Reportage: Klimaatkreet uit Fiji

Fiji ligt in de frontlinie van de klimaatverandering: de 330-eilandenstaat met zijn kleine 900.000 inwoners ondergaat de gevolgen van de stijging van temperatuur en zeewater verontrustend snel. ‘Onze toekomst hangt af van de impact van jouw artikel’, was de boodschap die Gie Goris meekreeg. En dat was maar half plagend bedoeld.

(c) Gie Goris

Wat rest, zijn wankele muurtjes met een vergeten dak, een leeggemaakte kast waarvan het paars geschilderde middendeurtje herinnert aan de persoonlijke smaak van een van de bewoners, en het uitzicht op de Stille Oceaan.

De Pacific, heet het onmetelijke blauw voor deze kust in het Engels: de Vredige. Dat is niet altijd terecht. Als de wind opsteekt, is de Stille Oceaan allesbehalve stil of vredig. Tussen oktober 2013 en april 2014 moesten de Fiji-eilanden zes tropische orkanen en dertien tropische depressies doorstaan, waarbij windsnelheden tot 205 kilometer per uur gemeten werden.

De nauwelijks hoorbare, roerloos wiegende oceaan die zich tot ver voorbij de einder uitstrekt vanaf het met kokospalmen omzoomde strand

Toch is het brutale geweld van de orkanen niet de reden dat de inwoners van Vunidogolo hun dorp aan de oostkust van Vanua Levu, het op één na grootste eiland van Fiji, verlaten hebben. Dat geweld hebben ze gedurende generaties zien komen en gaan. De wind brengt voorspoed en gevaar, toekomst en vernietiging. De Fijianen vrezen zowel zijn afwezigheid als zijn temperament.

Het is de oceaan zelf. De nauwelijks hoorbare, roerloos wiegende oceaan die zich tot ver voorbij de einder uitstrekt vanaf het met kokospalmen omzoomde strand. ‘De oceaan’, zegt Sailosi Ramatu met een gebaar dat zijn weidsheid moet onderstrepen, ‘is steeds dichterbij gekomen, tot hij over de drempels van onze woningen spoelde. Wij hebben er jaren over gedaan, maar het werd steeds duidelijker: wij konden hier niet blijven wonen, ook al was en blijft de oceaan onze bron van voedsel en inkomsten.’

De wassende getijden werden met name gevaarlijk als ook de steeds minder voorspelbare weergoden hun woede op Vanua Levu koelden. Tijdens de zwaarste dagen van het regenseizoen komt het water van alle kanten: uit de donkergrijze wolken, van de rivier die naast het oude dorp in de oceaan stroomt, en van de steeds stijgende oceaan.

De verdedigingsmuren die de inwoners van Vunidogolo bouwden tegen al dat dreigende water mochten niet baten. De klimaatverandering laat zich niet afwenden met dergelijke huis-, tuin- en keukenmiddeltjes.

Het Land van Belofte

Twee kilometer landinwaarts en enkele tientallen meters hoger bereiden de inwoners van het hervestigde Vunidogolo een ruime schaal kava, een traditionele, licht bedwelmende drank op basis van gedroogde yaqonawortel die bij elk formeel welkom in Fiji hoort. Terwijl de mannen om beurten een kokosbeker melkwitte kava drinken, begeleid door het ritmische, gedempte handgeklap van de anderen, vertellen ze over het lastige afscheid van het strand, over de lange jaren die nodig waren om iedereen in de gemeenschap te overtuigen van de noodzaak van de verhuizing en over de hulp van de overheid, die een kleine 900.000 dollar investeerde om dertig nieuwe woningen te bouwen, minimale infrastructuur aan te leggen en nieuwe economische activiteiten te stimuleren.

De onzekerheid over het klimaat heeft elke toekomstverwachting aangetast

Ze wilden het nieuwe dorp Kanaän noemen, het Land van Belofte. Maar dat kan zomaar niet in Fiji, waar grond, identiteit en gemeenschap zo intiem verbonden zijn dat de wet heel weinig individuele creativiteit of experimenten toestaat – ook niet als ze geworteld zijn in een gemeenschapskeuze en in een universeel gerespecteerde religie. De oude naam bleef dus behouden, maar net zo goed het gevoel van een nieuwe kans.

Op de vanzelfsprekende vraag welke belofte ze van dit nieuwe Kanaän verwachten, welke droom ze koesteren voor hun kinderen, blijft het echter stil. De onzekerheid over het klimaat heeft elke toekomstverwachting aangetast.

Deze mannen weten dat een opwarmende oceaan niet enkel hun oude dorp bedreigt, maar ook de visbestanden waarvan ze leven, ze weten dat de weerpatronen die ze kennen en de ziekten die ze gewoon zijn zullen veranderen. Maar ze weten niet hoe, dus wordt dromen een kwetsbare daad, waarover je niet al te luid vertelt.

Hoeders van taboes

Dezelfde stilte valt onder de enorme baka-boom in Nakowaga, een vissersdorp op het kleine eiland Mali voor de westkust van Vanua Levu. Het is zondagmiddag en de rustdag wordt hier ernstig genomen. De inwoners van Nakowaga leven van de visvangst, maar dat wordt jaar na jaar moeilijker. De commerciële bedrijven vissen de zee leeg. De suikerindustrie op Vanua Levu vervuilt het water. En het Grote Zeerif dat zich uitstrekt voor de kusten van Fiji heeft last van het opwarmende en zuurder wordende water, wat op zijn beurt negatieve gevolgen heeft voor de visbestanden.

(c) Gie Goris

Op de vraag naar de toekomst van de vrolijk spelende kinderen laten de vissers de zeebries antwoorden. En wat de wind wil, zullen wij nooit weten, denk ik erbij.

‘Hoe komt het’, breekt een van de mannen het stilzwijgen, ‘dat het water stijgt?’ Want ook daar heeft dit dorp, dit eiland mee af te rekenen. Ik antwoord met de kortste samenvatting van de rapporten van hun eigen regering die ik doornam. De gemiddelde temperatuur van de oceaan rond Fiji is de voorbije halve eeuw met een halve graad gestegen, maar het oppervlaktewater wordt elk decennium 0,4°C warmer. Het zeepeil steeg daardoor gemiddeld met 6 millimeter per jaar, want warmer water zet uit. Bovendien is de impact van smeltende gletsjers en ijsbergen nog onbekend, al gaat die zeker in de richting van nog meer zeespiegelstijging.

Op het eiland Mali wonen zo’n driehonderd mensen. Vissersgezinnen die slechts marginaal met de geldeconomie verbonden zijn. Maar het zijn wel de hoeders van oeroude kennis van de oceaan. Ze weten hoe de biodiversiteit van deze exotische omgeving beheerd en aan de volgende generatie doorgegeven kan worden. Sally Riley van het Wereldnatuurfonds in Fiji bevestigt dat de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek naar de bescherming van vissoorten in deze regio grote overlappingen vertoont met de traditionele taboegebieden, waar het jaar rond of gedurende bepaalde periodes een religieus gesanctioneerd visverbod gold.

In toenemende mate worden die “taboes” – een origineel Polynesische term die verwijst naar religieus opgelegde verboden – opgenomen in de visserijlicenties van commerciële bedrijven. Dat betekent echter niet dat de strijd tegen stropers, commerciële cowboys en andere bedreigingen van het visbestand gestreden is. Dat bevestigen de inwoners van Nakowaga, die de afstand tussen regel en realiteit dagelijks gedemonstreerd zien in hun visnetten. ‘Het is bijna goedkoper om naar de markt in Labasa (de hoofdstad van Vanua Levu, nvdr.) te varen om er vis te kopen, dan de benzine te betalen om zelf op visvangst uit te gaan’, zegt iemand onder de baka-boom.

De alarmlijsten

In Togoru Navua, aan de zuidkust van Fiji’s grootste eiland Viti Levu, lijkt de stilte compleet. En doods. Het dorp heeft droge voeten, voorlopig, maar de graven van een vorige generatie liggen reeds als wrakhout op het strand, waar het zoute water het gesteente aanvreet en de getijden het zand errond wegspoelen. Paradoxaal genoeg zijn deze graven juist het anker dat de gemeenschap aan deze grond bindt, ook al verdwijnt die grond in de oceaan.

(c) Gie Goris

Togoru Navua staat in de alarmlijsten van de regering hoog genoteerd als een dorp dat bedreigd wordt door het stijgende zeepeil, maar de inwoners lijken voorlopig niet geneigd hun voorouderlijke plek op te geven.

Het was een grijze, regenachtige dag toen ik de troosteloze begraafplaats van Togore Navua bezocht. Die zelfde dag, maar een halve wereld verderop, stond Kathy Jetnil-Kijiner uit de Marshalleilanden op het podium van de Verenigde Naties in New York. Tussen de slaapverwekkende toespraken van de wereldleiders door, las ze een gedicht voor, gericht aan haar zeven maanden oude dochter Matafele Peinam:

‘… ik wil je vertellen over die lagune / die heldere, slaperige lagune die aanleunt tegen de zonsopgang / sommigen zeggen dat die lagune / je op een dag zal verslinden / ze zeggen dat ze aan de kustlijn zal knagen / dat ze zal kauwen op de wortels van je broodvruchtbomen / je zelfgebouwde zeemuren zal neerslaan / en de verbrijzelde beenderen van je eiland zal vermalen / ze zeggen dat jij, je dochter / en ook je kleindochter / ontworteld zullen ronddwalen / met alleen een paspoort als jullie thuis…’

Het is doodgewoon onaanvaardbaar dat de wereld toelaat dat kleine eilanden langzaam onder de golven verdwijnen

Voreque Bainimarama, de admiraal die in 2006 een staatsgreep pleegde en die met zijn partij Fiji First op 17 september een klinkende verkiezingsoverwinning boekte, maakte hetzelfde punt op het VN-podium in New York, maar dan met minder poëzie: ‘De geschiedenis zal een onverbiddelijk oordeel uitspreken over ’s werelds grootste koolstofuitstoters, tenzij ze onmiddellijke en doortastende stappen doen om hun uitstoot te beperken.’

Het is doodgewoon onaanvaardbaar, zei Bainimarama, ‘dat de wereld toelaat dat kleine eilanden langzaam onder de golven verdwijnen, omdat de geïndustrialiseerde landen de verdediging van hun eigen economische belangen belangrijker vinden’.

Het gevoel van een onmiddellijke bedreiging van het puur overleven, en zeker van het cultureel floreren van de eeuwenoude gemeenschappen in de Stille Oceaan is tastbaar. Van hoog tot laag, van internationaal podium over nationaal regeringsbeleid tot gesprek in het vissersdorp. Als klimaatverandering ergens ter wereld boven aan de politieke agenda staat, dan is het op de eilanden in de Stille Oceaan.

Eigen grond eerst?

‘Er worden veel te veel beloften gedaan en veel te weinig harde verbintenissen aangegaan’, zegt Pita Wise, hoofd van de administratie op het ministerie van Planning, in zijn kantoor in de hoofdstad Suva. Fiji en andere kleine eilandstaten beseffen heel goed wat er op hen afkomt met de klimaatverandering, zegt Wise, maar ze beschikken jammer genoeg niet over de hefbomen om de rampzalige toekomst af te wenden. Het zijn de grote vervuilers - China, de Verenigde Staten, de EU, Australië - die volgens hem hun uitstoot van broeikasgassen snel en radicaal moeten terugdringen, en die bovendien mee de kosten van de aanpassing aan de onvermijdelijke klimaatverandering die ze veroorzaakten moeten betalen.

Niet dat Fiji zich er met die redenering makkelijk van afmaakt. Dat bewijzen de talloze overheidsrapporten en beleidsdocumenten die zowel Pita Wise als zijn collega, Mahendra Kumar, directeur van de afdeling Klimaatverandering op het ministerie van Buitenlandse Zaken, op tafel legt. Ook uit academische en niet-gouvernementele hoek klinken vooral positieve geluiden over de manier waarop de regering de klimaatuitdaging aangaat.

‘Veel aandacht voor participatie’, zegt Sally Riley van WWF. ‘Ambitieuze doelstellingen, gebaseerd op degelijk onderzoek’, zegt Elisabeth Holland, hoogleraar Klimaatverandering en directeur van het Pacific Centre for Environment and Sustainable Development (PaCE-SD).

‘De moeilijkheid om al onze klimaat- en groene-economieplannen te realiseren, zit niet alleen in het gebrek aan middelen’, zegt Mahendra Kumar. ‘De noodzaak om de komende jaren veertig tot vijftig gemeenschappen te hervestigen, bijvoorbeeld, stoot ook op culturele weerstanden.’ Daarmee verwijst Kumar niet alleen naar de inherent menselijke neiging om alles bij het oude te laten, maar ook naar de heel specifieke spanningen over grondbezit op Fiji.

Wie een gemeenschap wil hervestigen, heeft daarvoor immers grond nodig. En die grond is in Fiji voor meer dan tachtig procent in handen van (inheemse) gemeenschappen, die hun grond bovendien niet kunnen verkopen of weggeven. Dat maakt het voor de Fijiërs van Indische afkomst zo goed als onmogelijk om landbouwgrond te verwerven, maar het leidt ook tot grote problemen bij vissersgemeenschappen die niet over hogergelegen grond landinwaarts beschikken. En helemaal ingewikkeld wordt het als buurlanden zoals Tuvalu, Kiribati of Vanuatu hun bevolking zouden willen evacueren als hun laaggelegen eilanden door de stijgende oceaan verzwolgen worden.

De regels op Fiji zijn even vloeibaar en onderhevig aan getijden als de oceaan. Ze moeten problemen oplossen, niet creëren.

Dat laatste is niet zomaar een theoretische mogelijkheid. De overheid van Kiribati heeft alvast een stuk grond van 20 km² op Vanua Levu gekocht van de methodistische kerk. ‘Om de voedselzekerheid te garanderen, nu de eigen eilanden verzilten en overspoeld worden’, luidt het. Maar iedereen houdt er rekening mee dat de grond ook als hervestigingsruimte ingezet kan worden, als de nood echt aan de Kiribatiërs komt.

‘Vergis je niet’, waarschuwt Elisabeth Holland, als we haar over het onoverdraagbare grondbezit aanspreken. ‘De regels op Fiji zijn even vloeibaar en onderhevig aan getijden als de oceaan. Ze moeten problemen oplossen, niet creëren.’ Als dat anno 2014 nog zou gelden, is het goed nieuws voor heel wat gemeenschappen die in klimaatnood komen. Maar lang niet iedereen deelt het culturele optimisme van Holland.

Peter Embarson van de Pacific Conference of Churches, bijvoorbeeld, signaleert dat er behoorlijk grote onrust bestaat bij inwoners van Vanua Levu over de bedoelingen van Kiribati, met name over de vraag wat de eventuele komst van een nieuwe bevolkingsgroep zou betekenen voor de eigen cultuur en samenhang.

Slaap in vrede

Kathy Jetnil-Kijiner sloeg in haar poëtische hartekreet in New York een brug van de dreiging van de klimaatverandering naar het breed gedeelde engagement om er toch nog iets aan te doen: ‘Wij zijn / de kano’s die de kolenschepen blokkeren / wij zijn / de stralende dorpen op zonne-energie/ wij zijn / de rijke zuivere aarde uit het verleden van de boer / wij zijn / petities die ontspruiten aan de vingertoppen van tieners / wij zijn / families die fietsen, recycleren, hergebruiken / kunstenaars die schilderen, dansen, schrijven…’

Of het “wij” in de brief aan Matefele Peinam ruimer wordt getrokken dan de bedreigde burgers van de kleine eilandstaten valt nog te bezien. De grote buren uit Australië en Nieuw-Zeeland geven in elk geval niet thuis als het op klimaatactie aankomt. De koloniale buren Nieuw-Caledonië, Frans Polynesië (Tahiti) en Guam voegen hun stem niet toe aan de luid roepende burgers en overheden in de kleine eilandstaten. En de rest van de wereld houdt zich niet bezig met het lot van de kleine bevolkingen in de grote oceaan.

Toch besluit Jetnil-Kijiner met de belofte aan haar dochter dat uiteindelijk alles goed zal komen. ‘Sluit je ogen, schatje / en slaap in vrede / we zullen je niet in de steek laten / dat zul je zien.’

Deze reportage verscheen in het winternummer van MO*magazine, waarin ook reportages over Nigeria, Ecuador en Wit-Rusland verschenen. Je kan dit winternummer gratis krijgen als je een abonnement bestelt voor slechts 20 euro. Stuur vandaag nog een e-mail naar promotie@mo.be of bel 02/536 19 77.

(c) Gie Goris

‘Sluit je ogen, schatje / en slaap in vrede / we zullen je niet in de steek laten / dat zul je zien.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur