Politieke macht of morele autoriteit? Aung San Suu Kyi moet kiezen

Op 8 november vinden verkiezingen plaats in Myanmar. Voor het eerst speelt Nobelprijslaureate Aung San Suu Kyi een echte rol in de nationale politiek. Dat betekent dat ze ook een standpunt zou moeten innemen in het netelige probleem van de Rohingya moslimminderheid. Tot nu ontwijkt ze het probleem. Reportage en analyse vanuit Myanmar.

  • CC DFID UK Department for International Development (CC BY-NC-ND 2.0)  Nobelprijs voor Vrede en voorzitster van de National League for Democracy, Aung San Suu Kyi. CC DFID UK Department for International Development (CC BY-NC-ND 2.0)
  • © Gie Goris Een bloemenverkoopster in de Irrawady Delta. © Gie Goris
  • © Gie Goris Boeddhisme is diep geworteld in de Myanmarese samenleving. © Gie Goris
  • © Gie Goris Onweer boven Myanmars belangrjikste tempel: de Shwedagon in Yangon. © Gie Goris

Half oktober ging Aung San Suu Kyi campagne voeren voor haar partij, de National League for Democracy, in de zuidwestelijke deelstaat Rakhine, ook al hadden woordvoerders van de partij zo’n bezoek vroeger uitgesloten wegens “te gevaarlijk”. In realiteit werd het wellicht te riskant gevonden wegens de hoog oplopende spanningen tussen de boeddhistische Rakhine meerderheid in de staat en de Rohingya moslim minderheidsgroep.

De NLD heeft de stemmen van alle etnische groepen in Myanmar nodig om een kans te maken op een echte meerderheid in het parlement –waar 25 procent van de zetels sowieso voorbehouden worden aan vertegenwoordigers van het leger.

Een minderheid te veel

Myanmar is een multi-etnisch land, waarin de Bamar-meerderheid maar net de helft van de bevolking vertegenwoordigt, grote minderheden zoals de Shan, Mon, Chin, Kayin, Kaya, Kachin en Rakhine een behoorlijk politiek gewicht hebben, terwijl kleinere groepen zoals de Danu, Akha, Kokang, Lahu, Naga, Palaung, Pao, Rohyinga, Tavoyan en Wa weinig in de pap te brokken hebben.

In de jungle werden kampen gevonden waar vluchtelingen in mensonterende omstandigheden werden vastgehouden.

In mei van dit jaar stonden de Rohingya wereldwijd even in de belangstelling van de media toen duizenden bootvluchtelingen hulpeloos op zee ronddobberden, in boten die door mensensmokkelaars halsoverkop waren verlaten.

In de Thaise en Maleisische jungle werden kampen gevonden waar vluchtelingen uit Bangladesh en Myanmar in mensonterende omstandigheden werden vastgehouden door mensensmokkelaars.

‘De recente bootcrisis is het directe gevolg van de hardere aanpak van Thailand, en tot op zekere hoogte Maleisie, van mensensmokkel’, zegt Chris Lewa, coördinator van het Arakan Project, een organisatie die zich het lot van de Rohingya aantrekt.

(c) Gie Goris

Een bloemenverkoopster in de Irrawady Delta.

In de periode januari tot april 2015 hebben naar schatting van het Arakan Project 16.000 vluchtelingen Myanmar per boot verlaten. Met het begin van het regenseizoen is ook de stroom vluchtelingen tot staan gekomen. ‘Na de moesson begint het bootseizoen weer’, zegt Lewa. ‘Hoeveel mensen Myanmar dan zullen proberen te verlaten is op dit moment onmogelijk te voorspellen.’

‘Vluchtelingen die gered zijn van smokkelaars zijn opgesloten.’

Op 29 mei vond in Bangkok een regionale top plaats, die werd bijgewoond door zeventien landen en verschillende VN-afdelingen. Het woord Rohingya kwam in de uitnodiging niet voor. De oproep van Volker Türk, assistent-Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen bij de VN, om de Rohingya het staatsburgerschap te geven werd door de Myanmarese regering van tafel geveegd.

Ook werd tijdens de top afgesproken dat een aantal ASEAN-landen 7000 vluchtelingen zouden opnemen. Dit heeft de problematiek niet opgelost, volgens Chris Lewa. ‘Vluchtelingen die gered zijn van smokkelaars zijn opgesloten. Een mechanisme om staatloze vluchtelingen vrij te laten is er echter niet. In Maleisië zitten de 1100 vluchtelingen die op 11 mei werden gearresteerd nog steeds vast. UNHCR heeft geen toegang tot hen gehad.’

In Thailand zijn in juli nog eens 400 Rohingya-vluchtelingen gearresteerd. ‘Zij hebben geen toegang tot de vluchtelingenstatus. In het verleden werden Rohingya informeel gedeporteerd door de Thaise autoriteiten, terug in de handen van mensensmokkelaars. Maar dat is nu gestopt’, zegt Lewa.

Economische en politieke apartheid

De situatie van de Rohingya in Myanmar blijft nijpend. Het merendeel van hen woont in Arakan, de op een na armste provincie van het land. Zij worden door de boeddhistische meerderheid gezien als indringers uit Bangladesh, ook al woont het overgrote deel van de Rohingya al generaties in de provincie. Zelfs het woord “Rohingya” is taboe in Myanmar. De regering erkent deze etniciteit niet – de Rohingya worden “Bengalen” genoemd – en onthoudt de Rohingya het staatsburgerschap. Tijdens de recente volkstelling werd het hun verboden zichzelf te identificeren als Rohingya.

De boeddhistische meerderheid in Arakan is eveneens straatarm, waardoor het de ‘indringers’ is gaan zien als een aanslag op haar eigen bestaan. Na de bloedige incidenten in juni en oktober 2012 zijn ongeveer 140.000 Rohingya door de regering in kampen gestopt, die zij niet mogen verlaten.

‘Er is in Arakan een economische apartheid ontstaan’, zegt een econoom die recent onderzoek deed in Arakan en anoniem wil blijven. ‘De Rohingya zijn gevangen in een economisch vacuüm, waarin zij alleen in hun bestaan kunnen voorzien als zij in zee gaan met een florerende kaste van mensen die uit deze ellendige situatie voordeel proberen te halen.’

(c) Gie Goris

Boeddhisme is diep geworteld in de Myanmarese samenleving.

De onderdrukking van de Rohingya is een symptoom van breder levende antimoslimsentimenten in de samenleving. Veel van de in Myanmar wonende moslims hebben voorouders in Bangladesh, Pakistan en India. Deze mensen met een donkerder huid worden neerbuigend “kalar” genoemd. Maar ook de terroristische aanslagen van de eerste jaren van deze eeuw hebben de vrees voor een oprukkende islam in Myanmar aangewakkerd. De nationalistische monnikenbeweging Ma Ba Tha en de nationalisten van de Arakan National Party varen er wel bij.

Als monniken wetten schrijven

Moslimhaat is overigens niets nieuws in Myanmar, zegt Al-Haj Aye Lwin, de oprichter van de Interreligious Council of Myanmar, een genootschap dat boeddhisten, moslims en christenen met elkaar tracht te verzoenen.

‘De islam is doelwit in Myanmar sinds Ne Win in maart 1962 de macht greep. We zijn een minderheid die vervolgd wordt en gediscrimineerd. Toch zijn we de op een na grootste religie van het land’, zegt hij.

73% wil geen Rohingya als buurman en de nationalistische monnikenbeweging heeft meer steun dan de Nationale Liga voor Democratie van Aung San Suu Kyi.

Het is waarschijnlijk dat antimoslimsentimenten een belangrijke rol zullen gaan spelen tijdens de campagnes in de aanloop naar de parlementsverkiezingen die plaatsvinden op 8 november.

Een onderzoek van professor Roman David (Universiteit van Lignan) en professor Ian Holliday (Universiteit van Hong Kong) dat in juli werd gepubliceerd illustreert hoe belangrijk de Rohingya-kwestie is voor het electoraat: 73% van de respondenten zegt geen Rohingya als buurman te willen. Al even pregnant is het feit dat de nationalistische monnikenbeweging Ma Ba Tha meer steun heeft (73%) dan de Nationale Liga voor Democratie van Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi, die volgens velen de verkiezingen zal gaan winnen.

Ma Ba Tha schreef eerder dit jaar vier wetten die ras en religie in Myanmar moeten beschermen. Een van de vier wetten die door het parlement werden aangenomen is een wet die geboortebeperkingen oplegt, een nauwelijks verhulde poging om het uitdijende contingent moslims in te dammen. Ook huwelijken tussen mensen van verschillende religies worden aan banden gelegd. Volgens het onderzoek van de twee professoren steunt 63% van de Myanmarezen dit initiatief.

De regering, gedomineerd door de Union Solidarity and Development Party, een partij die wordt bestuurd door voormalige legerofficieren, weet dat ook en probeert electoraal garen te spinnen bij de antimoslimsentimenten.

(c) Gie Goris

Onweer boven Myanmars bealngrjikste tempel: de Shwedagon in Yangon.

Opsluiten en deporteren

Al in de nazomer van 2014 kondigde de bootvluchtelingencrisis zich aan. De regering liet toen in het geheim haar Rakhine State Action Plan rouleren, een plan dat de crisis in de provincie Arakan zou moeten oplossen. Onderdeel van het plan was dat de circa een miljoen Rohingya, die in het bezit waren van tijdelijke witte identiteitskaarten, door een proces van nationale verificatie zouden moeten gaan. Zij die goed werden bevonden zouden dan het felbegeerde staatsburgerschap krijgen.

Wie uit de boot viel, naar schatting 60% van de Rohingya, zou door de regering geïnterneerd worden in afwachting van deportatie. In het plan werd geopperd dat de internationale gemeenschap hierbij zou kunnen helpen.

Door het de Rohingya onmogelijk te maken in hun bestaan te voorzien worden zij de zee opgejaagd, op zoek naar een toekomst zonder repressie.

Het Rakhine State Action Plan leidde tot een storm van kritiek. De VS en de EU veroordeelden het plan, omdat het Statuut van Rome op het Internationaal Strafhof erin wordt gebroken. In het statuus is vastgelegd dat het hof bij vier kern misdaden –genocide, misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden en aggressie van staten– tot onderzoek en vervolging kan overgaan wanneer landen niet in staat zijn of onwillig om dit zelf te doen.

Volgens analisten is het RSAP, dat niet ten uitvoer is gelegd, onderdeel van de interne campagne van de regering om moslimhaat uit te melken. In de maanden nadat het document werd gerouleerd, maar nooit officieel gepubliceerd, heeft een cordon van veiligheidstroepen de Rohingya langzaam maar zeker west- en noordwaarts gedreven, richting de grens met Bangladesh.

Vervolgens kwam begin februari de aankondiging dat alle witte tijdelijke identiteitskaarten moesten worden ingeleverd. Daarmee werden in één klap meer dan een miljoen mensen rechteloos. Zij mogen niet meer stemmen en verblijven illegaal binnen de grenzen van Myanmar.

Door hen ondertussen steeds verder af te knijpen en het hun onmogelijk te maken in hun bestaan te voorzien worden zij uiteindelijk de zee opgejaagd, op zoek naar een toekomst zonder repressie. En zonder bewijs van identiteit is het haast onmogelijk hen naar Myanmar terug te sturen.

De deportatie zoals voorgesteld in het Rakhine State Action Plan werd zo alsnog gerealiseerd, zij het op een andere manier. Het Birmaanse electoraat knikte tevreden.

Volgens Chris Lewa is er sprake van een bewuste tactiek van de regering om de Rohingya weg te werken. ‘Beperking van de bewegingsvrijheid en het ontnemen van middelen van bestaan is de belangrijkste tactiek van de regering en de motor achter de vluchtelingenstroom op zee.’

De media en de nationalistische monniken spelen het gevaarlijke spel mee, dat potentieel zou kunnen ontsporen in wijdverbreid geweld tegen moslims, zoals eerder gebeurde in de provincie Arakan en in Meikthila, in Midden-Myanmar. Volgens organisaties als het Centre for the Prevention of Genocide tekent zich in Myanmar een potentiële genocide af.

Het resultaat van dit klimaat van moslimhaat is dat gematigde stemmen voorzichtig zijn om zich uit te spreken – zij kunnen immers represailles verwachten – en dat politieke partijen geruisloos moslimpolitici uit hun gelederen hebben verwijderd in de aanloop naar de verkiezingen.

De val van de Nobelprijswinnares

Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi, in het Westen bewierookt als democratisch icoon, is in de laatste jaren mede dankzij haar weifelende optreden in de moslimkwestie politiek gezien door de mand gevallen, ook al is zij nog steeds mateloos populair bij de onopgeleide onderklasse.

Aung San Suu Kyi heeft zich niet durven uit te spreken over de vervolging van de Rohingya

De Dame, zoals zij in Myanmar genoemd wordt, heeft zich niet durven uit te spreken over de vervolging van de Rohingya en haar partij presenteerde onlangs een lijst met meer dan duizend kandidaten voor de verkiezingen waarop geen enkele moslim staat.

Aye Lwin is er diep door teleurgesteld. ‘Ik kan dit niet begrijpen. Al tijdens de volksopstand van 1988 en de oprichting van de Nationale Liga voor Democratie speelden moslimleden een belangrijke rol. Velen van hen werden gevangengezet en hebben alles verloren. Zelfs een bekende politica als Win Mya Mya in Mandalay werd gevraagd zich niet verkiesbaar te stellen. Er zijn zes tot acht miljoen moslims in Myanmar, van wie er ongeveer drie miljoen stemgerechtigd zijn. Op wie moeten zij stemmen?’

Zij zouden hun stem kunnen uitbrengen op U Shwe Maung, een Rohingya die namens de regeringspartij in het parlement zit, en dit keer als onafhankelijke kandidaat op het stembiljet staat. De National Democratic Force, een partij die zich afsplitste van de NLD, heeft ook twee moslims op zijn kieslijst gezet. Op haar beurt heeft de Democracy and Human Rights Party 11 Rohingya-kandidaten omarmd. Maar deze partij is vooralsnog politiek een onbetekenende factor.

CC DFID UK Department for International Development (CC BY-NC-ND 2.0)

Nobelprijs voor Vrede en voorzitster van de National League for Democracy, Aung San Suu Kyi.

Minder onbetekenend is de Arakan National Party, een nationalistische boeddhistische partij die in het provinciale parlement van Rakhine een sterke positie heeft. De ANP zal naar verwachting in november een meerderheid behalen in het regionale parlement. Partijleider Aye Maung hoopt eerste minister in de provincie te kunnen worden.

Het blijft ondertussen schrijnen dat de democratische NLD zich verre houdt van moslims. ‘Ik heb erover gesproken met Aung San Suu Kyi’, zegt Aye Lwin. ‘Zij zegt dat ze bedroefd is dat ze deze harde beslissing heeft moeten nemen, maar dat ze haar best zal doen voor de moslimminderheid.’

Het leger is weer aan zet

Wellicht is de onzindelijke zet bovendien vruchteloos. Het is de vraag of het de NLD zal worden toegestaan de verkiezingen te winnen. De voortekenen zijn niet gunstig. Op 12 augustus omsingelde de politie het hoofdkwartier van regeringspartij USDP. Partijvoorzitter en parlementsvoorzitter Shwe Mann werd vervolgens afgezet. Hij had het gewaagd een amendement op de grondwet in stemming te brengen dat de rol van het leger in het staatsbestel moest terugdringen. Het leger gebruikte zijn veto om het amendement te blokkeren en stond daardoor publiekelijk in zijn hemd.

Het leger zal alles in het werk zal stellen om zijn machtspositie te beschermen. Daarbij kunnen ook antimoslimsentimenten worden ingezet, vreest Aye Lwin.

Shwe Mann blokkeerde ook het opnemen van nieuwe legerofficieren in de partij, waardoor het leger vreesde zijn greep op de partij te verliezen. De gesprekken van Shwe Mann met Aung San Suu Kyi, en het lonkend perspectief van een eventuele samenwerking met de democraten, ergerden de legerleiding mateloos.

Met de roemloze aftocht van Shwe Mann, tot voor kort de belangrijkste presidentskandidaat, en de boodschap achter de schermen van de voorzitter van de verkiezingscommissie, Tin Aye, dat de USDP linksom of rechtsom de verkiezingen zal gaan winnen, breekt een ongemakkelijke periode in Myanmar aan. Het is zeer waarschijnlijk dat het leger alles in het werk zal stellen om zijn machtspositie te beschermen, samen met de regeringspartij van president Thein Sein en de verkiezingscommissie. Daarbij kunnen ook antimoslimsentimenten worden ingezet, vreest Aye Lwin.

‘Ik ben bang dat er tijdens het offerfeest op 24 september ongeregeldheden plaats gaan vinden’, zegt hij. ‘Ma Ba Tha heeft de afgelopen jaren geprobeerd het feest te verstoren. Het offerfeest zou kunnen escaleren, en de regering zou deze onrust in haar voordeel kunnen proberen te gebruiken.’

De wereld kijkt werkeloos toe

De internationale gemeenschap is terughoudend. De EU heeft grote economische belangen in Myanmar en heeft zich gecommitteerd aan de transitie, Aziatische buren als Thailand en Maleisië houden er principes van non-interventie op na. En de Verenigde Staten hebben recent hun vertrouwen in het vermogen van de NLD om te regeren verloren en schurken dichter tegen de regering en het leger aan, in een poging hun geopolitieke agenda in Azië ten uitvoer te leggen. Bronnen in de Amerikaanse overheid zeggen dat de VS spelen met de gedachte om het wapenembargo op te heffen en het Myanmarese leger toe te staan deel te nemen aan gezamenlijke legeroefeningen.

De Verenigde Naties ogen krachteloos. Zo nu en dan gaat de speciale mensenrechtenrapporteur Yanghee Lee op missie in Myanmar, maar zij heeft te maken gekregen met tegenwerking en protest. Monnikenleider U Wirathu, uit gevangenschap vrijgelaten door de regering om stokebrand te spelen, noemde de mensenrechtenrapporteur, in een toespraak tijdens haar bezoek in januari dit jaar, een “hoer”.

Het was veelzeggend dat de regering noch de sangha, het orgaan van de boeddhistische orde van monniken maatregelen nam.

(c) Gie Goris

 

In augustus rondde Yanghee Lee haar tweede bezoek aan Myanmar dit jaar af. Zij toonde zich teleurgesteld over het feit dat zij geen toegang kreeg tot gebieden die zij wilde bezoeken. Ook werd haar verzoek om een visum voor tien dagen te krijgen geweigerd. Zij kreeg slechts vijf dagen om de mensenrechtensituatie van Myanmar, een land van 51 miljoen inwoners ter grootte van Oekraïne, in kaart te brengen.

In een verklaring die het ministerie van Buitenlandse Zaken van Myanmar vrijgaf beschuldigde het de mensenrechtenrapporteur ervan te liegen. ‘Haar verklaring bevatte aantijgingen en speculaties in plaats van waarheid en feit’, schreef het ministerie.

Fatima, of het ware leven

Fatima leeft in een emotionele achtbaan. Ze woont in een bamboehutje in een vluchtelingenkamp in de provincie Arakan. Daar kwam ze terecht nadat ze op de vlucht was geslagen tijdens een antimoslimpogrom van militante boeddhisten in juni 2012. Veiligheidstroepen keken toe en deden niets.

Voor Fatima maken de strubbelingen tussen de VN en de regering en de verkiezingsretoriek weinig verschil

Haar broers, Wali Ullah en Ruhollah, en haar zwager Rafiq zochten vorig jaar hun geluk in het buitenland. Moe geworden van vervolging en een stateloos leven zonder vrijheid van bewegen gingen ze in op het aanbod van een mensensmokkelaar. Hij beloofde hun werk en een veilig bestaan in Maleisië. Het drietal voegde zich bij de exodus van 88.000 Rohingya die in 2014 een gevaarlijke vlucht per boot verkozen boven een leven in de marge in Myanmar.

De drie mannen kwamen bedrogen uit. Niet lang na hun vertrek, kreeg Fatima een telefoontje uit Thailand van haar jongere broer. De drie vluchters waren door mensensmokkelaars gevangen gezet in een kamp in de jungle, vertelde hij. Er moest geld op tafel worden gelegd om hun vrijheid te kopen. ‘De mensensmokkelaars wilden 5000 dollar voor hen alle drie’, zegt Fatima.

Uiteindelijk wist het drietal te ontsnappen naar de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur.

Voor Fatima maken de strubbelingen tussen de VN en de regering en de verkiezingsretoriek weinig verschil. Zij zit in een kamp waar ze niet uit kan, zonder stromend water, elektriciteit of toegang tot gezondheidszorg. Volgens haar is haar leven erger dan het was voor de pogroms in Sittwe. Een oplossing lijkt vooralsnog niet in zicht.

Wanhoop zal in de maanden na het regenseizoen opnieuw duizenden Rohingya de zee op drijven, op zoek naar een beter leven.

Een eerdere versie van dit artikel verscheen in het herfstnummer van MO*magazine en online op 23 oktober. Auteur Hans Hulst schreef meerdere boeken over land en woont en werkt al jaren in Myanmar, op dit moment als hoofdredacteur van het magazine Frontier. Aanvullende verslaggeving door Alex Bookbinder, journalist bij Frontier.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift