Uitspraak in Cumhuriyetproces: een bitterzoet voorlopig einde

De voorlopige uitspraak op het Cumhuriyet proces bracht verleden vrijdag vreugde en verdriet met zich mee. Maar wat opnieuw opvalt is de positieve energie waarmee de sympathisanten van de krant blijven vechten voor het vrije woord.

Voor de dranghekken van de politie staat een rij schildersezels, waarop de tekeningen en aquarellen zijn uitgestald met de portretten van de Cumhuriyet-medewerkers die in de rechtszaal werden gemaakt

Op vrijdag 28 juli in de avond, na vijf dagen hoorzittingen in een volgepakte zaal van het justitiepaleis in Istanboel deed de rechter een voorlopige uitspraak in de zaak rond de krant Cumhuriyet.

Zeven medewerkers van de krant werden voorlopig vrijgelaten, vijf anderen blijven nog steeds in voorhechtenis. De volgende zitting van het proces vindt plaats op 11 september, en die symbolische datum is niet toevallig gekozen, menen velen.

De dag was uitzonderlijk rustig begonnen. Tot onze verbazing staan er ’s ochtends maar zeer weinig mensen aan het draaideurtje naar de rechtszaal. We kunnen zo binnenwandelen.

Ook de jongen die twee dagen eerder mijn hart brak toen hij met zijn rugzakje om en met grote ogen de rechtszaal binnen wandelde, is er niet. Mijn vermoeden was juist: hij is het zoontje van Kadri Gürsel, columnist van de krant en een van de beklaagden die al sinds eind oktober in voorarrest zitten.

‘Ze willen dat we door de knieën gaan, leden van deze verrotte club, met hun gangsters, tirannen zonder eer.’

Elke dag was hij naar het proces gekomen, maar vrijdagochtend had zijn moeder getweet dat hij deze keer niet wilde meekomen. ‘Ik wil hier blijven wachten’, had hij gezegd, ‘zodat ik jou en papa hier vanavond samen kan zien thuiskomen.’

Terwijl de advocaten van de beklaagden in de rechtszaal hun pleidooien houden, begint het druk te worden op het plein voor het justitiepaleis. Het is een groot plein, het is duidelijk voorzien op manifestaties, maar vandaag heeft de politie het centrale gedeelte van het plein afgezet.

Daarnaast hebben sympathisanten echter parasols gezet, tafeltjes en stoelen. Op een van de tafeltjes worden voortdurend flesjes koud water bijgezet voor wie dorst heeft, op het andere tafeltje wordt in grote ketels thee gezet. Voor de dranghekken van de politie staat een rij schildersezels, waarop de tekeningen en aquarellen zijn uitgestald met de portretten van de Cumhuriyet-medewerkers die in de rechtszaal werden gemaakt. Mensen nemen er foto’s van.

De sfeer is gemoedelijk. Als je niet beter wist zou je denken dat hier een buurtfeest aan de gang was.

© Isabelle Rossaert

De sfeer is gemoedelijk. Als je niet beter wist zou je denken dat hier een buurtfeest aan de gang was.

© Isabelle Rossaert

Af en toe komen een paar mensen getuigenissen afleggen voor de verzamelde pers

Af en toe komen een paar mensen getuigenissen afleggen voor de verzamelde pers. De schrijfster Asli Erdogan leest een brief voor die Elif Gunay geschreven heeft voor haar vader Turan, de chef boeken van de krant. Asli Erdogan werd het voorbije jaar zowat de mascotte van de gevangen schrijvers en journalisten in Turkije.

Ze werd vorig jaar in augustus gearresteerd en bracht de eerste dagen door in eenzame opsluiting en zonder water. In december kwam Asli voorlopig vrij, in juni werd zelfs beslist dat ze vrij mag rondreizen, maar in de praktijk kan ze nog steeds het land niet uit.

Jammer genoeg heeft deze “fictie” een zware impact op de echte levens van mensen, van zeventien mannen die al maanden gevangen zitten, van hun vrouwen, hun kinderen.

Eerder in de week ontmoette ik haar in het hotel waar we verbleven. Ik vroeg hoe het nu met haar ging, ze beet op haar lip en knikte van niet goed. Ze wees naar de man naast haar: ‘Dit is mijn advocaat’, zei ze. ‘We gaan zo meteen nog eens proberen een paspoort vast te krijgen.’ Want ook al besloot de rechter dat Asli Erdogan het land mag verlaten, de politie weigert haar haar paspoort terug te geven.

Ook ik word gevraagd om, namens PEN, een woordje te komen doen voor de verzamelde pers. Dat ik een schrijfster ben, zeg ik. Dat ik veel over fictie weet. En dat ik de voorbije week getuige ben geweest van een hoop fictie. Maar dat jammer genoeg deze fictie ook een zware impact heeft op de echte levens van mensen, van zeventien mannen die al maanden gevangen zitten, van hun vrouwen, hun kinderen.

Het was niet echt de neutrale opmerking die een waarnemer hoort te geven. Maar achteraf nemen enkele vrouwen mijn handen stevig vast om me hun dankbaarheid te tonen. Ik besef hoe ontzettend geprivilegieerd ik ben. Ik heb maar een paar simpele zinnen gezegd, maar ik ben eenvoudigweg de enige die dat hier kan doen zonder te moeten vrezen voor mijn vrijheid. Al was niemand van ons daar de voorbije week, met de arrestatie van de mensen van Amnesty International in gedachten, helemaal van overtuigd.

Ik ben met de verslaggeefster van een Franstalige krant aan het praten als we voor ons iemand spotten die een button van ‘I love Cumhuriyet’ op zijn rugzak rondloopt. We maken kennis met Orhun, de sportjournalist van de krant. Hoe het er op de redactie nu aan toe gaat, vragen we. ‘OK’, zegt hij. ‘We zijn vrolijk en houden de moed erin. We kunnen nu eenmaal toch niets aan de situatie veranderen.’ It’s just a ride, staat op zijn arm getatoeëerd. Ik vraag waarover dat gaat. ‘Het leven’, lacht hij.

© Isabelle Rossaert

 

Ik geraak aan de praat met een jonge vrouwelijke IT-consultant. Net als ik volgt ze wat zich binnen in de rechtszaal afspeelt op haar smartphone: twitter, whatsapp, de moderne technologie komt hier wonderwel van pas.

De openbare aanklager eist een nieuwe zaak tegen Şık omwille van diens getuigenis in de rechtszaal. Die zou “nieuwe criminele elementen” bevatten.

De openbare aanklager voert het woord. Hij stelt de vrijlating van een aantal van de beklaagden voor, maar eist tegelijk een nieuwe rechtszaak tegen Ahmed Şık omwille van diens getuigenis eerder in de week. Die zou geen verdediging hebben bevat, maar wel een aantal nieuwe criminele elementen.

Op het moment dat boven in het justitiepaleis de rechter zijn aantrede maakt, verzamelt de menigte zich beneden tot een dichte groep. Terwijl de rechter het spreekgestoelte bestijgt, beginnen de mensen buiten te applaudisseren.

De mannen fluiten, de vrouwen joelen zoals ze dat doen op een feest. Het is alsof ze zoveel mogelijk geluid willen maken om zoveel mogelijk positieve kracht naar de rechtszaal te sturen.

Via twitter en whatsapp komt de uitspraak van de rechter binnen. Hij geeft toe dat expert die de aanklacht heeft aangesteld problematisch was, er zal een nieuwe aangesteld worden.

Hij geeft zeven namen van Cumhuriyet-medewerkers die worden vrijgelaten. Vijf anderen blijven in de cel, maar het regime zou versoepeld worden en ze zouden meer toegang krijgen tot hun advocaat. Het gaat onder andere om de eigenaar, om hoofdredacteur van de krant, columnist Kadri Gürsel en onderzoeksjournalist Ahmed Şık.

De eigenaar van de krant, Akin Atalay, die zo meteen weer naar de gevangenis gebracht zal worden zegt: ‘Maak je geen zorgen om ons, we houden stand.’ En dan is Ahmed Şık aan het woord. ‘Ze willen dat we door de knieën gaan’, zegt hij. ‘Leden van deze verrotte club, met hun gangsters, tirannen zonder eer zouden goed moeten weten dat ik tot vandaag alleen maar gebogen heb om de hand van mijn vader en moeder te kussen, en dat zal zo blijven.’

Op het plein blijven de mensen slogans scanderen voor gerechtigheid en persvrijheid. Een bus is onderweg naar de gevangenis, vol familieleden die hun man of vader komen oppikken die pas daar officieel worden vrijgelaten.

Als ik zelf vanaf het dakterras van ons hotel voor een laatste keer over de nachtelijke stad Istanbul uitkijk, schrijnt het in mijn hart. Al heel de avond denk ik met pijn aan die kleine jongen die thuis heeft zitten wachten op zijn vader, Kadri Gürsel, en hem niet heeft zien thuis komen.

Als de taxi me ’s ochtends naar de luchthaven rijdt, door deze angstaanjagend dichtbevolkte stad, met zijn oude schoonheid, zijn chaos en zijn vuilnis, met zijn arme mensen die hier ’s nachts met ratelende karren door de straten rijden op zoek naar schatten in de vuilnisbakken, bedenk ik plots dat dit een stad is met een grote capaciteit om dromen te herbergen. Dat maakt Istanboel net zo betoverend.

© Jörgen Lorentzen

Feestje voor het redactiegebouw van Cumhuriyet voor de vrijgelaten journalisten

Bij mijn thuiskomst vind ik nieuwe foto’s in mijn inbox. Er is een feestje voor het redactiegebouw van Cumhuriyet. De vrijgelaten medewerkers staan er met een bos bloemen in de hand en houden speeches. De meest ontroerende foto is er een van vrijdagnacht, voor de gevangenis. Het is een foto van Elif Gunay, in innige omhelzing met haar pas vrijgelaten vader. ‘Wij strijden voort tot iedereen vrij is’, laat ze later weten.

© Can Erok

Elif Gunay in innige omhelzing met haar pas vrijgelaten vader.

 

LEES OOK

Climatalk .in (CC BY-NC 2.0)
Nooit eerder was de vluchtelingenstroom groter dan vandaag. ‘Die mensen beschermen is geen kwestie van solidariteit of vrijgevigheid.
UNMISS/Isaac Billy - (CC BY-NC-ND 2.0)
Hoe is het gesteld met de mensenrechten in Afrika?
© Pierre-Yves Brunaud / Picturetank
Amnesty International publiceert jaarlijks een overzicht van de stand van zaken betreffende de mensenrechten wereldwijd.
Das Bundesarchiv (CC BY-SA 3.0 DE)
De nieuwe vreemdelingenwet van Theo Francken zorg voor commotie.

Meest recent van Isabelle Rossaert

©
Cumhuriyetproces: Ahmed Sik, de man die de rollen omkeerde
Oude mannen maken grappen in dit vierde verslagje van het Cumhuriyet proces in Istanboel, even ben ik zelf de tranen niet meer de baas en een journalist houdt een pleidooi dat nu al historisch
Cumhuriyetproces: Arthur en de anderen
Op de tweede dag van het Cumhuriyet-proces in Istanboel duurde de zitting tot elf uur in de nacht.
Cumhuriyetproces in Istanboel: De traagste race ooit, en de langste dag
Isabelle Rossaert is in Istanboel waar ze de rechtszaak tegen de onder andere van terrorisme verdachte journalisten van de Turkse krant Cumhuriyet vanop de eerste rij volgt.
Kafkaïaanse taferelen in Istanboels justitiepaleis
Het had een roman van Kafka kunnen zijn, maar het was een dag in het justitiepaleis van Istanboel.