Inwoners van Welkenraedt en omstreken willen inspraak

Debat over nieuwe mijn: ‘Waarom zink in Colombia gaan halen als het van hier kan komen?’

©️ Raf Custers

Onder het Schmalgraf-reservaat liggen nog altijd mijnschachten en galerijen van vroegere zinkwinning. Een kleine mijnbouwfirma wil nu opnieuw proefboringen doen naar zink.

Benoît Franssen is misschien wel de jongste conservator van het kleinste natuurgebied in Oost-België. Het reservaat Schmalgraf is precies 1 hectare, 72 are en 56 centiare groot en bestaat sinds 2007. Je ziet er nog altijd de sporen van de mijn die hier tot de jaren 1930 draaide. Hier won men calamine, een zinkhoudend erts.

Op een glooiing met afval van de mijn bloeit de gele viola calaminaria, het zinkviooltje, dat alleen voorkomt op deze toxische bodems waarop geen andere vegetatie gedijt. De mijn behoorde toe aan de firma Vieille Montagne, die later opgeslorpt werd door Union Minière (Umicore).

Zink uit België?

Kelmis (of in het Frans: Calamine) staat al sinds de tijd van de Romeinen bekend om de zinkontginning, volgens de plaatselijke toerismedienst. 

Zink wordt gebruikt als grondstof voor onder andere de bekende emmers, badkuipen en dakpannen. 

Carsten Niehaus (CC0 Public domain)

 

Hoe klein ook, het reservaat Schmalgraf telt toch vier diverse minibiotopen. In één ervan, het bos, dekte Umicore enkele jaren geleden twee mijnschachten af met een betonnen deksel en een merkpaal. De ondergrondse mijngalerijen dooraderen de ondergrond. Langs één galerij voerden ze destijds het erts over een smalspoor naar een laadplaats langs de Hohnbach-rivier. De uitgang, afgesloten met een gietijzeren hek, is nog steeds zichtbaar.

Toeristen bezoeken nu de industriële sites van weleer, van mijnactiviteiten die decennia geleden gestaakt werden.

In dit stukje Frans- en Duitstalig België nam het toerisme het intussen over van de industrie. Vlakbij Schmalgraf is de hoofdzetel van de vroegere firma Vieille Montagnege transformeerde tot museum.

Het ligt langs de N3 van Aken naar Luik, in het centrum van Kelmis. In het Frans heet het dorp La Calamine, genoemd naar het zinkerts waarvan ze emmers en badkuipen maakten. ‘Én de daken van Parijs’, weet de gids die ik spreek, want de eerste zinkuitbaters maakten vooral fortuin met de export.

Ook in het naburige Plombières gidst de lokale bedrijvigheid nu toeristen naar de industriële sites van weleer. Deze gemeente ontleende haar naam aan het looderts dat ze daar delfden. De mijn was lang eigendom van de Spaanse firma Peñarroya, tot ze in de jaren 1990 in Franse handen kwam. Ook hier is elke activiteit decennia geleden gestaakt en zijn de uitbatingsvergunningen opgeheven.

©️ Raf Custers

Langs een galerij voerde men destijds het erts over een smalspoor naar een laadplaats langs de Hohnbach-rivier. In Schmalgraf zijn nog verschillende uitgangen van de mijn te zien.

'Niet zoals in Congo'

Conservator Benoît Franssen is ook landbouwkundige en bijzonder gehecht aan zijn streek. Hij weet zeker dat er nog veel erts in de grond zit in dit gebied. ‘Ik ben ertegen dat ze het ooit weer zouden ontginnen,’ zegt hij, ‘want een mijn brengt hoe dan ook schade toe aan het leefmilieu. En pas na vele tientallen jaren komen de specifieke flora en fauna daar weer terug. Zo is het ook gegaan met ons Schmalgraf-reservaat.'

©️ Raf Custers

Conservator Benoît Franssen tussen zinkviooltjes in het Schmalgraf-reservaat: ‘Er zit nog veel erts in dit gebied, maar ik ben ertegen dat ze het weer zouden gaan ontginnen.’

Twee jaar geleden meldde zich een ondernemer in de streek die precies dat wil doen: opnieuw ertsen winnen uit de ondergrond.

De firma Walzinc, opgericht door Geert Trappeniers en Noël Masson, wil in Plombières proefboringen uitvoeren om zicht te krijgen op de ertsen die hier nog voorradig zijn. Volgens hen kan dat project zijn nut bewijzen voor de Europese industrie, die te afhankelijk blijft van aanvoer van ertsen van buiten de EU en daardoor kwetsbaar is. ‘Wij zijn er ook van overtuigd dat we op een verantwoorde manier kunnen werken’, zegt Geert Trappeniers. ‘Technisch gezien kan dat perfect’.

Maar: de firma Walzinc mag dan wel de Europese context meehebben, ze heeft nagenoeg de volledige lokale publieke opinie tegen. Walzinc legde haar project aan de bevolking voor, zoals de procedure dat voorschreef, op een openbare vergadering in oktober 2017 in Plombières. ‘De sfeer was ronduit negatief’, erkent Trappeniers.

Volgens hem vertrekken de mensen van de idee-fixe dat mijnbouw sowieso de omgeving verontreinigt en het grondwater opgebruikt. ‘Maar moderne mijnbouw gebeurt niet zoals in Congo’, aldus Trappeniers. ‘Bovendien willen wij aan exploratie doen. De mijnbouw zelf is hier niet eens aan de orde. Maar onze argumenten worden op populistische wijze van tafel geveegd’.

Overigens toont dat volgens Geert Trappeniers waar de Europese grondstoffenpolitiek hapert. Vanuit de Europese Commissie wordt de noodzaak bepleit om binnen de EU weer meer aan mijnbouw te doen. ‘Op Europees niveau wordt daar serieus aan gewerkt,’ zegt Trappeniers, ‘Maar de lokale schakel is niet van die noodzaak doordrongen. Op lokaal niveau ontbreekt het draagvlak totaal.’

‘Belgisch zink heeft een toekomst’

Walzinc heeft een project op langere termijn. ‘Zink is zeker niet schaars’, vertelt Geert Trappeniers. ‘Bovendien is op zestig kilometer van hier zinkverwerker Nyrstar actief. Maar Nyrstar haalt zijn grondstof uit Colombia en Australië. Waarom zouden ze het zo ver gaan halen, als het van hier kan komen?’

De firma Walzinc zou eraan denken een logistiek centrum in te richten aan het station van Montzen. Dat zegt althans Albert Stassen. Hij is de invloedrijke voorzitter van de toeristische federatie van de Drie Grenzen.

Montzen is een indrukwekkend spoorwegcomplex. Het is een van de grootste rangeerstations van het land. Vroeger was het een cruciale schakel in de zogenaamde IJzeren Rijn, de spoorlijn die de haven van Antwerpen zou verbinden met het Duitse Ruhrgebied.

©️ Raf Custers

Het viaduct van Moresnet, onderdeel van de IJzeren Rijn, de spoorlijn die de Antwerpse haven zou verbinden met het Duitse Ruhrgebied. Moet de streek hopen op zinkontginning voor nieuwe bedrijvigheid?

Maar het spoorcomplex van Montzen wordt al decennialang onderbenut. Nu rijden er enkel nog cargotreinen voorbij. ‘De gronden zijn vervuild, de NMBS wil er geen kosten aan doen’, zegt Albert Stassen. Moet je dan niet hopen op Walzinc voor nieuwe bedrijvigheid in de streek? Stassen, categoriek: ‘Walzinc zou daar af- en aan rijden met vrachtwagens.’

In Plombières, waar zijn dochter Marie Stassen burgemeester is, willen ze er niet van weten. De gemeente Plombières keerde zich eind 2017 snel tegen Walzinc.

Walzinc had niet overal dezelfde perimeter opgegeven en had niet alle betrokken gemeenten vernoemd in de documenten.

In januari 2018 toonde het Waals Gewest dat het zijn reserves had. Het Gewest stelde dat de informatievergadering in Plombières niet volgens de regels was verlopen, en dat in het dossier van de onderneming ‘onregelmatigheden’ waren gevonden. Zo had Walzinc niet in alle documenten dezelfde perimeter opgegeven van de zone waar het wilde werken en had het niet alle betrokken gemeenten vernoemd.

Sindsdien geldt een soort van algemeen uitstel. De toenmalige Waalse milieuminister Carlo Di Antonio (cdH) bepaalde dat Walzinc geen nieuw dossier kon indienen zolang Wallonië geen nieuwe wetgeving voor de uitbating van de ondergrond had. Maar zijn ontwerp van decreet raakt maar niet goedgekeurd. Het werd voor de verkiezingen van mei ‘in laatste lezing’ door de Waalse regering goedgekeurd, maar vond op de valreep geen meerderheid in het Waalse parlement.

Het is nu afwachten wat de nieuwe Waalse regering ermee zal doen.

Vonnis over kerncentrale Doel helpt

‘We moeten toch beseffen welke schaal dit project aanneemt’, zegt Albert Stassen. ‘Dit project belangt maar liefst negen gemeenten aan. Voor Kelmis, Plombières en Lontzen geldt dat voor hun hele grondgebied. Voor Eupen, Raeren, Welkenraedt, Limbourg, Aubel en Baelen voor stukken van hun grondgebied’.

‘Het mijnproject is niet compatibel met de bevolkingsdichtheid van onze streek.’

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 stelden alle lokale politieke partijen dat nieuwe ondergrondse activiteiten uit den boze zijn. Maar het Waals Gewest bekijkt dat anders. ‘Als ons advies hen niet bevalt, dan negeren ze ons’, zegt Stassen. Hij vreest dat de gewestelijke overheden zullen beslissen over het hoofd van de gemeenten heen, om Walzinc tegemoet te komen.

Aanwijzingen daarvoor staan volgens Stassen in het ontwerp van het nieuwe Waalse mijndecreet. Aan de gemeenten zal bijvoorbeeld geen zitje gegarandeerd worden in een Conseil du sous-sol (Raad van de ondergrond), een adviesorgaan.

‘Onze streek is dichtbevolkt’, zegt Albert Stassen. Het heeft er niet meteen de schijn van maar dit agrarische heuvelland ten zuiden van het Drielandenpunt telt 200 inwoners per vierkante kilometer. Die mensen, vindt Stassen, moeten kunnen meepraten over de toekomst van de streek, ‘want het mijnproject voor Plombières is niet compatibel met die bevolkingsdichtheid’.

©️ Raf Custers

Albert Stassen, voorzitter van de toeristische federatie van de Drie Grenzen: ‘Wij willen gehoord worden.’

Stassen staat verre van alleen met die opinie. Toen de protesten vorm kregen, zetten vele honderden mensen hun handtekening onder een protestpetitie. Ook vlak over de grenzen, in Nederlands Limburg en Aken, hebben de tegenstanders van een heropening van de zink- en loodmijn van zich laten horen. Op een mondiger manier soms dan hun Belgische buren.

‘En nu is er een gerechtelijke uitspraak die ons extra argumenten geeft’, zegt Albert Stassen. ‘Een uitspraak die bepaalt dat bij grensoverschrijdende projecten de lokale bevolking geconsulteerd moet worden.’ De uitspraak dateert van eind juli en betreft nota bene de kerncentrales Doel-1 en Doel-2.

Toen de Belgische regering in 2015 besloot om de levensduur van die kerncentrales met tien jaar te verlengen, tekenden de Bond Beter Leefmilieu (BBL) en zijn Franstalige tegenhanger Inter-Environnement Wallonie (IEW) gezamenlijk beroep aan. De verlenging kan niet, vonden de twee milieukoepels, want er is geen milieueffectenrapport en geen publieke raadpleging. En het Europees Hof van Justitie gaf hen eind juli gelijk.

‘Ook hier zitten we met een project met gevolgen tot over de grens. Wij willen dus ook gehoord worden,’ stelt Albert Stassen.

Tibor (CC BY-SA 4.0)

Zelf de fiets op naar het drielandenpunt?

Een schitterende streek, dit Frans-en-Duitstalig kanton aan het drielandenpunt. Vanaf het station van Welkenraedt maak je per fiets een lus in wijzerzin van ruim 25 kilometer, deels via de RAVEL-fietstrajecten L38 en L39 (die nog niet helemaal af zijn).

De erg drukke N3 van Aken naar Luik vermijd je best. Maar de secundaire wegen zijn kalm, en overal heb je shortcuts door het weiland en de bossen. Om vanuit Plombières in Schmalgraf te komen, rijd je in Moresnet onder het indrukwekkende spoorwegviaduct door en vervolgens via de nijdige klim van Bambusch naar het reservaat Schmalgraf.

©️ Raf Custers

  • Nieuwe fietstracés zijn de L38 Hombourg-Plombières-Kelmis, en de L39 Hombourg-Aken;
  • plan je fietsroute met de handige planner van Go Ostbelgien en met RAVEL-documentatie.

Meer info:

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver, journalist en onderzoeker

    Raf Custers is onderzoeker bij Gresea (Groupe de Recherche pour une Stratégie Economique Alternative). In 2013 publiceerde hij het boek Grondstoffenjagers.