‘Dat is beperkt’, zegt Kaat Matthys, attaché van de Vlaamse Ontwikkelingssamenwerking in Mozambique, ‘omdat we met andere platforms mikken op structurele verbeteringen in de humanitaire sector. Het is een bewuste keuze om meer op lange termijn te denken, en dat werpt ook zijn vruchten af. Omdat we al langer aanwezig zijn in Mozambique, waren onze partnerorganisaties zoals Rode Kruis Vlaanderen al vanaf dag één na de ramp aanwezig op het terrein.’

Het Rode Kruis Vlaanderen is actief in de grensregio tussen Malawi en Mozambique. Het door Vlaanderen ondersteunde project rond klimaatgerelateerde rampenparaatheid heeft tot doel de weerbaarheid van lokale gemeenschappen te versterken. Het project werkt in op de institutionele capaciteit voor het voorbereiden op klimaatrampen, het versterken van de paraatheid, het sensibiliseren van de bevolking voorafgaand aan de ramp, … Vlaanderen draagt bij met 2,5 miljoen euro.

Een ander platform waar Vlaanderen toe bijdraagt, is Cosaca – een consortium van de ngo’s Save the Children, Care en Oxfam. De Vlaamse overheid ondersteunt dit consortium bij de uitbouw van een coördinatiestructuur. Cosaca neemt een coördinerende en vertegenwoordigende rol op in de humanitaire sector in Mozambique, en focust op capaciteitsversterking van lokale partners voor onder andere rampenparaatheid.

Daarnaast zet Cosaca in op onderzoek en beleidsbeïnvloeding ter verbetering van de humanitaire respons, en vraagt hierbij onder andere aandacht voor gender en rechtvaardige hervestigingspraktijken. Op die manier wordt een sterkere, meer gecoördineerde samenwerking van de hulporganisaties op het terrein bevorderd. Zo kon de Mozambikaanse overheid tijdens de cyclonen Idai en Kenneth beroep doen op het consortium en werd het aangesteld als co-coördinator van alle hulporganisaties voor de uitvoering van het internationaal humanitair actieplan. De leden van Cosaca coördineerden ook de verdeling van reeds gestockeerde hulpgoederen in samenwerking met lokale partners en ze pleiten voor leefbare omstandigheden in de kampen. Vlaanderen draagt bij met een som van net geen 500.000 euro.

In het medische centrum van de dichtbevolkte wijk Chingussura treffen we Alzira. De negentienjarige vrouw heeft haar zoontje Yanik op de arm en vertelt hoe ze voor zijn geboorte werd geholpen door het vernieuwde ambulancesysteem. Er volgt een kleine uitsmijter. ‘Het was Idai die mij en mijn man samenbracht. Dankzij de cycloon is Yanik geboren’, glundert de vrouw.

© Arne Gillis

Yanik wordt goed ingeduffeld, onder het dekentje van zijn moeder. Maar hij is er, en steekt zich niet weg. Yanik, een ontluikend pareltje van hoop, midden in de oceaan van ellende die Idai veroorzaakte.

Visser zkt. vis

Als de stad Beira zichzelf voorlopig weet te redden, met de hulp van de internationale gemeenschap, dan is de situatie anders op het platteland. Op zo’n 60 kilometer van Beira, in het binnenland, bevinden zich in het hervestigingskamp van Savane 265 families. Ze komen uit verschillende gemeenschappen in de provincie Sofala, waarvan Beira de hoofdstad is.

De Mozambikaanse regering besloot dat de gronden die ze voordien bewoonden te zeer waren blootgesteld aan klimaatrisico’s. Daarop werden ze – vrijwillig maar met wellicht met lichte drang – hier ondergebracht.

Hervestigde vissersfamilies rukken zich de haren uit het hoofd nu ze zestig kilometer van de zee wonen.

Het zijn grotendeels vissersfamilies, die zich de haren uit het hoofd trekken nu ze zestig kilometer van de zee wonen. De situatie dwingt hen tot ongekende manieren van voedselvergaring: de families moeten zich bijscholen in landbouwtechnieken.

Bij Tomaso schijnt dat aardig te lukken. De jongeman woont met zijn vrouw en twee kindjes in een zelfgemaakt huis. Zijn veldje van 50 meter bij 75 ligt wat verderop – hij verbouwt er mais, watermeloen en sesam. ‘We hebben zelfs genoeg om wat van de oogst te verkopen’, glundert hij. ‘We zijn nog niet volledig uitgerust, maar ik werk eraan’, klinkt het positief. Tomaso is een uitzondering – nagenoeg iedereen is hier nog steeds afhankelijk van voedselhulp van het World Food Program.

© Arne Gillis


Een kapster uit Beira ziet haar inkomen kelderen, nu ze geen klanten meer kan bedienen omdat er geen elektriciteit is in het kamp. ‘Mensen hebben hier toch geen geld. Ik knip ze dan maar gratis’, lacht ze.

Ondanks de zware omstandigheden lijkt het allemaal peis en vree in Savane. Maar onder de oppervlakte broeden er toch wat spanningen. De grootste wrevel komt van mensen die naar Beira trekken om te overleven, maar toch aanschuiven bij de voedselbedeling van het WFP. ‘Het is niet eerlijk’, klaagt Marta Albino. ‘Maar wat doe je eraan?’

Een open vraag in dit land, dat zich met alle beschikbare middelen probeert voor te bereiden op de uitdagingen van de klimaatcrisis.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur