Opvang in de eigen regio: makkelijker gezegd dan gedaan?

Vluchtelingen steeds minder welkom in Turkije

© Iratxe Alvarez

Syrische vluchtelingen in Ankara: ‘Als je over straat loopt, krijg je te horen dat we “terug moeten naar ons land”. Alleen is ons land kapot.’

Een zomer geleden trokken woedende Turken door de straten van Altindag, een district in de Turkse hoofdstad Ankara. Ramen van huizen en winkels van Syrische vluchtelingen moesten de schade daarvan ondervinden. Want de vluchtelingen zijn niet langer welkom in Turkije. Een jaar later trok MO* naar Ankara om te kijken welke sporen de Altindag-clashes hebben nagelaten.

Dinsdagavond, 10 augustus 2021. Twee groepen jongeren raken slaags in de straten van Altindag, een district in de Turkse hoofdstad Ankara. Turken versus Syriërs. Een van de Turkse jongeren overlijdt diezelfde nacht aan de steekwonden die hij opliep. Het hek is van de dam. De daaropvolgende twee nachten trekken woedende Turken door de straten van Altindag. Ze bekoelen hun woede op winkels en woningen van Syrische vluchtelingen.

De clashes spelen zich af op een moment van economische recessie en torenhoge inflatie in Turkije en slaan barsten in de toch al tanende Turkse solidariteit met de vluchtelingen.

Vandaag, een jaar later, maakt Turkije zich klaar voor de parlements- en presidentsverkiezingen van 2023. Niet alleen de relance van de economie speelt een cruciale rol in de kiescampagnes, ook een “flinker” en strenger asiel- en migratiebeleid in Turkije neemt een centrale plek in.

Altindag heeft sporen nagelaten, vertelt S., een Afghaanse alleenstaande moeder in Altindag. Er is meer wantrouwen tegenover buitenlanders. Op straat, in de winkels. ‘Mensen begonnen zich na de gebeurtenissen anders te gedragen. Onvriendelijker’, vertelt ze. ‘Ik hoorde zelfs dat vluchtelingen werden bekogeld met stenen.’

‘Meteen na de gebeurtenissen in Altindag vielen Turkse chauffeurs me lastig, ze probeerden me letterlijk van de weg te duwen. Ik voel me nog altijd niet veilig.’
A., syrische vluchteling uit Aleppo

Haar dochtertje is een klein vat vol leven, dat tegelijk wankelt van vermoeidheid. Zelf wil ze niet op de foto, niemand mag weten waar ze is en dat ze met journalisten spreekt. 2,5 jaar geleden kwam S. aan in Turkije. Haar dochtertje is precies zo oud.

S. vluchtte uit Iran, waar ze als vluchteling woonde, voor familiaal geweld en beviel in de eerste week nadat ze Turkije was binnengekomen. Met haar dochter en zus vestigde ze zich in het district Altindag. Ze beleefde met een bang hart de clashes van vorige zomer en zag hoe Turkse nationalistische groepen de huizen in de Syrische wijken bestormden. ‘Twee weken gingen mijn zus en ik de deur niet uit. De woede was niet alleen gericht tegen Syriërs, maar tegen ieder van ons. We deden wat veel vluchtelingen deden: wie niet naar buiten moest, bleef binnen.'

© Iratxe Alvarez

Een jaar geleden vernielden woedende Turken winkels en woningen van vluchtelingen in Altindag, Ankara. De eigenaars van deze Afghaanse winkel hebben de vlag op hun gevel uit voorzorg overschilderd.

Vluchtelingen in Turkije

Op 28 april 2011 kwam de eerste grote groep vluchtelingen uit Syrië buurland Turkije binnen. Het aantal Syrische vluchtelingen in Turkije zou aangroeien tot 3,6 miljoen in 2021.

Hoeveel niet-Syrische vluchtelingen zich in Turkije bevinden, is heel onduidelijk omdat transparantie van de overheid ontbreekt.

Turkije kende de Syrische vluchtelingen vanaf 2012 een tijdelijk beschermingsstatuut toe. Ze mogen legaal in Turkije blijven en krijgen toegang tot basisrechten en -diensten. Niet-Syriërs vallen buiten dat beschermingsprincipe.

Een wetgevend kader voor asiel en migratie kwam er pas in 2018. Het was een van de voorwaarden voor Turkije om te kunnen toetreden tot de Europese Unie. Tot die tijd was het de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR die vluchtelingen in Turkije registreerde, maar ze hevelde die taak in 2018 over aan Turkije.

In 2021 zette Turkije de registratie stop van grote aantallen vluchtelingen, inclusief de Syrische vluchtelingen die onder de tijdelijke bescherming vallen.

A., een Syriër uit Aleppo, kwam in 2014 met zijn gezin en zijn jongere broer naar Turkije. Hij herkent de angst van S. ‘Ook wij zijn echt bang om buiten te komen’, vertelt hij. ‘Als je op straat loopt, voel je het racisme. Je krijgt agressieve opmerkingen naar je hoofd geslingerd. Dat we “terug moeten naar ons land”. Alleen is ons land kapot, zijn onze huizen ingepalmd en is de Syrische staat onze vijand.’

A. vertelt hoe hij soms, op dagen dat er meer spanning in de lucht hangt, niet naar zijn winkel gaat. ‘Mijn winkel ligt niet naast de deur, dus ik moet de auto nemen. En je moet weten dat mijn wagen een buitenlandse, herkenbare kentekenplaat heeft. Meteen na de gebeurtenissen in Altindag vielen Turkse chauffeurs me lastig, ze probeerden me letterlijk van de weg te duwen. Ik voel me nog altijd niet veilig.’

Het zijn geen geïsoleerde verhalen. In 2021 liet 11.11.11, de Vlaamse koepel van Internationale Solidariteit, 944 Syrische vluchtelingen in Turkije bevragen over hun levensomstandigheden. Meer dan een derde van de ondervraagden liet weten dat ze toegenomen spanningen met de Turkse bevolking ervaren.

Spreidingsplan

‘We hebben al acht maanden problemen met onze adressen’, zegt A. ‘De identiteitskaart van mijn broer is niet meer geldig, maar hij kan ze nergens laten vernieuwen.’ De impact van dat probleem is enorm, legt A. uit. Nu heeft zijn broer, die bij hem inwoont, geen recht meer op gezondheidszorg. Nochtans werd de familie van A., inclusief zijn broer, wel degelijk als vluchteling geregistreerd door Turkije. Als Syrische vluchtelingen vielen ze onder een tijdelijke beschermingsmaatregel die Turkije in 2011 invoerde. Die maatregel gaat nu op de schop, zo lijkt het.

De regering deed districten in 16 provincies en steden als Ankara, Istanbul en Izmir op slot voor nieuwe buitenlandse inwoners.

Wie vlucht, moet zich laten registreren als vluchteling in het land waar hij verblijft. Maar registratie is voor veel vluchtelingen – zowel Syrische als niet-Syrische – onmogelijk geworden in een groot aantal stedelijke gebieden in Turkije. Want sinds februari dit jaar zet de Turkse regering in op een zogenaamd spreidingsplan, bedoeld om het aandeel migranten in districten over het hele land te beperken tot 25 procent. De regering deed daarom districten in 16 provincies en steden als Ankara, Istanbul en Izmir op slot voor nieuwe buitenlandse inwoners. Met deze aanpak wil de Turkse minister van Binnenlandse Zaken Süleyman Soylu de “gettoïsering”van stedelijke gebieden tegengaan.

Vluchtelingen in Ankara krijgen nu te maken met nieuwe registratiemaatregelen. Lees: waar ze voorheen probleemloos geregistreerd werden, botsen ze nu op uitsluitingsmechanismen. ‘Meteen na de clashes werden een aantal buurten in Ankara gesloten voor registratie’, verduidelijkt Umit Ongören van de Turkse vluchtelingenorganisatie Dunya Evimiz Demegi (kort: Dunya).

‘De Turkse minister van Migratie vaardigde al in september 2021 een decreet uit met als doel migranten te verbieden zich nog in bepaalde gebieden te vestigen. In februari van dit jaar werd dat plan ook echt geïmplementeerd. Ankara kreeg daarbij de rol als pionier.’ Altindag was een van de districten waar de regel meteen werd ingevoerd.

Stadsvernieuwing als antwoord?

In Altindag rijzen de nieuwbouwwijken uit de grond. De woontorens zijn al van ver te zien. Minder zichtbaar zijn de puinhopen die hier en daar nog in de wijken van dit district te vinden zijn: restanten van een brutale makeover. Meteen na de clashes van een jaar geleden werden vluchtelingen zonder papieren uit hun bouwvallige huurpanden gezet. Ze moesten plaats maken voor nieuwe huizen en nieuwe bewoners.

© Iratxe Alvarez

Hier was sprake van een de facto uitzettingsbeleid, bedoeld als afleiding voor de volkswoede.

‘In september 2021 besloot de provincie Ankara om “huizen die er onbewoonbaar uitzien” te slopen en er nieuwe in de plaats te zetten’, vertelt Burcak Sel Tüfekci, coördinator van Dunya. ‘Er werden geen criteria gegeven voor het begrip “onbewoonbaar”, dus dat was vrij te interpreteren. De bewoners die niet waren geregistreerd in de gemeente, omdat ze simpelweg geen toegang hadden tot registratie, moesten weg. Na de aankondiging van die “opkuis” ging het heel snel. De sloopbedrijven stonden er vaak nog geen week nadat bewoners het bevel hadden gekregen om hun woning te verlaten. Hier was sprake van een de facto uitzettingsbeleid, bedoeld als afleiding voor de volkswoede. Dit trof voor de volle honderd procent vluchtelingenfamilies, in hoofdzaak Syriërs.’

© Iratxe Alvarez

De overheid besloot om ‘huizen die er onbewoonbaar uitzien’ te slopen. Het was de facto een uitzettingsbeleid. ‘Dit trof voor de volle honderd procent vluchtelingenfamilies, vooral Syriërs.’

Burcaks collega Umit Ongören neemt ons mee naar Haci Bayram. In een onverharde straat, tussen vuilnishopen en bouwvallige huizen, bevindt zich een wijkcentrum van Dunya. De verpauperde buurt is een uitloper van Ulus, een van de oudste wijken van Ankara. ‘De wijk is al tachtig jaar in verval, het toeristisch kwartier buiten beschouwing gelaten’, vertelt Ongören.

Nochtans was dit vroeger het centrum van de Turkse hoofdstad. Maar de gloriewijk uit de beginjaren van de Turkse republiek werd ingenomen door niets ontziende commercie, die de ziel uit de wijk zoog. ‘Vandaag is het een centrum van drugs-, seks- en mensenhandel. Tegelijk vestigden zich hier veel vluchtelingen, omwille van de goedkopere huurprijzen. Ook hier merken we samenlevingsspanningen die er vroeger minder leken te zijn.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Een van de gevolgen is dat niet-Turkse inwoners van de wijk zich oefenen in totale discretie. Ongören vertelt hoe tot voor kort buitenlandse vlaggen op winkelgevels prijkten, maar die werden verwijderd en opgeborgen. We rijden langs een Afghaanse winkel waar de vlag letterlijk is uitgeveegd en met verf overschilderd, om geen slapende honden wakker te maken.

‘Een suggestie van de politie, die door de Afghaanse winkelier werd opgevolgd’, zegt Ongören. De suggestie mag dan goedbedoeld zijn, het is slechts symptoombestrijding.

Neemt antimigratiedenken toe?

‘Buitenlanders weten doorgaans meer over wat zich in ons land afspeelt dan de Turken zelf.’ Het is niet zonder ironie dat Özer Sencar deze stelling poneert, in zijn kantoor in hartje Ankara. De professor leidt het gevestigde en gerenommeerde onderzoekscentrum Metropoll. Metropoll houdt de vinger aan de pols van wat de Turkse burger denkt over onder meer politiek, economie en de sociale samenleving.

© Iratxe Alvarez

Onderzoeker Özer Sencar: ‘Veel Turken halen hun informatie over migratie uit media die niet onafhankelijk berichten of uit onzin op sociale media.’

30,5 % van de Turken denkt dat er zich meer dan 10 miljoen vluchtelingen uit buurland Syrië bevinden op Turks grondgebied, in plaats van de reële 3,6 miljoen.

Sencar is de man die ons kan vertellen wat de gemiddelde Turk denkt over het Turkse migratiebeleid. ‘Er is grote onwetendheid van de Turkse bevolking over migratie. Ten eerste blinkt Turkije niet uit in transparante overheidscommunicatie. Veel mensen halen vervolgens informatie uit media die niet onafhankelijk berichten. Of ze beroepen zich op sociale media, waar nog meer onzin te lezen is. We merken dat ook in onze onderzoeken.’

Zo denkt 30,5 procent van de Turken dat er zich meer dan 10 miljoen vluchtelingen uit buurland Syrië bevinden op Turks grondgebied, in plaats van de reële 3,6 miljoen. Dat wijst een recente peiling uit.

Berna Köse, coördinatrice van een wijkcentrum voor vluchtelingen, verwijst naar het vermoedelijke nepnieuws dat op sociale media rondgaat. Zo is er het hardnekkige gerucht dat jonge, single Afghaanse vluchtelingen foto’s zouden nemen van onschuldige Turkse vrouwen en meisjes en die dan op sociale media zouden zwieren met een seksueel getint bericht erbij.

Waar die berichten vandaan komen, is volgens Köse nooit officieel onderzocht. ‘Er is meer racisme in de Turkse samenleving’, verzekert Köse. ‘Buitenlanders worden op één hoop gegooid: die van de Syrische vluchteling die hier zou komen profiteren.’ Ook Köse meent dus een groeiend antimigratiesentiment waar te nemen bij de Turkse medeburger.

Over antimigratiegevoelens bij de Turken heeft Metropoll geen recente cijfers, zegt Sencar. ‘Maar we constateerden in een bevraging van 2021 wel dat maar liefst 83 procent van de respondenten Syriërs wil terugsturen naar hun land. Dat is opvallend. Net zoals dit: 40 procent is daarbij voorstander van gedwongen repatriëring naar Syrië of een ander herkomstland.’

Terugkeerbeleid hoog op agenda

Het portret van de stichter van de Turkse republiek, Kemal Atatürk, prijkt gevelbreed aan de CHP-toren in Ankara. Hij kreeg ook een prominente plaats in het kantoor waar we Fethi Acikel ontmoeten, vicevoorzitter van de CHP, de centrumlinkse partij en grootste oppositiepartij in Turkije. Atatürk kreeg alle neuzen van de Turken in de richting van Europa, en ook de huidige CHP-gangmakers kijken naar het oude continent.

Maar ze doen dat niet zonder kritiek, zo maakt Acikel duidelijk wanneer ik pols naar zijn visie over het Turkse vluchtelingenbeleid. ‘Erdogan heeft Turkije tot een groot vluchtelingenkamp herschapen. Dat tolereren we niet’, bekritiseert hij de president. ‘Maar evenmin aanvaarden we de hypocriete houding van Europa, dat Turkije als grenswacht beschouwt maar ons verder aan ons lot overlaat. Europa heeft hier een gedeelde verantwoordelijkheid.’

© Iratxe Alvarez

Fethi Acikel van de CHP, de grootste oppositiepartij: ‘Erdogan heeft Turkije tot één groot vluchtelingenkamp herschapen.’

‘Mensen bergen broederschap gauw op als ze hun baan en inkomen verliezen.’
Burcak Sel Tüfekci, coördinator Dunya

Links-progressieve Turken verwijten de CHP een te harde, rechtse kijk op vluchtelingen. Acikel is het daar niet mee eens. Hij wijst op de ‘dramatische toestand in Turkije’, praat over een ‘tsunami van vluchtelingen’. ‘De situatie is onhoudbaar. We zien Syrische, Afghaanse en Pakistaanse getto’s te midden van de grote Turkse steden.’ Er is geen transparantie over wie het land binnenkomt, zegt Acikel.

Dat gebrek aan informatie belet hem tegelijk niet om zelf enkele opmerkelijke zaken op te werpen. ‘We zien een stijgende drugsproblematiek, net zoals een stijging van kindhuwelijken, kinderen die niet naar school gaan en die gedwongen worden tot illegale arbeid, vrouwen die in een polygaam huwelijk worden gedwongen. Dat zijn enorme sociale, culturele en economische problemen, die het gevolg zijn van wanbeleid door deze regering.’

De CHP is geen voorstander van een hard terugkeerbeleid, benadrukt Acikel. ‘We ijveren voor een zacht (vrijwillig, td) en duurzaam hervestigingsbeleid in Syrië, gebaseerd op internationale monitoring. Daarmee bedoel ik dat we onder de vleugels van de Verenigde Naties en de internationale gemeenschap de diplomatieke banden met de Syrische regering herstellen, en dat koppelen aan een internationaal heropbouwplan voor Syrië. Ik ben zeker dat de meerderheid van de Syriërs wil terugkeren naar hun land. Daar is hun geschiedenis, daar zijn hun velden, hun kantoren en huizen. En dat is exact wat nodig is om het welzijn en de rechten van zowel Turkse burgers als Syrische vluchtelingen te herstellen.’

Framing

Europese politici, inclusief de Belgische, bepleiten zo graag het model van opvang van vluchtelingen in de eigen regio. Maar dat model vertoont grote barsten. En precies van die barsten maken de Turkse politieke oppositiepartijen zoals de CHP gretig gebruik wanneer ze het thema migratie op tafel leggen.

Net zoals bij ons en in andere Europese landen is migratie ook in Turkije een electoraal thema waarop politieke partijen zich willen profileren.

De regerende AKP-partij van Erdogan krijgt van de oppositie het verwijt dat ze de meer dan 4 miljoen vluchtelingen in Turkije laat betijen, zonder er een kordaat beleid aan te koppelen. En dus is terugkeer een hard thema voor de parlements- en presidentsverkiezingen van 2023. Net zoals bij ons en in andere Europese landen is migratie ook in Turkije een electoraal thema waarop politieke partijen zich willen profileren.

En net zoals bij ons wordt het politieke en publieke debat in Turkije gedomineerd door het gebruik van frames: simpele, gekleurde voorstellingen van een complex probleem, die de eigen visie moeten overbrengen. Er is het indringerframe: de migrant die de thuissamenleving ongevraagd binnendringt. Of het slachtofferframe: de migrant die hulp nodig heeft. Fethi Acikel hanteert het eerste frame, de regeringspartij AKP ging altijd voor het solidariteitsdiscours.

Dunya-coördinator Burcak Sel Tüfekci herinnert eraan dat de Turkse regering in 2011 de grenzen opende om massaal Syrische vluchtelingen toe te laten. ‘President Erdogan riep op tot solidariteit in het kader van islamitisch broederschap. Hij beriep zich op het principe dat elke religieuze gelijkgestemde – lees: een soennitische moslim – welkom is in de Turkse gastgemeenschap. Dat de Syrische vluchtelingen onze gasten waren, werd in de beginjaren breed gedeeld.’

Maar, legt ze uit, door opeenvolgende politieke crisissen, de enorme economische crisis en het stijgend inkomensverlies werd dit verhaal van “broederschap” onbruikbaar. ‘Mensen bergen broederschap gauw op als ze hun baan en inkomen verliezen.’

Deze reportage kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Deze reportage werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Word proMO* voor slechts 4 euro per maand en je ontvangt ons magazine. Je steunt zo ook ons journalistiek project en geniet van tal van andere voordelen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3260   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur