Centraal-Afrikaanse Republiek: “Zoveel menselijkheid te midden van alle ellende"

Miriam Kasztura, een Zwitserse verpleegster, is net terug uit Berberati, in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Ze doet haar verhaal.

  • Miriam spreekt met een patiënt op de spoedafdeling. © AZG Miriam spreekt met een patiënt op de spoedafdeling. © AZG
  • Het ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen in Berberati. © AZG Het ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen in Berberati. © AZG

“Ik kwam half februari in Berberati aan. In die periode kregen we heel wat ernstige gevallen binnen op onze afdeling intensieve pediatrie. Ik had nog nooit kinderen gezien die er zo erg aan toe waren. De meesten leden aan malaria, en velen hadden bloedarmoede en/of infecties aan de luchtwegen.”

We hebben veel kinderen verloren

“Door het geweld konden ze niet naar het ziekenhuis komen, en als dat toch mogelijk was, waren ze vaak al te ziek om nog te worden gered. Soms konden we niet meer doen dan het overlijden bevestigen. We kregen zoveel patiëntjes binnen dat we zelfs niet de tijd hadden om aan de overledenen te denken, maar ons volledig moesten concentreren op de volgende patiënt. Dat was keihard.

We zagen tot 200 kinderen per dag in onze dagkliniek. 80 tot 90% van de kinderen had malaria. In het ziekenhuis werd 50 tot 60% opgenomen met een ernstige vorm van malaria. Tussen april en juni doet zich de eerste malariapiek voor in de Centraal-Afrikaanse Republiek. In die periode verwachten we dus meer gevallen.

Malaria is dan ook de belangrijkste doodsoorzaak in het land. We zijn voorbereid op die piek en helpen de centra in de omgeving zodat ze hun patiënten zo snel mogelijk kunnen behandelen, kwestie van hun genezingskansen te verhogen.”

Een hele generatie zal met een beperking door het leven moeten gaan

“Er werden ook veel gewonden binnengebracht: mensen met machete-, granaat-, schot- en zelfs pijlwonden. Het conflict spaart niemand, en onze patiënten zijn zowel burgers als strijders. Veel patiënten hadden zware open breuken, en sommigen hadden schotwonden in hun benen, waardoor ze zich helemaal niet meer konden verplaatsen. We moesten heel wat amputaties uitvoeren, vooral bij mensen met machetesteken, schotwonden en infecties.

Moeten toezien hoe tieners door al dat geweld levenslang gehandicapt zouden blijven, was gewoon ondraaglijk. En de situatie is in heel het land even erg. Een hele generatie zal met een beperking door het leven moeten gaan.

Ook kinderen zijn het slachtoffer van geweld. Op een dag hoorden we een ontploffing buiten het ziekenhuis. Enkele minuten later liep een man de afdeling spoedgevallen binnen met een kind van tien jaar in zijn armen. Overal lag er bloed, het was gruwelijk om te zien. Het jongetje was met een ander kind op straat aan het spelen, en ze hadden een granaat opgeraapt waar de pin nog in zat. Het andere kind was op slag dood. Het jongetje had een handdoek om zijn hoofd die doorweekt was met bloed. Ik vreesde dat zijn gezicht verminkt zou zijn door de ontploffing, maar hij had geluk gehad.

Toen ik de handdoek wegnam, opende het kereltje zijn ogen en lachte hij mij toe. Nog nooit had ik zo’n moedig kind gezien. Zijn been was er erg aan toe, en zijn lichaam zat vol scherven, maar hij overleefde het. Na vijf weken behandeling in het ziekenhuis kon hij zelfs weer lopen.”

Ik had nog nooit in zulke moeilijke omstandigheden gewerkt

“Ook al was ik al opgeroepen naar plaatsen die getroffen werden door luchtbombardementen, toch was het bijna ondraaglijk om gewapende mannen rond mij te zien. Af en toe werd het even rustig, maar dat was slechts de spreekwoordelijke stilte voor de storm. Het valt moeilijk te begrijpen hoe zulk extreem geweld mogelijk is, en het is vreselijk om te moeten zien hoe een deel van de bevolking gefolterd, vermoord, ja zelfs uitgeroeid wordt.

Duizenden mensen sloegen op de vlucht voor het geweld. Zo ligt een voormalige moslimwijk er compleet verlaten bij. In de stad is het ondertussen veiliger, maar de bewoners zijn naar eigen zeggen te bang om terug te keren. Velen houden zich schuil in de omgeving, want ze vrezen voor hun leven. Voor alle vluchtelingen die hun land verlaten hebben en voor alle interne ontheemden is dit echt een afschuwelijke periode.”

Soms komt alle hulp te laat

“Afgezien van het geweld zijn de elementaire gezondheidsbehoeften een groot probleem in het land. Als er al gezondheidszorg is, laat de kwaliteit ervan te wensen over en moeten de patiënten zelf de kosten dragen. De mensen hebben dan ook niet het minste vertrouwen in het gezondheidssysteem en zoeken hun heil in de traditionele geneeskunde, vaak met dodelijke afloop. Vaak vragen ze pas medische hulp als het al te laat is.

Naarmate de toestand in Berberati veiliger wordt, komen er steeds meer mensen naar het ziekenhuis. Toch is er geen reden tot optimisme, want de situatie is zo onstabiel dat het conflict op elk moment weer kan oplaaien, ook al is het momenteel rustig.

Dat was voor mij één van de zwaarste beproevingen, niet alleen door het geweld, maar ook door de enorme zorgbehoeften bij de bevolking. Het was dan ook een bijzonder intense periode, maar ik had het geluk schatten van mensen te ontmoeten met veel moed en doorzettingsvermogen. De plaatselijke medische teams gaan elke dag op pad om hun gemeenschap te helpen, ook al krijgen ze daarbij flink wat te verduren. Zoveel menselijkheid ervaren te midden van al die ellende, was echt hartverwarmend.”

Berberati is de op één na grootste stad van de Centraal-Afrikaanse Republiek en ligt in het zuidwesten van het land, op ongeveer 120 km van de grens met Kameroen. Net als vele andere regio’s in het land was de stad de afgelopen maanden het toneel van geweld en misbruiken tegen burgers. Hoewel de situatie de voorbije weken enigszins verbeterd is, blijft ze uiterst precair.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur