De realiteit van een ebola-epidemie

Blog

De realiteit van een ebola-epidemie

De realiteit van een ebola-epidemie
De realiteit van een ebola-epidemie

"Ik was thuis in Brussel toen ik een bericht kreeg over een vreemde ziekte die was uitgebroken in het zuiden van Guinee, in Guéckédou. Er werd gedacht aan lassakoorts, maar zodra ik de beschrijving van de symptomen las, wist ik zeker dat het om het ebolavirus ging. Enkele dagen later was ik ter plaatse." Epidemioloog van Artsen Zonder Grenzen, Michel Van Herp, vertelt over zijn aanpak van ebola in Guinee.

Detectivewerk

Ik heb sinds 2000 alle ernstige ebola-epidemieën helpen bestrijden, maar deze epidemie is anders, omwille van de grootschaligheid. Er zijn gevallen gemeld in minstens zes Guinese steden en aan de andere kant van de grens, in Liberia.

Het probleem in Guinee is dat iedereen voortdurend in beweging is: zieken trekken van het ene dorp naar het andere zolang ze nog kunnen lopen, en zelfs overledenen worden van dorp naar dorp vervoerd. Hier actief zijn als epidemioloog is bijna detectivewerk!

Er is echter nog een ander probleem: het is de eerste keer dat er zich in Guinee gevallen van ebola voordoen, en dan word je er in de getroffen dorpen soms van beschuldigd slecht nieuws te brengen. Voor de inwoners is ebola immers synoniem van ‘dood’, waardoor de mensen vaak de realiteit niet onder ogen willen zien.

Agressie

We waren op zoek naar een patiënt en troffen hem uiteindelijk aan in een dorpje, waar hij bij familie verbleef. Het was een ontwikkeld man, een hoogleraar die besmet was geraakt door een collega om wie hij zich bekommerde. Die had op zijn beurt de ziekte opgelopen door voor zijn zieke oom te zorgen. Het is in Guinee nu eenmaal de gewoonte dat een zieke altijd verzorgd wordt door iemand van hetzelfde geslacht.

De professor begreep dat het beter was om naar een medisch centrum van Artsen Zonder Grenzen te gaan, tot plots zijn neef en een ander familielid opdoken en hem naar het woud brachten. Ze hadden geen vertrouwen in de gezondheidszorg en waren ervan overtuigd dat de mensen in onze centra vermoord werden. Dus wilden ze hem per se verborgen houden in het woud en hem met bladeren en kruiden behandelen.

Ik ben hen gaan opzoeken in het woud. Ze waren zeer agressief. De neef had een grote stok genomen waarmee hij op de grond sloeg, al hoorde ik duidelijk het leed in zijn stem. Uiteindelijk prikten we bloed bij de patiënt, om een nauwkeurige diagnose te kunnen stellen. De dag nadien belde hij ons op om te vragen hem te komen halen.

Ritueel

De patiënten worden behandeld in het centrum van Artsen Zonder Grenzen. Voor de gezondheidswerkers is het normaal dat ze enige angst voelen de eerste keer dat ze in een geïsoleerde omgeving terechtkomen, ook al zijn ze goed beschermd. We hanteren wel een soort ritueel bij het aan- en uitkleden, en voor alle handelingen die binnen worden uitgevoerd. Op die manier win je geleidelijk hun vertrouwen.

Je gaat ook altijd met twee de isolatiezone binnen, nooit alleen. En je blijft er zo kort mogelijk, want het is heel warm in Guinee, en nog warmer als je een beschermingspak draagt. Dat is uitputtend, vooral als je fysiek werk moet verrichten. We krijgen allemaal een schort met onze naam erop, zodat de patiënten ons kunnen herkennen.

In het medisch centrum proberen we het leven van de patiënten zo aangenaam mogelijk te maken. Soms laten we familieleden binnen, maar dan moeten ze ook zo’n beschermingspak dragen, plus een masker en een bril. We blijven altijd in de buurt, om er zeker van te zijn dat ze niet in contact komen met lichaamsvocht van de patiënten.

Tradities respecteren

De patiënten zijn er erg aan toe en hebben maar weinig energie om te praten. Soms zijn ze erg neerslachtig, vooral in de terminale fase, als ze nog maar een paar uur te leven hebben.

Als een patiënt sterft, leggen we het lichaam in een lijkzak, zodat hij volgens de familietradities kan worden begraven. Als de overledene afkomstig is uit een dorp, brengen we het lijk naar de familie en geven we advies over hoe ze voor de begrafenis te werk moeten gaan.

Eerst moet de lijkzak in een chloorbad worden ondergedompeld, dan mogen ze hem met handschoenen aanraken. De familieleden mogen hun gewone kleding dragen tijdens de begrafenis. Het is niet onze bedoeling om het lichaam af te nemen van de familie: we proberen er waardig mee om te gaan en de tradities zo veel mogelijk te respecteren.

Overlevenden

Het sterftepercentage bij ebola is zeer hoog, maar er zijn ook overlevenden. Net voor ik Guinee verliet, werden twee van onze patiënten genezen verklaard en mochten ze het het centrum van Artsen Zonder Grenzen verlaten: Thérèse, 35 jaar, en Rose, 18 jaar. Ze komen allebei uit dezelfde familie, die door de ziekte 7 tot 10 mensen verloor.

Hun naasten waren bijzonder gelukkig, en bij hun terugkeer werd een groot dorpsfeest georganiseerd. Ze komen uit een familie van traditionele genezers, waardoor onze boodschap makkelijker verspreid zou moeten raken. Ik hoop dat het ons zal helpen om nog meer het vertrouwen te winnen van de plaatselijke bevolking.

Niet iedereen sterft dus aan het ebolavirus. Toen de eerste patiënten ontslagen werden, weerklonk er applaus bij onze teams. Weten dat er overlevenden zijn, helpt ons om de problemen te vergeten.

(Deze tekst verscheen eerder op de website van The Independent)