De muurschilderingen van San José de Apartadó in Colombia

Onder een verflaag van hoop, schuilt de haat

© FOS

‘Geef de vrede een hand’

Het is verkiezingstijd in Colombia. Ook in het zonnige dorpje San José de Apartadó hangt op bijna elk huis een affiche. Aan het aantal purperen posters te zien, kent de links-progressieve partij Unión Patriótica de meeste aanhang bij de buurtbewoners.

Slogans van de politieke partij FARC zijn er niet te bespeuren. Nochtans had de gelijknamige marxistische guerrillabeweging vroeger, voor haar ontmanteling naar aanleiding van het vredesakkoord, hier veel invloed.

ZONDAG PRESIDENTSVERKIEZINGEN 
Op zondag 17 juni trekken de Colombianen naar de stembus voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. De winnaar neemt het roer over van de conservatieve politicus Juan Manuel Santos die in 2016 de nobelprijs voor de vrede kreeg naar aanleiding van het vredesproces in Colombia.
Voor het eerst sinds 1948 maakt een progressieve presidentskandidaat een kans om het te halen. Alle serieuze linkse kandidaten die Gustavo Petro vooraf gingen, zijn allemaal kort voor de verkiezingen vermoord. Dat alleen al maakt deze verkiezingen historisch. Petro wil vooral de corruptie en ongelijkheid aanpakken. Programmapunten waardoor hij sterke tegenkanting kent bij de economische elite.
Uribe, de meest invloedrijke politicus in Colombia die intussen nadrukkelijk gelinkt wordt aan drugskartels, schoof Iván Duque naar voren. De stroman van Uribe belooft een conservatief en neoliberaal beleid, gecombineerd met hardhandig optreden van politie en leger tegenover wie niet in de lijn loopt. In de rurale gebieden vreest men dan ook een heropflakkering van militair en paramilitair geweld wanneer hij aan de macht zou komen.
De verkiezingen staan zo in het teken van een extreme polarisatie. Voor of tegen het vredesakkoord? Voor of tegen de invloed van extreemrechts? Voor of tegen verandering?
De rechtse partij van de U is wel vertegenwoordigd. Een grote banner werpt een schaduw op een van de hoofdwegen van het dorp. Raar, want partijleider Uribe liet zich enkele jaren terug laatdunkend uit over de slachtoffers van de ‘slachting van San José de Apartadó’. In 2005 werden toen acht mannen, vrouwen en kinderen vermoord door het leger en extreemrechtse gewapende milities, ofwel paramilitairen.

Graffiti voor vrede

Toch trekken de politieke logo’s en slogans weinig aandacht. Het verkiezingsdrukwerk verbleekt naast de prachtige muurschilderingen die het dorp rijk is. Terwijl terreinwagens van het leger op de achtergrond voorbijrazen, inspecteren waarnemers van de Verenigde Naties de kleurrijke graffiti.

De felle boodschappen van vrede en hoop zijn dan ook befaamd in de regio. Ze verhullen namelijk een donker verhaal. Onder de opvallende verflaag schuilen doodsbedreigingen aan het adres van de dorpelingen.

De felle boodschappen van vrede en hoop zijn dan ook befaamd in de regio. Ze verhullen namelijk een donker verhaal. Onder de opvallende verflaag schuilen doodsbedreigingen aan het adres van de dorpelingen.

Enkele maanden geleden werden de huizen ’s nachts beklad door leden van de paramilitaire organisatie Autodefensas Gaitanistas de Colombia (AGC). Nochtans staat de hele zone onder permanente bewaking van de politie en het Colombiaanse leger.

‘Het is vreselijk om wakker te worden met haatberichten op je voorgevel’, vertelt Jesús Cataño. ‘We hadden nog nooit zo’n vorm van vandalisme gezien.’ De 29-jarige Jesús is verkozen in de gemeenschapsraad. Sociaal engagement zit hem in het bloed, want ook Bartolome Cataño was ooit dorpsleider. Het lot van de grootvader van Jesús bewijst dat het dorp de bedreigingen best ernstig neemt. 20 jaar geleden werd hij vermoord door paramilitairen.

© FOS

: Dorpsleider Jesús Cataño getuigt over de druk op vredesactivisten: ‘We organiseerden ooit een studentenstaking tegen de aanwezigheid van het leger, ik belandde daarvoor in de gevangenis’

Een vale muurschildering iets verder, houdt al jaren zijn herinnering levend. De geschiedenis van San José de Apartadó en muurschilderingen gaan hand in hand.

Jesús wandelt richting de grote vredesduif die centraal het dorp opfleurt. ‘We zullen ons niet terugtrekken’, hadden de paramilitairen erop geklad. Twee dagen later verscheen een kleurrijke hand die overgaat in een witte duif met iconische olijftak tussen de snavel. Verschillende organisaties besloten samen met de dorpelingen de terreurboodschappen te overschilderen.

‘Dit is ons antwoord op de haat’, zegt Jesús. ‘We reageren niet met agressie, maar fleuren onze huizen op met slogans van vrede.’

© FOS

‘We roepen luidkeels: we zijn een regio van voorspoed en vrede’

© FOS

‘Wat een muzieknoot! Hier luisteren we naar het ritme van cultuur en vrede’

© FOS

‘We slaan de pagina om en schrijven een nieuwe geschiedenis waarin verzoening de protagonist is’

© FOS

‘Plant de vrede. Elke dag plukt een boer de vruchten, van de zaden die de jeugd heeft gepland voor een betere toekomst’

Grond

‘Onze grond is de belangrijkste reden voor het geweld’, legt Jesús uit. Het gebied is rijk aan grondstoffen en erg geschikt voor de teelt van cacao en bananen. ‘Grond die multinationals en paramilitairen maar al te graag zouden ontginnen. Het dorp heeft zich daar duidelijk tegen uitgesproken. Stroomopwaarts is er ook al een mijn, daardoor is ons drinkwater vervuild. We willen niet nog meer vervuiling.’

‘Onze grond is de belangrijkste reden voor het geweld. Grond die multinationals en paramilitairen maar al te graag zouden ontginnen.’

Het verzet tegen landroof was een van de belangrijkste strijdmotieven van de ontmantelde guerrillabeweging FARC. Die verzetsbeweging was lang actief in de regio.

‘De staat en het leger zagen daarom iedereen als medeplichtig aan de FARC. Voor hen waren we plots allemaal guerrillastrijders”, vertelt Jesús. Ook de staat doet aanspraak op de vruchtbare grond, die de dorpelingen vaak traditioneel doorgeven zonder echte akte. Zo werden ze zelf doelwit van het leger.

Voor Jesús is het duidelijk: de regering is medeplichtig aan het geweld. Niet alleen voor wat ze gedaan hebben, maar ook voor wat ze hebben laten gebeuren. “Er stierven zo veel mensen, zonder dat de regering iets deed.’

Sinds 387 van de 422 kiezers hier voor het vredesakkoord stemden, zijn er geen doden meer gevallen. Toch is de dreiging van geweld toegenomen. De ontwapening van de FARC leidde hier tot een machtsgreep van paramilitairen.

Groeperingen zoals Autodefensas Gaitanistas de Colombia doen vaak zelf aan drugshandel en illegale mijnbouw, maar daarvoor hebben ze grond en arbeidskrachten nodig. Omkoping en afpersing zijn schering en inslag. Ze ronselen ook gedesillusioneerde jongeren uit de buurt, die opgroeiden midden in het geweld en geen vooruitzichten hebben. Ook andere paramilitaire groeperingen met uitgesproken extreemrechtse sympathieën terroriseren de regio. Worden ze aangestuurd door multinationals of drugskartels? Het is moeilijk om het met zekerheid te zeggen.

Wat wel duidelijk is, is de ontgoocheling in het vredesproces. Dat haatboodschappen van paramilitairen konden geplaatst worden onder het oog van het leger, versterkt alleen maar de teleurstelling. Hier vinden velen dat de FARC zich aan de afspraken houdt, maar de Colombiaanse staat en haar instellingen van hun kant te weinig moeite doen voor vrede. De politieke partij FARC is hier nu amper zichtbaar door de intimidatie van hun militanten door de extreemrechtse milities.

© FOS

Politie houdt de wacht voor een buurthuis. De dorpsbewoners overschilderden de haatboodschappen die paramilitairen aanbrachten ondanks de continue bewaking in het dorp.

© FOS

Een in memoriam voor dorpsleider Bartolome Cataño, in 1990 vermoord door paramilitairen.

© FOS

: In de vervuilde rivier van San José de Apartadó wordt er naar grondstoffen gezocht. De waterzuiveringsinstallatie van het dorp is al enkele keren gesaboteerd, in een poging om de bewoners te verjagen.

Bezetting

Enkele tientallen meters verder wordt op de lagere school het volume de hoogte in gejaagd. Jesús probeert verder zijn relaas te doen, maar tevergeefs. Militairen animeren vandaag de allerjongste dorpelingen en daarvoor moet de speaker zo te horen op het maximum. Een springkasteel en trampoline zijn essentiële onderdelen van het charmeoffensief, er is zelfs een opblaasmascotte van een militair in camouflagepak.

Het schouwspel lijkt in te gaan tegen tal van internationale afspraken om scholen veilig en neutraal te houden in conflictzones.

© FOS

Een bord aan de rand van de vredesgemeenschap toont het intern regelement. Wie toetreedt mag bijvoorbeeld geen wapens bezitten en zich niet in het gewapend conflict mengen.

‘Ze zitten nu al in de scholen’, zucht Jesús. Net als heel wat dorpsbewoners wordt hij moedeloos van de aanwezigheid van het leger en de politie. Zeker omdat ze paramilitairen bewust vrij spel geven, althans volgens hardnekkige geruchten.

De animator-militairen zijn vandaag ongewapend, maar dat kan niet gezegd worden van de tientallen andere soldaten en politieagenten in het dorp. Ze begeleiden het VN-konvooi en marcheren door de straten, vaak met hun vinger ostentatief op de trekker van hun geweer. Ze stralen een intimiderend aura van macht uit, maar waren niet bij machte om het vandalisme van paramilitairen te verhinderen. Het ligt hier zwaar op de maag.

Weerwerk

Om de hoek verschijnt een vrouw van middelbare leeftijd. Ze stapt richting Jesús en valt hem wenend in de armen. De vrouw verloor haar kind tijdens het bloedbad in 2005. De aanhoudende bedreigingen en de aanwezigheid van het leger maakt emoties los. Het bezoek van mensenrechtenorganisaties die telkens opnieuw vragen stellen, evenzeer.

De bezoeken zijn een manier om het geweld tegen te houden. De dorpelingen hebben zich georganiseerd en werken samen met internationale organisaties. Zo klagen ze mensenrechtenschendingen aan, waarop organisaties zoals de Verenigde Naties de spanningen komen opmeten. De inwoners doen hun best om de aandacht op het dorp te blijven vestigen om zo de paramilitairen af te schrikken. De foto’s van de knappe muurschilderingen zijn bijvoorbeeld naarstig gedeeld op sociale media en in de pers.

‘Wanneer iedereen vlucht, hebben de paramilitairen gewonnen’

Een alternatief zijn de vredesgemeenschappen. Vlakbij het centrum van San José de Apartadó wonen tal van dorpelingen samen die het conflict hebben afgezworen. Wie zich vestigt op hun gemeenschappelijk beheerd stuk grond, mag geen contact hebben met gewapende partijen. Maar ook alcohol of het kweken van uitheemse gewassen is er verboden. Toch zijn ook daar invallen en moorden door paramilitairen vastgesteld.

Het voortbestaan van het dorp zal vallen of staan met veiligheid. ‘Wanneer iedereen vlucht, hebben de paramilitairen gewonnen’, verklaart Jesús.

Volgens de Colombiaanse mensenrechtenorganisatie OIDHACO zijn er sinds de ondertekening van het vredesakkoord 150 000 mensen gevlucht voor geweld. Wie de landbouwgebieden verlaat, belandt meestal op plaatsen waar landroof wel is kunnen doorgaan. Waar de grond en dus de economie in handen is van een kleine elite, zoals op de nabijgelegen bananenplantages van Urabá.

Blijven en weerwerk bieden betekent in Colombia sowieso botsen op intimidatie, iets wat onderdeel is geworden van de strijd voor rechten. ‘Alle leiders zijn bedreigd, sommige persoonlijk op straat en andere via de telefoon’, liet Johan Giraldo, woordvoerder van het Proceso Social de Garantías Antioquia vorig jaar nog optekenen over mensenrechtenactivisme in San José de Apartadó.

Maar weerwerk is voor velen als Jesús de enige mogelijkheid. Met woord en daad, met verf en slogans.

Dries Merre is communicatiemedewerker bij de Vlaamse solidariteitsorganisatie FOS en trekt de campagne weerwerk moet over druk op mensenrechtenverdedigers. Naar aanleiding van die campagne bezocht hij het dorp San José de Apartadó in Colombia.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift