Vrouwen aan de macht maken meer verschil dan een hashtag

Reportage

Vrouwen aan de macht maken meer verschil dan een hashtag

Vrouwen aan de macht maken meer verschil dan een hashtag
Vrouwen aan de macht maken meer verschil dan een hashtag

Belinda Goldsmith / Thomsom Reuters Foundation

24 oktober 2017

Geweld en ”old boys networks” snoeren vrouwen de mond in de politiek, maar ten koste van wat?

© Thomson Reuters

© Thomson Reuters​

Geconfronteerd met escalerend geweld, een gebrek aan financiering, en uitsluiting uit de door mannen gedomineerde netwerken, zijn veel vrouwen terughoudend om aan een politieke carrière te beginnen. Hierdoor stijgt de bezorgdheid over de trage vooruitgang die vrouwen wereldwijd maken in hun verovering van hun deel van de macht, zeggen experts.

Studies wijzen uit dat wereldwijd slechts één op vier regeringsleden en minder dan één op vijf ministers vrouwelijk is. Het aantal vrouwelijke staatshoofden daalt dit jaar van 17 tot 15.

Nochtans wordt algemeen aanvaard dat vrouwelijke machthebbers wel degelijk een verschil kunnen maken, zowel in de lokale of de nationale politiek. Zij zetten immers onderwerpen op de agenda die vaak over het hoofd worden gezien, zoals geweld tegen vrouwen of vrouwenemancipatie.

Vrouwelijke parlementsleden en experts pleiten ervoor om de manier waarop aan politiek gedaan wordt te wijzigen, met in het achterhoofd de mondiale doelstellingen van de Verenigde Naties voor een gendergelijke politieke deelname tegen 2030.

Politieke partijen moeten het initiatief nemen om vrouwelijke partijleden aan te trekken, vrouwelijke politici te ondersteunen, en het macho-imago en de “old boys’ clubs” in parlementen op te ruimen

Politieke partijen moeten volgens hen het initiatief nemen om vrouwelijke partijleden aan te trekken, vrouwelijke politici te ondersteunen, en het macho-imago en de “old boys’ clubs” in parlementen op te ruimen.

Silvana Koch-Mehrin, de oprichtster van Women in Parliaments a Global Forum (Vrouwen in parlementen -mondiaal forum), een netwerk van vrouwelijke parlementsleden, stelt vast dat het aantal vrouwelijke parlementsleden dan wel gestegen is, maar dat dit niet leidde naar beleidsverandering of een verandering op het vlak van wie uiteindelijk beslissigen neemt.

‘In enkele landen is de kring van wie echt macht heeft onaangeroerd gebleven’, vertelt Silvana Koch-Mehrin.

‘Veel vrouwen zijn actief in ngo’s en tal van andere organisaties die rond beleid werken, maar als hen wordt gevraagd om in de politiek te gaan, bedanken ze omdat er meer tijd wordt besteed aan het spelen van politieke spelletjes en het uitbouwen van vriendschappen in plaats van te focussen op het beleid… Bovendien valt er in de zakenwereld simpelweg meer geld te verdienen.’

Positief is dat de idee dat vrouwen cruciaal zijn voor een gelijkekansenbeleid en vooruitgang voor iedereen in de maatschappij, algemeen aanvaard wordt, zowel in oudere democratieën als in opkomende landen of in arme en fragiele landen.

Vechten voor vrouwenkwesties

Gegevens van de Interparlementaire Unie (IPU), de internationale organisatie van parlementen, laten zien dat het vrouwelijke aandeel in parlementen 23,6 procent bedroeg in 193 parlementen op 1 september van dit jaar. Tien jaar geleden was dat 17,7 procent en in 1997 slechts een schamele 11,8 procent.

Er zijn geen gegevens beschikbaar over het aantal vrouwen in lokale overheiden, en dat is een ernstig tekort op het vlak van kennis van vrouwen aan de macht.

De IPU vindt de toename van vrouwelijke parlementsleden met 1 procent per jaar sinds het eerste stemrecht voor vrouwen in Nieuw-Zeeland 120 jaar geleden, op z’n minst teleurstellend.

‘Met de aanwezigheid van vrouwen worden dikwijls kwesties aangekaart die eerst niet als een prioriteit beschouwd werden’

‘Het percentage stijgt, maar te traag’, zegt Kareen Jabre, hoofd van de programma-afdeling in de IPU. ‘Met de aanwezigheid van vrouwen worden immers dikwijls kwesties aangekaart die eerst niet als een prioriteit beschouwd werden. In eerste instantie denken we daarbij aan geweld tegen vrouwen met in het bijzonder huiselijk geweld. Het simpele gegeven dat vrouwen een stem krijgen, verandert meteen de politieke agenda.’

Er bestaat geen globale studie die de link aantoont tussen het aantal vrouwelijke politici en veranderingen in het beleid, maar enkele nationale en thematische studies duiden op een positieve invloed.

Er werd bijvoorbeeld aangetoond dat vredesprocessen met vrouwen als getuige, tussenpersoon of onderhandelaar, twintig procent meer kans maken op een vredesakkoord dat ten minste twee jaar lang standhoudt.

En dit is lang geen alleenstaand feit. Zo zorgde de Chileense president Michelle Bachelet voor het legaliseren van abortus wanneer de moeder in levensgevaar is, de foetus niet levensvatbaar is, of bij een zwangerschap ten gevolge van verkrachting. Voordien waren abortussen onder alle omstandigheden verboden in Chili.

Ondertussen speelde de vrouwelijke fractie van Malawi’s parlement een belangrijke rol in een grondwettelijk amendement om kindhuwelijken buiten de wet te stellen. Waar kinderen voorheen reeds op hun vijftiende konden trouwen mits instemming van de ouders, is het nu illegaal onder de leeftijd van 18 jaar.

Het Jordaanse parlementslid Wafa Bani Mustafa, één van de twintig vrouwen in het Lagerhuis met 130 zetels, vertelde dat de grootste verwezenlijkingen in haar drie termijnen te maken hadden met het opkomen voor vrouwenkwesties, zoals het beschermen van vrouwen in echtscheidingen, en de erkenning dat seksuele intimidatie als een misdaad te behandeld moet worden in het strafrecht.

Controverse over quota

Maar het trotst is ze wellicht op haar grote verwezenlijking in augustus, waarbij Jordaanse wetgevers stemden voor de afschaffing van een wet die verkrachters vrijuit laat gaan wanneer ze met hun slachtoffers trouwen – een kwestie die voor het eerst op tafel werd gelegd door Bani Mustafa in 2013.

© Thomson Reuters Foundation/Heba Kanso

Ze gaf mee dat ouders vaak instemmen met dergelijke huwelijken om de familiale schande te beperken, en dat geen enkel meisje als een geschenk gegeven zou moeten worden aan haar verkrachter.

‘Het was de tweede keer ooit dat ik weende in het parlement… Ik voelde me opnieuw een moeder – het is mijn kindje’, vertelt Bani Mustafa, terugdenkend aan de dag dat de wet werd afgeschaft.

Geen enkel meisje mag als een geschenk gegeven worden aan haar verkrachter

‘In Jordanië en in de Arabische wereld zouden vrouwen zich moeten bezighouden met vrouwenrechten in de politiek, en ze zouden zich daarover niet moeten schamen… Het is belangrijk dat vrouwen vertegenwoordigd zijn in alle functies, plaatsen, ook in leidinggevende rollen en in de rol van beslissers.’

Bani Mustafa zette zich vorig jaar ook in om het aantal vrouwelijke zetels van 15 naar 23 op te trekken in een quota, maar dat voorstel werd afgewezen.

Quota als instrument om te komen tot betere politieke vertegenwoordiging van vrouwen blijft controversieel, zelfs als het Internationale Instituut voor Democratie en Electorale Assistentie (IDEA) in Stockholm bevestigt dat de helft van de landen in de wereld nu een systeem voor genderquota toepast.

Verkiezingsquota – die verschillen van quota voor het aantal zetels voor kandidaten en van niet-verplichte quota binnen politieke partijen – blijken de meest efficiënte manier om een toename van het aantal vrouwelijke politici te realiseren. Ook de IPU constateerde dat vrouwen beter af waren wanneer quota werden toegepast.

In 2012 werden verkiezingsquota gehanteerd in 22 landen waar verkiezingen gehouden werden. Met wettelijke quota namen vrouwen 24 procent van de zetels in, terwijl ze bij vrijwillige quota 22 procent binnenhaalden. Wanneer er geen quota werden gebruikt, kwam het vrouwelijke aandeel neer op 12 procent van de zetels.

Maar enkele critici, vooral in liberale democratieën, verzetten zich tegen quota omdat ze mannen zouden discrimineren, en omdat ze de selectie van kandidaten op basis van verdienste teniet zouden doen.

Sarah Childs, een professor in politiek en gender aan de Birkbeck Universiteit van Londen, stelt dat quota alleen niet voldoende zijn. ‘Quota kunnen een probleem meteen aanpakken, maar er is nood aan een ‘quota plus’-systeem, dat de negatieve aspecten van het politieke bedrijf aanpakt, en focust op de kenmerken die van iemand een goede politicus maakt.’

‘Politieke partijen zouden meer moeten investeren in het aantrekken van vrouwelijke politici in plaats van hen te verwijten dat ze zich zelf niet komen aanmelden.’

‘De politiek mag dan wel bekend staan als een meedogenloze wereld waar wordt doorgewerkt tot in de vroege uurtjes… er moet een manier bestaan om de politiek aantrekkelijk te maken voor vrouwen… er moet duidelijker gecommuniceerd worden dat deze baan te combineren valt met een gezin.’

Fysiek geweld

Wanneer vrouwelijke politici het tot in het parlement schoppen, zijn ze er moeilijk te houden. ‘Er zijn veel vrouwen die hun zetel afstaan of die zich niet opnieuw kandidaat stellen omwille van het grillig parcours dat ze daarvoor moeten afleggen’, meent Julie Ballington, quota-adviseur voor politieke participatie bij de VN organisatie voor Vrouwen (UN Women).

‘Het toenemend aantal feiten van vrouwengeweld in de politieke wereld weerhoudt veel vrouwen ervan in de politiek te stappen’, voegt ze daaraan toe.

‘Maar met een vrouw aan de macht worden andere doelstellingen nagestreefd en wordt er bewezen dat vrouwen een leidinggevende rol kunnen aannemen.’

45 procent van de vrouwelijke parlementsleden zijn in hun politieke carrière met de dood, verkrachting, geweld of ontvoering bedreigd geweest.

Vrouwelijke parlementsleden zeggen dat veel vrouwen het toenemend aantal aanvallen op sociale media, samen met fysieke geweld bij campagnes, verafschuwen, net als de voortdurende focus op de uiterlijke verschijning van vrouwelijke politici.

Een Britse sensatiekrant werd dit jaar beschuldigd voor seksime toen ze een foto van de eerste minister Theresa May en de Schotse eerste minister Nicola Sturgeon publiceerde, waarop enkel hun benen te zien waren, met als titel Never mind Brexit, who won Legs-it! (vrij vertaald: “Brexit? Mij een zorg, de winnaar heeft killerbenen!”).

Dit terwijl een studie uitgevoerd door de IPU aantoonde dat zo’n 45 procent van de vrouwelijke parlementsleden met de dood, verkrachting, geweld of ontvoering bedreigd zijn geweest in hun politieke carrière, en dat meer dan 80 procent te maken heeft gehad met psychologische mishandeling op sociale media.

Het Nigeriaanse parlementslid Nnenna Elendu-Ukeje vertelt dat ze discrimatie, seksuele toespelingen, fysieke bedreiging en weigering om bevelen op te volgen heeft meegemaakt, voornamelijk afkomstig van mannelijke collega’s. Ze vreest dat de behandeling van vrouwen in de Nigeriaanse politiek nog meer vrouwen doet terugdeinzen om in de politiek te stappen, terwijl hun stem broodnodig is in de strijd tegen vrouwendiscriminatie.

© Thomson Reuters Foundation/Afolabi Sotunde

Nigeriaans parlementslid MP Nnenna Elendu-Ukeje tijdens een interview in haar kantoor in Abuja, Nigeria

© Thomson Reuters Foundation/Afolabi Sotunde​

Bij de laatste verkiezingen openden onruststokers het vuur op Elendu-Ukeje tijdens haar campagne. Zij werd snel in veiligheid gebracht, maar enkele van haar veiligheidsassistenten werden verwond. Niemand werd hiervoor gerechtelijk vervolgd.

‘Als de daders van geweld niet tegengehouden worden, vrees ik dat de aanwezigheid van vrouwen op het politieke toneel verder zal afnemen’, stelt ze.

‘Bij het opstellen van het beleid moeten we de participatie verzekeren van de mensen die daar zelf voordeel bij hebben of die het risico lopen kans om onterecht behandeld worden’, zegt de 48-jarige alleenstaande moeder.

Geldproblemen

Rwanda staat wereldwijd op kop met 61,3 procent vrouwelijke parlementsleden in het Lagerhuis. De Oost-Afrikaanse natie hield namelijk een bevolkingsonevenwicht met 70 procent vrouwen over aan de genocide in 1994. Voordien namen waren slechts 10 tot 15 volksvertegenwoordigers vrouwen.

Op de tweede plaats komt het Boliviaanse Lagerhuis met 53,1 procent vrouwelijke verkozenen. Cuba komt het dichtst in de buurt van een gelijke verdeling met 48,9 procent vrouwelijke parlementsleden.

Het Boliviaanse nationale parlement mag dan wel meer vrouwelijke dan mannelijke verkozenen tellen, het land scoort heel wat minder goed op lokaal niveau, waar slechts 10 procent van de burgemeesters vrouwen zijn.

Soledad Chapeton kwam in de vuurlinie te staan toen ze in 2015 verkozen werd als de eerste vrouwelijke burgemeester van El Alto, Bolivië’s tweede grootste stad. Ze noemt het dan ook een gelukkig toeval dat ze afwezig was op het moment van een opzettelijke brandstichting in het stadshuis, waarbij zes mensen om het leven kwamen.

‘De brandstichting is volgens ons een uiting van politieke ongenoegen… het was een nachtmerrie’, vertelt Chapeton, omringd door haar vrouwelijke persoonlijke lijfwacht.

© Thomson Reuters Foundation/Theo Hessing

Chapeton, een voormalig congreslid en dochter van een politieagent, stelt dat vrouwelijke politici het moeilijk hebben om hun politieke campagnes te financieren, en dat ze vaak persoonlijk aangevallen worden op sociale media.

Drie van de veertien vice-burgemeesters in El Alto zijn vrouwen. Chapeton’s doel was aanvankelijk om een volledige gendergelijkheid te bereiken, om dan tot de ontdekking te komen dat enkele vrouwelijke afgevaardigden er de brui aan gaven omwille van intimidatie.

‘Verschillende vrouwen weigerden om nadien nog deel te nemen, aangezien ze als vrouw een veel gemakkelijker doelwit zijn’, aldus Chapeton. ‘Mensen hebben mij verkozen omdat ik de dingen anders aanpak dan in het verleden, en dit stimuleert me om verder te doen.’

Geen vrouwen

Vijf van de 193 landen op de lijst van de IPU hebben nog altijd geen enkel vrouwelijk parlementslid, namelijk Qatar en Jemen in het Midden-Oosten, de Pacifische eilanden Vanuatu, de Federale Staten van Micronesië, en Papoea-Nieuw-Guinea (PNG).

In Micronesië heeft tot nu toe geen enkele vrouw een stap in de politiek gezet, terwijl er in Papoea-Nieuw-Guinea – dat bovenaan de landenlijst prijkt op het vlak van geweld tegen vrouwen – voor het eerst in 25 jaar geen enkele vrouw bij de 111 verkozen parlementsleden is.

50 procent van de bevolking in Papoea-Nieuw-Guinea wordt niet vertegenwoordigd in de hoogste beleidsorgaan van het land

Sinds de onafhankelijkheid van Australië in 1975 zijn slechts zeven vrouwen verkozen om te zetelen in PNG’s parlement. De in 2012 geleverde inspanningen om een systeem te creëren waarbij 22 zetels voorbehouden zouden worden voor vrouwen, waren tevergeefs.

‘Dit betekent dat 50 procent van de bevolking niet vertegenwoordigd wordt in de hoogste beslissingsgevende instantie van het land’, legt Julie Bukikun uit, mede-vertegenwoordigster van het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP.

‘Vrouwelijk leiderschap in PNG is van groot belang… vrouwen moeten vertegenwoordigd worden om het onrecht aan te pakken waar ze dagelijks mee te maken krijgen, waaronder een hoge blootstelling aan geweld, weinig kansen op werk, en een gebrekkige toegang tot de gezondheidszorg.’

Maatregelen voor vrouwen

Een andere grote voorstander van vrouwen in een leidinggevende functies, is Chhavi Rajawat, die haar baan opgaf in een multinationaal bedrijf om haar dorp Soda te besturen in de Indiaanse staat Rajasthan. Met een MBA-diploma (Master in business management) op zak gaat ze de geschiedenis in als India’s jongste sarpanch, of dorpsleider, in 2010.

‘Ik weet dat ik niet voldoe aan het klassieke plaatje van een sarpanch, die meestal een oudere man is’, zei Rajawat, gekleed in een legging met losse tuniek en trekschoenen in Soda, 80 kilometer van Jaipur, de hoofdstad van Rajasthan.

© Thomson Reuters Foundation/Himanshu Sharma

Dorpshoofd Chhavi Rajawat toont haar vader (centraal in beeld) en andere dorpsbewoners iets op haar telefoon in de Indiase deelstaat Rajasthan

© Thomson Reuters Foundation/Himanshu Sharma​

Sinds haar indiensttreding heeft de gemeenteraad nieuwe wegen aangelegd, toiletten gebouwd, water- en elektriciteitsvoorziening geïnstalleerd, en zelfs een bank voor Soda’s 7000 inwoners. Die verwezenlijkingen schrijft ze toe aan de wet waarbij minstens één derde van de gemeenteraad voor vrouwen wordt voorbehouden.

‘De dorpsbewoners vroegen me om me kandidaat te stellen voor de verkiezingen, aangezien de sarpanch verplicht een vrouw zou moeten zijn’, vertelt ze. ‘Zonder deze maatregel weet ik niet of ik hier wel zou zijn, en of dezelfde vooruitgang zou zijn geboekt’, voegt de in 2015 herkozen Rajawat eraan toe.

‘Het is een goede zaak dat vrouwen voorbehouden posten krijgen op dorpsniveau, maar deze lijn zou doorgetrokken moeten worden tot op de hogere politieke niveau’s.’

India komt op de 149ste plaats van IPU’s lijst aangaande het aantal vrouwen in de nationale parlementen, wat neerkomt op slechts 12 procent vrouwen die zetelen ofwel het Hogerhuis of het Lagerhuis van het parlement.

Weinig vrouwen in India worden aangemoedigd om in de politiek te stappen, en diegene die zich dan uiteindelijk bij een politieke partij aansluiten, worden zelden geselecteerd om zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen. Daarenboven moeten ze misbruik zoals seksuele intimidatie en eerroof slikken, misdaden die te weinig wordt aangemeld.

© Thomson Reuters Foundation/Himanschu Sharma

Een leerkracht kijkt toe in haar klaslokaal in Soda, Rajasthan, India

© Thomson Reuters Foundation/Himanschu Sharma​

Rajawat, die ooit samen met haar vader fysiek aangevallen werd wegens een territoriaal geschil, wil daar een eind aan maken.

‘Dit is belangrijk omdat vrouwen – die vaak een verzorgende functie opnemen in de familie – sociale kwesties zoals gezondheid, voeding en onderwijs begrijpen. Al wat we nodig hebben is een echte kans om verandering te kúnnen brengen’, zei ze.

Na een analyse van de dossiers van vrouwelijke ministers door IPU bleken hun meest gangbare bevoegdheden Milieu, Natuurlijke rijkdommen en Energie te zijn, gevolgd door sociale sectoren zoals Sociale zaken, Familie, Jeugd, Ouderen en Mindervaliden, en Onderwijs.

Ondersteuning en begeleiding

Het Keniaanse parlementslid Peris Tobika zegt dat onderwijs altijd haar prioriteit is geweest, en ze spendeert het budget in haar kiesdistrict Kajiado vooral aan de bouw en de renovatie van scholen, alsook aan de uitbetaling van beurzen om meisjes in de middelbare school te houden.

© Thomson Reuters Foundation/Katy Migiro

Een schoolmeisje poseert voor een foto aan een school in Kajiado, Kenia. Parlementslid Peris Tobiko spendeert het budget in haar kiesdistrict vooral aan de bouw en de renovatie van scholen, en aan de uitbetaling van beurzen om meisjes in de middelbare school te houden.

© Thomson Reuters Foundation/Katy Migiro​

Tobika haalde de voorpaginas in Kenia toen ze verkozen werd tot parlementslid in 2013. Ze was namelijk de eerste vrouw van de conservatieve Maasai bevolkingsgroep die een zetel behaalde, ondanks de vloek die ouderlingen uit haar gemeenschap uitspraken over har kandidatuur en iedereen die voor haar zou stemmen.

Nu staat Kenia op de 86ste plaats op de IPU lijst met ongeveer 22 procent vrouwen in het Lagerhuis.

‘Volgens mij is onderwijs de sleutel tot verandering in een maatschappij’, meent Tobika. ‘Het is de enige oplossing die werkt op lange termijn tegen al die schadelijke tradities.’

Het jongste vrouwelijke parlementslid in Kyrgizstan, Aida Kasymalieva, wist toen ze haar intrede deed in het parlement dat huiselijk geweld, kinderhuwelijk en de gedwongen ontvoeringen van meisjes om tot bruid gemaakt te worden geen prioriteit waren.

Maar ze kon haar ogen niet geloven toen haar mannelijke collega’s zonder enig respect de Kamer verlieten wanneer er over vrouwendiscriminatie gesproken werd.

‘Mannen zullen nooit stilstaan bij huiselijk geweld of kidnappings’, zegt ze. Kasymalieva was dan ook opgelucht dat het Kyrgizische parlement een genderquota had goedgekeurd na verschillende campagnes die pleitten voor een parlement met één derde vrouwen.

Tegenwoordig zijn 23 van de 120 parlementsleden vrouwen in Kyrgizstan. Ze werken samen in een partijoverstijgende fractie die opgericht werd in 2011, met als doel de belangen van vrouwen en meisjes op de politieke agenda te plaatsen. Ze zegt dat de samenwerking tussen vrouwen van cruciaal belang is.

© Thomson Reuters Foundation/Valeria Cardi

Parlementslid Aida Kasymalieva praat met dorpsbewoners in het district Uzgen, Kirgyzië, september 2017

© Thomson Reuters Foundation/Valeria Cardi​

‘Ik hoop dat we in de toekomst geen kunstmatige quota meer nodig hebben om vrouwen te vertegenwoordigen, maar nu zie ik geen andere uitweg’, zegt de 33-jarige Kasymalieva.

Ballington van UN Women heeft het over de nood aan politieke wil om vrouwen te vertegenwoordigen in de politiek. ‘Indien de leider hier een agendapunt van maakt, kunnen we meteen grote vooruitgang boeken’, zegt ze over Canada’s eerste minister Justin Trudeau’s beslissing om de helft van z’n kabinet te kiezen uit vrouwen, en zo een complete gendergelijkheid te verkrijgen.

Jabre van de IPU zegt dat ook vrouwen zich meer moet uitspreken om de manier waarop politiek werkt te veranderen. ‘Er was bij vrouwen altijd al een onwil of angst voor politiek omwille van zijn gewelddadige en confronterende karakter, en daar passen ze voor”, zegt ze. ‘Maar een toenemend aantal vrouwen probeert de touwtjes in handen te nemen door het politieke wereldje wat beschaafder te maken.’

‘Hoe meer voorbeelden van vrouwelijke politici en hoe meer ze in de belangstelling komen, des te groter de kans dat vrouwen een stem krijgen in wetgevende instanties… Misschien kijkt een jongere generatie minder op van een vrouw aan de macht, en zal dit deuren openen voor nog meer vrouwen.’

Vertaling: Goedele Verburgh

Deze analyse is deel van een serie Vrouwen aan de macht, geproduceerd door de Thomson Reuters Foundation, met de financiering van European Journalism Centre. MO* is publishing partner van het project.