Senegal draagt zware gevolgen van internationale visvangstbonanza

Grootschalige industriële visvangst in Mauritanië, gesubsidieerd door de EU en China, laat zich vooral voelen in buurland Senegal. ‘Ik steek er mijn hand voor in het vuur: als overbevissing niet wordt aangepakt, gaan jongeren weer massaal de boot op.’

© Arthur Debruyne

 

Onder impuls van een investeringsvriendelijke regering is Mauritanië de voorbije jaren het toneel geworden van een internationale goldrush in de visvangst, zo blijkt uit onderzoek van MO*. Terwijl de van oorsprong nomade Mauritaniërs met de rug naar zee leven en zelf amper vis eten, hangt 20 procent van de bevolking in het zuidelijke buurland Senegal van de visvangst af. Daar laat de visvangstbonanza zich wél voelen.

Europa onderhoudt visakkoorden met acht West-Afrikaanse landen. Goed tien jaar geleden gooide buurland Senegal de meeste buitenlandse reders buiten: Europese schepen vissen er nu enkel op tonijn. Door overbevissing in Mauritanië echter is de migratie van de gegeerde sardinella tussen beide landen bijna helemaal stilgevallen. Die vissoort wordt steeds meer ingeburgerd als goedkope vleesvervanger in heel West-Afrika, en daarmee komt ook de voedselzekerheid van miljoenen mensen onder druk te staan.

Europese diepvriestrawlers, vooral uit Nederland en gesubsidieerd door de EU, Russische en Chinese schepen en de opkomende vismeelindustrie gaan in Mauritanië allemaal achter één vissoort aan: de sardinella, een haringachtig klein visje. De sardinella is een migrerende soort: in de wintermaanden daalt ze af van Marokko over Mauritanië richting Senegal, op zoek naar warmere wateren, jaar na jaar. Alleen geraakt de sardinella dit jaar niet eens zo ver meer, blijkt uit onze reis in Senegal.

‘Dat ligt aan de trawlers, Russen en Europeanen, die alles opscheppen’, zegt Mohamed Abd-Ali (64), op een strand in de baie de Hann van de Senegalese hoofdstad Dakar. We schrijven februari 2017. Abd-Ali maakt een 36-voeter klaar om met een kleine crew Russische schepen te gaan filmen die volgens hem illegaal vissen in Senegalese wateren. ‘Hoerenzonen zijn het, die Russen!’, vloekt een grofgebekte Abd-Ali.

© Arthur Debruyne

Mohamed Abd-Ali

Zijn bedrijf voert hoofdzakelijk sardinella uit naar zowat heel West-Afrika en heeft 300 werknemers in dienst. ‘Alleen ligt de boel al een week stil en is iedereen werkloos omdat er geen vis is’, foetert hij. ’Tienduizend euro per week kost me dat. Ongezien is het. Soms is er veel vis, soms niet, dat heeft met de maan te maken, dat weten we. Maar op dit moment moet de sardinella uit het noorden aankomen want de watertemperatuur is perfect: de natuur is stipt als een klok, al duizenden jaren. Als ze niet op de afspraak verschijnt, dan is de mens er ergens in tussengekomen. Het probleem ligt daarboven in Mauritanië, en de illegale visvangst hier in Senegal.’

Veel Europese visbedrijven zijn partnerschappen aangegaan met lokale ondernemers en varen nu onder de Senegalese vlag, een slinks trucje.

In 2006 maakte Senegal onder druk van mondige plaatselijke vissers een radicale ommezwaai: buitenlandse schepen zouden voortaan amper meer mogen vissen. De Europese Unie vist er vandaag enkel op tonijn. Veel Europese visbedrijven zijn toen echter partnerschappen aangegaan met lokale ondernemers en varen nu onder de Senegalese vlag, een slinks trucje.

Andere schepen komen dan weer vanuit naburige wateren vissen zonder toestemming. Zwakke handhaving en corruptie verergeren het probleem: een recent internationaal onderzoek schat dat zo’n 40 procent van de vangst in West-Afrika illegaal is. Landen in de regio zouden er jaarlijks 2,3 miljard dollar aan mislopen, vermoeden de Afrikaanse onderzoekers.

© Arthur Debruyne

 

De sardinella zit vol graten, Europeanen lusten het visje daarom niet. Het grote merendeel van de Europese, hoofdzakelijk Nederlandse, vangst in Mauritanië wordt verkocht in West-Afrika: in Burkina Faso, Ghana, Togo, Ivoorkust en zelfs in Nigeria, een alsmaar groeiende markt. ‘Maar omdat die trawlers zo’n enorme hoeveelheden kunnen vissen, per dag wel 250 ton, kunnen zij op mijn markten hier de prijs bepalen’, zegt Abd-Ali. ‘En die lagere prijs kan ik niet matchen. Aan de grote invoerders kan ik niet verkopen, en dus heb ik minder opbrengst.’

‘Ik vis met een zwaar hart, want ik weet dat we de boel permanent verzieken.’

Niet zo lang geleden handelde Abd-Ali nog voornamelijk in zogenaamde edele vissoorten: tong, brasem, tonijn. Omdat die overbevist worden door Chinezen in het zuidelijke Guinee-Bissau, zegt hij, van waaruit die soorten naar het noorden migreren, is de man uit noodzaak moeten overstappen op sardinella, die tot voor kort nog overvloedig leek.

Nu is Abd-Ali radeloos, en dat laat zich merken. ‘In dit vak moet je een haai zijn, een haai op het droge’, weet hij. Hij is ook niet te beroerd om de hand in eigen borst te steken: ‘Ook de Senegalezen doen eender wat, weet je: overbevissing is het laatste van hun zorgen. Ikzelf vis met een zwaar hart, want ik weet dat we de boel permanent aan het verzieken zijn.’

Chinese middenklasse heeft honger naar vis

De groeiende middenklasse in China heeft een alsmaar groeiende honger naar vis. Omdat de Chinese zeeën inmiddels overbevist zijn, subsidieert China, net als Europa, een groeiende langeafstandsvloot, die de Europese ver overstijgt in omvang. China vist in de wateren van Zuid- en Midden-Amerika en zelfs voor Antarctica, maar veruit het meest in West-Afrika, net als Europa. Vooral in Senegal trekken lokale vissers aan de alarmbel over de bedreiging van de industriële visvangst voor hun levensonderhoud.

‘Senegal heeft geen olie, geen goud, geen diamanten’ zegt Abdou Karim Sall (50). ‘Enkel vis. Als dat verdwijnt, wat dan?’ We staan op het strand van Joal, zo’n 80 kilometer ten zuiden van Dakar. Sall is voorzitter van de vissersassociatie van Joal, milieuactivist en kandidaat-burgemeester. Hij zag van dichtbij hoe migratie richting de kusten Joal veranderde van een klein dorp tot een bedrijvige stad van 56.000 inwoners en mogelijk de grootste artisanale vishaven van West-Afrika.

© Arthur Debruyne

Abdou Karim Sall

Joal belichaamt dat cruciale verschil met buurland Mauritanië, waar de visvangst voor de lokale bevolking al met al een marginale bezigheid is. Joal daarentegen is volledig afhankelijk van de visvangst, net als zoveel andere kustgemeenschappen in Senegal: is de vangst even magerder, dan hebben ook de nettenmakers, mecaniciens en zelfs taxichauffeurs eronder te lijden, net als de vijfhonderd vrouwen die hier vis, voornamelijk sardinella, roken en zouten voor uitvoer naar de hele West-Afrikaanse regio, waar die goedkope vis de voornaamste bron van proteïne is. Een aanzienlijke demografische boom voedt de vraag: tal van West-Afrikaanse handelsroutes vertrekken inmiddels op het strand van Joal. ‘Op tien jaar tijd is de druk op het visbestand zodanig toegenomen dat het kritiek wordt’, zegt Sall. ‘Al tien jaar is er meer vraag dan aanbod.’

‘Senegal heeft geen olie, geen goud, geen diamanten. Enkel vis. Als dat verdwijnt, wat dan?’

‘Sardinella heet wel eens de vis van de armen’, zegt dr. Alassane Samba, een vooraanstaande oceanoloog in Senegal. ‘Welnu, iedereen is hier arm. Dat geeft je een idee van het belang van de vis. Ikzelf kom uit een klein dorpje: daar eten we maar twee keer per jaar vlees, daarnaast is het altijd vis. De beste indicator om de totale vangst te volgen in Senegal is de prijs van de vis, en die blijft stijgen. De vraag blijft toenemen vanuit heel West-Afrika, en het aanbod gestaag afnemen. Dit kan tot een echte crisis uitgroeien.’

De overbevissing in West-Afrika zou ongewilde gevolgen kunnen hebben voor Europa. Het is een rode draad door onze reizen in West-Afrika: migratie. Om Afrikaanse jongeren te ontraden de Middellandse Zee over te steken op gammele bootjes investeert de EU naar eigen zeggen in jobs en opleidingen voor jongeren in Senegal. Ook Mauritanië ontvangt miljoenen van de EU om migratie in te dijken. In de kustgemeenschappen van beide landen is er tot nog toe weinig te merken van die initiatieven. Jongeren vragen geheid naar de werkgelegenheid in Europa, en tijdens gesprekken zeggen jonge vissers soms een vertrek te overwegen omdat ze hier maar amper kunnen overleven.

‘Nog geen tien jaar geleden vertrokken er vanuit Joal dagelijks twee à drie pirogues (grote, houten kano’s, red.) afgeladen vol richting de Canarische eilanden’, weet Abdou Karim Sall. ‘Twee van mijn broers gingen mee: de ene woont nu in Madrid, de andere in Marseille. Op het hoogtepunt kwamen migranten zelfs vanuit Guinee-Bissau en Conakry. Vandaag vertrekken er al veel minder richting Libië. Sommigen keren zelfs terug uit Europa omdat ze moeilijk werk vinden. Maar als Senegal niets gaat doen aan de overbevissing gaan we nog eens hetzelfde meemaken, daar steek ik mijn hand voor in het vuur.’

© Arthur Debruyne

Pape Kamara

© Arthur Debruyne

 

Op het strand, in zijn element, laveert de sociabele kandidaat-burgemeester Abdou Karim Sall onbevangen door de bedrijvigheid van vissers, verkoopsters en inkopers, dragers, en wie ook maar enkele francs bijeen tracht te ritselen. Hier maakt hij een praatje, wisselt een roddel of nieuwtje uit, daar flirt hij met een visverkoopster. Eén vrouw beklaagt dat haar polygame man, met vier echtgenotes, het rokkenjagen maar niet laat. Sall, die zelf met twee vrouwen en zeven kinderen onder één dak woont, belooft hem ter orde te roepen.

Hoewel hij duidelijk graag gezien is, nemen velen het Sall niet in dank af dat hij de vangst in Joal uit duurzaamheidsoverwegingen naar beneden wil halen. De schuld ligt bij de anderen, klinkt het: de Chinezen, de vismeelfabrieken, Mauritanië dat het visbestand uitverkoopt aan de hoogste bieder; waarom moeten wij daarvoor opdraaien?

‘Senegalezen zijn fatalistisch’

West-Afrikaanse onderzoekers, geëngageerde lokale vissers zoals Sall en activisten ijveren al jaren voor een gezamenlijk beheer van het visbestand door Marokko, Mauritanië en Senegal. Omdat vissoorten migreren tussen de drie landen is dat maar logisch, menen ze. Toch blijft zo’n transnationaal beheersorgaan vooralsnog dode letter: allicht uit vrees dat het initiatief een aanzienlijke vermindering van de vangst zou inhouden.

© Arthur Debruyne

 

Voormalig Senegalees minister van Visvangst en vooraanstaand milieuactivist Haïdar el Ali, die we spreken in Dakar, weet dat er niet meteen een ommezwaai zit aan te komen: ‘Duurzaamheid is hier geen bezorgdheid omdat het niet tot de kennis behoort, niet tot de gewoontes, zelfs niet in onze genen zit. De eerste prioriteit is voedselzekerheid. Bovendien is de Senegalees fatalistisch: is er vis, dan is het Gods wil, zo niet, idem.’

In Joal gaan we uit vissen met kapitein Malik Seye (30) en drie andere jonge mannen. Pape Kamara (22) is kok aan boord: op een kolenvuurtje in een verroeste velg van een autoband bereidt hij een smakelijke visschotel met rijst en brouwt hij mierzoete muntthee. De deining stoort hem niet: hij doet het al sinds zijn achtste. Vissersfamilies sturen hun kinderen vaak niet naar school, omdat ouders redeneren dat ze maar beter een stiel leren om zo snel mogelijk op hun eigen benen te kunnen staan.

De visvangst is hier bovendien geen heroïsche noch bijzonder lucratieve activiteit, evenmin in Mauritanië. Zo blijft een hardnekkige generatiearmoede in stand. Aan boord klagen de vissers in gebroken Frans over de vooruitzichten in Joal. ‘Pas argent’, klinkt het. Frankrijk of België lijkt veel aantrekkelijker, geven ze aan, al hebben ze geen concrete plannen om binnenkort te vertrekken. Morgen terug uit vissen. 

 

Dit artikel kwam mede tot stand dankzij de steun van Journalismfund.eu / Flanders Connects Continents

Meer uit het dossier MO* onderzoekt: Europese visvangst in West-Afrika

© Arthur Debruyne
Europa wil vissen in Sierra Leone. Maar wil Sierra Leone dat wel? Uit onderzoek van MO* blijkt dat de Europese visakkoorden met acht West-Afrikaanse landen soms een vergiftigd geschenk zijn.
© Arthur Debruyne
Omdat de zeeën van China en Europa nagenoeg overbevist zijn, gaan de grootmachten vis in West-Afrika zoeken.