Smokkelaars, slachtoffers, engelen en helden langs de Amerikaans-Mexicaanse muur

Voor de een is het een Muur, voor de andere niet meer dan een hek zoals er rond de meeste eigendommen een staat. President Trump heeft er grootse plannen mee. Een verkenning in de buurt van Imperial Beach Station, het meest westelijke stukje van de Amerikaans-Mexicaanse grens, maakt duidelijk wat er op dit moment de impact van is op het leven van de directe betrokkenen.

© Baldwin Van Gorp

Daklozen hangen rond in de buurt van de Tijuanarivier in Mexico, op een boogscheut van San Ysidro, de drukste grensovergang met de V.S.. Dagelijks onderschept de Amerikaanse border control er gemiddeld 75 mensen die stiekem de grens willen oversteken.

Nergens langs de Amerikaans-Mexicaans grens speelt de grensproblematiek meer dan in The San Diego Sector. De border patrol moet er 97 km van de Mexicaanse grens en 183 km kustlijn in de gaten houden. San Diego ligt helemaal in het zuiden van Californië, pal aan de grens. Aan de overkant ligt de beruchte grensstad Tijuana. San Diego is goed voor 1,1 miljoen inwoners, en Tijuana nog eens voor het dubbele.

Imperial Beach Station vormt het uiterste punt, waar de grensmuur meterslang doorloopt in de Stille Oceaan. Daar startte op 1 oktober 1994 Operatie Gatekeeper die tot doel had de stroom aan ‘illegal aliens’ en ‘narcotics’ een halt toe te roepen. Delen van metalen pontons die dateren uit de Vietnamoorlog werden gerecycleerd om er een metershoge afscheiding mee te maken.

© Baldwin Van Gorp

Een klein stukje van de grens wordt Friendship Park genoemd. Daar is het tijdens het weekend en onder het waakzame oog van de border patrol mogelijk dat mensen aan beide kanten van de omheining elkaar ontmoeten. De gaten zijn net groot genoeg om elkaar met de top van één vinger aan te raken.

Bijzonder is dat dit deel van de grens beschikt over een Community Relations Unit: grenswachters die getraind zijn om bezoekers ‘op gepaste wijze’ te woord te staan. Ze doen dat door in de eerste plaats naar zware criminaliteit te verwijzen, naar drugsdealers en mensensmokkelaars. En als antwoord op de vraag wie er in deze politiek verwarrende tijden de waarheid spreekt, haalt een van hen prompt een A4’tje boven met een grote ‘6’ erop.

Agent Saul Rocha verzoekt twee toehoorders om elk aan een andere kant van het op de grond open gevouwen papier te gaan staan. De een ziet een zes staan, de andere een negen. ‘Bekeken vanuit het eigen perspectief hebben beiden gelijk,’ besluit hij. ‘Onze taak komt erop neer dat we iedereen waardig en respectvol behandelen. Als ik een kind aantref, zal ik knielen [doet dat] en vragen waar zijn of haar ouders zijn. Voor illegaal de grens oversteken vlieg je niet in de gevangenis, hé. We nemen vingerafdrukken, controleren papieren enzovoort, en uiteindelijk zetten we de meesten terug de grens over.’

© Baldwin Van Gorp

Normaal gezien is het absoluut uitgesloten, maar hier, vlakbij Friendship Park, kan het hoogst uitzonderlijk: op de foto gaan met een gewillig poserende agent van de border patrol.

Tijdens een persoonlijk gesprek met een van de grenswachters wijzigt de toon van het discours. Jason Bush patrouilleert in een gebied waar er geen enkele vorm van muur te bekennen valt. Zijn werkdagen kenmerken zich door verveling, afgewisseld met actie. Er zijn dagen dat hij twintig mensen betrapt die de grens willen oversteken. En hij staat er altijd alleen voor. Zijn specialiteit is het vangen van de ‘coyote’, de bijnaam voor de mensensmokkelaar in het gezelschap.

‘Ik kan hem al identificeren op basis van zijn voetafdrukken. Zijn passen zijn onzekerder en hij maakt voortdurend draaiende bewegingen met de voet om de omgeving in de gaten te kunnen houden,’ legt hij uit. ‘Als we een groep betrappen, is de coyote hij die anders praat, meer een stedelijk uiterlijk heeft, terwijl de meeste groepsleden van het platteland afkomstig zijn.’

‘Er is al twee keer op me geschoten, en dat is telkens een traumatische ervaring geweest.’

Op de vraag hoe gevaarlijk het is om alleen te moeten opereren, antwoordt hij resoluut.

‘Dat is gevaarlijk, ja. We hebben nu eenmaal niet genoeg manschappen. Er zijn bijvoorbeeld collega’s die niets anders doen dan de gaten die mensensmokkelaars in de omheining maken te herstellen. De versterking komt er wel, maar dat neemt tijd in beslag. Er is al twee keer op me geschoten, en dat is telkens een traumatische ervaring geweest. Ze noemen het hier ‘Friendship Park’, hé. Yeah right. Ze nemen een tennisbal, snijden die open, steken er drugs in en gooien die zo over de omheining…’

© Baldwin Van Gorp

Saul Rocha (l.) en Jason Bush lijken zo weggelopen uit een Hollywoodfilm, de ene een zachtaardige womanizer, de andere een harde jongen die verkiest om in zijn eentje in de Californische woestijn te patrouilleren.

Mensensmokkelaars coyotes noemen ontmenselijkt hen. De drughandelaars lijken al niet veel beter, en dan is zo’n muur nodig, zodat ze niet langer de Amerikanen met hun kwalijke goedje kunnen verleiden.

Maar toch lijken die drugdealers bijzonder menselijk eens je ze in levende lijve ontmoet.

In oktober vorig jaar werd José Mouw gesnapt met 800 gram methamfetamines in zijn truck. Hij had de zakjes speed omwikkeld met cedertakken om de geur te maskeren. Sinds het begin van de jaren negentig liep Mouw minstens zes veroordelingen op voor drugshandel. ‘Ja, ik heb verkeerde keuzes gemaakt in het leven. Maar dat maakt van mij nog geen slechte mens,’ zegt hij.

© Baldwin Van Gorp

José Mouw en dochter Isabel gidsen leerlingen in Chicano Park, San Diego. ‘Raza sí, migra no’: mensen ja, grenscontroles nee.

Chicano Park

Minder dan een jaar later is Mouw voorwaardelijk vrij en is hij vast van plan zijn leven te beteren. Intussen is hij immers papa geworden van Isabel. Ik ontmoet hem in San Diego als hij, de vrolijke Isabel bengelend in een draagzak op zijn buik, een groep leerlingen van de Urban Discovery Academy rondleidt in Chicano Park. Voor hem is het park heilige grond. Van het midden tot eind jaren zestig moesten zo’n 5000 gezinnen van Mexicaanse immigranten die in de wijk Barrio Logan woonden gedwongen uitwijken, om plaats te ruimen voor een snelweg en een brug. Toen men in 1970 een parking onder de brug wilde aanleggen, hebben de Chicano’s – dat is hoe heel wat Amerikanen van Mexicaanse origine zichzelf noemen – de plaats bezet, om hun erfgoed weer op te eisen. Queso, een plaatselijke kunstenaar, begon met het aanbrengen van de eerste muurschildering op de brugpijlers. Intussen zijn er ruim negentig ‘murals’ aan te treffen.

Doorheen Mouws verhaal weerklinkt zoveel trots en emotie dat zijn stem na afloop van de rondleiding schor klinkt. ‘Ik ben een Chicano, en daarom identificeer ik me noch met met de V.S. noch met Mexico,’ zegt hij. ‘Maar daardoor begrijp ik de mensen die de grens willen oversteken des te beter. Zij moeten blijven vechten. En ik steun hen. Voor mij zijn het allemaal goede mensen. Er wordt zo snel een oordeel over hen geveld. Wat voor lichaamsbouw je ook hebt, of welke huidskleur, in mijn ogen zijn alle mensen mooi.’

© Baldwin Van Gorp

Volgens een recente telling hebben 3495 daklozen in San Diego een geïmproviseerd onderkomen gebouwd. Het kan dus zijn dat op een gegeven dag een dakloze bij je op de stoep komt logeren… Het huis op de foto bleek echter, anders dan de bloemenweelde doet uitschijnen, onbewoond.

Muur of geen muur, de aantrekkingskracht van de V.S. als het Beloofde Land zal mensen blijven aanzetten om hun kans te wagen. In films wordt het vaak simplistisch voorgesteld: eens je de Rio Grande – de natuurlijke grens tussen Mexico en de V.S. – overgestoken bent, ben je veilig. Niets is minder waar.

De border control opereert tot ver in het binnenland. Het land uitgewezen worden blijft een reëel risico. Toch kan je ervaren dat de autoriteiten deze mensen ook ongemoeid laat. Niet dat het per se een goede zaak is.

San Diego

Volgens de recentste telling (27 januari 2017) door de Regional Task Force on the Homeless telt San Diego 9116 daklozen, een stijging met 5 procent sinds het jaar daarvoor. De voornaamste reden waarom ze opvallen in het straatbeeld is dat ongeveer de helft van hen in een tent woont of een huisje heeft gebouwd met kartonnen dozen. In bepaalde delen van de stad nemen ze het hele trottoir in beslag.

© Baldwin Van Gorp

Rubén en Maria zijn afkomstig uit Mexico. Ze hebben samen met een twintigtal andere daklozen letterlijk hun tenten opgeslagen op het kruispunt van Island Avenue en 16th Street. Op de vraag hoe het met hen gaat, antwoordt Rubén dat het leven hem bevalt. ‘Het is geen makkelijk leven, maar dit is wat we nu doen. We leven van dag tot dag.’ Opvallend is dat de eigenaar (r.) van het huis waar ze op de stoep logeren er geen punt van maakt. ‘Ze wonen hier al zo lang,’ zegt hij. ‘Mij deert het niet.’

De overheid heeft de stad San Diego recent 6 miljoen dollar (5,335 miljoen euro) toegekend om de daklozen te begeleiden bij het vinden van een vast onderkomen. Eén op vijf geeft zelf aan te kampen te hebben met een drugsproblematiek en 39 procent met een mentale aandoening.

Verder hebben het stadsbestuur, de Kamer van Koophandel, de luchthaven en de associatie van hotels in de stad begin mei een akkoord gesloten met de in D.C. gevestigde ngo National Immigration Forum om migranten te begeleiden bij het verkrijgen van het Amerikaans burgerschap. Wie illegaal is, valt echter uit de boot. Men moet een verblijfsvergunning hebben.

Border Angels

Een lokale ngo, Border Angels, is daar niet zo strikt in. De grensengelen bestempelen niemand als “illegaal”. Ze gebruiken de politieke correcte term “undocumented immigrant”. ‘We bieden hulp waar we kunnen, of men nu papieren heeft of niet,’ zegt Enrique Morones, de charismatische bezieler van het initiatief. ‘We vragen het zelfs niet eens.’

© Baldwin Van Gorp

Jésus Moses had het niet breed in Mexico. Maar hij had een ‘plan B’: hij besloot zich aan te bieden als klusjesman op de parking van een grote doe-het-zelfketen in San Diego.

‘Eén keer per maand ga ik naar Mexico om even bij mijn familie te zijn.’

Sequaya Stevens is een Belgische die in Toulon rechten studeert en momenteel stage loopt bij Border Angels. Ik vergezel haar naar de parking van een lokale vestiging van de doe-het-zelfketen The Home Depot. Onder de bomen hebben zich drie groepjes mannen gevormd: Mexicanen, Guatemalteken en Haïtianen. Ze bieden hun diensten aan, dat wil zeggen, iedereen die wil klussen kan meteen iemand van de mannen inhuren om dat in zijn of haar plaats te doen. De gangbare prijs is tien dollar per uur.

Jésus Moses vertelt dat de zaken niet zo goed gaan. Enkele keren per week pikt een Amerikaan hem op.

‘Ik ben timmerman en elektricien,’ zegt hij. ‘En daar is gelukkig wel wat vraag naar. Maar nu is er beduidend minder werk omdat het nog geen vakantie is. Toch volstaan enkele dagen werk per week om meer te verdienen dan in Mexico het geval zou zijn. Ik heb gelukkig een verblijfsvergunning. Maar mijn vrouw en kinderen blijven voorlopig in Mexico. Zij houden niet van de V.S. Eén keer per maand ga ik naar Mexico om even bij mijn familie te zijn.’

De Haïtianen een beetje verderop willen ook karweitjes helpen opknappen. Maar ze hebben het lastiger dan Moses. Eén reden blijkt al snel: ze spreken geen Engels, maar Creools en een mondje Frans. De border angels geven hen te drinken en wat zoetigheden.

‘Of het er nu 6000 of 10.000 zijn, niemand weet het precies, maar wat vaststaat is dat de muur sinds 1994 aan velen het leven heeft gekost.’

‘Het zijn stuk voor stuk moeilijke dossiers,’ zegt Sequoya Stevens. ‘En we zien steeds meer Haïtianen, een gevolg van de aardbeving van 2010. Ze hopen daarom in aanmerking te komen voor asiel, wat hen echter steevast geweigerd wordt.’

Border Angels weten als geen andere ngo hoe ze met hun initiatieven nationaal en internationaal aandacht op de migratiekwestie kunnen richten. Enrique Morones beseft heel goed wat ‘responsiveness’ betekent, namelijk dat de pers het liefst werkt met mensen die snel van zich laten horen en acties kunnen opzetten die nieuwswaardig zijn. Zo droppen ze regelmatig flessen water in de woestijn. De achterliggende idee is dat de uitgeputte migranten die de oversteek door de woestijn wagen deze dorstlessers vinden en daaruit de moed putten om door te zetten.

‘Of het er nu 6000 of 10.000 zijn, niemand weet het precies, maar wat vaststaat is dat de muur sinds 1994 aan velen het leven heeft gekost,’ zegt Enrique Morones. ‘We proberen zoveel mogelijk levens te redden.’

© Baldwin Van Gorp

Sequoya Stevens, een Belgische rechtenstudente, biedt water en vrijblijvend juridisch advies aan voor de Haïtiaanse klusjesmannen. De tweede man van links toont haar zijn enkelbanden en legt uit dat die zijn actieradius als klusjesman belemmeren.

Ik besluit Jason Bush, de agent die in de woestijn patrouilleert, hiermee te confronteren.

Zijn reactie is cynisch en hard.

‘Ik heb al meer levens gered dan de Border Angels,’ stelt hij. ‘Uitgedroogde mensen, mensen met gebroken ledematen, uitgeputte kinderen en ouderen… Als ik ze vind, probeer ik hen zo snel mogelijk te evacueren. Ja, water kan levensreddend zijn, maar dan moet het water véél verder in de woestijn terechtkomen. De Border Angels stappen met groepen vrijwilligers tijdens zo’n actie de woestijn in, maar nooit ver genoeg natuurlijk. Ik ben er zeker van dat iemand die tot zo dicht bij de grens is geraakt slechts met één ding bezig is en dat is oversteken. Het droppen van plastic flessen is voor mij niet meer of niet minder dan vervuiling, sluikstorten.’

Op afstand lijkt het vanzelfsprekend om te kunnen zeggen wie de goeden en wie de slechten zijn, als een welvarend land drastische maatregelen neemt om de immigratie onder controle te krijgen. Een kijk van dichterbij doet het onderscheid tussen helden, daders en slachtoffers echter vervagen.

Een “tippelende” klusjesman, de op coyotes jagende grenswachter, de tot inkeer gekomen drugdealer: ze laten zich niet zomaar in een hokje duwen. Ze maken bovendien ook duidelijk dat het bouwen van een muur een te eenvoudige oplossing is voor een complex probleem.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift