Mali: 'Vandaag is humanitaire hulp meer dan ooit nodig'

Blog

Mali: 'Vandaag is humanitaire hulp meer dan ooit nodig'

Mali: 'Vandaag is humanitaire hulp meer dan ooit nodig'
Mali: 'Vandaag is humanitaire hulp meer dan ooit nodig'

Seïdina Ousseini was een jaar lang projectverantwoordelijke voor Artsen Zonder Grenzen (AZG) in Ansongo, in het noorden van Mali. Hij getuigt over de moeilijkheden die AZG er ondervindt om medische zorgen te verstrekken aan de bevolking die zwaar gebukt gaat onder de politieke crisis en de onveilige omstandigheden.

Hoe lang is AZG al actief in dit deel van Noord-Mali?

Ousseini: AZG ging in september 2012 aan de slag in dit gebied omwille van de crisis die volgde op de bezetting van het noorden door verschillende gewapende groeperingen. Destijds steunden we vier gezondheidscentra van de gemeenschap en het referentiegezondheidscentrum van Ansongo, in de regio Gao.

Sinds januari 2014 zijn we enkel nog actief in het referentiegezondheidscentrum van Ansongo. AZG is een van de enige onafhankelijke ngo’s die gezondheidszorg verstrekt in de buurt van Asongo. De organisatie biedt gratis kwalitatieve gezondheidszorg aan de door de crisis getroffen bevolking in het noorden van het land. Maar tot op vandaag blijft het moeilijk voor de Malinese autoriteiten om gezondheidszorg te voorzien voor de bevolking in het noorden, wegens een gebrek aan personeel en financiële middelen.

Wat zijn de grootste obstakels in deze complexe situatie?

Ousseini: Het is niet eenvoudig om in deze streek te werken door de politieke spanningen. Door de acties van gewapende groeperingen kan de veiligheidssituatie razendsnel omslaan. Het werd steeds moeilijker, en een groot deel van de Malinese bevolking heeft vandaag slechts een beperkte toegang tot gezondheidszorg. Vandaag is humanitaire hulp meer dan ooit nodig. Na de bezetting van Kidal en Ménaka door voorstanders van een onafhankelijk Azawad, volgde in mei 2014 een golf van spanning en angst bij de bevolking in Ansongo, aangezien de groeperingen de stad naderden. Veel kaderleden van overheidsinstellingen zijn toen naar Gao gevlucht. Zelfs enkele patiënten die in het ziekenhuis verbleven, zijn toen naar de stad gevlucht.

Waar heeft de bevolking het meeste nood aan?

Ousseini: Zoals de situatie er nu voor staat in Noord-Mali, is er nood aan hulp op alle vlakken. Vooral het gebrek aan gezondheidszorg, onderwijs en drinkwater is schrijnend. De gezondheidscentra zijn doorgaans niet operationeel of slecht uitgerust, kampen met een personeelstekort of beschikken over te weinig basisgeneesmiddelen. De scholen kunnen de leerlingen nergens meer onderbrengen, en er zijn ook niet genoeg leerkrachten. Drinkbaar water is een zeldzame luxe, aangezien de modernere waterputten in slechte staat zijn door een gebrek aan onderhoud. De bevolking is dus aangewezen op oppervlaktewater, met de gekende gezondheidsrisico’s van dien.

Welke activiteiten voerde AZG in 2014 uit in dit gebied?

Mali is een Sahelland dat voor een groot deel – zo’n twee derde – in woestijngebied ligt. Het land kent een erg droog klimaat, en in het warmste seizoen (tussen april en juni) kan de temperatuur oplopen tot 45 °C in de schaduw. Het regenseizoen duurt twee tot drie maanden, maar vooral in het noorden valt er erg weinig neerslag. Ansongo, in het noorden van Mali, is een administratieve regio die in 19 gezondheidszones is onderverdeeld. Ansongo ligt in Gao, een regio in Azawad, waar de Mouvement national pour la libération de l’Azawad in 2013 eenzijdig de onafhankelijkheid verklaarde. De grootste bevolkingsgroepen zijn de Songhai en de Fulbe, die hoofdzakelijk van de landbouw en veeteelt leven. In de meer afgelegen gezondheidszones in het noorden, zo’n 50 km van Ansongo, wonen ook Toearegs en Arabieren die hoofdzakelijk een nomadisch leven leiden. De islam is de voornaamste godsdienst.

Ousseini: In het referentiegezondheidscentrum werken de teams dagelijks samen met het personeel van het ministerie van Volksgezondheid. Er worden voornamelijk externe consultaties gehouden, en de teams bieden hulp in de afdelingen materniteit, pediatrie en hospitalisatie, ze behandelen de patiënten, bemannen het laboratorium en de apotheek, of verwijzen ernstige gevallen door naar het gewestelijk ziekenhuis van Gao, dat een grotere opvangcapaciteit heeft.

In 2014 werden meer dan 47.700 concultaties gehouden, waarvan een vierde voor kinderen jonger dan vijf jaar. Zo’n 1.600 patiënten werden opgenomen, en de teams begeleidden ook 815 bevallingen en voerden 104 keizersneden uit.

AZG zette ook een chemoprofilaxecampagne tegen seizoensmalaria op touw en organiseerde een opsporingscampagne voor ondervoeding in samenwerking met andere organisaties. Bijna 40.000 kinderen tussen drie en vijf kregen geneesmiddelen toegediend om hen vier maanden lang, tijdens de jaarlijkse malariapiek, tegen malaria te beschermen.

Ondanks de complexe veiligheidssituatie in de streek kon AZG dus toch nog gezondheidszorg bieden aan de bevolkingsgroepen die verspreid over een uitgestrekt gebied leven.

Hoe werkt AZG samen met het personeel van het ministerie van Volksgezondheid?

Ousseini: Het referentiegezondheidscentrum dat we ondersteunen, wordt beheerd door een hoofdarts die door het ministerie van Volksgezondheid benoemd werd. Omwille van de crisis zijn heel wat leden van het medisch personeel naar het zuiden gevlucht, waardoor er voor de achtergebleven jonge zorgverleners niets anders opzat dan hen te vervangen in het gezondheidscentrum.

Welke lessen kunnen we uit dit project trekken?

Ousseini: Ondanks de moeilijkheden waar AZG voor staat, moeten we hulp blijven bieden aan de bevolking die het nog steeds moeilijk heeft. Het is een nobel project, maar een bijzondere uitdaging op persoonlijk en professioneel vlak. De situatie in dit gebied dwingt ons ertoe af te wachten en rekening te houden met de verschillen, om zo veel mogelijk onbegrip te voorkomen.

AZG is sinds november 2012 actief in de regio Gao en biedt hulp aan de bevolking die veel te lijden heeft onder het gewapende conflict. Sinds 2014 zijn de activiteiten van AZG beperkt tot het referentiegezondheidscentrum van Ansongo, een referentieziekenhuis in een buurt waar meer dan 162.000 mensen wonen.