Tien jaar na de tsunami in Atjeh

Het was één minuut voor acht, op de ochtend van 26 december 2004. Een zeebeving van 9,1 op de schaal van Richter, 160 kilometer voor de westkust van Sumatra, veroorzaakte de grote tsunami die naar schatting 280.000 doden maakte en 1,6 miljoen mensen uit hun huizen verdreef. Vier vijfde van de doden viel in de Indonesische procincie Atjeh, waar ook een half miljoen mensen have en goed verloren. Achthonderd kilometer kustlijn werd er weggevaagd door een van de krachtigste natuurrampen uit de recente geschiedenis.

De horrorfilm 

© Matilde Gattoni

Een neef was vermist en het duurde een volle maand eer Rahmatullah hem kon opsporen. ‘Maar ik was de hele tijd hoopvol.’

‘Ik heb geen seconde geloofd dat mijn neef verzwolgen was.’

‘Het was een muur van zwart water die uit twee verschillende richtingen op ons af rolde. Dichter bij de kust werd dat een enorme golf, die vlak bij de kust brak en tot aan de voet van de heuvel spoelde.’ Rifdali Rahmatullah zag het allemaal gebeuren alsof hij naar een 3D-film stond te kijken. Hij overleefde de gruwel ‘met dode vissen en lijken overal’, maar zat drie dagen vast omdat de vallei in een oogwenk een meer geworden was.

Pas toen het water de vierde dag terugtrok, kon hij terug naar huis. Tevoren was dat een rit van een kwartiertje op de motor, maar nu werd het een helletocht van een volle dag door het water, langs lijken en puin van alles dat kapotgeslagen was. Bij zijn thuiskomst konden zijn ouders niet geloven dat hij nog leefde. Een neef was vermist en het duurde een volle maand eer Rahmatullah hem kon opsporen. ‘Maar ik was de hele tijd hoopvol’, vertelt hij. ‘Ik heb geen seconde geloofd dat hij verzwolgen was.’

Harde tijden

© Matilde Gattoni

‘Het zijn harde tijden, maar we hebben ten minste een dak boven ons hoofd.’

‘Na de eerste golf was het dorp overstroomd, maar kon je nog zwemmen. Na de tweede golf stonden alleen de moskee en een paar huizen nog overeind. De derde golf vernielde alles.’

‘Voor de tsunami had ik een grote zaak. Ik verkocht wel honderd kilo vis per dag’, klaagt Nurul Hayati terwijl ze haar visstalletje opzet in Layuen, een dorp langs een hoofdweg in Atjeh. ‘Sindsdien zijn de vissers te bang om de zee op te gaan en is er haast geen vis meer om te verkopen.’

De tsunami trof dit slaperige kustdorp met volle kracht. Hayati toont drie vingers: ‘Na de eerste golf was het dorp overstroomd, maar kon je nog zwemmen. Na de tweede golf stonden alleen de moskee en een paar huizen nog overeind. De derde golf vernielde alles.’ Tegen die tijd was het Hayati en haar familie gelukt te ontkomen naar de heuvel achter hun huis. Dat geen van hen het leven liet, was een klein mirakel, want 250 van de 800 inwoners van het dorp kwamen om.

Vroeger, herneemt Hayati, bleven de vissers wel twaalf uur op zee, zelfs tijdens het seizoen met de krachtige winden. Nu varen ze tot hooguit drie kilometer voor de kust en bij de minste stormwind keren ze terug. Dat leidde tot minder aanbod en hogere prijzen, en dus tot een aanzienlijke krimp in Hayati’s handel. Van een bloeiende zaak en een mooi huis ging het naar puur overleven.

‘Het zijn harde tijden, maar we hebben ten minste een dak boven ons hoofd. Dat is beter dan onder de bomen te slapen’, lacht ze.

Hier is ons leven

© Matilde Gattoni

‘Wij konden niet weggaan. Hier is ons leven.’

‘Iemand begon te schreeuwen dat we het dorp moesten verlaten en dat er een tsunami zou komen, maar we geloofden hem niet.’

‘De herinnering stemt me treurig. Wat een vreselijke dag.’ Het gekakel en gelach in de kamer waar haar ouders en jongere zusters zaten te kletsen valt plots stil. Iedereen luistert naar het verhaal van Nurmalawati. Ze bracht die zondag 26 december thuis door, samen met haar echtgenoot en een nichtje. Terwijl ze haar acht maanden oude baby Malik aan het voeden was, werd het dorp plots door een zware aardbeving door elkaar geschud. Een paar minuten later begon het water van de oceaan zich terug te trekken.

‘Een Chinees die een geit heeft begon te schreeuwen dat we het dorp moesten verlaten en dat er een tsunami zou komen, maar we geloofden hem niet.’

Toen het water het dorp overspoelde, bond Nurmalawati’s echtgenoot de vier samen, in een poging de familie samen te houden. Maar de tweede golf nam toch het nichtje mee. Daarna werd Nurmalawati meegesleurd door het zuigende water. Ze belandde kilometers landinwaarts. ‘Dat was de laatste keer dat ik mijn man en mijn kind gezien heb’, zegt ze.

Ze herstelde van kneuzingen en verwondingen in een nabijgelegen moskee, toen ze enkele dagen later het bericht kreeg dat haar zus Maliks lijkje gevonden had. ‘Ik vroeg haar om hem te begraven. Ik kon het niet meer aan hem te zien’, bekent ze met tranen in de ogen. Nurmalawati verloor vijftien familieleden, maar Malik mist ze het meest.

Van de 3000 inwoners van Alue Naga overleefden maar 700 de tsunami. De regering probeerde het dorp te hervestigen achter een beschermende heuvel, maar Nurmalawati en de andere dorpsbewoners kampeerden twee jaar op hun grond. ‘Wij konden niet weggaan. Hier is ons leven’, zegt ze. Nurmalawati leeft van de garnaalvangst. ‘En vandaag zijn we er meer dan ooit van overtuigd dat we inderdaad hier moesten blijven.’

Met eigen handen

© Matilde Gattoni

‘Het is niet makkelijk om te leven hier, maar ik heb mijn verantwoordelijkheid tegenover mijn twee overlevende kinderen.’

‘Het is niet makkelijk om te leven hier.’

‘Zie je deze kokospalmen?’ vraagt Suryani, en ze wijst naar de tien meter hoge bomen die langs de kustlijn staan. ‘Dat was hoe hoog het water kwam.’ Vandaag runt ze een winkeltje in Kuala Do, een afgelegen kustdorpje bij Calang. Er woont verdriet in de blik van deze vrouw.

Toen de golven van de tsunami het dorp troffen, logeerde haar negenjarige dochter bij haar zuster. Ze verloor haar, net als haar man, die hun kind ging ophalen na de aardbeving.

‘We hebben hun lichamen nooit gevonden’, fluistert ze. Het Canadese Rode Kruis herbouwde haar huis, maar verder ontving ze geen enkele compensatie of hulp. ‘Ik heb alles met eigen handen moeten heropbouwen.’

De tsunami nam 70 van de 150 levens in Kuala Do. Uit voorzorg werd het nieuwe dorp achter de kustweg gebouwd, aan de voet van een heuvel waar mensen bij een nieuwe tsunami makkelijk toevlucht kunnen zoeken. Toch is de nieuwe locatie niet echt beter beschermd.

Het dorp is niet meer wat het geweest is, en heel wat inwoners verhuisden naar Banda Aceh en Meulaboh, toch wil Suryani niet van wijken weten.

‘Het is niet makkelijk om te leven hier, maar ik heb mijn verantwoordelijkheid tegenover mijn twee overlevende kinderen.’

De zee als graf

© Matilde Gattoni

‘Iedereen moest voor zichzelf zorgen. Dat maakt je egoïstisch.’

‘Telkens als ik dicht bij de kust kwam, werd ik teruggeslagen door de stroming.’

‘Soms komen de herinneringen aan de tsunami nog boven. Dan voel ik de kracht van het water in mijn gedachten.’ Kamisari is pas 59, maar hij lijkt veel ouder. Hij komt aan de kost met zijn zijspantaxi en woont in Calang, samen met zijn tweede vrouw en stiefdochter. De tsunami veegde zijn eerste gezin weg: zijn vrouw, twee zonen en drie schoonzussen.

Hij was bezig met renovatiewerken aan de moskee, toen het water hem trof en meesleurde in open zee. Daar zwom hij uren rond, vergeefs pogend de kust te bereiken.

‘Het was vreselijk frustrerend. Telkens als ik dicht bij de kust kwam, werd ik teruggeslagen door de stroming.’ Hij schud zijn hoofd, het klinkt bijna vermakelijk. Uiteindelijk belandde Kamisari op een strand acht kilometer van zijn dorp.

De eerste hulp en de voedselrantsoenen arriveerden pas vier dagen later. Kamisari en vierhonderd andere overlevenden moesten het zo lang stellen met fruit en kokosnoten. ‘Dat was extreem moeilijk’, herinnert hij zich. ‘Iedereen moest voor zichzelf zorgen. Dat maakt je egoïstisch.’

Een paar dagen na de ramp bezocht een van zijn zoons hem in zijn droom, om zijn dood te melden. De lichamen van zijn familieleden werden nooit gevonden. ‘Ik denk altijd aan hen als ik naar de zee ga. Voor mij zijn ze daar begraven.’ Hij zegt het met een vredige en berustende glimlach.

Dit artikel verscheen eerder in het winternummer van MO*magazine. Een abonnement kan je bestellen voor slechts €20.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift